Woensdag 25/11/2020

Bij het startschot van eerste klasse: De teloorgang van het voetballied in belgië

Antwerp-secretaris Paul Bistiaux: 'Ik ken geen mooier lied. Alleen al die tekst: zo archa�sch, en zo slecht Nederlands! Allez, 'de liefdevolle kleuren', hoe kan een kleur nu liefdevol zijn?'

Het verraad van 'You'll Never Walk Alone'

Ver van ons om te beweren dat vroeger alles beter was. Maar niettemin: vroeger was het beter, althans in de voetbalstadions. Waar voorheen de supporters de kelen smeerden met bier om hun clubliederen mee te brullen, heeft de stadion-dj nu de muziekregie in handen genomen. Orkesten en deuntjes hebben veelal plaats moeten maken voor een housestamper, en het gejuich na een doelpunt wordt overstemd door een monotone basdreun. Het zal ook dit voetbaljaar niet anders zijn. Hoe is het zover kunnen komen? Jeroen de Preter en Bart Eeckhout

Zelfs voetbalfans die alleen nog maar een wedstrijd van Liverpool op tv hebben gezien, kennen het gevoel. De haren die rechtkomen op de armen als The Kop, de enige echte voetbalspionkop, 'You'll never Walk Alone' aanheft, een melodramatische ode aan broederschap. Het nummer is afkomstig uit de musical 'Carrousel' van Rodgers en Hammerstein, maar is inmiddels uitgegroeid tot de moeder van alle voetbalhymnes. Het lied wekt zoveel afgunst op dat tegenstanders wel eens 'You'll never Get a Job' durven zingen, een verwijzing naar de hoge werkloosheidscijfers in de regio van Liverpool.

De Reds-supporters pikten 'You'll never Walk Alone' op toen Gerry & the Pacemakers, een popband uit Liverpool, met hun versie een hit scoorden in de jaren zestig. Omdat het nummer zo fantastisch werkt in een voetbalstadion, namen supporters de hymne ook in de rest van de wereld over. Dat is zo bij Ajax Amsterdam en bij ons bij onder meer Club Brugge en Antwerp FC. Voor Anderlecht nam zanger Mark Meersman ooit een eigen versie op, maar een groot succes werd dat nooit. "Verraad aan het origineel is het", vindt eminent voetbalkenner David Steegen. "Ikzelf weiger het mee te zingen. Dat nummer is van Liverpool en Celtic Glasgow. De andere clubs moeten daar van blijven."

Zingen in het stadion is zo oud als het voetbal zelf. En net als het voetbal stamt de traditie uit Groot-Brittannië. Onder impuls van de kerk werden sportwedstrijden in de negentiende eeuw ingezet met een religieuze hymne. Een laatste overblijver uit die traditie is 'Abide With Me', dat nog altijd elk jaar voor de FA Cup Final gezongen wordt. Die wortels verklaren waarom vele supportersliederen gebaseerd zijn op traditionele gezangen. Een typevoorbeeld is 'Glory Glory Man United' (door tegenstrevers bewerkt tot 'Who the Fuck is Man United'), een verbastering van het Engelse Strijdlied van de Republiek ('Glory Glory Hallelujah'). Klassieke muziek is eveneens een inspiratiebron. Het lalala-gezang dat het Oranjelegioen graag mag aanheffen, stamt uit 'De Zigeunerbaron' van Johan Strauss en Chelsea vereerde zijn coach Jose Mourinho dit jaar op de tonen van 'La donna é mobile', een aria uit Verdi's 'Rigoletto'. Ook traditionals zoals 'When the Saints', 'Land of Hope and Glory' of 'Guantanamera' kun je overal ter wereld in een voetbalstadion tegenkomen.

Overal ter wereld, maar toch vooral in Groot-Brittannië en Italië, de landen met de rijkste liederencultuur. De creativiteit in supportersliederen is onvoorstelbaar, beseft nu ook Andrew Motion, de Britse Dichter des Vaderlands. In 2004 werd hem gevraagd om mee te zoeken naar een heuse Chant Laureate, een supporterstoondichter des vaderlands zeg maar die officiële voetballiedjes moest componeren. "We hadden het gevoel een reusachtig reservoir aan volkspoëzie aan te boren", zei de Dichter des Vaderlands naderhand. Zo zijn er heel wat clubs waar liederen met een expliciete politieke toon gezongen worden. Dat is zo bij FC Barcelona, waar het Catalaanse volkslied aangeheven wordt, of bij Perugia, een Italiaanse ploeg met communistische roots, waar de supporters nog wekelijks de Internationale zingen. Ook uit een werkmansbroek geschud komt 'Hand in hand kameraden', het prachtige clublied van arbeidersploeg Feyenoord Rotterdam, bij ons geïmiteerd door FC Antwerp. Bij het katholieke Celtic durfde men vroeger wel eens 'Oo, A, Up the 'Ra. Say oo a Up the 'Ra' scanderen, een verdoken steun aan het Ira. In Italië is er de fascistische liederencultuur van Lazio Roma of Hellas Verona. Ongegeneerd racistische teksten als 'We hebben een droom in ons hart / Het zuiden plat te branden' klinken er uit duizenden kelen als er tegen een club van bezuiden Rome gespeeld wordt.

Eigenlijk zijn er maar twee soorten supportersliederen: die over de eigen ploeg en die over de tegenstander. Reinout Vandervelden, die zijn eindverhandeling over de supporterscultuur bij Racing Genk schreef, legt uit: "Voor de eigen ploeg zijn de liedjes aanmoedigend of gebiedend, voor de tegenstander of ook wel voor de scheidsrechter zijn ze denigrerend of scabreus." Ontroerend mooi is het Maradonna-lied, dat nog elke week door de Napoli-tifosi wordt gezongen, ook nu de Argentijnse superster al ruim een decennium weg is uit Napels: 'Mama mama / Ik heb Maradonna gezien / Ik ben verliefd geworden'.

Pompende beat

Bijzonder geestig zijn de anti-liederen waarmee de tegenstander in de zeik wordt gezet. Vaak zijn ze onwaarschijnlijk grof, maar tegelijk ook spits en origineel. Helemaal mooi wordt het wanneer spreekkoren van twee clubs op elkaar repliceren. De supporters van Manchester durfden hun tegenstander wel eens 'troosten' met de Monty Python-klassieker 'Always Look on The Bright Side of Life'. Als antwoord kregen ze op dezelfde melodie 'Always Look on the Runway for Ice', een genadeloze verwijzing naar het vliegtuigongeluk in München in 1958, waarbij acht spelers van United het leven lieten op een bevroren landingsbaan. Van op de Vlaamse velden willen we u de muzikale tweestrijd tussen Antwerp en GBA niet onthouden. Door Antwerp-fans te zingen op de tonen van de Kabouterdans: 'Sla een Rat op de grond / stamp met je voeten op z'n mond / Sla zijn tanden in de lucht / want GBA dat is een klucht / Ga zo door in Antwerpstad tot je ze allen hebt gehad.'

Dergelijke spitsvondigheden zijn uitzonderingen in het Belgische voetbal. Clubs met een echt supporterslied zijn hier zeldzaam. Van de topclubs heeft alleen Standard iets wat op een hymne lijkt. Bij Club Brugge houden ze de schijn op met 'Blauw en zwart forever' en op Anderlecht wordt voor de wedstrijd 'Est-ce que j'ai pas raison? Anderlecht champion' van cultfiguur Lange Jo meegebruld, maar hymnes mogen we dat niet noemen. "De Belgische supporters hebben geen liederencultuur omdat België geen voetbalcultuur heeft", doceert David Steegen. "Kijk naar de voetbaltruitjes. Grote internationale teams als Barcelona of Inter veranderen nooit wat aan hun uitrusting. In België spelen clubs steeds weer in andere truitjes." Reinout Vandervelden geeft een andere verklaring: "Hoe duurder het ticket, hoe minder er gezongen wordt. Op zitplaatsen wordt nauwelijks gezongen, in de business seats helemaal niet."

En het gaat van kwaad naar erger. Supportersgezangen worden voor de wedstrijd overstemd door muziek die uit de luidsprekers komt geknald. Alle clubs putten uit hetzelfde tonnetje van rockklassiekers en housestampers. Vandervelden: "In Genk hadden ze vroeger een huisorkest, 't Kliekske, maar dat hebben ze weggedaan omdat ze niet meer in het imago van de club pasten en te veel zitjes innamen. Dat zegt het allemaal, toch?" Racing Genk heeft als jonge fusieclub, verrezen uit de asse van KFC Winterslag en Thor Waterschei, uiteraard geen clublied met traditie. Het meest gezongen lied in het Fenixstadion is vandaag het refrein uit 'Bro Hymn Tribute' van Pennywise, een neopunkgroep. Ook dat is een nog jonge trend: een pompende beat door de luidsprekers laten knallen als er gescoord wordt. AA Gent doet het met 'Zombie Nation', Club Brugge met de beroemde riff van 'Seven Nation Army' van The White Stripes. Een bewijs van de culturele diepgelaagdheid van de Brugge-supporter hoeft dat niet te zijn. The White Stripes waren een undergroundband tot 'Seven Nation Army' hen wereldroem bracht. Op de voetbalvelden werd het nummer geïntroduceerd door dj Dimitri Vantomme, alias D-Me, die op basis van het basloopje een house-nummer afscheidde. Dat stuurde hij naar alle voetbal-dj's te lande. Brugge hapte toe.

In Genk kozen ze voor de inmiddels klassieke punksong 'Bro Hymn Tribute', en ook dat was een weinig originele keuze. "We hebben het gepikt uit Nederland", zegt assistent-manager Erik Gerits. "De stadion-dj speelde het daar als er een goal werd gemaakt. We hebben dat ook eens geprobeerd, als alternatief voor onze nogal carnavaleske Helahola-song. Het was meteen raak." Gerits droomt ondertussen al jaren van een heus clublied. Om zo'n lied te lanceren liet hij vorig jaar een onderzoekje uitvoeren. "We hebben toen een cd gemaakt met de hymnes van een tiental grote Europese clubs en die naar supporters gestuurd met de vraag om ons hun favoriet aan te duiden. De hymne van AC Milan - een nummer waar ik elke keer als ik het hoor kippenvel van krijg - kwam daar als topper uit." Gerits stapte vervolgens naar de Genkse muziekproducent Pino Guarraci om een gelijkaardig lied te schrijven. Vertolkers waren local heroes Guy Swinnen en Sabine Tiels. Een rel(letje) was geboren. "Een aantal supporters schoot het meteen af, sommigen zelfs nog voor ze het hadden gehoord." Gerits is er nog niet goed van. "Blijkbaar begrijpen de mensen het verschil niet tussen een refrein dat je brult na een goal en een echte hymne. Het nummer dat Pino had gecomponeerd was een waardig, traag nummer, eentje dat klonk zoals de hymnes van de grote voetbalclubs."

Een club die de suppotershymne wel nog in stand houdt, is Antwerp FC, met het archaïsche, maar door allen gekende 'rood en wit: liefdevolle kleuren'. Waarom in Antwerp kan wat elders niet kan? Secretaris Paul Bistiaux kent het antwoord. "We zijn een club met traditie. En we proberen ook, zonder iets te willen forceren, de traditie in leven te houden. Antwerp was trouwens de laatste club met vierkante doelpalen en ook de laatste club met een eigen harmonie. Het komende seizoen wordt het eerste seizoen dat we het zonder harmonie moeten stellen. De natuurlijke selectie heeft zijn tol geëist. De jongste leden van de harmonie waren een jaar of tachtig." Als elke echte Antwerp-supporter houdt Bistiaux zielsveel van het clublied. "Ik ken geen mooier lied. Alleen al die tekst: zo archaïsch, en zo slecht Nederlands! Allez, 'de liefdevolle kleuren', hoe kan een kleur nu liefdevol zijn? En dan die laatste strofe: (zingt) 'En komt al eens een bange dag / Dat ons 't geluk niet is beschoren / Toch laten wij, zoals het plag, vol vreugd ons mooie liedren horen.' Ik denk niet dat 'plag' goed Nederlands is, (lacht) maar dat maakt het lied nu juist zo mooi. Iedereen kent het ook: 'de liefdevolle kleuren', dat zijn rood en wit, dat ís Antwerp. Dat wist ik al toen ik met mijn grootvader naar de Bosuil ging, en dat weten ze vandaag nog. Iedereen, overal."

In eerste klasse houdt behalve Standard alleen AA Gent zijn clublied nog in ere. Al zijn de tekenen van verval ook daar onmiskenbaar. Het cluborkest speelt bij thuiswedstrijden de 'Buffalomars' telkens de spelers op het terrein komen, en enkele, vooral oudere supporters mompelen de tekst mee. "Elk jaar laait de discussie op of we nog zullen doorgaan met het lied", weet de Gentse stadionomroeper Bert Walraet. "Omdat de club honderd wordt, hebben we besloten om toch maar weer door te gaan." Zelf is Walraet een koele minnaar van de knallende stadionmuziek, "maar de jonge gasten vragen dat zelf". En als we de mensen nu weer eens zelf lieten zingen? "Ach meneer, ik zou niet liever wensen", zucht Walraet. "We hebben ooit eens geprobeerd om een kwartier voor aanvang de muziek uit te zetten. Na vijf minuten heb ik toch maar weer een plaatje opgezet. Het leek wel een begrafenis. De mensen kunnen niet meer zingen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234