Dinsdag 16/07/2019

Gezondheidszorg

Bijna alle huisartsen schrijven zichzelf geneesmiddelen voor

Beeld Levi Jacobs

Maagzuurremmers, slaappillen, pijnmedicatie. Uit een eerste Vlaams onderzoek bij driehonderd huisartsen blijkt dat een groot deel zichzelf allerlei soorten geneesmiddelen voorschrijft. En dat is niet zonder risico.

Huisartsen in ons land mogen hun eigen voorschriften opstellen. Hoe vaak doen ze dat? Welke medicatie nemen ze dan? Vanaf wanneer zorgt dat voor problemen? Omdat op deze vragen nooit eerder een Vlaams antwoord werd geformuleerd, besloten Ruth Debeuckelaere, huisarts in opleiding aan de Universiteit Gent, en professoren Hilde Bastiaens en Kris Van den Broeck (UAntwerpen) vorig jaar een verkennend onderzoek te starten. Hun vragenlijst werd door iets minder dan driehonderd artsen ingevuld.

Het resultaat sluit aan bij wat internationale studies aantonen: quasi elke arts schrijft zichzelf geneesmiddelen voor. 88,7 procent van de huisartsen die Debeuckelaere bevroeg, gaf aan dat ze in het afgelopen jaar minstens een keer met een eigen voorschrift naar de apotheek trokken.

Het vaakst haalden ze daar gastro-intestinaal actieve medicatie. Denk aan: maagzuurremmers, Imodium en Motilium. Maar ook melatonine, een middel dat bij slapeloosheid wordt gebruikt, en pijnstillende en ontstekingsremmende medicatie, zoals paracetamol en ibuprofen, schreven huisartsen regelmatig aan zichzelf voor.

De mate van zelfmedicatie heeft volgens het onderzoek weinig te maken met de leeftijd of het hebben van een solo- of groepspraktijk. Vooral een hoge werkbelasting lijkt een rol te spelen. De artsen die zichzelf behandelden bleken over het algemeen meer uren te kloppen en meer patiënten te zien.

Verslavingsproblemen

Problematisch gebruik merkte Debeuckelaere niet op. Toch is ze ongerust. “De meeste huisartsen die ik uitgebreider kon interviewen, gaven aan dat ze zelfmedicatie niet als een probleem zagen. Nochtans is jezelf behandelen niet zonder risico. Je kan zaken over het hoofd zien en daardoor een foute of laattijdige diagnose stellen.”

Debeuckelaere wijst naar de over- of onderbehandeling die kan volgen. “Te veel of te weinig medicatie kan een verslaving, maar ook een ernstige complicatie van een ziekte in de hand werken.” Ook voor de patiënten zijn er indirecte gevolgen mogelijk. “Want het professioneel functioneren van een arts kan door zelfmedicatie worden aangetast.”

De Orde der Artsen is zich bewust van de mogelijke problemen die zelfmedicatie met zich meebrengt. Het wijst in dat licht naar de oprichting van Arts in nood. Bij dat onafhankelijk meldpunt kunnen artsen professionele hulp vragen voor psychologische problemen.

“In de nieuwe Code zullen we bewust aandacht schenken aan zelfmedicatie”, zegt ondervoorzitter Michel Deneyer. Volgens hem zal er heel binnenkort een passage hierover worden toegevoegd. “Zelfmedicatie kan gerechtvaardigd worden voor eenvoudige en goedaardige aandoeningen, maar wordt bij uitputting of een verslechtering van de algemene toestand afgeraden”, citeert hij.

Beeld ANP XTRA

Vraag is of artsen voldoende beschermd zijn met zo’n toevoeging aan de Code. Zou het niet beter zijn om de zelfmedicatie volledig of gedeeltelijk aan banden te leggen?

De Orde noemt zichzelf geen voorstander van zo’n verbod. Onderzoekster Debeuckelaere vindt dat het instellen van restricties eerst onderzocht moet worden. “Het zou vooral goed zijn als zelfmedicatie en zelfzorg bij opleidingen en bijscholingen in tussentijd structureel aandacht krijgen”, vindt zij.

Verplicht naar de huisarts?

De boodschap, dat huisartsen ook zelf naar de huisarts moeten gaan, moet daar ook klinken, vindt ze. Artsen mogen zich wettelijk gezien zelf behandelen, maar het is daarom niet altijd verantwoord. “Het is geweten dat artsen erg slechte patiënten zijn. We vinden het moeilijk om een ander over onze gezondheid te laten oordelen, net omdat we er zo veel over weten.” Maar het is niet alleen die ingesteldheid, zegt Debeuckelaere. “Er heerst ook gewoon nog heel veel schaamte om bij iemand anders in de wachtzaal te gaan zitten. Je wilt niet zwak overkomen, je wilt liever doorgaan.” Volgens haar is een eigen arts hebben geen teken van zwakte. “Het is net goede zorg.”

Een arts verplichten om zelf een huisarts te hebben, vindt ze weinig zinvol. “Dat zou vooral voor veel weerstand zorgen, terwijl een relatie met een arts net oprecht moet zijn. Maar misschien is een positieve bekrachtiging wel mogelijk, bijvoorbeeld als er credits aan gekoppeld worden die artsen moeten verzamelen voor hun accreditatie.”

Dat artsen zelden een eigen huisarts hebben, onderschrijven ook verschillende andere mensen in het veld. Bij Arts in nood hoort coördinator Koen Matton het naar eigen zeggen nog veel te vaak. “Terwijl zo iemand net een belangrijke vertrouwenspersoon kan zijn.” Professoren huisartsengeneeskunde als Jan De Maeseneer (UGent) vindt dat er voldoende anekdotes zijn die illustreren dat het zonder huisarts verkeerd kan aflopen. “Denk aan de artsen bij wie kanker pas in een vergevorderd stadium wordt opgemerkt.”

Jong Domus, de afdeling voor jonge huisartsen binnen beroepsvereniging Domus Medica, hoopt dat het onderzoek van Debeuckelaere, dat ze bekroonde met een originaliteitsprijs, voor reflectie zorgt. “We moeten leren om patiënt te zijn.”

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) was niet bereid om haar standpunt over het thema te delen.

Huisarts Bart (*) uit Oost-Vlaanderen: ‘Ik besef dat ik mij op een slippery slope bevind’

Het eerste wat Bart, een 29-jarige huisarts uit Oost-Vlaanderen, zichzelf ooit voorschreef, was een doosje rilatine. “De huisarts die ik vroeger als kind had, startte die medicatie ooit voor mij op. Toen ik huisarts in opleiding werd, ben ik zelf de herhaalvoorschriften beginnen te maken.”

De pilletjes gebruikte hij om zijn concentratie aan te scherpen bij het schrijven van een thesis en het afleggen van examens. Maar hij schreef ze ook weleens voor zichzelf voor bij wat hij recreatieve momenten noemt. “Als ik uitga, dan neem ik weleens rilatine mee. Het heeft hetzelfde effect als amfetamine of speed: het pept op.” Hij schaamt zich om dat toe te geven, zegt hij. “Ik besef dat dit niet oké is. Dat ik mij op een slippery slope bevind.” Maar hij kent zichzelf goed, benadrukt hij. “En ik heb een duidelijke grens voor mezelf gesteld: ik ga nooit kalmeerpillen of hevige pijnstillers aan mezelf voorschrijven. Dat vind ik echt te gevaarlijk.”

Als hij zelf fysieke klachten heeft, dan is hij eerder terughoudend wat medicatie betreft. “Ik loop nu rond met een keelontsteking, om maar iets te zeggen. Daarvoor neem ik pijnstillers die vrij verkrijgbaar zijn in de apotheek. Ik leg hetzelfde traject af dat ik mijn patiënten hiervoor aanraad: eerst probeer ik wat milds om de pijn te verlichten. Pas als dat over een week of twee geen soelaas heeft gebracht, zal ik zelf een antibioticakuur opstarten.”

Naar een huisarts gaan voor zo’n ontsteking, zal hij niet snel doen. Hij zou het zonde van de tijd vinden, van die arts en voor zichzelf ook. “In de buurt van waar ik werk, zou ik sowieso nooit gaan. Uiteindelijk zijn artsen toch een beetje concurrenten van elkaar. Ik zou het moeilijk vinden om een teken van zwakheid aan hen te tonen. Ik zou schrik hebben dat ze daar misbruik van maken.”

Bart maakt zich geen illusies. Hij beseft naar eigen zeggen heel goed dat hij niet eigenhandig al zijn klachten kan verlichten. “Ik ben in het verleden naar een psycholoog geweest. Dat was op een moment dat de druk van de opleiding samen met familiale problemen mij te veel werden. Van die begeleiding heb ik veel deugd gehad. Dat zeg ik ook tegen andere patiënten.”

(*) Deze arts wil niet met zijn echte naam in de krant.

Dirk Devroey (VUB) uit Overijse: ‘Het is moeilijk om iets van een andere arts aan te nemen’

Bloeddrukverlagers. Volgens Dirk Devroey, professor aan de Vrije Universiteit Brussel maar ook huisarts in Overijse, zijn dat de enige pillen die hij aan zichzelf voorschrijft. Maar hoe langer het gesprek duurt, hoe langer het lijstje met zelfmedicatie wordt. De 56-jarige man blijkt zichzelf ook met allergiemedicatie te behandelen, neemt op vakantie slaapmedicatie mee tegen de jetlag en heeft voor uitzonderlijke gevallen ook pijnstillers in huis die je niet zomaar kan verkrijgen.

“Ik zou eigenlijk ook cholesterolpillen moeten nemen, maar dat blijf ik maar uitstellen. Als ik een patiënt met mijn profiel op consultatie zou krijgen, zou ik zoiets niet toestaan. Die zou ik zeggen: of je gaat nu vermageren, of je start nu die pillen op.”

Hoewel de medicatie die Devroey zichzelf geeft niet verslavend is, beseft hij dat het geen ideale manier van zorgen is. “Door jezelf te behandelen kan je een diagnose mislopen. Mensen, ook artsen, overschatten zichzelf toch vaak. Ik kan me voorstellen dat je op die manier veel te lang met een plek op de huid of zwarte stoelgang blijft rondlopen.”

Als hij naar de apotheek trekt met een eigen voorschrift, dan zegt de man of vrouw achter de balie daar helemaal niks van. “Het zou wel goed zijn mochten die iets zeggen als je opvallend veel antidepressiva of pijnmedicatie komt halen. Maar dat lijkt me eerlijk gezegd niet realistisch. Het is niet evident om een arts daarover aan te spreken.”

Devroey heeft in de 28 jaar dat hij zelf huisarts is, nooit een eigen huisarts gehad, zegt hij. “Of toch niet zoals de meeste mensen een huisarts hebben. Ik zit in een nog ergere categorie, vrees ik. (lacht) Mijn vrouw heeft hetzelfde beroep. Ik kan dus bij haar om een vaccin vragen of mijn longen laten beluisteren, maar ik kan natuurlijk weinig argumenten verzinnen om dat te verdedigen. Je kan niet objectief zijn voor een familielid. Los daarvan vind ik het ook moeilijk om zomaar iets van een andere arts aan te nemen, ik ga dan toch discussiëren.”

Als het echt nodig is, dan vraagt de prof wel om hulp bij collega’s. Veelal gaat hij dan naar een specialist. “Ik ben niet beschaamd om bij een dermatoloog of neus-keel-oorarts in de wachtzaal te zitten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden