Maandag 26/07/2021

Bij de synagoge jubelt en spettert het

Berlijn is dé nieuwe culturele smeltkroes van Europa, waar meer kunstenaars dan ooit op een kluitje samenleven. 'Hier is iedere goede kunstenaar op weg naar de onsterfelijkheid.' In de toekomstige Duitse hoofdstad loopt nu de eerste Biënnale voor hedendaagse kunst. Alles is geoorloofd: de Spree groen kleuren, of langs reuzenglijbanen van de tweede verdieping naar de begane grond roetsjen.

Lucette Ter Borg

De toekomst in Berlijn is dit: een toren van Babel, opgetrokken uit tandenstokers, draad, luciferhoutjes en om het even wat je voor de voeten komt, in huis of op straat. De Amerikaanse kunstenaar en 'bouwmeester' Sarah Sze (1967) laat die toren tot het jaar tweeduizend welig tieren, opzij, en omhoog door een gat in het dak de wolken tegemoet. Maar ook het omgekeerde kan voorvallen. Het draadje raakt los, het houtje breekt af, het ding stort in. En dan is dat de catastrofe - die volgens Sze prima thuishoort op de plek waar Albert Speer zijn gebouwen voor Hitler ontwierp en nu de Akademie der Künste aan de Pariser Platz heet.

De toekomst in Berlijn is ook dit: hopen op veel nieuwe bewoners, want alle lege vlakten van vroeger moeten worden gevuld, alle straatnamen veranderd, en bijna alle architectonische herinneringen aan de DDR-tijd uitgewist. En dus gaat over een maand ook de bijna tweeduizend vierkante meter grote INIT Kunsthalle, in voormalig Oost-Berlijn, tegen de vlakte. Vroeger sleet hier een warenhuis zijn spullen. Toen volgde de Wende en kwam het leeg te staan. Totdat in april van dit jaar een groepje niet onbemiddelde galeriehouders en kunstenaars de vereniging INIT oprichtte. Ze trokken het warenhuis binnen en presenteren er sindsdien met veel succes overzichten van internationale hedendaagse kunstenaars. Zolang het nog duurt, daar in de Chausseestrasse, is het schwups-di-wupsi! - met veel bezoekers en zaterdags tot diep in de nacht dans en muziek. Na november gaat INIT echter niet ter ziele. Ze vindt wel weer een stek, in een oude fabriek of ander warenhuis, verder weg van het centrum.

De toekomst van Berlijn was kort geleden echter ook dit: een wit blad papier. Je kon er een vlag planten en zeggen dat het van jou was. En dus trok galeriehouder en party animal Gerd Harry Lybke (37) van galerie Eigen + Art, in 1992 vanuit Leipzig naar Berlijn-Mitte. Daar verlieten de oude bewoners hun huizen - ze waren het zat om de klamme kamers met walmende bruinkool warm te stoken, geen warm water uit de kraan te hebben. Auguststrasse, Gipsstrasse, Kleine Hamburgerstrasse en Sophienstrasse: op een kluitje stonden de huizen leeg, klaar om in bezit te worden genomen door kunstenaars, galeries en alternatieve cafés. Die namen het niet zo nauw en bovendien waren de huren - en zijn ze nog steeds - laag, want de eigendomsrechten van deze huizen, voormalig joods bezit, zijn nog niet geklaard.

Lybke drijft al zes jaar met succes zijn galerie aan de Auguststrasse. Kunstenaars uit zijn stal genieten internationale bekendheid, onder hen het Franse troetelkind Fabrice Hybert en de Schotse, voor de Turner Prize genomineerde Christine Borland. Met Klaus Biesenbach - curator van de eerste Biënnale van Berlijn voor hedendaagse kunst - is Lybke initiatiefnemer van de periodieke zaterdagse galerierondgang in Berlin-Mitte. Daar, achter de oude synagoge, jubelt, bruist en spettert het.

Berlijn is nog steeds een eiland in de boerenprovincie Brandenburg. Het is nog steeds de stad van tweespalt tussen Oost en West, tussen communisten en katholieken, de stad van revoluties en onverklaarbare geschiedenis. Maar het is een feit dat de stad negen jaar na de Wende definitief is ontwaakt uit haar culturele winterslaap.

Volgens de laatste officiële schattingen telt Berlijn op dit moment vierduizend ingeschreven beeldend kunstenaars. Dat is meer dan ooit, zegt Peter Radunski, senator van Cultuur. De kunstenaars drukken zich uit met alle middelen die hen ter beschikking staan: muziek, mode, video, Internet, schilderkunst, installaties en performances. Er wordt geëxperimenteerd en gediscussieerd. "Iedereen is hier gelijk," zegt Lybke. "Er bestaat in Berlijn geen piramidesysteem met een grote groep middelmatige kunstenaars aan de basis en een topje van sterren daarboven. In Berlijn staat iedereen op dezelfde sport van de ladder. Het enige wat je als kunstenaar moet doen is erop stappen - met de wens onsterfelijk te worden."

De nieuwe hoofdstad, waarvandaan in de jaren zestig en zeventig de kunstenaars nog wegvlogen, is nu de meest geliefde woonplaats van Duitse kunstenaars. Stuttgart, Bremen en Karlsruhe worden tegenwoordig voor zwaar provinciaal versleten. "Berlijn is de enige stad in Duitsland waar je jonge avant-garde in een internationale context kunt presenteren," zegt Lybke. Daarom is de Spaanse videokunstenaar Juan Carlos Roblés (35), die een tentoonstelling heeft aan de Monbijoustrasse, een paar jaar geleden uit "het o zo katholieke" Sevilla gekomen. Zijn keuze, zegt hij, is ingegeven door de docenten Rebecca Horn en Katharina Sieverding, die aan de kunstacademie lesgeven. Fernando Ninjo Sánchez (33), afkomstig uit Colombia, heeft zijn studie in Barcelona afgebroken om in Berlijn voort te studeren. "Hier ligt de geschiedenis zo voor het grijpen dat je er wel mee in verbinding móet staan," zegt Sánchez. "Het is goed voor mij en mijn kunst om hier te wonen. Want elke dag dat ik wakker word, moet ik mij afvragen: wat doe ik, waarom ben ik in godsnaam hier?"

Ook Nederlandse kunstenaars - onder wie Rineke Dijkstra, Viktor & Rolf, Marijke van Warmerdam, Erik van Lieshout en Bastienne Kramer - hebben de voorbije twee jaar voor korte of langere tijd in Berlijn gewoond en gewerkt. Veel van hun werk is geëxposeerd in het vorige winter geopende Büro Friedrich, dat wordt geleid door de Nederlandse tentoonstellingenmaker Waling Boers.

Berlijn is de nieuwe smeltkroes, schrijft een internationaal gerenommeerd kunstblad als Flash Art al onbevangen. De opvolger van grote kunstcentra als Wenen, Parijs en New York.

De openingstentoonstelling van de eerste Berlijnse Biënnale lijkt in elk geval veelbelovend. Klaus Biesenbach is samen met de Zwitserse tentoonstellingsmaker Hans Ulrich Obrist en de Amerikaanse Nancy Spector verantwoordelijk voor de keuze van de 71 jonge internationale kunstenaars. Aan hen de vraag om te reageren op de stad Berlijn. Het is geen dwingende, maar een onderzoekende vraag geweest.

Alles is daarom geoorloofd. Of je nu, zoals de IJslandse kunstenaar Olfa Eliasson, de rivier de Spree groen wilt kleuren, of, zoals Andreas Slominski, bedenkt hoeveel blikken verf er nodig zijn om de Funkturm te schilderen. Of een politieke partij wil oprichten onder de motto's Scheitern als Chance en Wahl dich selbst. Of dat je gewoon doet wat je altijd al doet, zoals Vibeke Tandberg met haar gefilmde zelfportretten in meervoud.

De openingstentoonstelling Berlin / Berlin - de Biënnale biedt nog een programma tot aan het jaar tweeduizend - is op drie plaatsen te zien. In de door Biesenbach geïnitieerde Kunst-Werke in de Auguststrasse, in het verloederde, maar tragisch schone, laat negentiende-eeuwse Postfuhramt op de hoek van de Tucholsky- en Oranienburgerstrasse, en in de vervallen Akademie der Künste aan de Pariser Platz. Alle kunst bevindt zich in het stadsdeel Mitte, op loopafstand van elkaar.

Wie moe is kan bijkomen in het speciaal door Dan Graham ontworpen Café Bravo - in de hof van de Kunst-Werke - of zich in het Postfuhramt onder het genot van sinaasappelsap en triphop laten wegzakken in witte zitbanken, achter witte voiles. Kijk dan vooral naar de schimmen die langsglijden. Kijk naar de veranderende lichteffecten. En kijk ook naar de catalogus, die een kritische, alternatieve reisgids biedt voor de stad en waarin je behalve gegevens over de deelnemers alle ins and outs over Berlijnse clubs aantreft, 'no go areas' ook, mode, armoede en rijkdom, film, geschiedenis en architectuur.

Het is de verdienste van Biesenbach en de zijnen dat op een tentoonstelling die zoveel namen, karakters, nationaliteiten en soorten kunst bij elkaar brengt en vermengt, de coherentie toch groot is gebleven. Berlin/Berlin heeft veel kunstenaars aangespoord tot het zoeken naar een manier van omgaan met het al dan niet vervreemdende, snelle, hectische leven van de grote stad. Zoeken sommigen dit in een gedetailleerde reflectie op kleine intieme gebeurtenissen, anderen geven hun commentaar frank en vrij.

Geluksvogel Carsten Höller bijvoorbeeld heeft in de Kunst-Werke twee van zijn reuzenglijbanen geïnstalleerd. Het is dé manier, houdt Höller je voor, om van verdieping 2 naar 1 te komen, en van 1 naar de begane grond. En iedereen roept 'joepie!' als hij de zwaartekracht in zijn maag voelt rommelen. Toch is dit fysieke gevoel van vreugde nog niets vergeleken met de euforie die Höller uitdrukt op een piepklein tekeningetje aan de muur. Hochhausrutschbahnverbindungen heet het fragiele geval. Te zien zijn de ingewanden van twee naast elkaar gelegen flats, die met elkaar in verbinding staan via roetsjbanen. De bewoners zie je op een stoel zitten, lezen, lachen en de glijbaan afkomen met grote pret. In Höllers grote stad zijn alle volwassenen en oude mensen als een kind zo blij.

Daarentegen schetsen Thomas Demand en Jan Liesegang een schrijnend, futuristisch, maar toch humoristisch beeld van grootsteedse vervreemding. Wie in de toekomst nog denkt werkelijk met iemand een telefoongesprek te voeren, is volgens Liesegang een domoor. Allang heeft een digitale stem de functie van gesprekspartner overgenomen - en wie wil weten wat mijn of jouw TPO's zijn ('Top Private Obligations'), moet zijn of haar persoonlijke TPI-code (Top Private Info) intoetsen.

Waar Liesegangs toekomstvisioenen toe leiden, blijft ongewis en onuitgedacht. En ongetwijfeld zullen ze dat ook blijven. Gelukkig maar. Want het is een vorm van kunst die net zo goed past bij het experimentele karakter van de Biënnale als bij dat van Berlijn. © de Volkskrant

De openingstentoonstelling van de eerste Berlijnse Biënnale duurt tot en met 3 januari 1999. Akademie der Künste (Pariser Platz 4), Postfuhramt (Oranienburgerstrasse / Tucholskystrasse) en Kunst-Werke Berlin (Auguststrasse 69).Catalogus: 40 mark.

Berlijn is intussen de meest geliefde woonplaats van Duitse kunstenaars geworden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234