Zaterdag 04/02/2023

Bijbels en niet-bijbels

De kolossale kroniek van Flavius Josephus: 'De oude geschiedenis van de joden', deel II

Peter De Graeve

Het leven van Flavius Josephus is op zich al de moeite waard, omdat het mee de overgang vertelt van het oude Hebreeuwse volk naar het moderne jodendom. Flavius werd geboren in de toenmalige Romeinse kolonie Judea als Josef ben Matthias, telg van een joodse hogepriester. Het hoeft dus niet te verwonderen dat hij al vroeg op sleeptouw werd genomen door religieuze fundamentalisten die ijverden voor het herstel van de joodse vrijheid. Hij nam deel aan de opstand van 66 en aan de bloedige joods-Romeinse oorlog die erop volgde, een oorlog die in 71 werd afgesloten met de vernietigende nederlaag en eeuwenlange diaspora van het joodse volk. Josef maakte dat alles persoonlijk mee: in het Jeruzalem van de religieuze bevrijdingsoorlog onder de naam ben Matthias, in Rome vervolgens als Romeins staatsburger en beschermeling van keizer Vespasianus en diens zoon, de latere keizer Titus, nota bene de verwoesters van zijn stad.

Flavius Josephus werd door zijn geloofsgenoten eeuwenlang beschuldigd van hoogverraad; hij zou de Romeinen Jeruzalem hebben binnengeloodst en zijn wapenbroeders aan het tweede Babylon hebben verkocht terwijl hij zelf aan de oevers van de Tiber dadels op honing en gebraden spreeuwetongetjes vrat. Historisch klopt het dat Josef (toen al Flavius geheten) in Rome als vrij man de triomftocht van patronus Titus beleefde, terwijl zijn volksgenoten bij duizenden als slaven werden meegevoerd. Het schouwspel moet voor deze ene toeschouwer huiveringwekkend zijn geweest... Dat Flavius Josephus mee de schuld droeg van de diaspora gelooft vandaag niemand meer. In zijn weergaloze Joodse oorlog (Ambo, 1992) stelde Flavius dat niet hij maar een blind en dus naïef fanatisme de joden de das had omgedaan. Overschot van gelijk.

Tijdens die bevrijdingsoorlog was Josef ben Matthias in contact gekomen met zijn tegenstander, de Romeinse generaal Vespasianus. Josef moet van de bevelhebber zo onder de indruk zijn geraakt dat hij hardop verkondigde dat Vespasianus snel keizer zou worden. Toen dat enkele maanden later geschiedde, herinnerde de nieuwe vorst zich de vreemde voorspeller en voerde hem, als een soort amulet allicht, met zich mee naar Rome, onder zijn hoede en onder zijn (Vespasianus') naam: Flavius. Dat is natuurlijk een bizar verhaal, maar het is echt gebeurd, en het is minstens een feit dat Josephus door deze wonderbaarlijke lotgevallen zowat het prototype werd van de 'moderne jood'.

Het lijkt in die omstandigheden normaal dat zo'n man het in zijn hoofd haalt om de geschiedenis van zijn volk te boek te stellen: het was in zekere zin zijn geschiedenis. Zo voelde Josef zich een wedergeboren Jeremias, die andere 'voorspeller', die eeuwen eerder datzelfde volk had uitgeleverd aan een andere vijand, de Babyloniërs. Flavius' opus magnum staat bekend als de Antiquitates Judaicae, een kolossale historische kroniek van het antieke jodendom.

Het tweede deel van Flavius' kroniek is zopas bij Ambo verschenen (het eerste verscheen in 1996). Later volgt nog een derde deel. Deel twee van deze Oude geschiedenis van de joden bekleedt een bijzondere plaats in het geheel: het beschrijft de overgang van het bijbelse naar het niet-bijbelse judaïsme. Dat is vooral historisch belangrijk, omdat tussen de terugkeer van de joden uit Babylonië en de komst van het hellenisme de Heilige Schriftelijke Bron opdroogt. Met andere woorden, Flavius was zijn historiografische steun kwijt en vanaf dat ogenblik verplicht zelf zijn bronnenmateriaal samen te stellen. Hij beschouwde de bijbelverhalen immers als de ware historische toedracht, waarvan hij in zijn beschrijvingen in deel 1 nauwelijks afweek. Alles werd er gezien door de woeste blik der profeten. Deel 2 is dus interessanter. Nog later, in een polemisch pamflet getiteld Tegen de Grieken, zou Flavius de Griekse geschiedschrijvers smalend verwijten dat ze over hun verleden slechts fabeltjes vertelden (de Ilias), terwijl hij, de joodse historicus, dankzij de Heilige Schrift in staat was de zuivere waarheid te achterhalen, zonder de minste verdichting. Wij weten wel beter natuurlijk, maar zover was Flavius nog niet.

Dit alles toont alvast hoezeer Flavius Josephus, ondanks zijn vergaande hellenisering, doordrongen bleef van het unieke religieuze bewustzijn van zijn voorvaderen: hij geloofde dat Jahweh de geschiedenis soeverein stuurde. In Flavius' bewoordingen: "Wat we hier verteld hebben kan, voor wie dat nog niet wist, genoegzaam duidelijk maken hoe gevarieerd en veelzijdig de aard van God is en hoe hij alles wat hij voorspelt mettertijd en volgens zijn plan en onherroepelijk laat gebeuren." Op dit punt hebben wij Flavius J. tegengesproken: wij geloven niet in één enkele, zaligmakende, historische waarheid. Onze geschiedenissen worden geschreven en herschreven in een voortdurende onderlinge confrontatie van bronnen en getuigenissen. Daarin hebben wij uiteindelijk gekozen voor de Grieken en hun mythische modellen.

Dat Flavius J. niet terugschrok voor een goed verzinsel bewijst zijn verhaal over de vertaling van de boeken van Mozes, de Septuagint. Hij vertelt hoe een opvolger van Alexander de Grote, Ptolemaeus Philadelphus, persoonlijk de opdracht gaf om de Pentateuch in het Grieks te vertalen, omdat "er ook onder de joden vele boeken over hun wetten waren, die het waard waren te worden bestudeerd". Dat laatste klopt natuurlijk, maar niet dat van Ptolemaeus' opdracht; het was gewoon een legende ontstaan onder de joden van Alexandrië, die daarmee hun tweederangspositie in het hellenistische Egypte wilden compenseren. Pure 'sublimatie', zou een andere jood (en Egypte-freak) eeuwen later zeggen.

Het feit dat Flavius J. de mythe van de Septuagint onkritisch overnam bewijst vooreerst hoe groot de verleiding van de verdichting in de geschiedschrijving wel is, zelfs in weerwil van de 'ware' bedoelingen van de historicus. Het bewijst verder hoe diep de assimilatieverlangens van de joodse bevolking in die tijd al waren. Flavius Josephus ben Matthias voelde zich een orgelpunt, de bekroning van een oude historie. In feite was hij slechts het begin van een heel nieuw verhaal. Van een totaal andere geschiedenis. Die nochtans precies dezelfde was.

Flavius Josephus (vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes), De oude geschiedenis van de joden, deel II, Ambo/Kritak, Amsterdam/Leuven, 456p., 1.800 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234