Zaterdag 08/05/2021

BIG STAR

'Voor het eerst een plaat van Big Star horen blijft toch een beetje als een verborgen schat opgraven'

Een mythe die dertig jaar heeft liggen rijpen

Toen het legendarische Big Star in 1993 totaal onverwacht weer op de planken verscheen, durfde niemand te hopen dat de eeuwige cultgroep rond enfant terrible Alex Chilton ooit nog eens studiotijd zou boeken. Maar met de recente release van In Space, de eerste plaat van de powerpop-voorvaders in dertig jaar, is het ondenkbare gebeurd.

BRUSSEL

Van onze medewerker

Kurt Blondeel

Als u de groep kent dan kent u misschien ook het grapje. Iedereen die The Velvet Underground hoorde in de sixties richtte zelf een band op; iedereen die Big Star hoorde in de seventies werd rockjournalist. Tja, iemand moest de tijdloze allure van die compleet genegeerde band wel van de daken schreeuwen. Zo overwoekerend was immers het glam-, prog- en hardrockgeweld van de jaren zeventig dat er voor gebalde, Beatles-achtige songs met persoonlijke, soms wrange teksten geen aandacht overbleef. Het in 1971 opgerichte Big Star was bovendien niets meer dan een luis in de pels van zijn thuisstad Memphis, Tennessee, de geboorteplaats van de rock-'n-roll, die ook toen al een enorme rhythm & blues- en soulerfenis meedroeg. Een distributiecontract met het befaamde soullabel Stax bracht al evenmin soelaas, wel integendeel.

"De distributie van onze platen was steevast hét probleem", vertelt drummer en medeoprichter Jody Stephens (53) aan de telefoon vanuit de plaatselijke Ardent-studio. Daar nam Big Star indertijd zijn drie langspelers op en verdient hijzelf tegenwoordig zijn brood als manager. "Stax wist goed hoe het soul aan de man moest brengen, maar voor rock had het de expertise niet. Een andere eeuwige struikelblok was dat het Big Star altijd aan een degelijke manager heeft ontbroken, die ons bij een boekingsagent had kunnen onderbrengen. We hebben wel twee keer in Max's Kansas City in New York gespeeld en een keertje voor Badfinger geopend, maar verder bleef het vooral beperkt tot lokale zaaloptredens, waarbij we meestal voor een vaste clientèle stonden."

Wie begin jaren zeventig rock speelde in Memphis deed dat in de stijl van Deep Purple, ZZ Top of The Allman Brothers Band. Alex Chilton en vooral Chris Bell, de zangers-songschrijvers van Big Star, waren echter begeesterd door de British Invasion-pop, zeker nadat The Beatles in 1966 Memphis hadden aangedaan. "Niet dat we gewoon maar een poprockbandje waren dat liedjes speelde", stuurt Jody Stephens bij. "Alex en Chris schreven beslist diepzinnige teksten dan dat. Ze hadden het niet makkelijk met zichzelf en daar kon je als luisteraar ongehinderd getuige van zijn."

Drank en drugs speelden in Chiltons en Bells leven een voorname rol, wat vooral bij de diepchristelijke, en vermoedelijk homoseksuele, Chris Bell gigantische schuldgevoelens opriep. Dat alle persaandacht na het verschijnen van Big Stars debuut naar Alex Chilton uitging, die met The Box Tops in 1967 een wereldhit had gescoord met 'The Letter', deed Bell zelfs uit zijn zo gekoesterde Big Star weglopen. "We waren The Raspberries niet", knikt Stephens hoorbaar. "Dat is wellicht een van de redenen waarom we vandaag nog altijd een publiek vinden."

En dat voor een groep die tussen 1971 en 1975 amper 25 concerten speelde en van haar tweede en misschien wel beste plaat Radio City indertijd nauwelijks 4.000 exemplaren verkocht. Zelden waren gebrek aan commercieel succes en significante impact op toekomstige generaties muzikanten zo omgekeerd evenredig als bij Big Star. Van The Replacements tot The Bangles, R.E.M. tot Magnapop, The Posies tot Teenage Fanclub: allen moeten ze hetzelfde hebben gevoeld toen ze voor het eerst #1 Record (1972), Radio City (1974) of het in 1975 opgenomen, maar pas drie jaar later verschenen Third/Sister Lovers hoorden. "Het blijft een beetje als een verborgen schat opgraven", weet ook Stephens. "Geen van onze nummers is de mensen ooit door de strot geramd, dus niemand heeft de kans gekregen ze kotsbeu te worden."

De laatste twaalf jaar bestond het occasioneel optredende Big Star uit Alex Chilton, Jody Stephens en Posies-leden Jon Auer en Ken Stringfellow, die de in 1978 verongelukte Chris Bell en oorspronkelijke bassist Andy Hummell vervingen. Dat een vierde Big Star-plaat tegen een mythe zou moeten opboksen die bijna dertig jaar heeft liggen rijpen was gek genoeg geen gedachte die de vier vorig jaar in de studio bezighield. Stephens: "We hadden onszelf een strikt regime opgelegd: per dag één song afwerken en opnemen. Daardoor was er voor een bedenking als 'zouden we niet beter iets doen dat meer in de lijn van #1 Record ligt?' geen tijd."

Dat hoge werkritme was de drijfveer voor Alex Chilton, een man die er sinds het uiteenvallen van Big Star in 1975 een ambigue relatie met de groep op na heeft gehouden. Nooit heeft hij nagelaten zijn songs uit die periode als halfbakken jeugdzonden af te doen, en zijn hele grillige solocarrière, waarin hij nog het liefst covers en donkere rhythm & blues speelt, kan als een regelrechte loochening van de Big Star-nalatenschap worden beschouwd. Uit In Space blijkt bovendien dat de enige van de vier bandleden die geen herkenbare Big Star-songs heeft geschreven uitgerekend Alex Chilton is. Dat creëert het gevoel dat hij wat zijn oude groep betreft een zekere grens niet oversteekt. Ken Stringfellow is er dan ook van overtuigd dat Chilton nog altijd niet met zijn verleden heeft afgerekend. "Alex kijkt nooit terug, want als hij het al doet, verschijnen er doorgaans geen fraaie beelden in zijn hoofd", vertrouwde hij ons enkele maanden geleden toe.

Typisch voor Chiltons onberekenbaarheid is hoe hij de komst van een vierde Big Star-plaat aankondigde: op een Londens podium in augustus 2001, zonder dat de rest van de groep iets vermoedde. Om er daarna een jaar lang met geen woord meer over te reppen. "Ik denk dat Alex die beslissing heeft genomen nadat Ken ook andere Big Star-nummers wou inoefenen voor de liveset. Toen had Alex blijkbaar geriposteerd: 'Waarom maken we niet meteen nieuwe?'", zegt Stephens. De drummer moet toegeven dat zelfs hij nog altijd niet goed weet hoe Alex Chilton precies over Big Star denkt. "Ik zie alleen dat hij er weer amusement uit put. Persoonlijk vind ik het al de moeite waard dat we deze plaat hebben kunnen maken, want er waren momenten waarop ik mijn adem heb ingehouden, niet goed wetende waar het op uit zou draaien."

In Space is verschenen bij Rykodisc en wordt gedistribueerd door Rough Trade.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234