Donderdag 17/06/2021

Binnenkort misschien echt game over voor Atari

Ooit was Atari bijna een synoniem voor de opkomende videospellenindustrie. Maar dat is dankzij die schamele tien jaar dat het goed ging. Het Franse bedrijf dat ondertussen na verschillende overnames de merknaam draagt, verkeert in een financiële crisis en het icoon dreigt voorgoed te verdwijnen.

Door Ronald Meeus

U associeert Atari wellicht onmiddellijk met Pac-Man, hoewel het bedrijf dat game gewoon onder licentie van producent Namco op de markt bracht voor zijn Atari 2600-console. Wie in de late jaren zeventig of de vroege jaren tachtig dat laatst genoemde beest in zijn huiskamer had staan, herkent wel Atari's spelletjes Asteroids, Breakout of Missile Command als hij ze ziet. Maar kent u Atari van recentere games en franchises als Enter the Matrix, Test Drive en Driver? De namen van de games doen misschien een belletje rinkelen, maar het feit dat de iconische merknaam nog steeds op de doosjes van die titels plakt was u waarschijnlijk volledig ontgaan.

Kortom, u dacht dat Atari allang dood en begraven was. En de kans is reëel dat u binnenkort gelijk hebt. De huidige Franse eigenaar van het icoonmerk, die enkele jaren geleden in essentie zijn eigen naam in Atari heeft veranderd, heeft het financieel en commercieel erg moeilijk: het boekjaar 2007 sloot Atari eind vorige week af met een omzet van 304,5 miljoen euro, een daling van 16 procent ten opzichte van 2006. Vorige zomer nog moest het bedrijf aan beursanalisten toegeven dat het stopzetten van de operaties een reëel scenario is.

Ondertussen staan er ook al wat dingen in de etalage. Het Amerikaanse filiaal van de groep moest onlangs een vijfde van zijn 230 werknemers laten vertrekken en verkocht ook zijn ontwikkelaarsstudio's Paradigm (die het Atarigame Stuntman: Ignition maakte), Shiny Entertainment (de jongens achter het relatief succesvolle Enter the Matrix) en Melbourne (die de PlayStation 2- en PSP-versies van Test Drive Unlimited maakte).

Maar de verontrustendste handeling was wel Atari's recente verkoop van de volledige Driver-franchise aan de Franse concurrent Ubisoft, die voor 25 miljoen euro alle rechten op de serie verwierf, samen met ontwikkelaarsstudio Reflections. Ubisoft maakt ondertussen grote sier met Driver 76, de recentste en (ook door ons - zie de spelrecensies op deze pagina's) kritisch bejubelde aflevering voor de Sony PSP. Terwijl Atari nog maar met een klein aantal franchises overblijft (ze hebben in essentie nog de raceserie Test Drive, de fantasyreeks Neverwinter Nights en de horrorserie Alone in the Dark).

Eind vorige maand nog begon het bedrijf te overwegen zijn eigen 'goodwill', de 'merkwaarde' die het op de beurs heeft, naar beneden te halen. Beurskenners zeggen dat een bedrijf dat vooral doet om zichzelf 'verkoopbaar' te maken. Maar niemand lijkt onmiddellijk geïnteresseerd in een volledige overname van Atari.

"Het hele bedrijf overnemen is niet meer interessant: dat geeft te veel kopzorgen", zegt Yves Guillemot, gedelegeerd bestuurder van de Franse spellenfabrikant Ubisoft. "Maar ze hebben nog een aantal zeer waardevolle franchises op stal, waarin ook wij geïnteresseerd zijn."

Ook de huidige vorm van Atari is al het resultaat van een aaneenschakeling van financiële ellende. Het Atari van nu heet eigenlijk Infogrames, een Franse computerspellenmaker die in 2001 Hasbro Interactive overnam, een afdeling van de Amerikaanse speelgoedgigant. Die had toevallig ook twee gamemerken in de kast liggen: Microprose, dat in de jaren tachtig vooral om zijn vluchtsimulatiegames bekendstond, en Atari.

Infogrames zag meteen het commerciële potentieel van die laatste naam in en begon hetzelfde jaar al zijn belangrijkste nieuwe games uit te brengen onder het Atarimerk. In 2003 herdoopte Infogrames zichzelf in essentie tot Atari: Infogrames is nu een holdingmaatschappij, die een meerderheidsbelang heeft in Atari Europe en Atari Inc., het Europese en Amerikaanse bedrijf dat de echte speluitgever is. Het stuk van beide bedrijven dat geen eigendom is van Infogrames staat respectievelijk op de Nasdaq- en Euronext-beurs.

"Daar heb ik altijd al een dubbel gevoel bij gehad", zegt cultuurwetenschapper Jan Van Looy, die onderzoek voert en doceert over gamecultuur op de gameopleiding aan de Hogeschool West-Vlaanderen in Kortrijk. "Atari is onwaarschijnlijk belangrijk geweest voor de ontwikkeling van games als medium. Maar sinds enkele jaren wordt dat logo gewoon op de doosjes van een andere spellenfabrikant geplakt, die niets met de geschiedenis van het merk te maken heeft, om meer games te verkopen."

Atari werd in 1972 opgestart door de Amerikaan Nolan Bushnell, eerder een seriële ondernemer dan een videospelletjesfan. In 1976, een jaar voordat de eerste 'echte' huiskamerconsole Atari 2600 op de markt kwam, verkocht hij het bedrijf aan de Amerikaanse mediagigant Warner, om er vervolgens in 1979 uit te stappen en onder meer de restaurantketen Chuck E. Cheese op te richten.

Maar in de tussentijd had hij wel een bedrijf uit de grond gestampt dat tegelijkertijd een onwaarschijnlijke resonantie heeft gehad in de videospellenindustrie en een soort zandbak is geweest waarin latere knappe koppen uit de informaticasector hun eerste stappen zetten. Atari is bijvoorbeeld al zo oud dat Steve Jobs en Steve Wozniak er nog een freelancejobje voor deden voordat ze computerfabrikant Apple opstartten. Ze sleutelden samen aan de centrale chip voor het spelletje Breakout, een soort 'vervolg' op Atari's primordiale Pong, waarin het balletje en de balk die het moet doen terugbotsen het ditmaal niet gewoon tegen een andere balk moeten opnemen, maar wel tegen een verzameling steentjes die bij aanraking van het balletje verdwijnen.

De echte succesperiode van Atari, degene waarvoor we ons het merk allemaal herinneren, duurde uiteindelijk hooguit tien jaar. In 1983 kreeg het bedrijf ineens zware concurrentie en bracht het tegelijkertijd een reeks zware flops (zoals een licentiespel gebaseerd op de film E.T.) op de markt: aan het einde van dat jaar kreeg het bedrijf zoveel onverkochte spelcassettes terug van distributeurs dat het miljoenen van die cartouches begroef in de woestenij van de Amerikaanse staat New Mexico. Warner verkocht de noodlijdende afdeling in 1984 aan Jack Tramiel, een ex-werknemer van Atari die ondertussen computermaker Commodore had opgestart en in zijn eigen bedrijf alweer aan de deur was gezet.

Onder Tramiel modderde Atari nog twaalf jaar aan, tot het in 1996 fuseerde met JTS, een Amerikaanse fabrikant van harde schijven. Die verkocht de merknaam en alle rechten twee jaar later aan Hasbro, dat ze een goed jaar later alweer doorverkocht aan huidige eigenaar Infogrames.

Maar als Atari het destijds niet moeilijk had gekregen, dan hadden games er nu heel anders uitgezien. De weinige keren dat originele oprichter Bushnell tegenwoordig nog eens in de media opduikt, is het om een lamento af te steken over de huidige stand van de videospellenindustrie, met een diabolisering van gewelddadige maar tegelijk succesvolle en door critici goed bevonden games als Grand Theft Auto op kop, en zelden nalatend om te poneren dat de PlayStation 'een vergissing' was. Na meer dan dertig jaar hanteert hij nog steeds een heel andere definitie van videogames: een waarin uitsluitend het spelelement domineert.

"Games zijn nu een verhalend medium geworden, maar dat was niet hoe Atari het destijds zag", zegt Van Looy. "Het bedrijf zag videogames als functionele behendigheidsspelletjes: veel van de titels die ze zelf op de markt brachten waren ook sportgames. Pas met de opkomst van Japanse spellenfabrikanten, zoals Nintendo en Namco, zagen we de eerste personages opduiken: Mario en Pac-Man. Daarvoor bestuurde je in Atarigames uitsluitend gezichtloze objecten."

Gamedocent Jan Van Looy:

Atari is onwaarschijnlijk belangrijk geweest voor de ontwikkeling van games. Het zag die echter niet als verhalend medium maar als functionele behendigheidsspelletjes

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234