Maandag 02/08/2021

Wonen

Binnenkijken in een met cortenstaal bekleed arbeidershuisje

Het huis lijkt te clashen met dat van de buren. Toch bevat het alle elementen van het klassieke arbeidershuisje: een dakkapel, schoorsteen, erker en plint.
 Beeld Stijn Poelstra
Het huis lijkt te clashen met dat van de buren. Toch bevat het alle elementen van het klassieke arbeidershuisje: een dakkapel, schoorsteen, erker en plint.Beeld Stijn Poelstra

Achter de brute cortenstalen gevel schuilt een zacht interieur dat volledig werd ontworpen én gebouwd door de bewoners.

Stel, je werkt bijna twintig jaar aan de ­verbouwing van je huis. En als het af is, verkoop je het. Dat overkwam Roland Manders en Hanne Caspersen. “Het was nooit de bedoeling om te verkopen”, vertelt Manders vanuit Hamburg waar hij nu woont. “We ­ontwierpen dit huis volledig op onze maat, onze manier van leven en onze ideeën over ­functionaliteit en wonen. Daarbij maakten we onconventionele keuzes. Nooit dachten we in termen van slimme investeringen of andere bewoners. Maar Hanne is Deens en wilde graag dichter bij haar ouder wordende ouders gaan wonen. Vanuit Utrecht reden we daar bijna een hele dag naartoe, nu twee uur.”

Rolands lievelingsplek in het huis: de onderste treden van de trap, die een soort podium vormen.  ‘Vanaf de straat kan niemand je daar zien zitten.’ In de trap zitten kasten verscholen.
 Beeld Stijn Poelstra
Rolands lievelingsplek in het huis: de onderste treden van de trap, die een soort podium vormen. ‘Vanaf de straat kan niemand je daar zien zitten.’ In de trap zitten kasten verscholen.Beeld Stijn Poelstra
Op het gelijkvloers vind je de keuken met eethoek.  Beeld Stijn Poelstra
Op het gelijkvloers vind je de keuken met eethoek.Beeld Stijn Poelstra
De eerste verdieping herbergt een living met haardvuur, een dakterras en een badkamer met ligbad. 
 Beeld Stijn Poelstra
De eerste verdieping herbergt een living met haardvuur, een dakterras en een badkamer met ligbad.Beeld Stijn Poelstra

Het huis dat Roland en Hanne achterlieten in de Nederlandse stad Utrecht kan je gerust een gesamtkunstwerk noemen. Het interieur ­ontwierpen én bouwden ze helemaal zelf: van de riolering tot de badkamertegels. “Wij zijn geen architecten, wel twee creatieve mensen met duidelijke ideeën over wonen. Tussen 2003 en 2020 werkten we aan het huis, natuurlijk met tussenpozen. En met de hulp van vele vrienden en een aannemer die de houtskeletbouw zette”, aldus Roland. Met zijn bedrijf Staalstudio maakt hij grote en kleine staal­constructies, vaak in opdracht van architecten. Zijn vrouw Hanne werkte twintig jaar voor Philips als ontwerper en trendvoorspeller. “Iets scheppen, is zalig. Maar een huis bouwen, is daarvan de overtreffende trap. Dan heb je écht iets neergezet.”

Geen hal

Roland en Hanne mogen dan geen afgestudeerde architecten zijn, ze zijn gezegend met een bovengemiddelde portie verbeelding en ruimtegevoel. De gevel is 4m60 breed, binnenin is daar nog 4m25 van over omdat ze de zijwanden isoleerden. “Hadden we dat niet gedaan, dan kon je de buren tanden horen poetsen.”

In totaal is het huis slechts 95 m2. Op die beperkte oppervlakte propten ze twee bad­kamers, twee toiletten, een patio, twee terrassen, verschillende zithoekjes, een werkplek en een keuken. Het huis voelt ruimer aan dan het in werkelijkheid is dankzij enkele slimme ­ingrepen. Zo kregen alleen de toiletten deuren, is er geen hal en werden veel zit- en opberg­functies geïntegreerd in de architectuur. Zoals het eikenhouten wandmeubel dat over alle verdiepingen loopt. Dat is tegelijk een constructief element, én het verbergt alle leidingen.

De dakkapel is dicht om inkijk te vermijden. Maar via de bovenzijde valt er toch licht binnen, zodat de slaapkamer baadt in een zachte gloed. Beeld Stijn Poelstra
De dakkapel is dicht om inkijk te vermijden. Maar via de bovenzijde valt er toch licht binnen, zodat de slaapkamer baadt in een zachte gloed.Beeld Stijn Poelstra

Hoe pakten ze als twee autodidacten zo’n groot project aan? Manders: “Toen we begonnen, ­wisten we niet hoe we zouden eindigen. We werkten ­spontaan en stapsgewijs. Als we een nieuw stuk wilden aanpakken, maakten we eerst wat schaalmodellen in papier en tape. Daarna volgde meestal een maquette op ware grootte in triplex. Vervolgens begonnen we er gewoon aan. Soms werkte ons idee niet, zoals bij de trap. Die braken we weer af om een ­bredere ­versie te maken. Ik wilde een trap die méér deed dan je van de ene naar andere verdieping brengen. Nu is het ook een plek om even te zitten. Het ‘podium’ van de onderste treden werd zelfs mijn lievelingsplekje in het huis.”

Toen het koppel het pand in 2003 kocht, was het niet meer dan een overdekte garage. “Het werd in 1908 gebouwd als arbeidershuisje, zoals de rest van de straat”, vertelt Roland. “Jaren later stak de groenteboer er brede deuren in om er zijn paard en kar te stallen. Toen wij het kochten, was het een autowerkplaats, de eigenaar woonde ­erboven. Op de koer achteraan vond ik nog een mestput voor het paard. “De eerste jaren woonden we extreem basic. We maakten een keuken van een oude tafel waarin ik een gat zaagde voor de spoelbak, de kraan was niet meer dan een koperen buis. Veel mensen vroegen ons wanneer we het eindelijk eens gezellig zouden maken. Maar wij hielden wel van die spartaanse inrichting.”

Woonsculptuur

Toch begon het na een aantal jaar te kriebelen om het potentieel van het pand ten volle te benutten. Bijvoorbeeld met een extra verdieping om meer plek te creëren. Het duo was al volop aan het schetsen toen Marnix van der Meer van ­architectenbureau Zecc in beeld kwam. Hij is een goede vriend van Manders en ontwierp in 2010 de ­cortenstalen gevel. “Hanne en ik waren nogal ­fragmentarisch bezig”, vertelt Roland Manders. “Marnix maakte er iets ­consistents van. De gevel lijkt te clashen met die van de buren, maar ­eigenlijk incorporeert hij alle elementen van een klassiek arbeidershuisje, zoals een dakkapel, schoorsteen, erker en plint. Zelfs de diepe, oranjebruine kleur van cortenstaal is ­geïnspireerd op de traditionele baksteen.”

Het materiaal is hem als metaalbewerker op het lijf geschreven. Hij maakte de gevel dan ook helemaal zelf. “Ik hou van de levendigheid van het cortenstaal: het patina evolueert heel mooi”, looft Manders. “En het materiaal maakt van het huis een monoliet. Het wordt een iconisch object.”

Of hij zijn huis mist, is een overbodige vraag. “Ik kijk nog regelmatig naar de foto’s en als ik ­binnenkort in Utrecht ben voor mijn werk, fiets ik zeker eens langs”, biecht hij op. “Toen Hanne in 2019 een job vond in Hamburg bleef ik in Utrecht om het huis af te werken en te verkopen. Eerst vreesden we geen geïnteresseerden te vinden. We konden ons niet voorstellen dat dit huis bij iemand anders zou passen. Maar de mensen die het kochten, zijn zo enthousiast dat ze ons ­regelmatig laten weten hoe graag ze hier wonen.”

Intussen wonen Roland en Hanne in een ­historisch pand in Hamburg. “Met sierlijsten, stucco, paneeldeuren, alles erop en eraan. Het is zelfs beschermd”, aldus Manders. “Veel kunnen we dus niet veranderen, maar toch broeden we op ideeën. We denken onder meer aan kastwanden in staal.”

Over twintig jaar komen we graag eens kijken.

De gevel verraadt de indeling van het huis. Zo is het ‘raam’ op de eerste verdieping dicht, omdat daar de badkamer zit. Achter de blinde dakkapel schuilt de slaapkamer. Beeld Stijn Poelstra
De gevel verraadt de indeling van het huis. Zo is het ‘raam’ op de eerste verdieping dicht, omdat daar de badkamer zit. Achter de blinde dakkapel schuilt de slaapkamer.Beeld Stijn Poelstra
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234