Dinsdag 17/05/2022

'Bij Thomas kon je niet somber zijn'

In het nawoord van de postume bundel van Thomas Blondeau schrijft dichteres Ellen Deckwitz: 'Omdat Thomas er niet meer is, maar zijn werk nog wel, en ze allebei niet vergeten mogen worden.' Een boezemvriendin herdenkt de betreurde dichter.

Zachtjes is hoe Ellen Deckwitz praat. Ze hanteert heldere zinnen en een soepele cadans, net als in de gedichten die ze schrijft.

"We vroegen ons voortdurend af of het juist is om deze bundel uit te brengen. We denken van wel, want Thomas wilde niets liever dan gepubliceerd worden, herinnerd blijven. Sommige van deze gedichten werden bij leven gepubliceerd in bloemlezingen of literaire tijdschriften, andere vond hij de moeite waard om te laten lezen door vrienden en collega-auteurs. Dit zijn dus allemaal gedichten waarvan we zeker weten dat Thomas ze rijp genoeg vond om de wereld in te sturen.

"Veel mensen reageren uitzonderlijk verbaasd wanneer ze horen dat er nagelaten gedichten zijn. Maar kijk, net zoals de meeste mensen die het schrijversvak ambiëren, begon Thomas met poëzie. Als je afgewezen wordt door een literair tijdschrift, is het minder erg dan wanneer je wordt afgewezen voor een verhaal van 1.500 woorden waar je twee weken je spellingcontrole als een malle overheen hebt laten gaan. Dus toen Thomas op zijn vierentwintigste begon, was zijn eerste officiële publicatie een gedicht.

Niet dapper genoeg

"Het toeval wil dat wij elkaar net in die periode leerden kennen. Dat gebeurde via Hyves, een soort Nederlandse oerversie van Facebook. Thomas woonde destijds in Leiden en had zich op het sociaalnetwerkforum aangemeld om nieuwe vrienden te maken. Ik moet hem zijn opgevallen door de boeken die ik op mijn profiel had opgesomd. Filosofisch werk van Maurice Blanchot, T.S. Eliot, Hugo Claus, De meester en Margarita van Michail Boelgakov.

"De aanhef van zijn allereerste mail was een kopie van mijn profiel en het bericht: 'Om u tegen te zeggen.' Eerst dacht ik: 'Wat is dit nu weer voor enge man.' Maar toen ik zijn profiel bekeek, zag ik dat we best veel gemeen hadden.

"Zo kwam er langzamerhand een correspondentie op gang die heel eerlijk was. Net zoals we eerlijk zijn tegen mensen van wie we niet verwachten ze ooit terug te zien. Maar al snel ging het over onze ambities en meer in het bijzonder onze literaire ambities. Op dat moment had ik vooral wetenschappelijke ambities, maar poëzie was een uitlaatklep."

"Na een maand durfde ik Thomas mijn eerste gedicht te sturen, al was ik erg onder de indruk van zijn werk en vond ik het mijne bedroevend slecht. Hij zei: 'Je kunt iets, maar je bent nog niet dapper genoeg.' Nou, weinig vrienden zijn ooit zo eerlijk geweest. Net die eerlijkheid zorgde ervoor dat ik Thomas meteen kon vertrouwen.

"Maandenlang hebben we zo gecorrespondeerd. We stuurden elkaar mails met in attachment brieven die we in Word-documenten hadden geschreven. Een beetje ouderwets maar toch modern. Meer dan driehonderd brieven zijn op die manier bewaard gebleven.

"Na een paar maanden zouden we elkaar voor het eerst live spreken. Op een maandagavond ging de telefoon en aan de andere kant van de hoorn klonk een bekakt Leids stemmetje. Ik wist dat Thomas Vlaming was, West-Vlaming nota bene, dus ik was verrast. Maar na een paar uur geloofde ik hem en had ik door dat hij niet een of andere nare Nederlander was. Hij belde mij trouwens altijd vanop de redactie van Mare, de Leidse universiteitskrant waaraan hij meewerkte. Die hebben veel geld aan ons verloren.

"Toen zijn eerste boek uit was, eX, organiseerde hij een presentatie in Leiden. Er zou een Nederlandse actrice komen voorlezen maar die kon uiteindelijk niet. Dus vond Thomas het hilarisch om mij, die hij nog nooit had ontmoet en die niemand van zijn vrienden kende, te laten voorlezen. Dat was typisch Thomas."

Avontuurlijke jongen

"Thomas deed de dingen altijd net iets anders dan de meeste mensen, zodat je jaren later nog steeds kunt denken 'Wat een gekke man was dat?' of 'Wat was daar nu de bedoeling van?'.

"Samen haalden we allerlei streken uit. We maakten lange wandelingen en gingen naar slechte films, de 3D-animatie van Beowulf bijvoorbeeld. Thomas begon in die periode ook steeds meer op te treden. Dat was het perfecte excuus om samen op pad te gaan. Ik herinner me de zomer van 2007 nog goed, toen hij zijn opwachting maakte op Dichters in de Prinsentuin, een soort Watou van het Noorden. Het verbaasde mij dat hij zoveel mensen kende. Iedereen kende hem, hij kende iedereen. Hij vond het heerlijk om in die wereld rond te dwalen, het was een avontuurlijke jongen.

"En hij was altijd op de hoogte van de sappigste roddels uit de schrijfwereld. Niets bleef voor hem geheim. Als ik verdrietig was, belde hij mij en vertelde alle laatste roddels. Je kon gewoon niet somber zijn met hem in de buurt.

"Hij was ook iemand die opeens zei dat hij een half jaar geleden gedichten van je had ingestuurd en dat het tijdschrift ze nu wou publiceren. Of hij vroeg of je vanavond iets te doen had, want hij had een optreden in Amsterdam geregeld. Met zijn enorme charme had hij een veel betere ingang dan ik met mijn grote mond.

"Thomas was een cynische man maar hij had een oprecht vertrouwen in het leven en in de romantiek. Een van zijn grootste driften om te schrijven was liefde in alle vormen. Dat soort mensen moet constant huilen. Om dat te voorkomen was hij altijd zeer gevat. Zijn favoriete bijnaam voor mij was 'mijn hysterisch slissende dwerg'. Prachtig."

Kattigheid

"Thomas was zo'n beetje mijn god. Mijn grote broer, weet je wel. Hij was slimmer dan ik, sneller dan ik, grappiger dan ik. Vooral dat laatste vond ik verschrikkelijk. Maar ik geloofde alles wat hij zei, want wat hij zei hoorde bij een veilig land.

"Hij was ook een van de weinige mensen van wie ik kattigheid kon verdragen. Als hij gemene opmerkingen maakte, over mij of over mijn werk, dacht ik dat het waarschijnlijk terechte kritiek was.

"Het was dus geen gelijkwaardige vriendschap. Ik heb Thomas altijd op een hoger voetstuk geplaatst dan mezelf. Maar die ongelijkwaardigheid heeft hij nooit erkend, laat staan dat hij er misbruik van heeft gemaakt. Hij wilde nooit meer. Het was van beide kanten platonisch. En dat is zeldzaam. Er zijn wel een paar schrijvers geweest die eerst in mijn werk geïnteresseerd leken, en vervolgens me toch in bed probeerden te kletsen.

"Thomas heeft mij bijgebracht dat je altijd verder moet kijken dan je neus lang is. Op een gegeven moment had ik een gedicht geschreven waarin ik rozenstengels vergeleek met groen prikkeldraad. Dat vond ik zo origineel. Maar toen zei hij: 'Die man heet Hugo Claus, het is al gedaan, ga alsjeblieft meer lezen.' Hij heeft mij ook geleerd om bij twijfel te schrappen. 'Als je twijfelt', zei hij, 'leg dan een plaat van BLØF of Clouseau op. Als het daarop lijkt, is het een cliché.'

"Gaandeweg werd duidelijk dat hij steeds meer richting proza wou gaan. Daar hebben we veel discussies over gevoerd. Over poëzie heeft hij vaak gezegd dat hij ooit weleens een bundel wou uitbrengen, maar hij schoof dat steeds op de lange baan. Uit commerciële overwegingen, want er valt natuurlijk geen droog brood mee te verdienen, maar vooral uit emotionele. Hij vond dat proza de beste manier was om zijn gevoelens en vermoedens te verwoorden. En proza wordt door een hoop jonge schrijvers nu eenmaal nog steeds als het koninginnenstuk van de literatuur beschouwd. 'Uit een bundel onthouden de mensen toch maar één gedicht', zei Thomas. 'En uit een oeuvre een half gedicht.'

"Hij was een romantisch dichter, met op een onbewust niveau de overtuiging dat alles snel voorbij kon zijn. Als de grote liefde al zo snel voorbij is, zal het leven ook snel foetsie zijn. Dat is een belangrijke drijfveer voor hem geweest."

"Na een paar jaar verhuisde Thomas naar Amsterdam. In die periode hebben we elkaar iets minder gezien. We dineerden samen en zagen elkaar op festivals, maar ik was zelf druk bezig met de ontplooiing van mijn eigen werk en hij met de liefde en het mooie leven. Daar genoot hij erg van.

Laptop

"Het is vreemd dat Thomas nu overleden is. Ik heb hem in de bloei van mijn studententijd leren kennen, er is dus ook een deel van mijn leven begraven. Door het samenstellen van deze bundel heb ik ontdekt dat er bij Thomas nog veel dimensies waren die ik niet heb ge- kend. Ik had hem nog heel veel willen vragen. Dat is een diep verdriet. Elke ochtend weer het besef dat hij er niet meer is, vreselijk.

"Thomas is gevonden achter zijn laptop. Hij is dus in het harnas gestorven. Er is nu een wizkid uit zijn familie bezig om zijn computer open te breken, want volgens mij was de batterij van zijn MacBook leeg.

"Als we één ding zeker weten, is het dat Thomas door zijn werk onsterfelijk wilde worden. Er is ook heel veel bewaard gebleven. De ochtend dat deze bundel klaar was, telefoneerde zijn moeder om te zeggen dat ze nog twee gedichten had gevonden.

"Thomas zei altijd dat je bij een poëziebundel nooit verder dan de eerste druk komt. Maar kijk, deze bundel is pas uit en we zijn al aan de tweede druk toe. En we zijn hard op weg naar de derde druk. Heel vreemd is dat. Straks, als ik dood ben, zal ik hem dat toch eens onder de neus moeten wrijven."

Thomas Blondeau,Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen, De Bezige Bij, 30 p., 9,50 euro. Samenstelling: Ellen Deckwitz en Christiaan Weijts.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234