Zaterdag 10/04/2021

Big mama is watching you

Op welke leeftijd hoort een kind een eigen mobiele telefoon te krijgen? Sylvia Witteman zocht een antwoord en vraagt zich tevens af: voor wie is die smartphone eigenlijk?

Het was 1998, mijn dochter was net geboren en mijn schoonzus belde op om me te feliciteren. "Wat zal ik voor haar meebrengen?", vroeg ze. "Ze heeft nog geen gsm, toch? Dat krijgt ze dan van mij!" Mijn dochter was een dag oud en ik had zelf niet eens een gsm. Was mijn schoonzus gek geworden? Nou ja, uiteindelijk bleek ze natuurlijk zo'n vrolijk gekleurd speeltje te bedoelen dat boven de wieg hangt te bungelen. Een hele opluchting. 1998! Toen hadden alleen beursprolurken, chirurgen en aannemers een mobiele telefoon. Mijn dochter kreeg er pas een op haar tweede verjaardag. Zo'n verantwoorde, van blank hout met rode, blauwe en gele knopjes. Maar daar kon je niet mee bellen, dus daar vond ze niks aan. Inmiddels had ik zelf een echte. Een gigantische jukebox van een Motorola, met antenne. Dat was veel leuker speelgoed voor een peuter. Regelmatig moest ik haar het apparaat uit de knuistjes wringen terwijl ze juist een van mijn bekaterde vrienden uit bed had gebeld, of stond te zingen voor iemand van de belastingdienst. Handig, zo'n herhaaltoets.

Ik kreeg er nog twee kinderen bij, en die kinderen groeiden op. In míjn tijd kreeg je, als teken van jongvolwassen verantwoordelijkheid, een echt horloge. Maar horloges zitten tegenwoordig gratis in een doos cornflakes. Toen mijn dochter twaalf werd had 'iedereen' een iPhone, behalve zij. En trouwens, het zou toch handig zijn als ik haar, inmiddels zelf steeds mobieler, altijd kon bereiken? Ja, daar zat wat in. Bovendien was er juist een nieuw model op de markt, en die wou ik zelf natuurlijk graag hebben. Vooruit, zij mocht mijn 'oude' hebben. Plus een prijzig maandabonnement, op mijn kosten, want wat heb je aan een iPhone zonder internet? Dolblij was ze ermee. Ze was de eerste van haar klas, dus met dat 'iedereen' bleek het nogal mee te vallen.

Met die permanente bereikbaarheid ook, want tijdens de les mag je natuurlijk niet gebeld worden, en na school vergat ze hem vaak weer aan te zetten. Bovendien liet ze na een paar weken een fles Fanta in haar tas leeglopen. Toen ze er achter kwam was het te laat: de iPhone was gestorven. Ja, wat doe je dan? Ik had natuurlijk 'eigen schuld, dikke bult' moeten zeggen, en het haar verder lekker zelf laten uitzoeken. Maar aan dat dure abonnement zat ik twee jaar vast... Tandenknarsend kocht ik een nieuwe iPhone voor haar, tweedehands, dat wel, zodat we nog een meeslepend inkijkje kregen in de sms'jes van de vorige eigenares, een onvervalst breezersletje met heerlijk foute vriendjes. Deze iPhone houdt het nu al bijna twee jaar uit. Goed, mijn dochter, inmiddels veertien, vergeet hem nog steeds regelmatig op te laden en soms laat ze hem zelfs gewoon thuis liggen. Bezorgd omdat het donker wordt en ik niet weet waar ze is, bel ik met bonkend hart haar nummer en hoor haar telefoon op mijn eigen schoorsteenmantel overgaan. Dan heb ik zin om haar te wurgen, maar ja, dat kan dus niet, want ze is niet thuis.

Mijn vriendin A. heeft een nog ergere tienerdochter. Toen A. een keer in paniek 's nachts op zoek naar haar onvindbare dochter de hele stad doorfietste, al bellend, zag ze het kleine kreng met die telefoon in de hand een café uit komen terwijl het kind juist bezig was haar bloedeigen moeder voor de twintigste keer weg te klikken. Was het míjn kind geweest, dan had ik haar naar een Zwitsers internaat met barse nonnen en zonder wifi gestuurd, maar tussen A. en haar dochter is alles inmiddels, een jaartje of drie later, weer min of meer koek en ei.

Kotsende poes: lacheuh!

Zo zijn er legio horrorverhalen. Ouders die een telefoonrekening van vele honderden euro's krijgen omdat hun zoontje tientallen sms'jes per uur bleek te sturen. Naar een vriendje dat onlangs naar het buitenland was verhuisd. Met fotootjes erbij, dus dat liep lekker op. Zeker, als je tien bent zijn uitwisselingen als "lachuh" of "de poes heeft gekotst hihihi moet je kijken, vet goor man!" nog van niet te onderschatten relevantie, en dat arme joch had natuurlijk geen idee van de kosten. Als je tien bent kun je ook geen studentenjob nemen om die kosten te vergoeden, dus dat werd twee jaar zakgeld inhouden en dat is ook sneu. Dus rijst de vraag: op welke leeftijd krijgt een kind zijn eerste gsm? Steeds jonger, zo blijkt. Zestig procent van de kinderen tussen acht en twaalf jaar heeft er een, waarvan 40 procent een smartphone.

De voordelen wegen blijkbaar toch op tegen de nadelen. Juist jonge kinderen hebben er geen bezwaar tegen om bereikbaar te zijn voor hun ouders. Mijn elfjarige zoontje gaat bijvoorbeeld vrij gewetensvol met dat ding om. Hij belt naar huis als hij bij een vriendje gaat spelen. Hij stuurt, heel schattig, een sms'je als hij een goed cijfer voor een proefwerk heeft. (Als hij een slecht cijfer heeft trouwens niet. Dan sms't hij "ik hou van je". De rat.) Hij neemt braaf op als ik hem bel. Helaas doet hij dat ook als hij juist met losse handen en zijn ogen dicht op de fiets door het razende stadsverkeer sjeest, maar hij bedoelt het goed. En als hij op straat speelt, kan ik hem bellen of hij nog even een pak melk wil halen, en dan doet hij het nog ook. "Ja, maar zo ontneem je een kind zijn vrijheid", zeggen tegenstanders. "De vrijheid om in zeven sloten tegelijk te lopen, zoals wij die vroeger hadden."

Dat is waar. Anderzijds kan ik hem, dankzij die telefoon, met een gerust hart in zijn eentje met de tram en de trein naar zijn tante in Brabant sturen zonder knagende onrust of hij wel op de gewenste bestemming is aangekomen. Ook dat is vrijheid, voor hem en voor mij.

"Ja, alles goed en wel, maar kinderen met een mobiele telefoon zitten de hele dag op dat stomme Facebook en zijn voor een normaal gesprek met het gezin niet meer bereikbaar", zegt u nu. Dat is waar. Je kunt het ondervangen door ze geen smartphone te geven maar een lullig Nokiaatje van een tiental euro's met een abonnementje van vijf euro, dan vervalt het argument 'hoge kosten' meteen ook. Je kunt het ook accepteren. Tieners hebben nu eenmaal behoefte zich van hun ouders af te sluiten ten gunste van hun leeftijdgenoten, dat is van alle tijden.

Toen mijn broer, zus en ik zelf pubers waren, sloegen we elkaar de hersens in om die éne telefoon (met draaischijf en snoer!) in huis, want ook wij hadden stuk voor stuk behoefte alle gebeurtenissen van de dag, hoe onbeduidend ook, (en heb je gezien hoe hij toen naar haar kéék? En die hoerige oorbellen van haar, neeeee...) nog een paar uur achter elkaar door te nemen met onze vrienden. Dan is het tegenwoordig wel zo handig dat ieder zijn eigen telefoon heeft, en met dat Facebook voltrekt het contact zich bovendien in weldadige stilte, helaas óók als de tiener in kwestie op datzelfde Facebook per ongeluk honderdduizend mensen uitnodigt voor zijn/haar verjaardagsfeest, maar door schade en schande wijs worden is ook een deel van de opvoeding.

Voorts kun je natuurlijk afspraken maken met je kinderen over het gebruik van die telefoon. "Dat ding gaat 's nachts uit", "Niet aan tafel", "Niet terwijl ik een gesprek met je probeer te voeren" of "Niet aan opa's sterfbed": iedereen houdt er zijn eigen normen op na. En die normen zijn trouwens onderhevig aan snelle verschuiving. In 2020 is het waarschijnlijk niet meer ongebruikelijk om de laatste adem van je dierbaren met foto en al op twitter te zetten. (RIP oma! #hetwerdookweleenstijd).

Neuken met Jan en alleman

Hét grote, meest genoemde argument van ouders die hun kinderen geen mobiele telefoon willen geven is overigens: in onze tijd bestond dat ook niet, dus het is nergens voor nodig. Dat is een fascinerende gedachtegang. Stel je voor dat bezorgde ouders een paar duizend jaar voor Christus hadden gezegd: in onze tijd bestond er ook geen wiel, dus een wiel is nergens voor nodig. Ik bedoel maar. Ook ben ik bijvoorbeeld van de generatie die vroeger nog gewoon met Jan en alleman neukte zonder condoom. Moeten mijn kinderen dat dan ook doen? Nee, want tegenwoordig kun je daar chlamydia en aids van krijgen. Nu krijg je van een jeugd zonder mobiele telefoon wel geen chlamydia of aids, maar wel iets wat bijna even erg is: sociale uitsluiting. Nou goed, ik overdrijf een beetje, maar u begrijpt waar ik naartoe wil.

Nog een argument van bezorgde ouders: "Ja, maar die kinderen maken met die smartphones naaktfoto's van elkaar en die zetten ze op Facebook en dan kunnen ze tien jaar later geen behoorlijke baan meer krijgen door die foto's, die zijn nooit meer te verwijderen aaargh, nee, ze krijgen geen gsm, no way, over mijn lijk."

Voor dit inderdaad niet denkbeeldige probleem zijn meerdere oplossingen. Zo druk ik mijn kinderen op het hart hun naaktfoto's uitsluitend zonder hoofd op internet te (laten) plaatsen. Mits ze geen al te buitenissige tatoeages op hun lichaam dragen is dit een prima methode om herkenning te voorkomen. Ook zijn er tegenwoordig handige bedrijfjes als mymobilewatchdog.com waarmee je niet alleen in de gaten kunt houden waar je kind zich bevindt, en je automatisch een kopie krijgt van alle door hem verstuurde en ontvangen sms'jes, maar waarmee je ook precies kunt instellen welke websites ze wel mogen bekijken (hoebouwikeenscheepjeineenfles.com) en welke niet (xxxpussycumswap.com).

Het is begrijpelijk dat men zijn kind in de gaten wil houden, maar helaas ook geheel zinloos. De meeste kinderen zijn veel handiger op het gebied van moderne elektronica dan hun ouders, dus ze vinden heus wel een manier om toch hun gewenste portie smeerlapperij binnen te halen.

Kentering

Zelf heb ik geen enkele computer of telefoon in mijn huis 'kindveilig' gemaakt, maar ik heb wel aan mijn kinderen uitgelegd dat ze voorzichtig met sekssites moeten zijn, want dat ze er beelden tegen kunnen komen waar ze van schrikken. Dit zagen ze overigens louter als een aanbeveling om onmiddellijk naar dit soort beelden op zoek te gaan, waarbij ik tevens moet vermelden dat hedendaagse kinderen zelfs van de goorste smeerlapperij meestal een stuk minder schrikken dan ik zelf.

Trouwens, wat betreft die smartphones kan het nooit lang duren of er komt een kentering.

Mijn jongste zoontje van acht vraagt bijvoorbeeld niet naar een mobiele telefoon. "Waarom zou ik?", zegt hij. "Het lijkt me zo onrustig, zit je net iets leuks te doen en dan word je weer opgebeld." Hij heeft gelijk, natuurlijk. Wie weet gaat de nieuwe generatie weer geheel onbereikbaar door het leven, en lopen binnenkort alleen hopeloze losers en bejaarden nog met een iPhone terwijl de jeugd elkaar ontmoet in zo'n coole nieuwe lounge-telefooncel annex koffiebar. Als ik maar niet hoef.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234