Maandag 17/06/2019
De helft van de wildebijensoorten gaat erop achteruit of is bedreigd.

Biodiversiteit

Bijna te laat: waarom laat Europa dit levensbelangrijke diertje uitsterven?

De helft van de wildebijensoorten gaat erop achteruit of is bedreigd. Beeld Getty Images/500px Prime

Al zes jaar probeert Europa regels op te leggen over welke pesticiden onze bijen nog moeten verduren. Vandaag zitten experts nog maar eens samen om dit te bespreken, maar de kans dat er een oplossing uit de kast komt, is klein. En geen kat weet waarom: een uitleg geven ze niet.

Eén miljoen handtekeningen om de bijen te redden. Daarmee hoopte een burgerinitiatief de Europese Commissie aan te zetten tot actie, of tenminste te verantwoorden waarom ze dat niet doet. Want de tijd dringt: vandaag gaat de helft van de wildebijensoorten erop achteruit of is met uitsterven bedreigd. Vooral Nederland en België scoren slecht. Er staan te weinig bloemen op onze velden waarvan ze kunnen eten, ze worden belaagd door parasieten en dan zitten er nog eens resten van allerhande pesticiden in onze planten. 

“De wilde bijen gaan niet meteen dood van bestrijdingsmiddelen”, zegt bioloog Olivier Honnay (KU Leuven), “maar door bepaalde pesticiden lijden ze wel geheugenverlies of neemt hun oriëntatievermogen af. Dan vinden ze uiteindelijk hun voedsel niet terug, waardoor ze kunnen sterven.” En minder bijen betekent ook minder bestuiving, waardoor onder meer fruitbomen, aardbeien en bloemen in de problemen komen.

Alleen: het probleem is verre van nieuw. Al jaren wordt er actie ondernomen, zonder veel resultaat. Het bevoegde Europese comité zit vandaag voor de zoveelste keer samen om te bespreken welke pesticiden de bijen kunnen schaden. Maar zeker de helft van de lidstaten ligt dwars om daarover testcriteria op te stellen, dus gebeurt er voorlopig niets.

Om de bij te redden, haalde Europa vorig jaar al drie pesticiden permanent van de markt: de zogenaamde neonicotinoïden, die het geheugen van de bij aantasten. Maar behalve die drie zijn er nog tal van pesticiden niet getest, zegt Franziska Achterberg, voedselexperte bij Greenpeace Europe. “De Commissie zegt ‘kijk eens hoeveel regels wij hebben om de bijen te beschermen’, maar we als de andere pesticiden niet op dezelfde systematische manier testen, doen we in feite niets.”

Hoe die risico’s voor de bijen gemeten horen te worden, is al sinds 2013 vastgelegd. Het Bee Guidance-document van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid benoemde toen de acute risico’s (gaan de bijen dood als ze een besproeide plant aanraken?) en de chronische (gaan ze wat later dood of leiden ze geheugenverlies?). Zes jaar later is dat richtsnoer nog altijd niet van kracht, want enkele lidstaten liggen dwars. Welke? Dat is niet publiek. Waarom precies? Dat wordt niet uitgelegd.

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik vind niet dat het aan mij is om bekend te maken wat de Commissie klaarblijkelijk als vertrouwelijke informatie beschouwt”, zegt ook de Belgische vertegenwoordiger in het comité, Herman Fontier van de FOD Volksgezondheid. Ons land zou de huidige criteria wel aanvaarden. Die zijn inmiddels al ernstig afgezwakt in vergelijking met het oorspronkelijke richtsnoer uit 2013. Enkel de acute sterfterisico’s moeten nog gemeten worden en dan vooral voor honingbijen, niet de wilde bijen. “De criteria zijn herschreven. Wat de industrie wilde, is al aan de gang”, zegt Achterberg.

Gesloten deuren

De kritiek op de besloten comités in de Commissie is dat lobbyisten er vrij spel krijgen. “Die comités zijn een handig middel om de regels tegen te houden, want de lidstaten moeten er niet uitkomen voor de invloed van bepaalde lobby’s”, zegt professor Europese politiek Hendrik Vos (UGent). “Eigenlijk is het een schande dat dit nog zo afgesloten is.” Het Europees Parlement vraagt al langer transparantie over de tafelgesprekken van dit expertenpanel. Europees Ombudsman Emily O’Reilly liet vorige week nog verstaan dat het eigenlijk onwettig is dat de posities van elke lidstaat geheim zijn, want het gaat om milieuwetgeving.

Bij de FOD Volksgezondheid zeggen ze dat ons land aanstuurt op meer ambitie in de Europese richtlijnen, maar diensthoofd gewasbeschermingsmiddelen Maarten Trybou wil redelijk zijn: “Sommige criteria zijn technisch gewoon nog niet mogelijk omdat er geen testmethode voor bestaat. Wilde bijen die we bijvoorbeeld nog niet kunnen kweken, daar kunnen we ook geen laboratoriumtesten op uitvoeren. In mijn ogen zijn de fabrikanten van goede wil, maar het is een complex dossier: de ene studie zegt dit, de andere dat. Het is begrijpelijk dat de industrie wil weten of hun onderzoeken gaan renderen, vooraleer ze erin investeren.”

Nederland ligt alvast wel dwars, werd begin april duidelijk. Ook het Verenigd Koninkrijk zou niet rouwig zijn om zwakkere criteria. België zal het huidige (afgezwakte) voorstel wel aanvaarden. Minister van landbouw Denis Ducarme (MR) laat weten dat ons land nu eigen richtlijnen heeft opgesteld, in afwachting van Europese regels. Vanaf dit jaar moeten fabrikanten die een pesticide op de Belgische markt willen brengen ook de chronische risico’s testen voor wilde bijen en hommels.

Honnay noemt een verbod op pesticiden hoe dan ook onvoldoende om de bijen meteen terug te brengen. Hij pleit vooral voor meer natuurgebied in Vlaanderen. “De grootste oorzaak van de bijensterfte is het gebrek aan goede planten om te fourageren. We kunnen akkerlanden inzaaien met bloemen of wegbermen en tuinen laten verwilderen.” Kunnen de hobby-imkers een handje helpen? “De sterfte van de honingbij geraakt nu wel onder controle. Het is vooral de wilde bij die het moeilijk heeft. Ik zie niet in hoe al die stadsimkers zouden helpen om de biodiversiteit te bewaren.”

Dat precies de wilde bij uit het nieuwe Europese voorstel valt, klinkt weinig bevorderlijk. De beslissende stemming komt alvast niet vandaag. Op welke termijn er dan wel iets beslist wordt, is niet bekend.

Twee imkers aan het woord:

Leo Van Malderen is al dertig jaar imker in Wolvertem

‘De bij is het begin van de ketting’, zegt Leo Van Malderen. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Bijen zijn als een huisdier, die hebben echt zorg nodig. Je moet erover waken dat ze constant eten hebben, dus moet je de kasten verplaatsen en de bloemen volgen. Gewoon een kast in je tuin plaatsen is niet genoeg. Er staan kasten van mij in de plantentuin in Meise, in Walcours nabij Charleroi, en in juli staan ze in Houthalen-Helchteren. Ja, ik doe mijn kilometers wel. Maar je krijgt er veel van terug. Imkeren is de natuur volgen. Je leeft mee met het weer en de bloemen.

“De laatste dertig jaar is er veel veranderd. Er zijn parasieten zoals de varroamijt gekomen, en de Aziatische hoornaar kan volledige kasten uitmoorden. De pesticiden in de landbouw spelen ook een rol. Wanneer het droog is, likken bijen de dauwdruppels van de planten. Als die planten zijn besproeid, kunnen die pesticiden de bijen desoriënteren. Maar een bij overleeft niet op haar eentje. Als ze haar kast niet terugvindt, is ze twee dagen later dood.

“Vroeger telde ik massaal veel bijen in mijn kasten aan het begin van de lente. Nu zijn dat er zeker een derde minder. Dan denk je: ‘Tiens, de koningin is gezond en legt evenveel eitjes, waaraan ligt het dan?’ Misschien moet de politiek de imkers zelf wat meer aan het woord laten. Wij zien al vijftien jaar lang dat de bijenkasten ontvolken. Maar het is moeilijk te bewijzen vanwaar dat komt. Zelfs wetenschappers kunnen schaakmat gezet worden door die multinationals.

“Ik vraag me vooral af of het wel nodig is dat we al die sproeistoffen gebruiken. In Roemenië zag ik nog klaprozen en korenbloemen tussen de granenvelden staan. Ik kan me niet voorstellen dat dat zoveel zal schelen in de opbrengst. En bloemen geven zoveel terug aan de natuur. Als er geen bestuiving is, krijg je ook geen noten, geen zaden, geen bessen. Dat is nu net het voedsel van heel veel dieren. De bij zit aan het begin van de ketting.”

Johan De Vleeshouwer is stadsimker in Mechelen

Johan De Vleeshouwer: ‘Er moet gewoon iets gebeuren’ Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik ben beginnen imkeren omdat ik iets wou doen aan het onevenwicht tussen de mens en de natuur. De precaire toestand van de bij is een sprekend voorbeeld van hoe de mens de natuur uitbuit. In de Vlaamse landbouwwoestijnen, zoals ik ze noem, is er veel te weinig voedsel voor insecten. De velden zijn monoculturen, die maar een paar weken per jaar bloeien. En als een boer zijn akker omploegt, komt er amper nog leven uit de grond, omdat er zoveel gespoten wordt. Bijen in kasten naast maïsvelden, die zien we jaar na jaar sterven.

“Onze kasten in Mechelen doen het veel beter. Wij moeten de kasten zelfs niet verplaatsen, want er zijn het hele jaar door genoeg bloemen te vinden in de stadstuintjes en op terrassen. Ik denk niet dat de honingbij de wilde bij zal verdringen. Een wilde bij zoekt eten binnen een straal van tweehonderd meter rond zijn nest. Een honingbij gaat veel verder vliegen. Jij mag nog zo’n prachtig bloembedje aanleggen, als er een kilometer verderop twintig fruitbomen in bloei staan, dan zal de honingbij de massa verkiezen.

“Dat is ook wat mij zo aantrok in imkeren. Bijen zijn echt super-organismen. Als ik de kast opendoe, kan ik me blijven verbazen hoe goed georganiseerd ze zijn. Elke bij heeft haar eigen taak, dat is ongelooflijk.”

“Er moet gewoon iets gebeuren, liefst op Europees vlak. Natuurlijk zijn er altijd studies die het tegendeel proberen te bewijzen, maar als imker zien we duidelijk dat er veel minder bijen zijn dan vroeger. Die pesticiden hebben niet alleen effect op de bijen, ook op de vlinders en de vogels. En uiteindelijk ook op de volksgezondheid, want wij eten die producten ook op.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden