Zaterdag 15/08/2020

Biografie 'Ik, Rik Coppens' gepresenteerd op 75ste verjaardag van Kiels dribbelwonder

Een Nederlands journalist na een derby der lage landen: 'De stormram van Beerschot. Ik geloof dat hij er vier inschopte. Wat haatte ik die man in grenzeloze bewondering'

Rik Coppens, 't is pertang niet te vatten

Rik Coppens vierde gisteren zijn 75ste verjaardag, 75 in het jaar 2005. Zo is het bijna een halve eeuw geleden dat Coppens zijn gloriedagen beleefde bij Beerschot en de Rode Duivels. Steeds minder mensen hebben het voetbalgenie zelf zien dribbelen maar moeten het hebben van de overlevering of van een biografie. 'Ik ben niet in een boek te vatten, pertang', zegt Coppens in zijn eigen sappige Antwaarps. Of is het Kiels?

Bart Fieremans

Het stadhuis van Antwerpen is geen plek die Rik Coppens spontaan zou uitkiezen voor de presentatie van zijn biografie. "Ik had het liever op den Beerschot gedaan", zei hij eerder al. Zijn Beerschot, waar hij tussen 1946 en 1961 zijn onnavolgbare dribbelbewegingen toonde, later coach werd, en waar hij nu nog - ook al is het oude Beerschot opgeslorpt in de fusieclub GBA - zijn plaatsje in de eretribune heeft. Niet dat hij elke thuismatch op de afspraak is. Als het voetbal weer maar eens ondermaats is, zou hij het liefst van al nog zelf op het terrein springen om de spelers diets te maken: 'Mannekens, moet ik het nu echt allemaal voordoen oe ge moet shotten.'

Maar Rik Coppens gaf present op het stadhuis voor zijn biografie Ik, Rik Coppens, op uitnodiging van burgemeester Patrick Janssens. Hij hield, zelf aangedreven door een Beerschot-hart, een rede. "Rik Coppens is de grootste rat van 't stad. Een symbool voor het Antwerpse voetbal zoals Willy Steveniers voor het basketbal." En dan volgde de plechtige overhandiging van het boek: "Aha, ik krijg er toch ook ene", aldus Coppens. Frank Raes, co-auteur van het boek, vroeg nog eens wie de beste voetballer van België was. Een voorzet die Coppens niet kon missen. "Vraag het aan Wilfried Van Moer", repliceerde Coppens met kennis van zaken. Van Moer had in een krant verklaard dat hij Coppens de allerbeste vond. "En die jongen kent er toch iets van, hé." Hilariteit alom.

Ook de achterflap van het boek laat geen ruimte voor discussie: 'Rik Coppens is de beste Belgische voetballer ooit.' Het zal wel wat te maken hebben met de Beerschot-ziel van beide auteurs - behalve VRT-sportjournalist Raes ook Karel Michiels. Ze zijn opgegroeid op een steenworp van het stadion, gingen als kind met vader of vrienden op het Kiel kijken en hoorden de mythische verhalen over Coppens. Raes schopte het zelfs tot de reserven van Beerschot en trainde nog onder coach Coppens: "We hebben veel gelachen." Het boek ziet Raes ook als een eerbetoon, nodig "om de betekenis van Coppens voor het Belgische voetbal nog eens zwart op wit duidelijk te maken".

Crochets en dribblings

Een klinkende covertitel had ook een van zijn bijnamen 'De Koning van het Kiel' of 'De Paganini van het voetbal' kunnen zijn. Maar een egocentrische invalshoek past bij een centervoor als Coppens? "Wat moet er nog over mij geschreven worden, iedereen kent mij toch?", moet zijn eerste reactie tegenover Michiels geweest zijn bij het idee van een biografie. En nu Coppens bij zijn 75ste verjaardag in alle media breed aan bod komt, kan hij zichzelf nog altijd met zijn typische Antwerpse tongval verheerlijken. "Mijn uitgangspunt was: ik ben de beste, ik zal het dan ook maar eens laten zien."

Rik Coppens vergelijkt zich met een stukje Romario en een vleugje Gerd Müller. Maar was Rik Coppens niet gewoon Rik Coppens? Misschien niet de beste spits ter wereld, maar wel onnavolgbaar in zijn bewegingen, een publieksspeler pur sang die zijn tegenstander draailings dolde en geweldig mooie goals maakte. Televisiebeelden over Coppens zijn jammer genoeg schaars, en zwart-witfoto's geven zijn unieke stijl niet altijd weer. Op dat ene fantastische snapshot na dat kranten graag afdrukken om Coppens te illustreren: Coppens in zweefvlucht in de derby tegen Antwerp (zie foto). Vliegend met de neus vooruit trekt hij de bal met de hiel over zijn hoofd in doel. Coppens zou toen tegen doelman Jos Van Ginderen, afkomstig van Kapellen, geroepen hebben: "Zulke goals maken ze niet op den buiten, hé."

Om zonder beelden een beeld van Rik Coppens te krijgen, is het woord een goed alternatief. Het boek staat vol rake typeringen, opgetekend door waarnemers en journalisten die in de jaren vijftig de hoogdagen van Coppens van op de eerste rij meemaakten. De stijl van Coppens nodigt uit tot poëtische taal met superlatieven. Zeker van de paars-witte pen van Frans Clerck, jarenlang de Beerschot-journalist van Gazet van Antwerpen, maar ook van zoveel andere ooggetuigen.

De voorbeelden liggen voor het rapen: "Wat Rik met een leren bal vermag op een stuk voetbalgrond van een handdoek groot, behoort, zoals men iedere zondag kan vaststellen, tot het geraffineerdste, om niet te zeggen toverachtig volkaraatwerk, dat men op onze grounds zag verrichten", schreef Rik Naessens. Of volgende typering nadat Coppens met de Rode Duivels op 26 februari 1954 de kersverse 'Weltmeister' West-Duitsland met 2-0 had overbluft: "Crochets, demarrages, temporisaties, dribblings, alles met onnavolgbaar lef uitgevoerd, bezorgden de Duitse verdediging die namiddag een inferioriteitscomplex dat vooral Liebrich nooit van zich heeft kunnen afschudden."

Enfant terrible

BIj onze noorderburen wekte Coppens, wanneer hij een begenadigde dag kende zoals in de derby der lage landen in 1957 op de Bosuil, een mengeling van jaloezie en bewondering op. Hans Wolf, Nederlands journalist voor het Algemeen Dagblad, herinnerde zich Coppens in die wedstrijd als volgt: "Rik Coppens, de stormram van Beerschot. Ik geloof dat hij er vier inschopte. Ik ging halfdood die middag. Wat haatte ik die man in grenzeloze bewondering. Wat haatte ik de club die dergelijk monster had voortgebracht." Wolf schreef die gevleugelde zinnen in 1997 in een vurig pleidooi dat de club van Coppens niet failliet mocht gaan. Tevergeefs.

Maar niet iedereen dweepte met Rik Coppens. Ook in België had hij zijn tegenstanders. Coppens droeg ook het stempel van 'enfant terrible', de artiest die het niet altijd nauw nam met de discipline en voor de wedstrijd graag een pintje dronk. De vedette die pronkte met mooie wagens. Er waren journalisten die vonden dat Rik Coppens op het veld tekortschoot als ploegspeler, of wezen op zijn gebrekkige kopspel. "Je was voor of tegen mij, zo simpel was het, en dat gold ook voor de journalisten", vertelt Coppens. "Journalisten vonden het niet erg om mij af en toe eens een pikuur te geven, om mij af te breken. Dat verkocht goed."

Rik Coppens is niet in een boek te vatten, zegt Coppens. Maar zijn levensverhaal is wel genoteerd. Hij vertelt over zijn kinderjaren in de Antwerpse Seefhoek (waar zijn ouders een viswinkel uitbaatten), zijn zorgeloze jeugd, de oorlogsjaren, zijn jonge doorbraak als voetballer bij Beerschot, zijn glorieperiode als Koning van het Kiel, een memorabele trip naar Kongo - "Er zijn toen een hoop Kongoleesjes naar mij genoemd" -, zijn avonturen bij de Rode Duivels, zijn fin de carrière als 'numero dix' bij Olympic Charleroi en Crossing Molenbeek, en zijn minder geslaagde trainerschap. In zijn ziel laat Coppens niet snel kijken, maar over zijn passie voor jazz wil hij wel uitweiden.

Temperament

Enkele columns van Frank Raes smukken het boek literair op. En wat zou een boek over Coppens zonder de beste anekdotes zijn? Zoals het verhaal dat hij ooit in Beringen een bal met de neus over de doellijn duwde, nadat Limburgse fans hem hadden zitten jennen over zijn sterk ontwikkeld reukorgaan. Echt gebeurd volgens Guy Thys, maar Rik Coppens ontkracht de mythe in zijn boek: "Denk je nu echt dat ik in die moor met mijn neus tegen de grond zou liggen?"

Wel zeker gebeurd is Coppens' penaltysaga tegen Standard in 1959. Coppens nam in die match drie penalty's, telkens stuurde hij nationaal doelman Jean Nicolay naar de verkeerde kant, nadat hij nochtans de hoek had aangewezen. En de penalty die Johan Cruijff in 1982 in twee tijden trapte, was niet uniek. De wereldprimeur komt Rik Coppens toe, in België-IJsland in 1958. Coppens ging als voetballer vaak in de clinch met de scheidsrechter; zijn temperament verloor hij niet als trainer. Zo trapte hij als Beerschot-coach, nadat de ref zijn ploeg op Anderlecht had benadeeld, ooit de wedstrijdbal met een geweldige uithaal over de tribune uit het stadion. Misschien een idee voor René Vandereycken.

Het boek wijdt ook een hoofdstuk aan Raymond Braine en Juan Lozano. Geen toeval, met Coppens zijn zij de drie grootste iconen van het Kiel. Braine was een wonderbaarlijke speler in de jaren twintig en dertig. Onder zijn bezieling verzamelde Beerschot het gros van zijn landstitels. Juan Lozano is het Beerschot-godenkind van de jaren zeventig. Beiden zijn van een ander tijdperk dan Coppens, maar hun levensdraden zijn verstrengeld. De jonge Coppens stond na de oorlog nog samen met Braine op het veld in een oefenmatch, en Lozano bloeide open in het eerste elftal onder het trainerschap van Coppens: "Talent zat, die Lozano. Ik herkende iets van mezelf in Lozano, de korte beweging, de man pakken op de korte afstand, de balbeheersing."

Vermaak, niets meer

Met Lozano behaalde Beerschot zijn laatste prijs met de beker van België in 1979. En dat is misschien een lacune in de carrière van Coppens. Zelfs in zijn glorieperiode hielp hij Beerschot aan geen enkele prijs. En in het buitenland heeft Coppens nooit gespeeld - ook al trokken topclubs als Barcelona aan zijn arm. Maar in die tijd had een club alle zeggenschap. Coppens: "Ik heb in mijn hele leven maar één contract getekend, de aansluitingskaart bij Beerschot toen ik tien jaar oud was. Ik had het wel eens willen meemaken, zo'n grote buitenlandse club, maar het is nooit een grote frustratie geweest. Ik ben altijd graag op Beerschot geweest."

Net zoals Coppens er niet zwaar aan tilde dat hij geen enkele prijs pakte. Statistieken, titels: daar was het hem niet om te doen, wel om het publiek te vermaken. "Ik weet alleen dat ik voor Beerschot in totaal 256 goals heb gemaakt. Het klassement interesseerde me maar matig. Als het stadion maar vol zat, en dat was in die jaren geen probleem."

Na het vertrek van Lozano bij Beerschot ging het ras bergaf met de club, het faillissement van Beerschot en stamnummer 13 in 1998 liet Coppens niet onberoerd. "Een drama, maar ik vond dat we blij mochten zijn dat er nog gespeeld zou worden, en dat de naam en de club niet helemaal zouden verdwijnen." En zo is Coppens af en toe dus nog te vinden op GBA. Ook al doet het voetbal op het Kiel hem vaak pijn aan de ogen, in zijn hart blijft Beerschot kloppen: "Ik kan dat niet verklaren. Ik kan de dingen in het algemeen vrij goed relativeren, maar dat geldt blijkbaar niet voor Beerschot. Als het niet goed gaat, maak ik me zorgen. Februari 2005, Beerschot-Cercle Brugge. Ik ben gewoon niet gaan kijken omdat ik wist dat het weer fout zou gaan. Ze moesten winnen en dan gaat het niet. Dat is Beerschot."

Ik, Rik Coppens, een biografie door Karel Michiels en Frank Raes, uitgeverij Houtekiet, 198 pagina's, 19,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234