Zaterdag 20/04/2019

Interieur Binnenkijken

Binnenkijken in een hoekpand vol verhalen

Het Antwerpse hoekpand waarin galerist Roger en kunstenares Arpaïs wonen, kraakt en zucht. Van ouderdom, maar ook onder het gewicht van alle boeken en werken die er liggen, staan en hangen.

Toen Arpaïs het hoekpand twintig jaar geleden kocht, was het atelier op het gelijkvloers het eerste dat ze in orde bracht. ‘Het wordt stilaan te klein, maar nee, het naar elders verhuizen is geen optie. Dat moet in huis zijn.’ Beeld Luc Roymans

Op Google Streetview valt de overwoekerde groene gevel meteen op in de voor de rest grijze straat, maar deze tijd van het jaar staat de wilde wingerd nog niet in blad. Het wordt de eerste lente dat hij met een frame ingetoomd wordt. “Er waren momenten dat we niks zagen,” lacht Roger Szmulewicz, “nu hebben we eindelijk een venster met zicht.”

Toen kunstenares Arpaïs Du Bois dit hoekpand twintig jaar geleden kocht, was het een krot. Letterlijk. “Er lag amper een dak op, er zaten geen vensters in. Het stond al sinds eind de jaren zeventig leeg.” Het was het enige moment dat er een architect aan te pas kwam, om zeker te zijn dat een renovatie de moeite was en het huis niet tegen de vlakte moest. Vooral voor de trap hield ze haar hart vast, die vervangen zou enorm veel kosten. Dat bleek gelukkig niet nodig.

“Beneden maakte ik meteen mijn atelier in orde, in wat ooit een winkel moet geweest zijn. Boven installeerde ik een douche en een keukentje, zo heb ik lang gekampeerd. Ik deed veel zelf: vloeren opschuren, deuren afbranden, strippen, hier en daar een gyproc wand zetten. Toen het min of meer klaar was, is Roger op zijn gemak verhuisd”, lacht ze plagerig.

Beeld Luc Roymans

In 1999 opende hij Gallery FIFTY ONE in Antwerpen, een galerie met internationale faam die oorspronkelijk enkel op fotografie, maar intussen ook op werken op papier focust. Hij ­vertegenwoordigt onder meer Saul Leiter, Vivian Maier, Michael Wolf, Harry Gruyaert en Bruno V. Roels. En, sinds een paar jaar, Arpaïs Du Bois. Kunst is niet alleen hun werk, maar ook hun leven.

Het huis in Antwerpen is niet groot, maar wel hoog. Vier etages op elkaar, met centraal de ­houten trap die naar boven krult. Door een haak aan het plafond hangt middendoor een dikke stoffen kabel met daaraan – op ongelijke hoogtes – twee lichtbollen. Rondom in de traphal: ­ontelbare ingekaderde werken lukraak naast en boven elkaar. “Er is niet nagedacht over wat waar hangt”, vertelt Roger. “Gewoon, waar we plaats vinden.” Er hangt vooral kleiner werk, af en toe ook een groter, zoals Stairs van Kerry Skarbakka, een foto van een man die van een trap lijkt te vallen. Een ware nachtmerrie voor mensen met hoogtevrees, zoals bovengetekende.

Nieuwe ontmoetingen

Het huis toont zijn beperkingen, echt grote werken geraken door die draaitrap maar moeilijk naar boven. Roger: “Het werk van Eric Manigaud dat in de keuken staat, kon nergens anders binnen. We hebben gewacht tot er sterke ­vrienden op bezoek waren om hem naar de eerste verdieping te kunnen doorsteken. Daar is hij gestrand. Loodzwaar is die kader, het kan zelfs niet hangen.” Aan de muur hangen veel foto’s, tekeningen en schilderijen van kunstenaars en fotografen met wie Roger al jaren samenwerkt. Uiteraard verzamelt hij dat werk, om hen te ­steunen en vooral: omdat hij het oprecht graag ziet en het emotionele waarde heeft. Hij wijst naar een zwart-witbeeld van componist Igor Stravinsky aan een vleugelpiano. “Fotograaf Arnold Newman stuurde me die twee weken voor zijn overlijden, met een heel mooie,­persoonlijke tekst bij… Ja, alles wat hier hangt ken ik door en door.”

Beeld Luc Roymans

“Ik ruil vaak met mensen die we graag zien en wiens werk we bewonderen”, voegt   Arpaïs toe. “Er hangt geen werk van mij, behalve een in de keuken. Ik geniet enorm van alles wat hier hangt, elke dag kijk ik er op een andere manier naar. Het zijn telkens kleine ontmoetingen, en dat kan enkel met andermans werk. Aan alles hangt een verhaal, hoe ze hier terecht gekomen zijn, waarom we beslisten met een stukje van iemand anders te gaan leven. Schoon toch, ondanks het feit dat je zelf verandert, leef je twintig jaar lang met dezelfde werken. In al die tijd hebben we nog niets weggedaan of verhangen. Er is niets wat we even niet meer nodig hebben.”

Om het verhaal bij elk werk te horen, zou ik hier een week moeten logeren. Ik zou het niet erg vinden, het huis nodigt uit: de krakende ­houten vloeren, de uitpuilende boekenkasten, de warme inrichting. De deuren staan altijd open, van beneden tot boven. Roger: “Ik hoor Arpaïs bezig als ze werkt, niet het tekenen zelf, maar de haardroger die ze gebruikt, of de muziek die speelt. Toen mijn hond er nog was, hoorde ik hem grommen als hij at. Iedereen heeft zijn eigen geluid. En met die oude vloeren hoor je ­natuurlijk elke stap.”

‘Stairs’ van Kerry Skarbakka is een van de grotere werken in de met kaders overladen traphal.  Beeld Luc Roymans

Met meubilair zijn ze niet echt bezig, hier en daar hebben ze wat gesprokkeld, bijzettafeltjes bij haar grootouders, zitjes bij de zijne. Veel staat er niet, maar wat er staat, past wonderlijk goed samen. “Zo veel plaats hebben we niet, hè,” ­verklaart Arpaïs, “het zijn kleine oppervlaktes boven elkaar. De grootste plek is het atelier, maar ook dat wordt stilaan te klein.”

In het groen

Dat atelier elders vestigen, desnoods op wandelafstand, is onmogelijk. Het moet in huis zijn, werk en leven zijn onlosmakelijk verweven. Een trap naar beneden kunnen lopen om iets te ­noteren, voor Arpaïs bestaat er geen andere manier. “Ik heb geen enkele trui die niet onder de verf zit”, lacht ze. “Als het atelier ooit ­verhuist, dan verhuist de rest mee.” Ook voor Roger loopt werk en leven in een. Hij heeft dan wel een bureau in de galerie, thuis werkt hij ­verder, maar daar heeft hij enkel een laptop voor nodig. “Ik ben aan vijf boeken tegelijk bezig, die het komende half jaar verschijnen. De dummy’s heb ik altijd bij me. Ik zou hier geen aparte kamer willen om te werken. Ik kan dat perfect hier in de sofa of aan de keukentafel.”

Op de schouw, onder de schouw, hangend aan of staand tegen de muur, straks is het huis écht vol. Beeld Luc Roymans

Als ze hun hele hebben en houden ooit ­inpakken, dan is het om het ergens in het groen weer uit te pakken. Maar toch ook dicht bij de stad. “Arpaïs haar roots liggen in Zuid-Frankrijk, maar ik heb altijd in de stad gewoond”, vertelt Roger. “Ik heb een idyllisch beeld van op de ­buiten wonen. Thuiskomen in het groen, met je hond. Maar ik ben bang dat ik de stad dan wel nodig zou hebben.”

Terug thuis, schiet me nog iets te binnen. “Wat als het huis vol is?”, sms ik Roger. “Wat als er geen enkel vrij plekje meer op de muur is? Selecteren? Of dan toch maar verhuizen, naar het huis op de buiten, met de hond?” “Lastige vraag”, antwoordt hij. “We denken al een tijdje dat er geen plaats meer is, toch blijven we plek ­vinden. Maar een nieuwe hond is very tempting…” 

Arpaïs Du Bois (45) is ­kunstenares en docente ­tekenen aan Sint-Lucas in Antwerpen.

arpais.com

Roger Szmulewicz (46) is ­eigenaar van de kunst­galerijen Gallery FIFTY ONE en FIFTY ONE TOO in ­Antwerpen en lanceerde vorige jaar 28 Vignon Street, een online, gecureerd kunstplatform.

gallery51.com / 28vignonstreet.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.