Woensdag 16/10/2019

Interview

‘Bij de kernramp van Fukushima vielen welgeteld núl doden’: prof Joshua Goldstein adviseert de Belgische regering

Jarenlang maakte Joshua Goldstein zich ernstig zorgen over kernwapens, nu over de klimaatverandering. Zijn advies is opmerkelijk: bouw kerncentrales. ‘Hoe meer ik me in kernenergie verdiepte, hoe meer ik ervan ging houden.’

In een toespraak in 2015 noemde president Barack Obama de klimaatverandering “een serieuze bedreiging van de mondiale veiligheid”. Dat hoefde niet te verbazen. De halve bevolking van Syrië was op de vlucht vanwege een burgeroorlog die volgens experts mede werd veroorzaakt door aanhoudende droogte en mislukte oogsten. Er wordt al jaren gewaarschuwd dat de strijd om natuurlijke hulpbronnen als water en bossen zal leiden tot gewelddadige conflicten.

De interesse van Joshua Goldstein was gewekt. Als professor is hij verbonden aan de American University in Washington D.C., met ’s lands grootste opleiding voor internationale betrekkingen. Eerder schreef hij het standaardwerk International Relations, dat zeker een half miljoen studenten hebben gebruikt, en diverse boeken over oorlogen en conflicten.

Nadat Goldstein zich in de klimaatverandering had verdiept, concludeerde hij dat het beleid zou verbeteren als het probleem werd erkend als een kwestie van mondiale veiligheid. Zijn bevindingen verwerkte hij in een nieuw boek: A Bright Future: How Some Countries Have Solved Climate Change and the Rest Can Follow. Het kreeg lovende recensies en werd onder meer aanbevolen door intellectueel Steven Pinker (“Het belangrijkste boek over de klimaatverandering sinds An Inconvenient Truth van Al Gore.”). Volgend voorjaar verschijnt de vertaling bij uitgeverij Atlas Contact.

Onlangs was de 66-jarige Goldstein in Nederland om te spreken aan de Universiteit Groningen. We treffen hem vooraf in een zijkamertje, waar hij met zijn vrouw overlegt of hij nu een stropdas moet dragen of niet. “Is dat niet te formeel? Maar kan het wel zonder?”

Wat is het verband tussen de klimaatverandering en de internationale politiek?

“De mondiale opwarming vormt een nieuwe, serieuze uitdaging voor onze politieke instellingen. Maar er doet zich een klassiek probleem voor: iedereen plukt de vruchten van alle inspanningen bij elkaar. Daarom heeft een land op zich er slechts weinig belang bij om er iets aan te doen, zeker omdat het financiële offers vergt van de eigen bevolking. We willen dus zo weinig mogelijk doen en wachten op de inzet van anderen.”

Daarom zijn er toch afspraken en verdragen over een lagere CO2-uitstoot?

“Die hebben nog maar weinig bereikt. Sinds het Kyoto-protocol uit 1997 is de mondiale CO2-uitstoot met 50 procent gestégen. We mogen niet te veel verwachten van internationale politieke samenwerking.”

Wat verandert er precies als we de klimaatverandering gaan zien als een kwestie van mondiale veiligheid?

“Te veel mensen praten nog altijd over wat we kunnen doen om onze CO2-uitstoot terug te dringen op een individueel of lokaal niveau. Dat is leuk en aardig, maar het probleem is veel, veel groter. In de komende decennia zal de wereld een sterke stijging zien van de bevolking, de economie en het energieverbruik: hoe gaan we die opvangen?

“Door de klimaatverandering te zien als een bedreiging van de mondiale veiligheid zouden we er meer op gericht zijn een ramp af te wenden. We zouden kiezen voor heel concrete, praktische, haalbare oplossingen met veel impact.

“Want stel: er is een technologie beschikbaar die niet bijdraagt aan de klimaatverandering en die we grootschalig en betaalbaar kunnen uitrollen, zodat we snel afscheid kunnen nemen van kolencentrales, die zorgen voor de meeste CO2-uitstoot. Een technologie die betrouwbare, schone en veilige energie kan brengen op plekken waar daar behoefte aan is. Dat zou toch fantastisch zijn, nietwaar? Welnu, die technologie ís er: kernenergie.”

Die conclusie wordt niet bepaald breed gedeeld.

“Ook wanneer je niet dol bent op kernenergie moet je toch vaststellen dat we ze nodig zullen hebben. Experts van het Internationale Energieagentschap geven dat onomstotelijk aan, en je kunt het opmaken uit de toekomstscenario’s van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Zij laten zien dat het zonder kernenergie niet zal lukken om de groeiende wereldbevolking van steeds meer energie te voorzien én tegelijk de opwarming te beteugelen. Daarom ben ik me in de afgelopen jaren gaan verdiepen in kernenergie, en wat bleek? Hoe meer ik erover las, hoe meer ik ervan ging houden.”

Vanwaar die liefde?

“Vanwege de kleine ecologische voetafdruk. Kernenergie is zo geweldig geconcentreerd dat je duizenden keren minder grondstoffen en materialen nodig hebt én veel minder afval produceert dan bij andere energiebronnen. Ter vergelijking: als de brandstof voor een kerncentrale in een vrachtwagen past, heb je voor een kolencentrale met dezelfde capaciteit 25.000 treinwagons nodig. Dankzij die concentratie berokkent kernenergie de natuur amper schade.”

‘Het betonnen omhulsel van een kerncentrale is zo dik en stevig dat een vliegtuig er nog geen deuk in slaat.’

Koude Oorlog

Joshua Goldsteins liefdesverklaring voor nucleaire energie mag verrassend heten. Toen hij in de jaren 80 besloot om internationale betrekkingen te gaan studeren, was die keuze ingegeven door de bezorgdheid over het groeiende arsenaal aan kernwapens. In zijn jeugdjaren hingen in scholen overal posters met wat je moest doen bij een Russische atoomaanval: je hoofd verbergen onder het bureau.

Bent u niet bezorgd over de relatie tussen kernenergie en kernwapens?

“Dat was ik altijd wel, maar een kerncentrale en een kernbom zijn twee totaal verschillende dingen.”

De scheikunde is anders dezelfde.

“Akkoord, maar dat geldt ook voor de benzine in uw auto en de napalm in een brandbom. Toch rijden we rond in onze auto’s zonder vrees dat iemand daardoor een napalmbom gaat maken.”

Zijn uw zorgen over een kernwapenwedloop dan helemaal verdwenen?

“Dat niet, maar het is veel minder hard gegaan dan we hadden verwacht. Toen ik opgroeide, waren we op weg om met die technologie onze eigen soort te vernietigen. De Eerste en Tweede Wereldoorlog zaten nog redelijk vers in het geheugen. We waren ervan overtuigd dat de Derde Wereldoorlog alles en iedereen kapot zou maken. Wij, de experts, dachten dat er vandaag wel zo’n veertig landen zouden zijn met kernwapens. Zover is het nooit gekomen.

“Wat is er gebeurd? Naast de door de NAVO erkende kernmachten hebben India, Pakistan, Noord-Korea en Israël de beschikking gekregen over kernwapens. En dat is het! Er waren landen die eraan begonnen – Zuid-Afrika, Argentinië, Brazilië – maar er weer van afzagen. Sterker, sinds het einde van de Koude Oorlog heeft er een wereldwijde ontmanteling van kernwapens plaatsgevonden. We hebben sindsdien al driekwart van het totale arsenaal vernietigd.”

Maar de dreiging is niet geweken, toch?

“Dat klopt. Kernwapens blijven een bron van ongerustheid. Ze kunnen onmiskenbaar veel schade aanrichten. Iran is een zorg, al is daar een overeenkomst mee afgesloten.”

Maar hoeveel is die afspraak waard? Deze maand bleek dat Iran de verrijking van uranium heeft opgeschroefd, in strijd met het nucleaire akkoord.

“De overeenkomst is zeker niet perfect, en de escalerende spanningen in Iran zijn zorgwekkend. Maar dat Iraanse militaire verrijkingsprogramma om mogelijk een nucleair wapen te creëren, staat volledig los van Irans enige kernreactor, die gewoon onder internationale controle staat.

“Pakistan vind ik zorgwekkender. Het land heeft duistere banden met extremistische groepen en hield Osama bin Laden verborgen. En: in het verleden heeft een Pakistaanse atoomgeleerde al eens technologische kennis gestolen over de verrijking van uranium voor kerncentrales, nota bene uit Nederland, om vervolgens een kernwapen te ontwikkelen.”

Aha, dus er is tóch een verband!

“Mja, nou... In de vroege fase van de nucleaire technologie waren kernwapens en kernenergie meer met elkaar verbonden. Toen produceerden sommige kerncentrales niet alleen elektriciteit, maar ook bijproducten die dienden als splijtbaar materiaal voor kernwapens. Vandaag is de relatie juist omgekeerd. Wist u bijvoorbeeld dat de Verenigde Staten jarenlang Russische kernkoppen hebben opgekocht om ze te gebruiken als brandstof in de Amerikaanse kerncentrales? Op het hoogtepunt van die handel was 10 procent van alle elektriciteit er afkomstig van kernwapens uit de oude Sovjet-Unie.

“Bovendien: sommige landen, zoals Zweden en Zuid-Korea, hebben kernwapens overwogen. Maar ze wilden óók kernenergie, en om een kerncentrale te mogen bouwen, moesten ze instemmen met het non-proliferatieverdrag (kernstopverdrag, red.) en inspecties van het Internationale Atoomenergieagentschap. Dat deden ze. Resultaat: wel kernenergie, geen kernwapens. Zo is het aan kernenergie te danken dat er steeds minder kernwapens zijn.”

En wat als terroristen kernwapens in handen krijgen?

“Hoe zou dat dan moeten? In elk geval niet via een kerncentrale. Noord-Korea kan er een paar verkopen, maar experts kunnen de herkomst van een kernwapen traceren en dat kan akelige gevolgen hebben voor Noord-Korea. De kans is daarom miniem dat er kernwapens worden verkocht aan terroristen.”

Misschien is dat al gebeurd, zonder dat wij het weten?

“Welnee. Als terroristen over kernwapens beschikten, hadden we het wel geweten. Ze zouden er meteen één gebruiken om hun macht te laten zien – en één achter de hand houden om ermee te kunnen onderhandelen.”

Wat zouden ze doen met zo’n kernwapen?

“Afvuren op de dichtstbevolkte stad die ze kunnen raken.”

Wat zou de schade zijn?

“Goh, kernwapens heb je in veel varianten, groot en klein. Maar laten we zeggen dat je er het centrum van een grote stad mee kunt platgooien. Volgens de standaarden van vandaag was de Hiroshima-bom maar een kleintje.”

Kunnen terroristen dan niet een aanval plegen op een kerncentrale? Of radioactief materiaal stelen?

“Dat is niet zo gemakkelijk. Het betonnen omhulsel van een kerncentrale is zo dik en stevig dat een vliegtuig er nog geen deuk in slaat. En als je radioactief materiaal wilt stelen, is dat heel wat gemakkelijker op de radiologieafdeling van het ziekenhuis. Daarmee kun je een zogeheten dirty bomb maken. Dan komt er een beetje straling vrij, waarmee je een hoop mensen schrik aanjaagt. Het zal vooral leiden tot angst en chaos.”

Sommige experts op het gebied van internationale betrekkingen stellen dat kernwapens de wereld juist veiliger maken, omdat ze zo afschrikwekkend zijn dat niemand meer ten oorlog durft.

“Het is waar dat de wereld vreedzamer is dan ooit tevoren, sinds 1945 en vooral sinds het einde van de Koude Oorlog. Tegenwoordig zijn er vooral nog burgeroorlogen en conflicten tussen overheden en gewapende rebellengroepen: die maken aanmerkelijk minder doden dan de oorlogen van vroeger. Maar is dat te danken aan kernwapens, simpelweg omdat die opkwamen in de tijd dat de wereld minder oorlog ging voeren? Dat is onwaarschijnlijk, want ook landen die geen kernwapens hebben, zijn vreedzamer geworden. Het is typisch een stelling die van theoretici komt. De praktijk is weerbarstig. Als er steeds meer kernwapens komen, stijgt de kans op een ongeluk of een verkeerde inschatting. Ze dreigen dan ook normaler te worden, omdat mensen gaan vergeten hoe ongelooflijk krachtig ze zijn.”

Maar toch. Als we de klimaatverandering moeten beschouwen als een kwestie van mondiale veiligheid ligt kernenergie niet voor de hand, gezien de kans op ongelukken en radioactieve straling.

“Er is het idee dat er geen veilige dosis straling bestaat. We zijn gaan denken dat zelfs een klein beetje straling giftig is en ons zal doden. Dat is absurd. Overal om ons heen is er radioactieve straling, bijvoorbeeld als we een banaan eten, die rijk is aan kalium, of in granieten gebouwen. In Ramsar in Iran is de achtergrondstraling liefst vier keer hoger dan wat internationaal wordt aanbevolen als veilig, maar toch zijn daar geen aanwijzingen voor een verslechterde gezondheid onder de bevolking.

“Het is aangetoond dat over de hele levenscyclus, van mijnbouw tot afvalverwerking, kernenergie leidt tot de minste doden per opgewekte hoeveelheid energie. Ongelukken met een kerncentrale zijn uiterst zeldzaam en brengen veel minder gezondheidsschade dan alom wordt gedacht. Het ongeluk in Tsjernobyl in 1986 leidde tot minder doden dan enkele recente aardbevingen, orkanen of industriële ongelukken. Het ongeluk in Fukushima in 2011, na een vernietigende tsunami: núl doden. Sterker, de echte gezondheidsschade van het ongeluk in Fukushima komt van de sluiting van kerncentrales in Japan, die worden vervangen door centrales op kolen en gas. Daardoor zullen tienduizenden mensen sterven als gevolg van luchtvervuiling, die kan leiden tot kanker en problemen aan hart en longen.”

Kernenergie kan toch altijd nog veiliger?

“Uiteraard. De nucleaire technologie staat niet stil. Bij drijvende kerncentrales, waarvan de Russen er al één in gebruik hebben, kan de hele brandstofcyclus op zee plaatsvinden, en is er voldoende koelwater beschikbaar om een eventuele kernsmelting te stoppen. Wellicht kunnen we in de toekomst thorium gaan gebruiken in plaats van uranium, waardoor een kernsmelting is uitgesloten, kernwapenproductie nóg moeilijker wordt en het radioactief afval minder lang actief blijft.”

Als u zo optimistisch bent over innovatie in de nucleaire sector, waarom dan niet over innovatie in de sector van duurzame energie?

“Wacht, ik zeg niet dat de strijd tegen de klimaatverandering niet kán werken met een nadruk op zon en wind. Maar tot nu toe is dat niet het geval. En het zou zomaar tien jaar kunnen duren voor we ons realiseren dat het niet lukt. Want wie kan garanderen dat er over tien of twintig jaar een oplossing is voor het gebrek aan opslag? Zijn er tegen die tijd voldoende batterijen? Is er genoeg lithium om die allemaal te produceren? Zal waterstof dan eindelijk beschikbaar en betaalbaar zijn? Is er dan een wereldomspannend geïntegreerd elektriciteitsnet om de piekproductie rond te pompen naar waar er vraag is naar stroom? Moeten we maar gokken op al die oplossingen die er vandaag nog niet zijn? Van kernenergie weten we in elk geval zeker dat het nu al werkt.”

En wat met kernafval? Moeten we gokken dat we daarvoor een veilige oplossing vinden?

“Er zijn wel degelijk goede voorstellen om het kernafval op te bergen, bijvoorbeeld ingesloten in klei. Maar zelfs áls we geen enkel idee zouden hebben wat we met ons kernafval aan moesten, dan zadelen we toekomstige generaties op met de gevolgen van klimaatverandering – en die zullen heel wat sneller problematisch worden.”

‘Bij de kernramp van Fukushima vielen welgeteld núl doden. Sterker, de echte gezondheidsschade van dat ongeluk komt van de sluiting van de kerncentrales in Japan.’

Koreaanse kwaliteit

In zijn boek schrijft Goldstein enthousiast over de energietransitie in Zweden. Het land wist in de jaren 70 en 80 fossiele brandstoffen af te zweren. Met de bouw van twaalf kernreactoren op vier locaties kregen de Zweden een overvloed aan goedkope stroom. Centrales op steenkool en aardgas werden overbodig, ook dankzij handig gebruik van restwarmte. Vandaag levert kärnkraft 40 procent van alle elektriciteit in Zweden, net iets meer dan waterkracht, aangevuld door biomassa en wind.

De Belgische regering wil de kerncentrales sluiten en lijkt te willen inzetten op energie uit zon en wind. Verstandig?

“Als je inzet op zon en wind zul je afhankelijk blijven van fossiele centrales of import van omliggende landen voor de back-up. Alle landen die het grootste deel van hun elektriciteit halen uit CO2-vrije bronnen zijn ofwel gezegend met waterkrachtcentrales, zoals Noorwegen, of ze gebruiken kerncentrales, zoals Frankrijk.

“De prioriteit in het klimaatbeleid moet zijn om te stoppen met steenkool, vanwege de CO2-uitstoot en de luchtvervuiling. Ook moeten we minder aardgas gaan verbruiken, omdat het als methaan in de atmosfeer lekt, waar het een krachtig broeikasgas is. En alle experts weten dat alleen kernenergie klaar is om de dominante rol van kolen- en gascentrales in de wereld over te nemen.”

Terwijl de prijzen van windmolens en zonnepanelen dalen, wordt kernenergie steeds duurder.

“Niet overal. Europeanen en Amerikanen kiezen steevast voor nieuwe, innovatieve types reactoren. Die zijn duur én lopen vertraging op. Maar kijk eens naar Azië. Daar bouwen de Zuid-Koreanen telkens dezelfde modellen, met dezelfde mensen: steeds goedkoper én op tijd. De kosten zijn maar een kwart van zo’n nieuwe kerncentrale als bij Hinkley Point in Engeland. Overigens, juist in Denemarken en Duitsland, met al hun groene stroom, zijn de energierekeningen in Europa het hoogst.”

Zelfs als de Koreanen er één zouden bouwen, duurt het tien jaar voordat er een kerncentrale staat.

“Akkoord, maar zet het in perspectief. Wanneer de nieuwe kerncentrale in Finland eindelijk klaar is – veel later en veel duurder dan gepland – zal die jaarlijks meer elektriciteit produceren dan alle windmolens die in 25 jaar tijd in Denemarken zijn neergezet. En waar een windmolen na twintig jaar al moet worden afgebroken, kan een kerncentrale zo’n tachtig jaar blijven staan.”

De landen die serieus bezig zijn met kernenergie zijn Rusland, India en China: landen die niet erg democratisch zijn. Dat geeft toch te denken?

“Het zegt ons dat angstcampagnes het meeste succes hebben in democratische landen, waar er meer wordt geluisterd naar de stem van het volk.”

Waar komt die angst volgens u vandaan?

“Voor een deel uit het verleden, door de associatie van kernenergie met de ontwikkeling van kernwapens. Voor een ander deel wordt de angst – voor ongelukken, voor straling – al tientallen jaren aangewakkerd door milieugroepen als Greenpeace, die er honderden miljoenen dollars in hebben gestoken. U zult mij niet horen zeggen dat die angstcampagne is georkestreerd of gefinancierd door de fossiele industrie, maar áls ze dat wel had gedaan, was het een slimme investering geweest.”

Hoezo?

“Omdat kernenergie de enige concurrent is van fossiele brandstoffen. Zolang windmolens en zonnepanelen geen betrouwbare stroomleveranciers zijn, vormen ze nauwelijks serieuze concurrentie. Sterker, ze werken alleen in combinatie met fossiele centrales, omdat die voortdurend de back-up leveren. De angst voor kernenergie pakt in de praktijk al jarenlang heel goed uit voor de fossiele industrie. Overal waar onder druk van de milieubeweging de plannen voor een kerncentrale werden geschrapt of waar er één vroegtijdig werd gesloten, is die vervangen door een centrale op steenkool of aardgas. Toch blijven de milieugroeperingen zich afzetten tegen kernenergie.”

Zal dat volgens u ooit veranderen?

“Bij jongeren zie ik niet veel weerstand tegen kernenergie. Zij zijn niet opgegroeid met de dreiging van kernwapens, maar met de dreiging van de klimaatverandering. Zij zullen eisen dat we gebruik maken van alle oplossingen die te onzer beschikking staan. Ik kan me niet voorstellen dat ze zullen accepteren dat een bestaande, bewezen techniek op basis van irrationele angsten wordt uitgesloten.”

Hoe moet het nu verder met het Belgische klimaatbeleid?

“U kunt uw kerncentrales het best zo lang mogelijk openhouden en ze intussen goed onderhouden en aanpassen. Voor de toekomst kan uw regering misschien samenwerken met Nederland. Daar lijken ze althans open te staan voor kernenergie. Waarom zou je hier tienduizend windmolens gaan bouwen, wanneer je met een paar kerncentrales op een industrieterrein of langs de kust evenveel stroom kunt opwekken? Laat de Zuid-Koreanen gewoon een hele serie kerncentrales bouwen voor België en Nederland. Binnen twintig jaar staan ze er. Je duwt op de knop en voilà: je hebt zeker tachtig jaar lang CO2-vrije stroom, weer of geen weer.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234