Dinsdag 10/12/2019

Bijna wekelijks speelt Georges Leekens tegen een ex-club: zo komt zondagavond oude liefde Club Brugge op bezoek in Lokeren

Ik begin nu toch stilaan mijn vak te leren

In mei volgend jaar wordt Georges Leekens zestig jaar. Een dikke maand later begint hij aan zijn vijfentwintigste seizoen als trainer. Met de jaren is Leekens minder dictator geworden. 'Georgescu' is niet meer.

Door Jan-Pieter de Vlieger en Hans Vandeweghe

Een 'grumpy old man' wil hij niet worden, liever blijft hij de eeuwige student. Voetbal is de passie, met af en toe een levenslesje tussendoor.

Een pertinente vraag: zit Georges Leekens op zijn plaats bij Sporting Lokeren?

Georges Leekens: "Ik heb ervoor gekozen, dus zit ik op mijn plaats. Ik weet: met Lokeren zal ik geen Champions League spelen. Lokeren kan in het beste geval een soort Westerlo worden. En toch is de Champions League nog steeds mijn ambitie. Maar mijn manier van denken is veranderd. Vroeger dacht ik meteen al aan de volgende stap. Nu niet meer. Ik wil nu een project. Ik probeer ergens er het maximum uit te halen.

"Ik wil nog altijd succes, maar dan succes op mijn manier. Maximaal rendement. We spelen niet hoog, dat is waar. Maar we moeten spelen volgens onze kwaliteiten. Olivier Doll loopt de honderd meter in drie dagen. Dan moet je geen ruimte in de rug laten. Echt waar: wat ik nu doe bij Lokeren, dat vind ik het beste wat ik ooit in mijn carrière heb gedaan. Maar dat verkoop je niet hé. Tegen Bergen speelden we 0-0, ik zei tegen mijn vriend Roger Lambrecht: 'We zijn goed bezig'. Na een 0-0 tegen Bergen. (lacht)"

Blijkbaar is Lokeren, de ploeg van 0-0, niet te 'low-profile' voor jou.

"Ik kan me tamelijk makkelijk aanpassen. Aan het niveau van de spelers en de entourage waar ik ben. Sommige mensen kunnen dat, anderen niet. Ik zie Cruijff niet functioneren bij Lokeren. Zelfs niet bij Groningen. Hij past alleen bij een echte topclub. Ik niet.

"Lokeren is niet de gemakkelijkste club. Als je ziet wie hier de laatste jaren is gepasseerd: Anthuenis, Jacobs, Van der Elst... Dat zijn niet de minste namen. Ik ken Roger Lambrechts nu zeer goed. Het is door hem dat Lokeren nog bestaat, maar hij is ook een zakenman natuurlijk."

Heb je geen probleem met Sporting Lokeren als etalage? Inkoop en verkoop als bestaansreden van de club?

"Dat is bij Gent toch net hetzelfde? Ik ga ervan uit dat er spelers zullen vertrekken. Maar als er eentje weggaat, dan wil ik dat er ook geïnvesteerd wordt. Dat is het goeie aan het huidige systeem van de tv-gelden. De rijken worden rijker, maar als jij een goeie speler kunt creëren, dan zullen de grote ploegen die sneller weg plukken. Zo zit je in een goeie cirkel. Anderzijds mag het niet de bedoeling zijn dat wij onze beste speler, João Carlos, verkopen aan Genk. Dat betekent dat wij te weinig hebben gevraagd, of dat Genk iets te veel heeft betaald."

Als het import/exportbeleid jouw opstelling gaat bepalen is het verhaal anders. Is er nooit druk om een speler wel of niet op te stellen?

"Je weet dat ik dat nooit toelaat. Ik kan daar niet tegen. Ik heb dat al bewezen bij clubs. Dat hoort niet. Je moet als trainer je waardigheid hebben.

"Ik heb helemaal geen percentage op de meerwaarde van een speler bij een verkoop. Absoluut niet."

Goudhaantje Maazou vertrekt straks ongetwijfeld. Hoe goed is hij?

"Ik heb hem al gezegd: ik ga jou beoordelen in de periode dat je niet scoort. Dan zal ik zien hoe sterk je mentaal bent. Het gevaar bestaat dat hij dan dingen gaat doen die niet stroken met zijn kwaliteiten: acties maken, spelers proberen te dribbelen. Dat kan hij nu nog niet. Hij heeft ruimte nodig. Dat zie ik in kleine wedstrijdjes op training. Maar in België zijn we echt specialist in het benadrukken van wat slecht is. Neem zijn linkervoet: iedereen spreekt daar nu over. Ik zou hem daar zwaar op kunnen laten trainen, maar dan zorg je voor frustraties bij die speler. Geef hem honderd ballen voor zijn linker en hij schopt er honderdentwee naast, precies omdat hij er zo op gefocust is. Het positieve verhaal: Hij is snel, explosief, kan koppen. En hij heeft een grote progressiemarge."

Hoe kun je die inschatten?

"Voetbaltechnisch is hij niet beter dan de rest van de groep. En ook atletisch vermogen is maar een deel van het verhaal. Voor mij telt vooral het mentale: hij stelt veel vragen, wil graag beter worden. Hij heeft honger. De manier waarop hij kritisch blijft voor zijn eigen wedstrijden, dat zegt veel. Autokritiek is the breakfast of the champion. Ik werk nogal graag met slimme spelers."

Zijn we in België niet te veel fan van meegaande jongens en te weinig van echt goeie voetballers? Francesco Totti zal ook wel een moeilijke puber geweest zijn.

"Ja, dat is juist. Je mag niet catalogeren. Dat is een domme, dat is een slimme, dat is zo'n iemand... Misschien kan een speler het gewoon nóg niet. Amokachi was niet de slimste en we zijn met hem aan de slag gegaan. Juiste tactische keuzes, goeie loopbewegingen, je kunt dat een speler wel bijbrengen.

"En om op je vraag te antwoorden: ik heb met moeilijke jongens gewerkt. Stoica was zogezegd een moeilijk karakter. Ik vond dat niet. Ja, je moest hem op een bepaalde manier aanpakken, maar hij was de eerste die toekwam op de club en de laatste die wegging."

Waarom ziet Georges Leekens het wel in Boussoufa, wel in Maazou, maar niet in pakweg Bryan Ruiz?

"Ik heb altijd gezegd dat ik Ruiz een topvoetballer vind. Maar hij had een aanpassingsperiode nodig. Ik kon met hem niet eens praten. Mijn Spaans: dos cervezas, por favor. Zo is het onmogelijk om een speler iets bij te brengen. Als ik niet in hem zou geloven omdat ik hem zes maanden niet opstelde, dan zou ik ook niet in Bwalya Kalusha geloofd hebben. En dat is de beste Afrikaanse voetballer waar ik ooit mee gewerkt heb.

"We staan te weinig stil bij de problemen van de buitenlander. Waar zijn ze nu mee bezig: 'Wanneer valt het verlof, wanneer kan ik terugreizen?' Ik was zelf niet anders. Maazou ziet voor het eerst sneeuw tegen Germinal Beerschot. 'Trainer, wat is dat koud.' Vanmorgen komt hij aan op de club: het is ijskoud. Ik neem hem dan apart: 'Kijk je hebt wel een hoge coll, maar je hebt geen jas aan.' Eigenlijk is het een wonder wat hij nu al doet. Je mag niet vergeten dat zijn wereld nu is veranderd: zijn familiale kring in Niger is ontzettend gegroeid, makelaars aan de telefoon met nettolonen die je alleen in de kranten kunt lezen. We moeten zo'n mannen een omkadering geven. En dan gaat het niet over een appartement, een tv en een gsm."

Is het daarom dat jij een Balkantrainer wordt genoemd? Omdat die jongens zich wel makkelijk aanpassen?

"Ik voel ze wel goed aan. Ik kan hun mentaliteit goed inschatten. Zo'n Dario Smoje: sierlijke voetballer, geweldige présence. Het zijn fiere mensen, ze leven ook goed. Je moet ze dat gunnen. Carevic bij ons heeft dat ook. Ook zo'n mooie jongen."

Veel spelers dragen je op handen. Ontstaat die band spontaan of ga je er bewust naar op zoek?

"Je probeert natuurlijk ergens een emotionele snaar te raken. Dat lukt niet als je alleen praat over wat er speelt op het trainingsveld. Je gaat op zoek naar dingen binnen de privésfeer. Een speler moet daar natuurlijk wel voor open staan. Ik heb veel spelers gebracht, dat is waar. En wees gerust, in het begin van mijn carrière heb ik ook spelers kapot gemaakt. Iedereen moest een winnaar zijn zoals ik. Ik was te kritisch. Maar zo zit het niet in elkaar. Nu weet ik beter. Ik begin stilaan mijn vak te leren. (lacht)"

Je heette toen 'Georgescu'.

"Ja, ik was een beetje dictatoriaal. Ik trok een lijn en die moest iedereen volgen. Nu laat ik meer ruimte. Er zijn nu twee lijnen. Spelers mogen zich daartussen bewegen. Je moet spelers de ruimte laten om zich te ontwikkelen. Ik aanvaardde vroeger geen slechte periodes, ook niet van mezelf. Ik was ballenoppomper, trainer, mediaverantwoordelijke en technisch directeur. En ik wilde daarnaast ook graag het Belgisch voetbal veranderen. In mijn relaties met de pers ook: als trainer van de Rode Duivels heb ik dingen gezegd waarvan ik nu zeg: 'George, kieken dat ge zijt. Eén journalist stelde een vraag die niet in mijn kraam paste en ik liep erin. Ik gaf een hele persconferentie in het Nederlands. 'Et pour les Wallons la même chose' Boenk gedaan. Ik was vroeger nogal reactionair daarin. Ik vond dat ik de club moest verdedigen of dat ik mezelf moest verdedigen. Ik dacht altijd dat iemand die kritisch was, ook tegen mij was. Dat is niet per se zo. Tegenwoordig is het zelfs omgekeerd. Onlangs ging ik naar de Zevende Dag, ik kreeg daar zoveel lof dat ik er rode kaken van kreeg."

Oké. Tijd dan voor kritiek. Je vertrek bij Gent was desastreus voor je imago. Leekens breekt zijn woord, Leekens bedriegt de boel.

"Ik was blij dat er zoveel reacties waren. Dat bewijst dat ik iets betekent heb. Het tegendeel zou ik vervelender gevonden hebben. Ja, er is veel gezegd. Maar ik ken de waarheid en dat is nog iets anders. Wij hebben drie jaar samengewerkt en volgens mij hebben we het maximum eruit gehaald."

Het ging niet over 'Leekens, de trainer', wel over de persoon Leekens.

"Het wordt altijd persoonlijk gespeeld. Ik was zogezegd op mijn luie kont gaan zitten in Gent. We waren al twee seizoenen vierde geworden en stonden plots achtste. De Witte zei: 'Ik heb Leekens niet gehaald om achtste te staan.' Ik antwoordde: 'Ik ben ook niet gekomen om achtste te staan.' Dat vind ik het beste antwoord dat ik ooit gegeven heb."

Nog meer kritiek: het recept Leekens is beperkt houdbaar. Langer dan drie jaar werkt het niet, tenzij de spelers veranderen. Akkoord?

Integendeel: spelers willen graag bij Leekens blijven. Omdat ik een hechte groep smeed. Ik zelf zoek altijd een andere uitdaging. Vaak om een futiliteit. Met Nolle Hendriks bij Roda JC: ruzie om een scoutingsopdracht. Bij Anderlecht had ik een aanvaring met Phillipe Collin om een juniorenwedstrijd die niet op het oefenveld van het eerste elftal mocht doorgaan. Een kleinigheid die we pas jaren later hebben bijgelegd."

Opvallend: je staat 24 jaar in het vak en hebt opvallend weinig vijanden.

"Ik leef niet graag met vijanden. Ik heb het met Enzo Scifo ook bijgelegd. Als ik een vijand heb, dan probeer ik dat op te lossen, ja. Voor de korte tijd dat we hier zijn... Met Enzo heb ik het lange tijd proberen bij te leggen. Pas vorig jaar is dat gelukt. Door omstandigheden. Omdat er toen een emotionele aanleiding was: 'Enzo jij hebt je broer verloren, ik heb ook...' Zo worden dingen bespreekbaar. 'Is dat allemaal nog de moeite waard?' Dingen plaatsen in het leven is niet makkelijk."

Je schijnt er nochtans een kei in te zijn. Je zou nog steeds een soort studentikoze onbevangenheid hebben.

"Ik probeer een postieve attitude mee te geven aan de mensen met wie ik werk. Ik heb soms ook een slechte dag: dan zeg ik tegen mijn assistent: 'Freddy, vandaag neem jij het over. Ik heb het vandaag niet in me, ik krijg het niet overgebracht.' Mijn mindere dag mag geen mindere dag zijn voor de ploeg.

"Ik heb ook mijn slagen gehad. Maar je probeert daar onderuit te geraken. Anders wordt vijftig kilo honderd kilo. En dan ga je kopje onder. Ik probeer altijd boven water te blijven. Daar krijg je zuurstof. Het zijn altijd dezelfde mensen die geluk hebben. Zogezegd. Ik geloof daar niet in. Kijk: ik heb altijd een parkeerplaats. Ik sta hier recht voor de deur. En was die er niet, dan had ik er tien meter verder wel eentje gevonden. En zelfs als het niet lukt, dan maak ik daar ook geen probleem van. Want het gevoel is al anders.

"Ik heb er een hekel aan als mensen negatief zijn. Dan begin ik over iets anders. Copa flatert tegen Moeskroen. Hij komt dan naar mij. 'Ik heb de bal gelost'. Een heel verhaal. Ik antwoord: 'Ja en dan? Tegen Anderlecht heb je de drie punten gepakt.' Het is zoals met de auto rijden. Als je verkrampt rijdt, dan bega je accidenten.

"Ik was zo als student: erdoor zijn was het enige dat me interesseerde. ik probeer die frisheid in mijn ideeën te houden. In mijn eerste licentie kon ik naar Anderlecht. Toen had ik wel het karakter om mijn opleiding af te maken. Dat is ook wat ik tegen Nicolas Lombaerts heb gezegd: op een dag belde hij me. 'Trainer, ik zit met een probleem, ik heb hier een serieus contractvoorstel gekregen.' Toen ik het bedrag hoorde zei ik: 'Onmiddellijk tekenen. Proficiat, maar wel je studies afmaken."

Wouter Vrancken vertelde: 'Leekens staat heel graag ìn de groep. Hij hoeft er niet per se boven te staan.'

"Bij Gent hadden we een fantastische bende. Om de veertien dagen gingen we eten. Allemaal fantastische kerels: Foley, Lombaerts, Pavlovic die nooit iets zei. Later dan Olufade. Jonge mensen in studentenstad Gent. Je moet daar dan niet als een kloekhen bijzitten. Je gaat mee. En om tien uur zei ik: 'Freddy, ik heb precies wat hoofdpijn, zijn we weg?' En daarna amuseerden die gasten zich."

Ben je nog mee met de jeugd?

"Dat moet je zijn. Je moet weten hoe zij in elkaar zitten. Hoe ze gaan reageren op wat je zegt. Dat wil niet zeggen dat je moet denken dat je nog twintig jaar bent, daar gaat het niet om. Maar iPhone en iPod, ik ken het verschil. Als je je aan die zaken gaat storen, dan houdt het op. Het voetbal is sowieso veranderd. Het is veel meer een commercieel gebeuren geworden. Als een speler zes maanden op de bank zit, dan heeft dat financiële gevolgen. het zijn allemaal kleine bvba'tjes geworden. Maar ik stoor me daar niet per se aan."

Ben je bang om oud te worden?

"Er zijn zoveel dingen die ik nog kan doen. Ik zit vol ideeën: ik kan naar het management gaan, boeken schrijven over het mentale aspect van de voetballer. Ik zou graag een aantal analyses maken over Mourinho, over Van Gaal, Hiddink... Welke types zijn het, hoe denken ze... Ik denk dat ik tijd te kort ga komen."

Kun je je voorstellen dat Georges Leekens op een dag niet meer meetelt?

"Neen. Ik wil de eerste zijn, ik wil de mooiste zijn. Alleen je goed voelen in je vel telt echt. Misschien tel ik morgen niet meer mee. Wat is dan het probleem? Meetellen voor jezelf of meetellen voor de buitenwereld? Je ziet dat ik nu ook bewust een aantal dingen terugschroef. Je ziet me niet veel meer op tv. Af en toe praat ik nog wel eens, maar vroeger zag je me om de twee weken. Dat had ik voor mezelf ook niet nodig. Maar ik heb wel een soort zelfgenoegzaamheid. Ik wil respect voor wat ik doe. Ik ben een fiere gieter, hé. Mijn drive is die van iemand die vandaag pas trainer is geworden. Ik ben bang van mezelf."

Lokeren kan in het beste geval een soort Westerlo worden. En toch is de Champions League nog steeds mijn ambitie

Wat ik nu doe bij Lokeren, vind ik het beste wat ik ooit in mijn carrière heb gedaan. Maar dat verkoop je niet hé

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234