Vrijdag 22/11/2019

Biografie van Horta verlegt grenzen

Twaalf jaar heeft Michèle Goslar gewerkt aan de biografie van Victor Horta, een van België's meest beroemde architecten. Het resulaat is 'een baksteen' van bijna zeshonderd pagina's. 'Zonder de vrijmetselarij was er geen Horta geweest.'

Michèle Goslar heeft in meer dan één opzicht grenzen verlegd met haar biografie over Victor Horta (1861-1947), de vader van de art nouveau. Het gaat niet alleen om de eerste biografie van Horta en de eerste inventaris van zijn architecturale realisaties. Goslar heeft ook opmerkelijke ontdekkingen gedaan over de man, zijn architecturale opvattingen en zijn zelfbeeld.

Oorspronkelijk wou de biografe een leesboek maken, uiteindelijk is het een biografie in de vorm van een vuistdik kunstboek geworden. Het is uitvoerig geïllustreerd met schitterende foto's en tegelijk wordt van elk ontwerp van Horta minstens één architecturale tekening opgenomen. Alleen al daarom is het een adembenemend boek.

De naam Horta gaat terug tot een 17de-eeuwse Napolitaan Salvatore Orta, die als huurling in Vlaanderen kwam vechten en met een Vlaams meisje trouwde. Victor Horta zelf werd in 1861 in Gent geboren. "Zijn leven was niet opmerkelijk en niet echt gelukkig", zegt Michèle Goslar. "Het stond vooral in het teken van zijn werk. Hij sliep drie à vier uur per nacht en was zelden thuis. Zijn eerste huwelijk liep op de klippen, zijn dochtertje stierf na zeven maanden. Zijn tweede huwelijk met een Zweedse mondaine vrouw was evenmin een succes. Zijn tweede dochter, Simone, pleegde in 1939 zelfmoord. Op dat moment stopte hij met zijn memoires, die hij eigenlijk voor haar schreef. In 1947 stierf Horta eenzaam en alleen in het Brusselse hospitaal dat hij zelf nog uitgebreid had. Al zijn vrienden en opdrachtgevers waren al eerder overleden."

Het architecturale oeuvre van Horta bestaat uit zo'n 150 gebouwen, grafmonumenten en beeldensokkels. Dertig daarvan

werden nooit gerealiseerd, zeventien gebouwen zijn gesloopt. Onder de afgebroken pareltjes bevinden zich het Volkshuis en het Maison Aubecq in Brussel en de Innovation (de huidige P&C) op de Antwerpse Meir. De Brusselse Innovation in de Nieuwstraat werd eerst onherkenbaar verminkt en brandde in 1967 af. Goslar vertelt van elke realisatie de individuele geschiedenis, telkens een kleine bouwbiografie.

"Van het begin af droomde Horta van overheidsopdrachten. Dat is zeker een van de redenen waarom hij voor privé-opdrachtgevers meteen grote, monumentale huizen ontwierp.

Horta wilde duidelijk iets nieuws in de architectuur brengen: hij wou af van de typisch Belgische enfilade (drie kamers achter elkaar, waarvan de middelste erg donker was, ER), en maakte gebruik van nieuwe materialen zoals ijzer en glas om grotere ruimtes te creëren en meer licht binnen te laten. In een woning zoals Maison Tassel gaf hij de trap een ereplaats en werkte hij met spiegels om het gevoel van ruimte te versterken."

Goslar benadrukt dat niet de vegetatieve slingermotieven ('de style paling') typisch waren voor Horta, maar dat voor hem het grondplan essentieel was. "Niet de franjes en versieringen waren belangrijk, maar net het functionele. Horta vertrok altijd van de functie van het gebouw. En hij had le bon, le confort et le moderne voor ogen. Zo ontwierp hij de Innovation als een etalage die klanten moest lokken. In het Brugmannziekenhuis (Laken) wou Horta licht en lucht naar binnen halen: hij kende de toen nieuwe theorieën van Pasteur over het tegengaan van besmetting."

In tegenstelling tot de gangbare opvattingen, zegt Goslar dat Horta zijn stijl niet heeft veranderd toen hij, grote overheidsopdrachten kreeg. "Natuurlijk is hij blijven evolueren. Hij bouwde het Brusselse Centraal Station boven op een gebogen spoortunnel. En het Paleis voor Schone Kunsten is een paleis dat tegelijk grandioos en ingegraven is. Het mocht niet 'storend' zijn aan de kant van het Koninklijk Paleis en moest 18 meter niveauverschil overbruggen. En kijk wat een ruimte, licht en schoonheid hij gecreëerd heeft."

Horta was een peperdure architect en kon alleen door de allerrijksten gevraagd worden. "Maar zonder de vrijmetselarij was er geen Horta geweest", zegt Goslar. "Alle opdrachten, ook het Centraal Station en het PSK, kwamen van zijn vermogende vrienden in de loge Les Amis philantropes. Zij hebben hem gestimuleerd om zijn dromen waar te maken."

Horta was veeleisend, perfectionistisch en een keihard werker. Maar hij was ook een grote twijfelaar. Ooit zei hij: "Ik durf niet door een straat te wandelen waar ik iets gebouwd heb. Ik geneer mij ervoor."

Michèle Goslar, Victor Horta 1861-1947. Leven - Werk - Art Nouveau. 564 p., 600 illustraties, 149,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234