Vrijdag 01/07/2022

InterviewDe Vragen van Proust

Bisschop Johan Bonny: ‘Ik heb te weinig in het nu geleefd’

Johan Bonny: ‘Ik vind dat de Kerk er niet altijd verstandig aan doet om oudere personen te benoemen. Die zijn misschien wat wijzer, maar missen veerkracht en zin voor initiatief.’
 Beeld © Stefaan Temmerman
Johan Bonny: ‘Ik vind dat de Kerk er niet altijd verstandig aan doet om oudere personen te benoemen. Die zijn misschien wat wijzer, maar missen veerkracht en zin voor initiatief.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: de Antwerpse bisschop Johan Bonny (65). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me van middelbare leeftijd. Ik ben vorig jaar 65 geworden, maar dat wil in het leven van een bisschop niet veel zeggen, want wij doen door tot we 75 zijn. Toch dacht ik: die 65 laat ik me niet ­zomaar ontsnappen. Ik heb toen een feestje ­gegeven in familiekring, een pensioen van één dag heb ik dat genoemd. (lacht)

“Gevoelsmatig heb ik de leeftijd van de mensen die mij omringen. Toen ik hier aankwam, moest ik nieuwe vicarissen benoemen. Ik heb gekozen voor dertigers en veertigers. Ik vind dat de Kerk er niet altijd verstandig aan doet om oudere personen te benoemen. Die zijn misschien wat wijzer, maar missen veerkracht en zin voor initiatief.

BIO • bisschop van Antwerpen sinds 2009 • geboren in Oostende op 10 juli 1955 • de oudste van vijf kinderen in een landbouwersgezin • werd in 1980 tot priester gewijd • 1982: doctoraat in de theologie in Rome • had begin 2021 veel kritiek op de uitspraak van het Vaticaan dat de kerk geen huwelijken kan inzegenen tussen mensen van hetzelfde geslacht

“Grootouders worden wakker gehouden door hun kleinkinderen, die hen confronteren met nieuwe gevoelens en ervaringen en nieuwe manieren om in het leven te staan. Zo ook moet een bisschop ervoor zorgen dat hij met genoeg jong volk ­omringd is om wakker te blijven. Als ik vind dat er in bepaalde gremia in de Kerk te weinig beweging zit, is het misschien ook omdat daar te veel oudere mensen op elkaar zitten te kijken. Als je hen elkaar voortdurend laat bevestigen in gevoelens en ­gedachten, mis je aansluiting bij de realiteit.

“Er zijn waardevolle dingen in de Kerk, zaken die het behouden waard zijn. Inzichten die onze ­ouders en grootouders ons meegegeven hebben en die soms te vlug in vraag worden gesteld. Alsof ze van geen tel meer zijn. Het goede bewaren, dat wil ik ook. Tegelijk is mijn nog grotere zorg: hoe maak je dat een verhaal van tweeduizend jaar oud de volgende generaties blijft inspireren?

“Vóór corona ging ik elke maand een voormiddag in enkele klassen zitten. Het contact met jongeren dwingt je om hun vragen serieus te nemen en er eerlijk op te antwoorden. Maar ook om naar oplossingen te zoeken die voortkomen uit inzicht en ­traditie en tegelijk aansluiten bij hun leefwereld. Bewaren én vernieuwen, is de uitdaging van nu.”

2. Hoe was uw kindertijd?

“Ik kom uit een familie van landbouwers. Ik weet dat ik nu wat overdrijf, maar hun manier van leven lag nog dicht bij de middeleeuwen. Ze werkten nog met paard en kar en ploeg. De enige ­zekerheid in hun bestaan was de grond onder hun voeten. Die grond zou tenminste altijd ­aardappelen voortbrengen en koeien en varkens kunnen voederen.

“Binnen die eenvoud van het leven had godsdienst een heel menselijke plek. Er waren verschillende religieuzen in de familie die in de psychiatrie werkten of lesgaven. Natuurlijk waren dat raadselachtige figuren voor een kind, met hun lange kloostergewaden, maar belangrijker voor mij was het gevoel dat ze niet alleen bij het leven, maar ook bij de familie hoorden. Bij de tante die in het klooster woonde in het dorp, liepen we gewoon binnen en buiten. Het waren speciale keuzes, maar er was niets ongewoons aan.”

3. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee.

“Wat ik me wel herinner is dat ik al heel vroeg met mijn vader meeging naar de mis. Ik zie me nog altijd zitten als kleuter: halverwege de rechterkant, de mannenkant. In een volle kerk, met allerlei soorten mensen. Rijk en arm, oud en jong. Met een mannenkoor op het oksaal. En vooraan ­iemand die het woord neemt. Ik herinner me de speciale kleren, de wierook, de processie. Die kleuren, geuren en bewegingen openden een ­wereld die zoveel groter was dan de wereld van thuis, of van school. Er gebeurde iets wat goed en waardevol was. Dat was geen gedachte, maar een fundamentele intuïtie. Mocht ik niet meer in de kerk komen, ik zou iets missen, voelde ik. Als die intuïtie een religieuze ervaring is, dan heb ik er een gehad.”

4. Wat is uw passie?

“Langzamerhand is bij mij de overtuiging gegroeid dat er in de Kerk mooie dingen gebeuren. Waarom zou ik er niet aan meewerken? Die ­gedachte heeft me nooit meer losgelaten. Op het einde van de humaniora zei een leraar dat ik ­mezelf moest verplichten om ook andere opties te bekijken. Ik heb nog even onderwijs ­overwogen, evengoed als zorg en rechten, maar heb voor het seminarie gekozen. Daar heb ik me als een vis in het water gevoeld. Er ging een ­wereld van studie, kunst, literatuur en spiritualiteit voor me open. In zekere zin was dat een ­bekrachtiging van de intuïtie die ik als kind had ­ervaren. Ik voelde dat het goed zat.”

5. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Kent u de parabel uit het evangelie van de ­barmhartige vader met zijn twee zonen? De ­jongste zoon loopt van huis weg, ondertussen doet de oudste het werk.

“Ik ben de oudste van vijf. Toen ik ooit een boek las over de typologie van de jongste en de oudste zoon, herkende ik mij daarin perfect. De oudste moet altijd het goede voorbeeld geven, zich wijs gedragen, passen op de rest. Als er ruzie is, moet hij zorgen dat het goed komt. Hij moet nu en dan bemiddelen tussen vader en moeder. De oudste werkt hard en laat geen tijd verloren gaan. Hij voelt zich gelukkig als de anderen gelukkig zijn. En hij is niet jaloers. Hij laat het genot aan zich ­voorbijgaan.”

6. Wat is uw zwakte?

“Ik heb nooit geëxperimenteerd. Met niets. Zoals een ander experimenteert met de liefde, met ­relaties, heb ik dat niet gedaan. Ik had daar geen behoefte aan en was ook niet jaloers op wie dat wel deed.

“Je moet maar aan Dirk De Wachter vragen hoe het werkt, maar ergens geeft deze manier van ­leven mij voldoening in een diepere laag. Voor mij klopt het. Maar de consequentie is dat ik mezelf weinig heb gegund.”

7. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Wanneer iemand dwarsligt terwijl er een afspraak was, dan kan ik boos worden. De kruik kan lang meegaan, maar als ze barst, dan barst ze.”

8. Wat is een misvatting over u?

“Dat ik een rustig iemand zou zijn.

“Toen het seksueel misbruik in de Kerk aan het licht kwam, zo’n tien jaar geleden, was ik pas ­bisschop. Ik tuimelde daarin. Ik herinner me vooral de eenzaamheid. De bom barstte en iedereen dook onder de tafel. Week na week brak een nieuw schandaal uit. Er hing een sfeer van ­complete radeloosheid. Wat kwam er nog over ons heen? Ik had geen ervaring. Noch met die dossiers, noch met de media. Het onderwijs, de jeugdbeweging, iedereen schermde zijn sector af.

‘Ik ben zo hetero dat ik me met het grootste gemak in het dossier over de standpunten van het Vaticaan over homoseksualiteit kan begeven zonder dat men ook maar de indruk moet hebben dat het om mij gaat.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben zo hetero dat ik me met het grootste gemak in het dossier over de standpunten van het Vaticaan over homoseksualiteit kan begeven zonder dat men ook maar de indruk moet hebben dat het om mij gaat.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Een probleem met veel maatschappelijke ­vertakkingen werd plots helemaal op de Kerk en de bisschoppen geconcentreerd. Iemand moest het woord voeren. Maar in een mediastorm weet je niet wat je aan de media hebt. Je weet ook niet welke politici je kunt vertrouwen of welke ­academici jou kunnen bijstaan. Het was eenzaam optornen. Men zei toen: Bonny komt rustig over, maar alle spanningen hebben zich toen ­opgestapeld in mijn lijf.”

9. Vindt u het leven een cadeau?

“Ja. Ik weet dat ik uit liefde geboren ben. ­Bovendien heb ik dat cadeau al twee keer van de geneeskunde teruggekregen, anders was ik er niet meer.

“In het tweede leerjaar ben ik vlak voor de ­schoolpoort overreden door een auto. Ik herinner me dat ik lag te sterven. Die bijna-doodervaring, dat gevoel van rust en licht dat over mij heen kwam, herinner ik me nog altijd. Ik wist: het zal gedaan zijn. Een paar goede dokters hebben mij toen gered.

“Later, een jaar of vijf geleden, heb ik een prostaatverwijdering ­ondergaan. Dan zit je even met kanker in je lichaam, de ziekte van de tijd.

“Dus ja, het leven is een cadeau van de liefde en evenzeer een ­cadeau van de geneeskunde. ­Bovendien heb ik drie keer aan een nieuw hoofdstuk mogen ­beginnen. Eerst als professor aan het seminarie in Brugge, daarna in Rome, en ten slotte hier in ­Antwerpen. Wie kan zeggen dat hij drie keer de kans gekregen heeft om telkens een nieuwe weg te bewandelen?”

10. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Huilen is mijn sterkste kant niet. Je moet overeind blijven, want een kapitein moet zijn schip ­besturen, maar als het er niet uit komt via tranen, blijft het in je maag of elders in je lichaam zitten.”

11. Waar heeft u spijt van?

“Dat ik in Rome twee jobs tegelijk aanvaard heb. Overdag werkte ik op het Vaticaan, ’s avonds en in het weekend vervulde ik mijn taken als rector van het Belgisch college.

“Iedere buitenstaander zou zeggen: hoe dom dat je elf jaar in Italië gewoond hebt en er amper van hebt genoten. De oudste zoon in mij vond dat het zo moest. De jongste zoon in mij heeft daar nu spijt van.”

12. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Dat je als bisschop soms in een zelfgecreëerde spanning komt te staan. Neem nu het standpunt van het Vaticaan inzake homoseksualiteit. Mocht ik mezelf het leven gemakkelijk willen maken, dan bleef ik ervan weg. Dan zei ik gewoon: dit is niet mijn bevoegdheid, dit is de leer van de Kerk, ik geef door wat doorgegeven moet worden.

“Sommigen zouden kunnen zeggen: je moet nu niet klagen dat je het lastig hebt, je hebt het jezelf aangedaan. Dat is dan weer die oudste zoon in mij die zegt: ik vraag het niet voor mezelf. Ik ben zo hetero dat ik me met het grootste gemak in dit dossier kan begeven zonder dat men ook maar de indruk moet hebben dat het om mij gaat. Daarom misschien ook dat sommigen er liever afblijven. Ik voel het als mijn plicht om op te komen voor ­anderen die wel in die situatie zitten.”

13. Welke klein ritueel kan u blij maken?

“Op zaterdagochtend in mijn Ikea-zetel onder het zolderraam tussen mijn boeken zitten, de kranten doornemen of in een dichtbundel lezen. Als het hondje dan nog op mijn schoot ligt en ik niet ­gestoord word, dat is een zaligheid voor mij.”

14. Kent u heimwee?

“O ja! Heimwee naar vervlogen tijden. Heimwee naar het huis dat niet meer bestaat. Het huis waar we woonden, de boerderij, is met de grond ­gelijkgemaakt. Ik wandel daar nu nog in mijn ­dromen rond. Er is veel verdwenen. Een verlangen naar een toekomst die eindeloos lang leek. De geuren van de natuur. Het vocht op je huid in de polders, waar je talloze soorten vochtigheid hebt. De lucht ook. Jaar na jaar adem ik nu de ­Antwerpse lucht in, en hier zijn maar twee geuren: met mazout, of zonder mazout. (grinnikt)

“Het had iets paradijselijks. Als ik erop terugkijk, heb ik te weinig in het nu geleefd. Als kind kijk je uit naar wat je gaat studeren, je denkt dat het ­leven pas begint als je thuis weg bent, zodra je meer verantwoordelijkheid hebt. De genade van het moment laten we ontsnappen. Ik denk dat God op het einde zal zeggen: onnozelaars, het mysterie van het leven zit in de eindigheid, in de beperktheid en in de kleine dingen.”

15. Wat drijft u?

“Je bent een schakel in een ketting. Mijn schakel ligt in het hier en nu. Als men later over mij spreekt, zou ik graag hebben dat ze zeggen dat ik mijn rol in de geschiedenis gespeeld hebt. Dan kom je bij de gelovige in mij. Ik geloof dat er hierna iets komt dat nog veel beter zal zijn. Vraag me niet wat ik me daarbij voorstel, maar dat ­verlangen heb ik wel. Ik heb veel moeten loslaten. Als ik achterom kijk, stemt wat niet meer is en wat ik niet gedaan heb mij melancholisch.

“Als ik vooruit kijk, hoop ik dat dit leven een aperitief is, een prelude op wat nog moet komen. Niet enkel intuïtief, maar ook ­verstandelijk denk ik dat het in de liefde zijn voltooiing zal vinden. Dan pas krijgt alles zin voor mij. Van het mooiste tot het meest tragische. Van Bach tot de ­oorlogskerkhoven.

“Wij zijn allemaal kinderen van de verlichting. Dat wil zeggen dat we alles willen begrijpen en ­beredeneren. De aristotelische ­logica. Zonder bewijs kan het niet bestaan. Dat zit ook in mij. Ik heb filosofie gestudeerd en moet ­argumenten hebben. Mijn ­verstand rust niet voor ik op zijn minst ­aanknopingspunten van redelijkheid vind. Ook voor het hiernamaals. Maar laat nu net dát hét puzzelstuk zijn dat ik redelijkerwijs nodig heb om de lijnen in het geheel te zien.

“Niet alles wat ons geluk en ongeluk uitmaakt, zit echter op het spoor van de verlichting. Natuurlijk heeft onze gezondheid te maken met geneeskunde en wetenschappelijk onderzoek. Evenzeer als ons geluk ook verbonden is met een goede staatsordening. Maar de liefde is van een ­compleet andere orde. Uitgerekend in dat domein gaan de diepste intuïties de logica voorbij.

“Waarom word je verliefd op die ene persoon? Je zou de liefde kunnen vervangen door een wetenschappelijke zoekmachine. Je zou je karakter, je studies en voorkeuren in kaart kunnen brengen en een partner zoeken die daarbij matcht. De beste manier om een relatie te doen mislukken is nu net om zo te werk te gaan. Het liefdeshuwelijk is niet per se het perfecte model, maar het vertrouwt op wat je niet kunt berekenen of voorspellen.

‘Ik denk dat God op het einde zal zeggen: onnozelaars, het mysterie van het leven zit in de eindigheid, in de beperktheid en in de kleine dingen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik denk dat God op het einde zal zeggen: onnozelaars, het mysterie van het leven zit in de eindigheid, in de beperktheid en in de kleine dingen.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Al die mannen van de verlichting: overdag werkten ze aan de universiteit ten dienste van de verlichting, maar ’s avonds gingen ze naar huis, ze beminden hun vrouw en maakten kinderen. De verlichting stopte aan de voordeur. Thuis waren ze romantisch. En ’s morgens om negen uur ­gingen ze met hun boekentas opnieuw de deur uit, stopte de romantiek en herbegon de verlichting. Anders was de geschiedenis stilgevallen.

“Geloof leeft van die andere dimensie, die met de relatie tussen mensen te maken heeft. Daarom dat het geloof verwant is aan kunst in al zijn vormen. Geloof is het ongekende kennen. Datgene wat wel degelijk waar is, maar niet te vatten in ­wiskundige modellen. Als je me vraagt de ­bewijzen te geven, dan moet ik passen. Ik ga je niet proberen te overtuigen, zelf voel ik het zo aan. Wij zijn opgegroeid met het idee dat we ons geloof moeten bewijzen. Ik kan dat niet. Ik kan ­alleen maar zeggen: zo hangt het voor mij als ­gevoels- en als verstandsmens samen.”

16. Wat is uw grootste angst?

“Mijn angst gaat niet over mezelf, maar ik ben wel pessimistisch over de wereld. Optimist zijn is voor mij een keuze waarvoor ik me moet motiveren. (grinnikt) Ik zie de wereld kapotgaan in het Midden-Oosten. Koppel daaraan het milieuvraagstuk en de manier waarop de continenten zich tot ­elkaar verhouden en ik vrees dat we voor vele problemen al hopeloos te laat zijn.

“We gunnen het elkaar niet, en dat beangstigt mij. We zeggen dat we broers en zussen van elkaar zijn. Dan zijn landsgrenzen niet meer dan imaginaire grenzen in eenzelfde huis. Want eigenlijk is dat huis bestemd om de deuren tussen de kamers te openen. En de mogelijkheden zijn er. Het is mogelijk om iedereen op aarde te voeden en ­iedereen toegang te geven tot onderwijs en zorg. Het is mogelijk om de natuur te herstellen en te zorgen voor internationale rechtvaardigheid. Dat ligt in niemand anders zijn handen dan in die van de mens.

“Maar ik zie de kloof tussen het technisch kunnen en de morele waarden alleen maar groter worden. Er is te weinig moreel besef. Elk land heeft de politici die het verdient. Verkiezingen zijn een thermometer van de samenleving. Ik vind dat het peil naar omhoog moet. Daar zie ik een rol voor de Kerk. Om ervoor te zorgen dat er een draagvlak is binnen de bevolking om goede leiders te kiezen. Het is mij een raadsel hoe iemand als Trump ooit verkozen kon worden. Het zegt iets over de man, maar nog meer over zijn kiezers. Waar zitten hun prioriteiten? Met welk imago identificeren ze zich? Dat stemt me ontgoocheld en moedeloos.”

17. Welk boek heeft een bijzondere betekenis voor u?

“Ik weet dat het cliché is, maar ik kan niet anders antwoorden dan ‘de Bijbel’. Voor mij is dat hét boek waarop mijn verhaal meedrijft. Ik beschouw de Bijbel als een biografie van biografieën. Een ketting van levensverhalen van merkwaardige ­figuren die bij mij van alles wakker maken, waarin God tot mij spreekt.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Dat is de kernvraag, en ook de moeilijkste om te beantwoorden. Liefde is alvast datgene wat ik ­gekregen heb zonder het voldoende te beseffen. De liefde van mijn ouders, om te beginnen. Ten tweede: liefde is waarover ik te veel heb ­gesproken voor ik zelf wist wat het was.

“Ik heb door te kiezen voor een ongehuwd leven een bepaalde liefde wel degelijk een kans ­gegeven, en een andere niet. Ik ben selectief met de liefde omgegaan. Door priester te worden, ­verbind je de liefde die je kunt geven onmiddellijk aan een gemeenschap. Je investeert concreet je liefde in een groep studenten, in een jeugdbeweging, in een huis voor mensen met een beperking. Waardoor je bepaalde registers van de liefde ­onbespeeld laat. Op bepaalde stukken van het ­klavier van de liefde staan er van mij amper vingerafdrukken. (lacht) De grote romantische liefdes zijn niet aan mij besteed geweest.

“Natuurlijk ben ik verliefd geweest, en zijn er ook vrouwen op mij verliefd geworden. Dan moet je zeggen: we kunnen goede vrienden zijn, maar we gaan er geen één-op-éénrelatie van maken. Ik wilde niet van twee walletjes eten. Een relatie in het verborgene zou ik ook niet gekund hebben.

“Ik geloof in de keuze van een ongehuwd leven om mee te gaan met Jezus en je ter beschikking van de Kerk te stellen. Tegelijk zie ik ook een plek in de Kerk voor gehuwde priesters. Ik zou graag gehuwde mannen tot priester wijden omdat ik ­geloof dat het een meerwaarde zou zijn én voor hen én voor de kerkgemeenschap.

“Toen het seksueel misbruik in de Kerk losbrak, werd er gezegd dat het celibaat niet gezond is en niet kan. Ik zeg: het kan wel. Bovendien: ­ongehuwden zijn geen uitzondering. Ik heb een statistiek gelezen: binnen dit en tien jaar leeft de helft van de Belgen alleen.

“Ik ben gelukkig in de keuze die ik gemaakt hebt. Maar na die ingrijpende operatie vijf jaar geleden heb ik wel beseft dat ik mezelf niet meer alleen recht hield. Plots word je met de broze mens in jezelf geconfronteerd. Je gezondheid verplicht je om minstens grenzen te stellen, en om de niet bespeelde registers ook een kans te geven. Om anderen in je leven toe te laten. Zonder daarbij van je lijn af te wijken, want anders kom je in conflict met jezelf.”

19. Wat vindt u erotisch?

“Charme. Ik vind geen beter Nederlands woord. De charme van iemand die zowel mooi oogt als pittig en geestig is, spontaan met woorden en ­gebaren, niet bang van de eigen schaduw, met verstand en emotie. Zo iemand kan mij bekoren.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“In de nabijheid van mijn familie en een paar ­vrienden. Dankbaar afscheid nemen van wat ­geweest is. Openlaten wat het wordt.

“Soms heb ik de indruk dat ik me in de moederschoot al bewust was van het feit dat ik er was. Het is een onzinnige gedachte, alhoewel. Soms vraag ik me af of leven niet vergelijkbaar is met een zwangerschap en sterven met een geboorte. Ik kan niet weten hoe leven na de dood er zal uitzien, maar het komt. De dood moet me uit dit leven duwen, want ik zou liever hier blijven. Pas aan de overkant zal ik zeggen: blij dat ik nu hier ben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234