Woensdag 26/06/2019

Klimaatverandering

Bij gebrek aan ‘echte’ sneeuw zorgt de ski-industrie zelf maar voor de winter

Skiërs in het Franse Val Thorens. Vrijwel geen enkel skigebied kan nog zonder kunstsneeuw. Beeld Getty Images

Geen toeristische sector wordt zo zwaar getroffen door de opwarming van de aarde als de ski-industrie. Het skiseizoen duurt korter, de sneeuwlaag wordt dunner. Sneeuwkanonnen en snowfarming zijn twee nieuwe technieken om iets van een piste te behouden. Maar dat levert weer een nieuw probleem op: een tekort aan water om sneeuw te maken. 

Opnieuw is het spannend in veel skidorpen van de Franse Haute-Savoie. Er valt geen sneeuw, maar ook geen regen. Het is zelfs zo droog dat de burgemeester van het historische skioord La Clusaz eind november besluit om beslag te leggen op 120.000 kubieke meter water. Dat is meer dan de helft van de watervoorraad in een bassin voor het maken van kunstsneeuw. Alleen zo kan hij zijn bevolking de levering van drinkwater garanderen.

Het is de vraag of de burgemeester de kraan nog zal opendraaien voor de gulzige sneeuwkanonnen in de buurt. Skiërs zullen mogelijk niet alleen verstoken blijven van natuurlijke sneeuw, maar ook van kunstsneeuw. Want water is een eerste vereiste voor de mens die zelf een skipiste wil besneeuwen. Véél water. Met 1 kubieke meter water maak je 2 kubieke meter sneeuw. Met 2,5 miljoen liter leg je een sneeuwlaag van 50 centimeter op een strookje berg van 500 bij 20 meter. Ter vergelijking: dat is evenveel als het jaarlijkse waterverbruik van dertien gezinnen van vier personen.

La Clusaz behoort tot de plekken die zwaar worden getroffen door de klimaatverandering, een ontwikkeling die de hele wintersportsector in zijn greep heeft. Uiteindelijk gaat het in de Haute-Savoie toch nog regenen en kunnen de sneeuwkanonnen alsnog de waternevel uitwerpen die door bevriezing verandert in sneeuwkristallen. Tijdens de kerstdagen kunnen de skiërs zich zelfs nog verheugen op een dun laagje natuurlijke sneeuw. Zo blijft het schrikbeeld van veel wintersporters op het nippertje achterwege; witte banen kunstsneeuw in een verder groen landschap.

Inmiddels is in de Franse en Zwitserse Alpen veel natuursneeuw gevallen. Op sommige plekken zelfs gevaarlijk veel, met verkeersproblemen en lawines tot gevolg. Maar daarmee zijn de zorgen niet verdwenen, zegt onderzoeker Pirmin Ebner van het WSL, een vooraanstaand Zwitsers instituut voor sneeuwonderzoek. Veel skidorpen kampen met een oplopend tekort aan natuurlijke sneeuw, en vervolgens ook aan water voor de productie van ‘cultuursneeuw’. En is er genoeg water, dan is het nog de vraag of de temperatuur zal dalen tot onder het vriespunt; ook al een voorwaarde voor machinaal opgewekte winterse neerslag.

Weg sneeuw

Geen toeristische sector wordt zo zwaar getroffen door de opwarming van de aarde als de ski-industrie. Het sneeuwen begint op veel plaatsen later in het seizoen, de sneeuwlaag is dunner en houdt in het voorjaar minder lang stand, stelde het WSL al vast. De gemiddelde sneeuwdiepte is sinds 1951 in heel Europa met 12 procent per decennium gedaald, met een versnelling vanaf de jaren 80, volgens de Nederlandse Wageningen Universiteit. Météo France voorspelt dat aan het eind van deze eeuw de sneeuw in de Franse Alpen op een hoogte van 1.500 meter met de helft zal zijn geslonken of zelfs bijna helemaal verdwenen, afhankelijk van het succes van de menselijke maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan.

Om te overleven – althans voorlopig – wordt in steeds meer skigebieden de infrastructuur van de wintersportindustrie verder uitgebreid. Eerst was er, vanaf de jaren 60, de sterke groei van het aantal skiliften. Het skiën was niet langer een tijdverdrijf voor slechts de elite. Ook met de middenklasse ging het bergopwaarts. In de jaren 70 kwam de tweede bouwslag op gang. De wintersportoorden ontdekten dat zij met (technisch steeds betere) sneeuwkanonnen niet alleen een kaal stukje piste konden voorzien van een vers laagje sneeuw. Het was ook een manier om hun seizoen eerder te laten beginnen en langer te laten duren.

Inmiddels kan vrijwel geen skigebied in Europa nog zonder machinesneeuw. Marktleider TechnoAlpin heeft de productie van zijn bekende gele sneeuwkanonnen in tien jaar meer dan verdubbeld, tot meer dan 4.500 in 2015. Daaraan voegde het Tirools-Italiaanse bedrijf in dezelfde periode nog een vergelijkbaar aantal ‘sneeuwlansen’ toe. Uit die lange stokken langs de pistes spuit (ondergronds aangevoerde) water en perslucht, die in de vrieslucht verandert in sneeuw.

Ecologische compensatie

Voor steeds meer kunstsneeuw is steeds meer water nodig, dus zijn bouwbedrijven opnieuw druk in de weer. In hoog tempo worden in de nabijheid van de skipistes waterbassins aangelegd, die al die nieuwe sneeuwkanonnen moeten voorzien van een gegarandeerde voorraad water. Skiërs zullen de kunstmatige meren in de winter niet snel herkennen, onder hun deken van ijs en sneeuw. Maar in de zomer zijn het wel opvallende verschijningen. Het is maar een van de redenen dat ze niet geliefd zijn bij ecologen, die de skibedrijven opnieuw zien ingrijpen in het natuurlandschap. 

In het Franse Le Grand Bornand en het Italiaanse bergmassief Monte Rosa zijn de bassins afgezet met een grote grijze rand. In het Zwitserse Les Crosets is een bassin op een natuurlijker manier in het landschap verwerkt, inclusief een extra meertje als ‘ecologische compensatie’.

De afhankelijkheid van sneeuwmachines is maar een van de problemen van de skidorpen. Het aantal skiërs neemt wereldwijd nog licht toe, meldt het 2018 International Report on Snow & Mountain Tourism. Dat is echter vooral te danken aan beginnende skiërs in met name China. In Europa is juist sprake van vergrijzing onder de wintersporters. Het aantal skiërs groeit niet meer, en de lokroep van andere vakantieoorden klinkt steeds luider. Frankrijk, met meer dan driehonderd skigebieden een van de grootste skilanden ter wereld, trok twee seizoenen geleden 51 miljoen skitoeristen – dat was voor het vierde seizoen op rij minder dan het jaar ervoor.

Luxe

De angst voor het wegsmelten van het witte goud is groot in de bergdorpen. Het sneeuwtoerisme is vaak de belangrijkste inkomstenbron. Regent het afzeggingen voor een sneeuwloze kerst, dan kan dat een heel seizoen verlieslatend maken. Tegelijkertijd dwingt de concurrentie met andere skigebieden tot enorme investeringen in sneeuwproductie en betere voorzieningen, zoals luxestoeltjes- of cabineliften. Soms moeten die liften de skiërs ook nog eens naar hogere, moeilijker bereikbare gebieden brengen, waar de sneeuw nog wel ruim aanwezig is.

Die miljoeneninvesteringen kunnen alleen worden terugverdiend als het skiseizoen op lengte kan worden gehouden, van december tot en met maart. Enerzijds vergt dat steeds meer sneeuw uit mensenhanden, met het bijbehorende energiegebruik. Anderzijds vraagt dat om het aantrekken van nieuwe toeristen. Zo wordt geprobeerd om Chinezen te verleiden tot een vliegvakantie richting de Europese piste. Het tekent de moeilijke positie van de ski-industrie: bedreigd door klimaatverandering, maar voor het overleven afhankelijk van steeds meer energieverbruik.

Het sneeuwmanagement, een steeds technischer wordende discipline, wordt wel steeds duurzamer, zegt de Zwitserse onderzoeker Ebner. “Het water in de bassins voor kunstsneeuw is vaak smeltwater. Dat is beter dan bijvoorbeeld grondwater. Er wordt gewerkt aan energiezuiniger sneeuwkanonnen. En vooral naar betere afstemming van de sneeuwproductie op het weer. Maar het blijft moeilijk. Uiteindelijk moeten we om te skiën steeds hoger de berg op.”

Beeld DM
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden