Dinsdag 20/10/2020

RecensieBoeken

‘Bittere tijden’: Mario Vargas Llosa kan het tóch nog

Zoals zo vaak zijn ook in 'Bittere tijden' van Mario Vargas Llosa de slechteriken boeiende personages.Beeld BELGAIMAGE

Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa (76) is op zijn best als hij schrijft over militairen en politieke intriganten. Als geen ander kan hij in hun hoofden kruipen, zo bewijst hij opnieuw in zijn nieuwe roman Bittere tijden.

Na een paar wat mindere boeken heeft de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, die in 2010 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, eindelijk weer eens een goede roman geschreven, over een staatsgreep in Guatemala in de jaren vijftig. Dat Midden-Amerikaanse land, met toen 3 miljoen inwoners, beleefde van 1951 tot 1954 een korte democratische lente, die ­uiteindelijk vakkundig om zeep werd geholpen door het leger – 8.000 man sterk – en de Amerikaanse CIA. Met 8.000 soldaten kon je in die tijd, en misschien nog steeds, een bevolking van 3 miljoen mensen best onder de duim houden.

De omvergeworpen regering werd met name door de Amerikanen geframed als communistisch. Ten onrechte. Het waren eerder sociaal-liberalen die wat wilden doen aan de enorme verschillen tussen arm en rijk. Ze wilden braakliggende landbouwgronden onteigenen en aan de arme Indiaanse plattelandsbevolking geven.

Llosa noemt het een sleutelmoment in de geschiedenis van Latijns-Amerika. De brute omverwerping van deze democratisch gekozen regering zou volgens hem op heel het continent geleid hebben tot een radicalisering van links: men geloofde niet meer in een democratische route naar betere sociale omstandigheden, en dus werd onder in elk geval een deel van links het idee van een ­gewapende revolutie populair.

Militairen en politici

Bittere tijden ligt in het verlengde van de romans waarmee Llosa zijn schrijverschap ooit begon. In zijn debuutroman De stad en de honden ging het om de machtsspelletjes tussen jongens die op een militair internaat zitten (want die bestaan in Peru). En in zijn derde roman, het magistrale Gesprek in de kathedraal, schilderde hij ook al de grimmige, van samenzweringen verzadigde atmosfeer van een militaire dictatuur.

Als geen ander kan Llosa in de hoofden van militairen en dictators kruipen. Hij lijkt te weten hoe ze denken, hoe ze zich gedragen. In Bittere tijden hanteert hij het beproefde procedé van verschillende verhaallijnen die zich eerst naast elkaar ontwikkelen en daarna steeds meer door elkaar heen gaan lopen. We volgen verschillende personages: politici, militairen, intriganten.

Llosa baseert zich voor een deel op wat er bekend is over die periode maar voegt daar moeiteloos enige fictie aan toe. Om een voorbeeld te geven van hoe dat werkt: de militair die na de staatsgreep aan de macht kwam, werd later vermoord. Wie daar ­precies achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Daar bestaan minstens vier complottheorieën over. Llosa heeft er eentje uitgekozen, misschien de meest waarschijnlijke, maar in ieder geval de meest dramatische. Die heeft hij stijlvol uitgewerkt.

Het is wat deze auteur altijd doet: hij maakt de werkelijkheid intenser, heftiger, vooral ook sfeervoller. Daarbij zoekt hij bewust de grenzen op van wat geloofwaardig is. Dankzij de juiste opbouw en stijl, en door vaart te houden in het verhaal, krijgt hij het meestal wel voor elkaar dat plotwendingen die op zichzelf niet erg geloofwaardig zijn toch geloofwaardig worden voor de ­lezer.

Menselijke misdadigers

Het boek is spannend en onderhoudend. De belangrijkste intrigant, de geheim agent Johnny Abbes García, is op zijn manier volstrekt geniaal, en in zijn schaamteloosheid soms erg geestig. Ook de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo, die een rol speelt in een van de complotten, blijkt gevoel voor humor te hebben. Dat maakt deze uiterst gewelddadige en misdadige mannen een beetje menselijk.

In het verleden heeft Llosa daar wel ­kritiek op gekregen: dat de militairen en ­dictators in zijn boeken soms zo menselijk zijn, zo geestig en soms zelfs aandoenlijk. Daarop antwoordt de schrijver steevast: dat klopt, ze zitten heel ingewikkeld in elkaar.

Dictators en hooggeplaatste militairen oefenen hun macht vaak uit met een pervers plezier. Ze spelen met hun slachtoffers. Maar ze moeten ook voortdurend op hun hoede zijn voor samenzweringen. Vaak worden ze zelf vroeg of laat uit de weg geruimd.

In Bittere tijden is die keten van geweld heel duidelijk. De man die de democratische president verjaagt, wordt drie jaar later vermoord door iemand die tien jaar later op zijn beurt ook vermoord wordt. Zo leuk is het dus ook weer niet om dictator, militair of intrigant te zijn.

Met Guatemala is het overigens nooit meer helemaal goed gekomen. Het land kwam in een burgeroorlog terecht, die een paar decennia duurde. Daarbij vielen zo’n 200.000 doden.

Mario Vargas Llosa, ‘Bittere tijden’, Meulenhoff, 352 p., 23 euro. Vertaling Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234