Dinsdag 15/10/2019

Parijs Brand Notre-Dame

Bij de Notre-Dame ligt verval al eeuwen op de loer

Beeld Photo News

De Notre-Dame, waar vandaag een verwoestende brand uitbrak, verkeerde al lange tijd in slechte staat. Dat was niet voor het eerst. Begin 19de eeuw overwoog de gemeente de eeuwenoude kathedraal zelf te slopen. De ommekeer kwam met de publicatie van het beroemde boek De klokkenluider van de Notre-Dame.

De Notre-Dame van Parijs is een van de belangrijkste kathedralen ter wereld en een van de grootste toeristische attracties van Frankrijk, elk jaar bezocht door dertien miljoen mensen. Napoleon kroonde zich er in 1804 tot keizer. Met de bouw werd begonnen in 1163 en de kathedraal werd ingrijpend gerestaureerd in de 19de eeuw.

Waarschijnlijk is de brand veroorzaakt door werkzaamheden. In de Notre-Dame liep een uitgebreid restauratieprogramma. Bij vluchtige inspectie oogde de kathedraal nog altijd als een robuuste kolos, symbool van onwankelbaar middeleeuws geloof in het hartje van Parijs, met haar glorieuze glas-in-loodramen en schilderachtige waterspuwers. Maar de Notre-Dame verkeerde al lange tijd in deplorabele toestand. Pinakels – de decoratieve ‘torentjes’ – werden met stalen banden op hun plaats gehouden. Waterspuwers waren verdwenen – op sommige plaatsen stak slechts een pvc-buis uit de gevel. Op een aantal plaatsen is de stenen reling vervangen door houten schotten. In de tuin liggen stukken torenspits, waterspuwers en andere stenen ornamenten, die naar beneden zijn gekomen of uit voorzorg zijn verwijderd.

Grote fans

“Voor een complete restauratie is 150 miljoen euro nodig”, zei Michel Picaud, voorzitter van de stichting Vrienden van de Notre-Dame in 2017. “Maar we hebben gekeken welke herstelwerkzaamheden het meest dringend zijn. Daarvoor hebben we de komende tien jaar 60 miljoen nodig.” De Vrienden van de Notre-Dame wierven fondsen in de Verenigde Staten, waar de zangeres Beyoncé en haar man, rapper Jay Z, verklaarden grote fans van de kathedraal te zijn.

Beeld ANP Graphics

De geschiedenis van de Notre-Dame begint bij koning Lodewijk VII die de status van Parijs wilde onderstrepen met een groot religieus monument. In 1163 werd de eerste steen gelegd, in aanwezigheid van paus Alexander III. Van de 12de tot de 14de eeuw werd aan de kathedraal gebouwd. Onder Lodewijk XIV en XV werd de Notre-Dame verbouwd volgens de classicistische idealen van de 17de en 18de eeuw.

Aan het begin van de 19de eeuw verkeerde de Notre-Dame echter in een erbarmelijke staat. Tijdens de Franse Revolutie werden de altaren vernield en de schatkamer geplunderd. De standbeelden van 28 bijbelse koningen aan de westelijke façade werden onthoofd omdat ze voor Franse koningen werden aangezien.

De revolutionairen voerden aanvankelijk een felle strijd tegen het katholieke geloof. De Notre-Dame werd getransformeerd tot een Tempel van de Rede. De cultus van de Rede werd echter geen groot succes. Veel Franse burgers hielden vast aan hun katholieke geloof.

In de jaren na de Revolutie viel Frankrijk ten prooi aan strijd tussen royalisten en elkaar ook onderling bevechtende republikeinen. Toen Napoleon in 1799 de macht greep om de orde te herstellen, greep hij terug op het katholicisme. In 1801 sloot hij een concordaat met de paus, waardoor de kerk in ere werd hersteld. “Het luiden van de klokken van de Notre-Dame met Pasen 1802 symboliseerde voor veel mensen het einde van de Revolutie”, schreef de Britse historicus Robert Gildea.

Grapjes

Toen Napoleon zich in 1804 tot keizer liet kronen, waren de muren van de Notre-Dame met vaandels bedekt, teneinde de beklagenswaardige conditie van het gebouw te maskeren. Rond 1830 was de kathedraal zo vervallen dat de gemeente Parijs overwoog haar te slopen.

De ommekeer kwam in 1831, toen Victor Hugo zijn klassieke roman De klokkenluider van de Notre-Dame publiceerde. Met Quasimodo, de gebochelde klokkenluider, wist Hugo de Parijzenaars te overtuigen van de waarde van de Notre-Dame, de romantische weerspiegeling van de Middeleeuwen op de Ile de la Cité in het hart van Parijs. In 1845 begon de restauratie van de kathedraal, aan de hand van oude tekeningen door de architect Viollet-le-Duc. Hij permitteerde zich wel een paar 19de-eeuwse grapjes. De beelden van de monsters op de voorgevel zijn niet ontsproten aan de middeleeuwen, maar aan de fantasie van de architect. Als grapje plakte hij zelfs zijn eigen gezicht op een beeld van de apostel Thomas, aan de voet van de torenspits.

Volle glorie

De westelijke façade haar twee stompe torens en roosvormige glas-in-loodvenster behoort tot de bekendste stadsgezichten ter wereld. Tot 1865 werd het zicht op de façade onttrokken door de huizen die destijds op het plein stonden. In opdracht van keizer Napoleon III sloopte baron Haussmann, prefect van de Seine, de straatjes voor de Notre-Dame zodat de kathedraal voortaan in volle glorie getoond werd.

De Notre-Dame is een symbool van het patrimoine, het erfgoed waar de Fransen zo trots op zijn, maar dat ook zo veel geld kost om te onderhouden. “In de kerk zit je nog droog. Maar als we niets doen zal het gaan lekken”, zei Michel Picaud van de Vrienden van de Notre-Dame in 2017. “In de 19de eeuw verkeerde de kathedraal in een nog veel slechtere staat. Toen was het praktisch een ruïne. Juist omdat te voorkomen, willen we nu ingrijpen.”

De plannen van de Vrienden zijn nu op tragische wijze doorkruist door een verwoestende brand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234