Maandag 25/01/2021

Bill Callahan: ode aan de onthaasting in de AB ****

Beeld Alex Vanhee

In 2000 had Bill Callahan al eens in de AB gespeeld, maar daar kon de zanger zich naar eigen zeggen niets meer van herinneren. Geen nood, want de passage van gisteren zal vast wél aan zijn geheugen blijven kleven. En aan dat van iedereen die erbij was.

Vroeger - toen hij zijn platen nog onder de groepsnaam Smog uitbracht - speelde Bill Callahan consequent met de rug naar het publiek. Dat doet de 47-jarige singer/songwriter intussen niet meer, al stond hij gisteravond wel ongebruikelijk ver naar achter op het podium.

Callahan toonde zich in Brussel een man van het understatement. De lichtshow werd tot het absolute minimum beperkt, zijn drie muzikanten werkten de set zittend af, en ook de zanger zelf liet zich niet één keer op een overdreven gebaar betrappen. In plaats daarvan speelde hij érg rudimentair gitaar, werd er meer gemompeld dan gezongen, én toonde Callahan zich met amper vijftien nummers in bijna twee uur niet écht gehaast om terzake te komen. Op papier lijkt het een nachtmerrie, maar in praktijk werkte het wonderwel.

Minder zwaarmoedig
Met 'Dream River', zijn vierde plaat, bereikte Callahan plots een breder publiek dan hij ooit eerder had gehad. Niet zozeer omdat die een drastische koerswijziging inhield, al was de toon toch een tikje minder zwaarmoedig dan we de voorbije decennia van hem gewend waren geraakt. En toch: in Brussel dook Callahan opvallend vaak de diepte in.

Opener 'The Sing' zette meteen de bakens uit: gitarist Matt Kenzie vulde de leegtes, en Adam Jones roffelde discreet met borstels op zijn minimalistische drumstel. 'Javelin Unlanding' dreef het tempo even op - je had het met wat goede wil zelfs luchtig kunnen noemen - maar dat bleek een afleidingsmanoeuvre, want bijna twee uur slenterde de set op een ingetogen tempo verder.

'America' kreeg een uitgesponnen versie mee, waarin Kenzie zijn aan Neil Young schatplichtig gitaarspel de vrije loop mocht laten, en Callahan zelf de mondharmonica aanblies. 'One Fine Morning' getuigde van een haast spartaanse schoonheid en leunde bijna tegen blanke gospel aan.

Door merg en been
Het publiek verviel intussen in beate bewondering, en stak de 'oeh's' en 'aah's' niet onder stoelen of banken. Gek, want al bij al klonken de songs heel schetsmatig. Alleen waren het bedrieglijk sterke composities. Neem 'Dress Sexy At My Funeral', een Smog-classic die letterlijk door merg en been ging en ter plekke door een hele nieuwe generatie fans (her)ontdekt werd.

Er was ook plaats voor covers. 'Please Send Me Someone To Love' - een bluesballad van Percy Mayfield - werd door Callahan ingekleurd met een handvol dissonante akkoorden, maar geen nood: zowel 'Seagull' als 'Winer Road' waren ijzingwekkende songs die het concert willens nillens naar een apotheose loodsten. Eén toegift kon er nog vanaf, het als verzoek gespeelde 'Rock Bottom Riser'.

Eerlijk: de set had geen vijf minuten langer moeten duren, maar die ene uitsmijter vormde zeker een verrijking. Fijn ook om vast te stellen dat een mediaschuw artiest met zo'n eigenzinnig repertoire toch moeiteloos een zaal als de AB kon vullen. Hij mag eens vaker langskomen.

Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234