Zaterdag 08/08/2020

BIJ DE EUROHATERS

Van Athene tot Warschau zullen de dure champagnes en dito woorden komende woensdag rijkelijk vloeien. Tien nieuwe lidstaten ondertekenen dan aan de voet van de Akropolis plechtig het toetredingsverdrag tot de Europese Unie. West-Europa sluit de lang verloren Slavische broeders uit het Oosten weer in de armen. 'Krijg de klere met je communistische complot vanuit Brussel', repliceren de Eurohaters in Polen. Op zoek naar het waarom achter die diepe afkeer uit een verongelijkte ziel.

Marc Peirs

Oma Leokadia Sienniak klinkt boos en beslist: "Ik betaal geen belasting op het hok, hoor je? Geen zloty belasting daarvoor. We breken het hok af. Tegen de vlakte ermee. Bella vindt wel onderdak in de garage." Arme Bella. De familiehond, een ragebol van veertien jaar op korte pootjes, wordt dakloos. En volgens oma Leokadia is dat de schuld van de Europese Unie. Hoezo?

We zijn in Ostrowiec Swietokrzyski, een provincieplaatsje in het zuidoosten van Polen. Oma Leokadia woont samen met haar dochter Alicia in een kloek huis, langs een onverharde weg, tegenover een strook bos. Alicia hobbelt dagelijks naar het centrum voor inkopen die ze zorgvuldig rangschikt in zo'n felgekleurde, reusachtige plastieken tas waarop Oost-Europa een patent lijkt te hebben. Leokadia verlaat het huis nooit. Waarom zou ze ook? Vorige week haalde haar stadje even de nationale pers toen de Poolse nationale voetbalploeg het lokale stadion uitkoos om San Marino met 5-0 in te blikken, maar verder gebeurt er nooit wat in Ostrowiec Swietokrzyski. Leokadia's bestaan is volledig opgetrokken uit voorwereldse elementen als steenkoolkachels, oorlogsherinneringen, zelf gebakken brood en stilte.

Verder van Brussel kan een plek niet zijn - en toch dringt het grote Europa ongevraagd binnen in Leokadia's kleine koninkrijk. De invasie gebeurt, zo is Leokadia's vrees, via de plek waar het het meeste pijn doet: de portemonnee. Lid worden van de Europese Unie, dat betekent dat Polen 80.000 pagina's tjokvol Europese regels en afspraken in de eigen wetgeving moet opnemen. Dat premier Miller tijdens de Top van Kopenhagen half december een belofte van 1 miljard euro Europese subsidie uit de brand sleepte, stelt Leokadia niet gerust. Al die nieuwe wetten, op sanitaire en milieutechnische vereisten in allerlei productieprocessen, en al die nieuw op te richten instituten en controleorganen, dat gaat een smak geld kosten. "En wie gaat dat betalen?", vraagt Leokadia retorisch.

De regering-Miller van de voormalig communistische SLD vond een gouden kip in een vergeelde fiscale wet die een taks eist voor elk aanbouwsel bij een privé-woning. Het hok van Bella, bijvoorbeeld. Zoals in elk ander beschaafd Europees land, heeft de eigenaar voor zo'n bouwsel een vergunning nodig. En zoals in elk ander beschaafd Europees land, liet de Pool zich aan die vergunningsplicht geen zak gelegen. Bella is een illegaal in d'r eigen hok.

Onder de koosnaam abolicja podatkowa beheerste de geplande taks maandenlang de politieke agenda en de gesprekken van de modale Pool. Tot het wetsvoorstel sneuvelde op een njet van het Hooggerechtshof: de burger retroactief belasting opleggen, zou indruisen tegen alle regels van behoorlijk bestuur, zo luidde het Hof de doodsklok over het plan. Maar bij oma Leokadia is het kwaad intussen gezaaid: "Ze vinden wel wat anders om ons te doen betalen! Die Europese Unie gaat ons geld kosten, pas maar op." Hoofdschuddend: "Stomme EU. Waar hebben we die nu plots voor nodig?"

Trek je van Ostrowiec Swietokrzyski verder richting Oekraïne of Wit-Rusland, dan beland je al snel in wat met Poolse ironie 'Polen klasse C' wordt genoemd. Een zee van vlak, donkerbruin, desolaat land; hier een toefje berken, daar een aardeweg naar een dorp waar de kerk eeuwig is en de elektriciteit relatief jong. Een flink pak van de naar schatting vier miljoen Poolse boeren baat hier hun kleine bedrijfje uit. Velen werken voor - letterlijk - de lokale markt. Een geluksvogel kan zwijgend wat fruit slijten aan de voorbijrijdende automobilist. Lekkere, knapperige appelen met de smaak van een gezond verleden: de meeste Poolse boeren kennen pesticiden noch kunstmest; een groene productiewijze die veeleer op economische noodruft dan op ecologisch bewustzijn stoelt. Dat deze boeren het aartsmoeilijk gaan krijgen in de Europese eenheidsmarkt, laat zich raden.

Nu al blijkt uit berekeningen van economisten dat deze regio de allerarmste wordt van het nieuwe eengemaakte Europa. De werkloosheid in Zuid- en Oost-Polen piekt vlot boven de twintig procent. Wie een stad als Rzeszow bezoekt, ziet meteen dat de swingende veranderingsprocessen na de val van het communisme voorlopig aan deze plek voorbijtrekken. Architectuur is synoniem met dweilgrijze flatgebouwen; tussen hen in liggen perken met meer lege drankverpakkingen dan grassprieten. We vragen naar het beste restaurant van de stad: het blijkt een kruising van een stationsbuffet en een verouderde disco te wezen. Communistische chic anno 1975. We zijn de enige klanten.

Meer ten noorden, in Lublin, verraden de cyrillische lettertekens in het straatbeeld waar het in Oost-Polen wél om te doen is: de 'handel' met buurlanden Oekraïne en Wit-Rusland. In de schemerzone van de legaliteit draait in deze grensstreek een gigantische parallelle economie, gevoed met valutawissel, sigaretten- en wodkasmokkel, in- en uitvoer van kledij. Via de kofferruimte van gammele autootjes en de zware draagtassen op de banken van kreunende treinen vinden tonnen goederen kopers en verkopers aan deze en gene zijde van de Granica, Moedertje Grens.

Maar de band met de buurlanden is niet alleen mercantiel. Na de Tweede Wereldoorlog is Polen, om Stalins gebiedshonger te stillen en de Duitsers te straffen, als het ware 'verplaatst' naar het westen. Grote brokken van Oost-Polen, inwoners incluis, vielen te beurt aan de Sovjet-Unie. Nog altijd hebben ontelbare Polen familieleden in het tegenwoordige Wit-Rusland en Oekraïne. In plekken als Pinsk of Lwow is de Poolse aanwezigheid merkbaar in taal en godsdienst.

In zowat elk gesprek in Oost-Polen klinkt dan ook angst door voor de Europese Unie. De EU zal de vlotte commerciële en familiale contacten met Wit-Rusland en Oekraïne een fatale slag toebrengen, heet het. Mensen vrezen voor 'een nieuw IJzeren Gordijn' aan de nieuwe oostelijke buitengrens van het eengemaakte Europa. Overdreven? Nou.Tijdens de Top van Kopenhagen in december heeft de EU Polen alvast 108 miljoen euro toegestopt om de oostgrens te dichten. Journalisten worden grif uitgenodigd om de grensbewakers een bezoek te brengen. De elitetroepen zijn uitgerust met kogelvrije vesten, nachtkijkers en moderne communicatieapparatuur. Woordvoerders van de EU-delegatie in Warschau laten verstaan dat de controle op de smokkel (pas) vanaf juli strenger zal worden. Niet geheel toevallig is dat na 8 juni, datum waarop de Polen in een referendum het EU-lidmaatschap moeten goed- of afkeuren.

Huiver en afkeer voor de EU is lang niet het monopolie van bange boeren, kleine smokkelaars en spaarzame plattelandsbesjes in 'Polen klasse C'. Dat blijkt tijdens een bezoek aan de laatstejaarsstudenten Journalistiek en Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Warschau. In een benepen auditorium zit een dertigtal prille twintigers, stuk voor stuk wereldwijs, hip, assertief en rad van tong in het Engels. De harde kern van de Eurofielen, zou je denken. Mooi niet dus. Al snel krijgt de Belgische reporter een batterij kritische vragen voorgeschoteld. Wat de Belgen nu écht in hun dagelijkse leven van de veronderstelde weldaden van de EU merken? Hoe, maar vooral:of, de nationale politici een wervend Europees perspectief bieden aan de kiezer? Een jongen met Radiohead-T-shirt merkt op dat "de andersglobalisten de Europese Unie op één lijn zetten met zéér liberale, gehate instellingen als het IMF en de Wereldbank". En wat zal het lidmaatschap voor de tradities, de cultuur en de natuur van Polen met zich brengen? Een meisje vertelt een grap over de Oost-Europese delegaties aan de Europese onderhandelingstafel: "Een woordvoerder van de EU zegt: 'Om lid te worden, moeten jullie je burgers gedeeltelijk in het blauw verven.' De Poolse onderhandelaar antwoordt: 'Onnozelaar. Geen sprake van.' De Tsjechische diplomaat zegt: 'Euh... Dat is een raar verzoek. Hoe moeten we dat aan onze burgers uitleggen?' En de Hongaar kwijlt: 'Oké! Goed! Welke helft moeten we blauw verven; de linker of de rechter?'" De medeleerlingen grinniken. Het meisje zegt spottend: "Grappig, maar onwaar. Ook Polen zou álles doen om bij de EU te raken. Polen, dat is de getrainde beer die danst op het fluitspel van de Europese Unie.'"

Mierzoet klinkt die kritiek, in vergelijking met het haatproza van de gestaalde, rabiate anti-EU-activisten van gespierd rechtse inborst. Dergelijke groupuscules schieten als paddestoelen uit de grond. Ze dragen namen als Mlodziez Wszechpolska ('Jongeren voor honderd procent Pools') of Placowka ('Eigen veld'), opereren in verspreide slagorde en nemen elke kans te baat om te betogen. Gaat het om protest tegen de regering-Miller of om een mars tegen de oorlog in Irak, steevast zijn ze van de partij, verscholen achter hun trieste tronies en hun kwade banieren.

In Warschau hebben ze ook in de extreem-nationalistische boekhandel Antyk een ontmoetingsplek gevonden. Het literaire assortiment bestaat uit een ruime selectie werken over het Poolse leger en stapels literatuur van devoot-conservatief katholieke inslag. De liefhebber vindt er moeiteloos hagiografieën van 's lands Oude Gloriën zoals Jozef 'Maarschalk' Pilsudski, die Polen tijdens het interbellum met flinke (rechter)hand bestierde. Maar het meest opvallend is een grote tafel vol haatproza tegen de Europese Unie. Het ene boek 'bewijst' dat de Unie geïnfiltreerd is door de zionistische lobby; een andere schimmige auteur poneert dan weer dat de EU in handen is van de maffia en nog een derde schrijvelaar ziet Europa als een pletwals die Polen met gruwelen als euthanasie, abortus, aids en het homohuwelijk zal infecteren. Aan de muur hangen vlaggetjes en T-shirts die de Unie voorstellen als Magere Hein. 'NIE dla EU' staat erop. Dat is ook voor wie geen jota Pools begrijpt overduidelijk.

Op een koude avond komt hier een veertigtal aanhangers van de Pools-Amerikaanse Liga hun 'nie' uitschreeuwen. Het bestuur van de club bestaat blijkbaar uit een duo: een gladde dertiger met een onuitwisbare frons in het voorhoofd, en een gezette vijftiger met de krachtige ledematen maar ook de hangwangen van een buldog. In het publiek voert grijs de boventoon, zowel in de pakken als in de haren. De gladde dertiger stopt elke bezoeker een pamflet in de handen. De buldog hakt in zijn inleidende toespraak in op de EU, die hij vergelijkt met een "bandietenbende", een "terroristengroep" of, ergst van al, "intellectuelen". Een tandenloze bejaarde knikt heftig van ja. Nauwelijks is de toespraak afgelopen of een vijftiger met een angstaanjagende bluts in zijn kale hoofd roept de aanwezigen op tot "een vorm van actie". Naarmate zijn woede groeit, molenwiekt hij vervaarlijker met de armen. Een aan lager wal geraakte huisvader met een gapend gat in zijn geruite zomerbroek - het is min acht buiten - vindt dat we allemaal moeten stemmen voor anti-Europese partijen. Een oudere man met het postuur en het stemvolume van een kozak in plastieken laarzen krijgt veel bijval voor zijn luidruchtig geponeerde stelling dat de EU niets meer is dan een zoveelste vehikel waarmee de moffen hun eeuwige Drang nach Osten alsnog hard willen maken. De geblutste kaalkop juicht de kozak toe. Gedeelde verontwaardiging is dubbele verontwaardiging.

Het kon niet uitblijven. Ook in het partijpolitieke landschap krijgt de Eurohaat een passende vertaling. Zo incasseert de Liga van Poolse Families LPR de morele en nationalistische verontwaardiging over de EU. Dat de LPR daarbij vaak een loopje neemt met de waarheid, ach, dat laat de goedogende partijbons Roman Giertych siberisch koud. Bij een bezoek aan de Sejm, de kamer van Volksvertegenwoordigers, kun je LPR-lui ongestraft nonsens horen orakelen: dat de EU haar lidstaten verplicht om euthanasie en abortus goed te keuren bijvoorbeeld. Of dat de Poolse taal in de EU door het Engels volledig zal worden ondergesneeuwd. In een cultureel zelfbewust land waar zelfs de Hollywood-films van een Poolse titelvertaling worden voorzien, maakt zo'n argument indruk.

Nog verontrustender voor de regering-Miller en de EU-fans is de nationalistisch-populistische Samoobrona ('Zelfverdediging') van Andrzej Lepper. De boerenleider loodste zijn partij bij de stembusslag van 2001 naar tien procent van de stemmen en 37 op 460 zetels in de Sejm. Daarmee nestelt Samoobrona zich op de derde plaats in de verdeling van de machtskoek. En volgens alle peilingen gaan de Lepper-boys er met rasse schreden op vooruit. Die populariteit dankt Samoobrona aan spectaculaire anti-EU-acties, zoals de blokkades en vernietiging van geïmporteerd fruit, en evenzeer aan de snoeiharde taal van partijbons Lepper. Oog in oog voor een rustig gesprek lijkt de man een ietwat naïeve Don Quichot die zich haast om te melden dat hij "niets te maken heeft of wil hebben met Le Pen of het Vlaams Blok". Maar over de EU legt Lepper grif de zweep: "Polen is de grote verliezer bij het EU-lidmaatschap. De Europese concurrenten kopen onze bedrijven op. En wie niet wil plooien, wordt kapotgeconcurreerd." Dat Verhofstadt heeft voorgerekend dat elke Belgische belastingbetaler de komende drie jaar 30 euro moet afdokken om de Oost-Europese landen zachtjes in de Unie binnen te loodsen, werp ik tegen. "Onzin! De handelsbalans tussen Polen en de huidige EU toont een deficit van 12 miljard euro per jaar ten nadele van Polen. Wij voeren in, jullie voeren uit. Het is wel duidelijk wie baat heeft bij de introductie van Polen bij de Unie, nee?" Lepper ziet maar één oplossing: "We moeten de voorwaarden tot EU-lidmaatschap heronderhandelen." Op twee maanden voor het referendum over de toetreding? "Ja. Ik roep al mijn vrienden op om 'nie' te stemmen in dat referendum. Dan zien we wel verder."

Luider nog dan in de politiek, bonkt het nationalistische hart in de anti-EU-media. In de schrijvende pers spant de krant Nasz Dziennik ('Onze Krant') de kroon. Nasz Dziennik is een grijzig periodiek, bedrukt met inkt die je vingers zwart maakt en gesteld in een stroef proza dat dag na dag kolommenlang doordraaft over Europese decadentie in de vorm van echtscheiding, abortus, euthanasie, corruptie, etcetera. Eurohaters overal te lande spellen de artikelen uit alsof ze deel uitmaken van de Heilige Schrift.

Ronduit het machtigste anti-EU-vehikel is de fundamentalistisch-roomse Radio Maryja. Radio Maryja is een fenomeen. Van oorsprong een uit de hand gelopen hobby van de radicale redemptorist Tadeusz Rydzyk, is Radio Maryja vandaag het énige radiostation dat moeiteloos in heel het land te ontvangen valt. Dagelijks luisteren ruim drie miljoen Polen naar de kabbelende orgelmuziek en de zalvende gebedsstondes - maar evengoed naar het regelrechte gescheld dat de predikers ten beste geven. Haat tegen andersdenkenden, tegen vreemdelingen, tegen de Europese Unie. Voorál tegen de Europese Unie en haar openheid van geest. "Hoeveel van de inwoners van ons land zijn pure Polen?", hoor ik tijdens een autorit nabij Poznan een sluwe priester via Radio Maryja prediken. "Negentig procent. Bijna alle bewoners van ons mooie land zijn pure Polen. En welk percentage van de media is puur Pools? Ook negentig procent? Neen, beminde gelovigen, neen. Bijna alle media zijn in buitenlandse, niet in Poolse, handen!" Gelijk heeft hij, de priester. De Poolse kiosken puilen uit met Time, Playboy, Vogue, Cosmopolitan en zelfs Newsweek Polska is eigendom van het Duitse concern Springer Verlag. Dan neemt de priester de volgende stap: "Hoeveel van de pure Polen zijn katholiek? Negentig procent! Minstens! En welk percentage van de media is katholiek, negentig procent? Neen, beminde gelovigen, bijlange niet." Tijd voor de climax van de predikant: "Die buitenlandse media verlagen onze vrouwen tot lustobjecten die badpakken showen! Kan zo'n vrouw een goeie, katholieke, Poolse moeder zijn? Kunnen de journalisten ons de juiste waarden en normen meegeven?" Ik schuifel wat ongemakkelijk in de bestuurdersstoel, hopend dat de luisteraars niet meteen een verfoeilijke buitenlandse reporter herkennen.

De kerkelijke hiërarchie kan er niet om lachen, om die antibuitenlandse en anti-Europese propaganda. Nog tijdens zijn bezoek vorige zomer riep de Poolse paus Johannes Paulus II zijn landgenoten op om de "terechte plaats in de Europese Unie te vinden, en zodoende het continent te verrijken". Paus en bisschoppen geloven, of hopen, dat het katholieke Polen als lidstaat de EU (opnieuw) in devoter vaarwater kan krijgen. If you can't beat them, join them. Maar zo heeft Radio Maryja het niet begrepen. In de kruistocht tegen buitenlandse dreiging en moreel verval heeft grote baas Rydzyk nieuwe ideetjes in de mouw zitten. Hij plant de oprichting van een hogeschool in de communicatie die niet minder dan 18.000 (katholieke, dat spreekt) journalisten zou opleiden. En hij heeft poen en knowhow klaar om een televisiezender Maryja te starten. Ook de regering-Miller beseft dat die zender een supermachtig instrument tegen het EU-lidmaatschap zou zijn. De overheid laat dan ook geen tackle onbenut om Rydzyks plan te saboteren. Zo wacht de priester al sinds november tevergeefs op het verdict van de Nationale Raad voor Radio en Televisie die toestemming moet geven voor de oprichting van nieuwe stations. Communicatieprofessor Maciej Pacula, die een vooraanstaand lid is van de Nationale Raad, geeft onder vier ogen grif toe dat zijn instelling er "alles aan doet om het dossier uit te stellen". Als het even kan, tot na 8 juni - nà het referendum dus.

Dat is één veeg teken dat de regering-Miller niet gerust is op de afloop van de volksraadpleging van 8 juni. De nervositeit blijkt ook uit de moeite die de overheid doet om de burgers te overtuigen van de toekomstige zegeningen van de EU. De openbare televisie TVP brengt vrijwel dagelijks een als 'informatie' vermomd reclamespotje voor de Unie. In het straatbeeld prijken affiches waarop een aërodynamisch gevormde blondine de voorbijganger vrolijk inpepert dat zij 'Europeaan' is. In de lagere school loopt een nationale quiz om de kinderziel voor Europa te winnen. En werkloze jonge universitairen worden met een hongerloontje van 150 euro gelokt om pro-EU-missioneringswerk op het platteland te gaan verrichten en vragen van nurkse boeren te beantwoorden. Zo'n zendeling die anoniem wil blijven, vertelt me, met door slaapgebrek zwartomrande ogen, dat het "zeker in het oosten van het land niet meevalt om de mensen te overtuigen". Die bevinding komt overeen met de recentste peilingen naar het verwachte stemgedrag op 8 juni. In de drie meest oostelijke provincies geven de polls een (nipte) meerderheid aan voor de 'nee'-stemmers. In het westen, in de aan Duitsland grenzende provincies, krijgt de 'ja' dan weer een overweldigende meerderheid. Of hoe het eengemaakte Europa zorgt voor een verdeeld Polen.

Vorige zomer lieten de peilingen nog voorspellen dat de pro-EU-keuze het met de vingers in de neus zou halen. Zeventig procent 'ja', zoiets. "Daar moeten we niet op rekenen", zucht voorzitster Roza Thun van de Eurofiele Robert Schuman Stichting. "Ik vrees dat het een dubbeltje op zijn kant wordt. Polen zien elke vorm van centraal gezag al eeuwenlang als een bezettingsmacht: buitenlandse agressors, de nazi's, de communisten en zelfs de verkozen regering in Warschau...Voor veel mensen past Brussel in dat rijtje. Maar het EU-lidmaatschap is één zaak, de tevredenheid over het centrale gezag, een andere. Het ergste wat kan gebeuren, is dat de volksraadpleging op een populariteitstest voor de regering-Miller uitdraait. Dan is alles mogelijk."

De feiten lijken Thuns angst voedsel te geven. De regering-Miller wordt de jongste weken geplaagd door echte of vermeende omkoopschandalen en pijnlijke herschikkingen in kabinet en ambtenarij. Waarnemers zien een door metaalmoeheid geplaagd kabinet dat zich tegen wil en dank voortsleept naar de vervroegde verkiezingen van 13 juni 2004. Nog een dik jaar dus - tijd die nodig is om de integratie in de EU vlot op de rails te zetten. Als, áls de Polen op 8 juni 'ja' zeggen tegen de EU. Wil de uitslag geldig zijn, dan is een opkomst van 50 procent van de stemgerechtigden vereist. Om dat cijfer toch maar te halen, pleiten Eurofielen om de stembussen twéé dagen open te houden. Eurohater Andrzej Lepper van Samoobrona blijft het gedoe welgemutst aankijken: "Als de Polen zien dat de EU ons bedriegt, dan zal de Unie voelen wat Poolse woede betekent. Wij hebben in het verleden veel gevaarlijkere supermachten gevloerd: nazi-Duitsland, de communistische Sovjet-Unie. We kunnen met de Europese Unie doen wat we met hen deden: ze vermorzelen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234