Woensdag 25/11/2020

‘Bij leven al een heilige’

Ze kennen elkaar, uiteraard. Maar nooit eerder hadden ze langer dan een paar minuten met elkaar gepraat. Begin september brachten ze, op uitnodiging van de Damiaanactie, twee dagen door op het Hawaïaanse melaatseneiland Molokaï. Advocaat Jef Vermassen en wielerlegende Eddy Merckx. De pleitbezorger van de Grootste Belg en de op twee na Grootste Belg (na Damiaan en Paul Janssen). Voor het eerst samen, in de voetsporen van hun ‘idool’: Damiaan, vanaf 11 oktober een heilige.Door Dirk De Mesmaeker / Foto’s Tim Dirven

Het kleine Cesna-vliegtuig van Pacific Wings maakt een scherpe bocht en gaat helemaal overhellen. “Kijk, daar beneden: de enige gevangenis zonder cipiers ter wereld. Aan de ene kant de ruwe Stille Oceaan, daartussen een kleine landtong en aan de andere kant een 600 meter hoge klif, de zogenaamde pali, de hoogste kliffenwand ter wereld. Niemand kon hier ooit ontsnappen, zeker niet de gebrekkige en zieke melaatse bewoners. De Hawaïanen zelf noemden dit de ‘grafkuil’, dat zegt genoeg.”‘Gids’ Jef Vermassen kent Molokaï. Dit is zijn derde bezoek aan het mooiste en tegelijk meest tragische van de vier eilanden van Hawaï. “Ten tijde van pater Damiaan werden de melaatsen hier voor de kust van het paradijselijke eiland letterlijk overboord gegooid. Samen met het vee kwamen ze met sloepen hier aan wal. Door de Hawaïaanse regering verbannen en gedumpt in een natuurlijke vergeetput, de leprozenkolonie van Kalawao op Molokaï. Wie hier terechtkwam, wist dat hij er ook zou sterven. Lepra werd beschouwd als een walgelijke, ongeneeslijke ziekte, het laatste stadium van syfilis. Weg met de melaatsen, dat was het motto.”Vierentwintig uur hadden Merckx en Vermassen nodig om vanuit België Molokaï te bereiken. Damiaan vertrok in zijn tijd met de boot vanuit Duitsland, reisde 140 dagen en zette in 1873 voet op de bodem van het leprozeneiland.“Toen hij hier aankwam, heerste er chaos. Er was prostitutie en bandeloosheid, een gebrek aan woningen, er waren geen voorzieningen. Damiaan heeft in zijn korte leven 300 woningen, een hospitaal en twee weeshuizen gebouwd. Hij liet waterleidingen aanleggen en organiseerde een sociaal leven onder de melaatsen, zo richtte hij een ondermeer een fanfare op en stichtte verenigingen waarbij de zieken hun lotgenoten gingen bezoeken. Met andere woorden: hij maakte van de chaos een gemeenschap waar mensen opnieuw leefden in plaats van fatalistisch op de dood te zitten wachten.”

Geen pottenkijkers gewenst

Al van op de tarmac van Kalaupapa airport kunnen Merckx en Vermassen ze zien: de kruisjes van de graven van de meer dan achtduizend lepralijders die hier vanaf het midden van de 19de eeuw hun laatste rustplaats vonden. Kriskras door elkaar, vele graven vuil en verwaarloosd. Kinderen, jongeren, volwassenen.Vermassen: “Voor Damiaan hier kwam, was er geen respect voor de doden. Wie stierf, werd in een graf gedumpt, ronddolende wilde varkens woelden de lijken nadien op. Damiaan liet snel omheiningen rond de graven plaatsen, hij timmerde zelf de kisten in elkaar en hij zorgde er voor dat de doden waardig ten grave werden gedragen.” De nu verkommerde graven zijn de stille restanten van de grote leprozenkolonie van weleer. Welgeteld 19 oudere melaatsen, van wie de ziekte nu stabiel is - sinds 1942 kan de ziekte dank zij medicatie perfect worden behandeld - wonen hier vandaag nog altijd. Allemaal afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners. Ze leven terugtrokken in kleine houten huisjes en ze schuwen elk contact met vreemde bezoekers. Nieuwsgierige blikken zijn hier niet echt gewenst. Wie wil, kan de voormalige leprozenkolonie wel met de bus (‘Damien Tours’) bezoeken. Het bezoek is aan strikte regels gebonden: niet langer dan vier uur op het eiland, geen verblijf of overnachting mogelijk (tenzij je familie bent van één van de leprozen), absoluut geen contact met de melaatsen, verboden toegang voor kinderen onder 16 jaar. Kostprijs: een paar honderd dollar. Het schiereiland is sinds een aantal jaren een ‘National Historical park’, waar strenge parkrangers de plak zwaaien. Geen pottenkijkers gewenst dus. Behalve als Eddy Merckx op bezoek komt. Norbert Kaamayo, een man van 68 nu, was een kind van 5 toen hij samen met zijn familie naar Kalawao werd verbannen. “Ik besefte amper wat me overkwam. Op het vliegtuig hierheen moest ik liedjes zingen, mijn mama vroeg me om niet om te kijken. Wist ik veel dat ik toen al op weg was naar mijn laatste levensbestemming. Dank zij Damiaan hebben mijn lotgenoten hier ten minste een menswaardig bestaan gehad. Hij was een heilige, al van toen hij nog leefde.”Eddy Merckx luistert geboeid en ontroerd. Ook hier op Molokaï is de wielerlegende, zo ver weg van huis en zovele jaren later, nog altijd een bekend iemand. Norbert streelt de gesigneerde Merckx-foto’s met zijn door melaatsheid tot knokige stompen verworden vingers. “Uiterlijk ben je nog niets veranderd”, zegt de melaatse fan tegen het Belgische idool.Merckx zelf laat de ontmoeting evenmin onberoerd. “Mijn bewondering voor de figuur van Damiaan neemt nog toe. Onvoorstelbaar wat die allemaal heeft gedaan om het leven van anderen te verbeteren. Hoe miserabel de levensomstandigheden hier in zijn tijd ook moeten zijn geweest, toch denk ik dat Damiaan, mocht hij nog leven, vandaag zou kiezen om op andere plaatsen in de wereld hulp en soelaas te gaan bieden. In Congo bijvoorbeeld. Daar was ik twee jaar geleden op uitnodiging van de Damiaanactie op bezoek in het melaatsendorp Hôtel de la Rive, aan de Congostroom. Onvoorstelbaar wat ik daar allemaal gezien heb: melaatsen met rottende ledematen, mensen die in donkere hokken wonen, ook vandaag nog. Gelukkig doet de Damiaanactie goed werk, reden waarom ik ambassadeur van de organisatie ben geworden.”Melaatsen krijgt de doorsnee toerist op Molokaï niet te zien. Wat hij wel te zien krijgt is The Philomena Church, hier beter bekend als ‘the father Damien Church’. Damien (ver)bouwde dit kerkje tot een echte verzamelplaats voor de melaatsen, in de buurt bouwde hij 300 huizen en een hospitaal om de zieken te verzorgen. In de kerk sprak hij na een zondagse preek de historische woorden ‘wij melaatsen’ , als om zijn verbondenheid met hen te onderstrepen. En rookte hij met zijn zieken de pijp, hoewel hij goed besefte dat hij daardoor besmet zou raken. Damiaan wilde niet alleen leven en werken voor maar ook sterven met de melaatsen. “Op 15 april 1889 overlijdt hij, Damiaan is dan 49 jaar en helemaal weggeteerd door de ziekte. Toch denkt Damiaan op zijn sterfbed niet aan zichzelf, maar aan andere zwaar zieken, van wie hij vindt dat de dokter ze dringend moet gaan bezoeken in plaats van tijd door te brengen aan zijn sterfbed. Je moet het maar doen, denken aan een ander als je daar zelf letterlijk ligt weg te rotten. Zijn laatste opdracht is de bestelling van een pakje knikkers voor de kinderen van het weeshuis. Die onbaatzuchtigheid maakt hem mooi, een prachtig antidotum tegen het egoïsme van onze moderne tijd. Damiaan sterft als een gelukkig man, want hij weet dat anderen zijn werk zullen voortzetten.” De grafsteen van Jozef De Veuster, alias pater Damiaan, ligt vlak naast de Philomenakerk. Wanneer eerst Eddy Merckx en nadien Jef Vermassen hier een lei of Hawaïaanse bloemenkrans over het grote kruis hangen, is dat een erg emotioneel moment.

Een nederig man

“En zeggen dat hier vandaag alleen nog maar een paar kootjes van de hand van Damiaan begraven liggen”, vertelt Jef Vermassen. “Het lichaam van Damiaan, dat hier oorspronkelijk begraven lag, werd in 1936 overgebracht naar Leuven. In 1995, bij de zaligverklaring, werd zijn rechterhand teruggebracht naar hier. Er is met zijn lichaam gezeuld, al zou de man zelf zonder twijfel voor altijd op Molokaï, bij zijn melaatsen, begraven willen geweest zijn. Naar aanleiding van zijn heiligverklaring zal opnieuw een kootje uit zijn voet als een relikwie naar hier worden gebracht om nadien definitief te verhuizen naar de kathedraal van Honolulu. Ik denk eerlijk gezegd niet dat Damiaan blij zou zijn geweest met al dat geleur.” De avond valt over Molokäi. In de kleine keuken van het houten barakkencomplex dat als verblijfplaats dient, staat spaghetti op het vuur. De kokkin is te voet de 600 meter hoge pali opgeklommen om boven de ingrediënten te gaan kopen. Hier beneden is weliswaar een klein winkeltje waar de melaatsen terechtkunnen, maar veel kunnen ze er niet kopen. Verse groenten zijn er maar één keer per week, wanneer een vliegtuigje landt met etenswaren. Het wordt een sobere maaltijd, overgoten met een glaasje rode wijn. Dan trekken Merckx en Vermassen zich terug in hun primitief kamertje waar ze de nacht zullen doorbrengen.Vermassen en Merckx waren voor het eerst samen. In de voetsporen van hun beider idool. “Ook dat was een verrijkende ervaring”, zegt Vermassen. “Aanvankelijk was het tussen ons beiden zeer voorzichtig aftasten. Maar die afwachtende houding maakte al snel plaats voor wederzijds vertrouwen en respect. We zijn op Molokaï vrienden geworden. Waarom het zo goed klikte? Omdat Merckx en Damiaan ontegensprekelijk een paar gelijkaardige karaktertrekken hebben. Wat ze bindt is hun koppige vastberadenheid, de wil om te slagen, tegen alle tegenkantingen in. Het zijn twee sterke mensen, zowel fysiek als mentaal. Wat hen ook bindt, is hun nederigheid. Die maakt hen mooi en vooral menselijk. Ook Damiaan heeft hier veel tegenwind gekregen, niet in het minst van zijn eigen katholieke kerk die hem zijn ‘succes’ alles behalve gunde. Het lag de clerus zwaar op de maag dat Damiaan onder zijn melaatsen geen onderscheid maakte tussen katholieken en protestanten. Damiaan was hier niet gekomen om zieltjes te winnen, wel om mensen te helpen, zonder onderscheid van geloofsovertuiging. En ironisch genoeg zijn het niet in de eerste plaats de katholieken maar wel vooral de protestanten en vertegenwoordigers van de Anglicaanse kerk die hem ‘groot’ hebben gemaakt en hem geld hebben gegeven om hier te kunnen werken. Ondanks het verzet in eigen rangen, zette Damiaan koppig door. Want voor hem telde maar één ding: het welzijn van de melaatsen.”“Hoe hij zou gereageerd hebben op zijn heiligverklaring? Ik ben zeker dat hij zich onwennig zou hebben gevoeld bij zoveel aandacht voor zijn eigen persoon. Damiaan was een nederig man, hij zou zelf niet graag op het podium hebben gestaan. Maar hij zou wel blij geweest zijn met de aandacht voor de melaatsen, aan wie hij zijn lot had verbonden. Blij dat zijn naam vandaag is verbonden aan de Damiaanactie, een organisatie die wereldwijd jaarlijks vele duizenden mensen redt van een vreselijke ziekte waaraan hij zelf uiteindelijk is ten onder gegaan. Vergeet niet dat er vandaag jaarlijks wereldwijd 250.000 nieuwe patiënten bijkomen, van wie de Damiaanactie er vorig jaar 20.878 wist te genezen. Dat is zijn verdienste: dat hij tot op de dag van vandaag een voorbeeld is en duizenden mensen weet te inspireren. Ook over 100 jaar zullen nog mensen worden genezen, dank zij de figuur van Damiaan.”Waarop Eddy Merckx: “Koppig en nederig, akkoord, daar kan ik me perfect in herkennen. Maar ik stond wel graag op het podium, want dat wilde zeggen dat ik de koers had gewonnen.” Anno 2009 is de voormalige leprozenkolonie letterlijk aan het uitsterven. Felix Vandenbrouck, een 81-jarige Vlaamse picpuspater uit Houthalen die hier twee jaar geleden als laatste missionaris (gedwongen) neerstreek, leidt de uitvaart van de nog overgebleven melaatsen in goede banen. Het klinkt cru, maar voor elk van de 19 van hen staat de doodskist al klaar, op maat gemaakt. Alsof Kalawao liever vandaag dan morgen de laatste levende getuigen kwijt wil om te worden wat het nu al is: één groot openluchtmuseum waar alleen de duizenden graven herinneren aan het tragische verleden. Gelukkig is er nog de pas gerestaureerde Philomenakerk met daarnaast de grafsteen van Jozef De Veuster. De laatste zichtbare herinneringen aan een nederig en vastberaden man die hier 150 jaar geleden geschiedenis schreef.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234