Zondag 24/10/2021

Big business op twee wielen

ZOTTEGEM

‘Chasse patate’ met de fiscus, of hoe het grote geld het peloton in de laatste tien jaar veranderd heeft

Nu de Angelsaksen het wielrennen geannexeerd hebben, is het niet langer business as usual. Plots wordt het peloton overspoeld door kleine zelfstandigen, vechten toprenners robbertjes met de fiscus uit en blijkt het Belgische QuickStep een Luxemburgse ploeg geworden. Een verhaal over de nieuwe gewoontes van het wielerpeloton en hoe die de concurrentie tussen ploegen scheef dreigen te trekken. Door Frank Demets

Woensdagochtend. Honderdvijftig profwielrenners pakken zich samen onder de triomfboog die de start aangeeft van de slotrit in de Driedaagse van De Panne.

Een kille wind blaast snijdende kou over de ingepakte gezichten en boven het verzamelde peloton scheurt de hemel open. Een dag als een ander, quoi, in de aanloop naar de Ronde van Vlaanderen, die ooit zo eloquent ‘de Vlaamse wielerweek’ werd gedoopt. Vanuit hotels overal in Vlaanderen zijn de renners toegestroomd. Goed uitgeslapen, fris gewassen en met een volle maag. Zoals het hoort: profwielrenners moeten enkel slapen, fietsen en eten. Al de rest regelt iemand anders in hun plaats, 200 dagen per jaar. Of niet soms?

Wel, neen, eigenlijk niet. In het wielerpeloton gaan de gesprekken al lang niet meer alleen over de spaghetti van die ochtend, over de zachtheid van hotelbedden of over de vrouwen langs de weg. Minstens even vaak keuvelen renners over belastingaanslagen, bedrijfsvoorheffing of fiscale optimalisatie. Gewoon, omdat coureurs die zaken anno 2010 steeds vaker zelf moeten zien te beredderen.

Tien jaar geleden waren de slaven op twee wielen doodgewone bedienden. Hun loon werd uitgekeerd door een sponsor of door een vennootschapje waar de sponsors hun bijdragen in stortten. Toen Bjarne Riis en Jan Ullrich de Tour wonnen, stonden ze op de loonlijst van een bedrijfje dat de naam van hun ploegleider droeg: de bvba Walter Godefroot. Idem voor Johan Museeuw: toen die in de jaren ’90 het klassieke voorjaar domineerde, vertrok zijn loon vanuit de West-Vlaamse managementvennootschap van Patrick Lefevere.

Maar zo eenvoudig werkt het nu dus niet meer. “Vier op de tien renners in de ProTour zijn zelfstandigen die voor eigen rekening rijden”, zegt Marc Chovelon van de internationale wielerfederatie UCI. Concreet betekent dit dat de betrokken coureurs hun brutoloon doorgestort krijgen maar dat ze zelf voor hun sociale lasten moeten opdraaien. Welke ploeg zijn renners op de loonlijst pakt, en welke niet? “Dat weten alleen de revisoren die elk jaar de contracten van de renners tegen het licht houden, de financiële toestand van de ploegen onder de loep nemen en de stabiliteit van de sponsorcontracten en bankgaranties controleren”, zeggen ze bij de UCI. En ze mogen dat uiteraard niet verklappen. ‘Beroepsgeheim’, klinkt het streng vanuit het Zwitserse Aigle.

Navraag leert dat het statuut van zo’n renner afhangt van de ploeg waarvoor hij rijdt. En van het land waar die ploeg zijn hoofdzetel heeft. Wie voor een Belgische ploeg rijdt, mag bijvoorbeeld niet als zelfstandige opereren omdat de Belgische Wielerbond (BWB) het statuut simpelweg verbiedt. Coureurs van Belgische ploegen zijn bedienden, punt aan de lijn. Hetzelfde geldt voor de Russen van Katusha, de Kazakken van Astana of de Nederlanders van Rabobank. Ook de meeste Spaanse en het gros van de Italiaanse teams houden hun renners onder bediendencontract.

Frankrijk hinkt dan weer op twee gedachten: bij oudere teams als Cofidis hebben de renners kennelijk wel het statuut van bediende, maar andere Franse ploegen zouden er hun renners de keuze laten. Milram, de grootste Duitse wielerploeg, biedt zijn coureurs dan wel weer bij voorkeur een verbintenis als zelfstandige aan. Ook Ronde van Vlaanderenfavoriet Fabian Cancellara, onder dak bij Bjarne Riis’ ploeg Saxo Bank, zou een ‘kleine’ zelfstandige zijn. En de Britten en de Amerikanen die de jongste jaren met dikke portemonnees het wielrennen overspoelen, kiezen er ook resoluut voor om coureurs bruto uit te betalen en hen al het paperassenwerk zelf te laten regelen. Want hun renners moeten dus wel zorgen dat alles naar wens verloopt met de sociale zekerheid van hun thuisland.

So what, horen we u denken. Zolang de beste het maar haalt, nietwaar? Maar laat ingewijden nu net denken dat een rennersstatuut dat tussen twee tegengestelde opties twijfelt, best wel het koersverloop kan beïnvloeden. “Marchanderen met het statuut van de renners trekt de concurrentie scheef”, vindt Geert Coeman, de manager van de vennootschappelijke paraplu boven de Omega Pharma-Lottoploeg, overigens een geconsolideerde volle dochter van het beursgenoteerde farmabedrijf. “Gewoon omdat 1.000 euro netto voor de werkgever van een bediende beduidend duurder uitvalt dan 1.000 euro netto voor de opdrachtgever van een zelfstandige. Wie zijn renners als zelfstandige vergoedt, kan bijgevolg meer doen met zijn buget dan wie hen in loondienst houdt.”

Gelijk heeft hij, Geert Coeman. Even een snel rekensommetje. Een renner die 100.000 euro netto per jaar wil verdienen bij Omega Pharma-Lotto kost de ploeg makkelijk 160.000 euro per jaar. Maar een ploeg die zijn renners onder het statuut van zelfstandige laat werken, moet in identieke omstandigheden maar 130.000 euro in zijn budget vrijmaken om diezelfde renner onder dezelfde voorwaarden binnen te halen. “Renners moeten zulke dingen weten wanneer ze over contracten beginnen te onderhandelen”, zegt Jef Van den Bosch, die onder meer de belangen van Rabobankrenner Nick Nuyens behartigt.

Zou QuickStep daarom een aantal renners uitgevlagd hebben, en de renners vanuit Luxemburg betalen? Tot enkele jaren geleden werd de QuickStepploeg gerund vanuit Esperanza, het bedrijf van ploegmanager Patrick Lefevere. Vandaag sponsort Esperanza een Luxemburgse dochter die als werkmaatschappij voor een deel van de ploeg moet fungeren. Een aantal renners staat nog als bediende op de loonlijst, voor een andere groep stort de Luxemburgse koepel werkgeversbijdragen in de staatskas van het Groothertogdom door, en de rest van hun loon krijgen de renners wel bruto op hun bankrekening. De bedrijfsvoorheffing en sociale lasten die ze als Belgisch staatsburger moeten betalen, moeten ze maar zelf zien te vereffenen. Wie er op de loonlijst staat, en wie er als zelfstandige voor het Luxemburgse zusterbedrijf werkt? “Doorgaans hebben de internationale toprenners het statuut van zelfstandige aangenomen en rijden onze jongeren in loondienst. Maar eigenlijk is daar geen echte lijn in te trekken”, zegt Philiep Caryn van QuickStep.

Nu moeten zelfs de jongeren niet per se aan de klaagmuur. Want wielrenners met een minimumloon krijgen in België maar 27.000 euro bruto per jaar, maar u vergelijkt dat loon best niet meteen met het bedrag op uw eigen loonstrookje. Profwielrenners genieten in België namelijk van een gunstiger fiscaal regime dan u en ik. Omwille van het voordelige belastingtarief op groepsverzekering, bijvoorbeeld. Wielrenners kunnen, net als alle andere topsporters trouwens, versneld een appeltje voor de dorst bij elkaar sparen in een groepsverzekering. Die doet dienst als een soort uitgesteld loon, en wordt bij de 35ste verjaardag uitbetaald - exclusief een roerende voorheffing van 20 procent. Veel renners blijken zo’n groepsverzekering als onderpand te gebruiken voor de hypotheek die rust op het buitenverblijf in Italië, Frankrijk of Spanje van waaruit ze hun klimtrainingen laten vertrekken.

Daarnaast kunnen profrenners echter ook genieten van een gunstiger belastingtarief. Hoeveel de fiscus precies van een rennersloon afroomt, wordt bepaald door het aantal dagen dat zo’n renner in België (of in de gelijkgestelde landen Frankrijk, Nederland en Duitsland) koerst. Maar wie veel en vaak in het buitenland rijdt, draagt minder af aan de fiscus dan een coureur die zich vooral rond Vlaamse kerktorens laat opmerken. Daardoor is een wielerprof die de Ronde van Italië of de Ronde van Spanje rijdt belastingtechnisch gezien beter af dan een renner die zich drie weken lang kapot zwoegt in de Tour. Fietsen in de Ronde van Frankrijk wordt namelijk tegen om en bij de 50 procent belast, koersen in Giro of Vuelta tegen een luttele 8 procent. Voor een renner die 140.000 euro bruto per jaar vangt, kan een Giro meer of minder het nettoloon met 10.000 euro aandikken of afromen. En dat is dan nog zonder het prijzengeld gerekend. Prijzengeld wordt verdeeld volgens een formule die vastgelegd is in de contracten van de renners. Doorgaans komt een vijfde terecht bij het personeel van de ploeg en wordt de overige 80 procent volgens een vaste verdeelsleutel naar de renners doorgeschoven. De fiscus belast die inkomsten in het land waar ze verdiend worden. Italiaans prijzengeld wordt dus tegen Italiaanse tarieven belast. Als het al aan de Italiaanse fiscus aangegeven wordt, tenminste.

Althans, dat is de theorie. De praktijk is toch net weer ietsje anders, omdat een heel peloton Belgische (top)wielrenners al jarenlang in een hevige chasse patate met de fiscus verwikkeld zijn. Het twistpunt tussen de renners en de fiscus: de bepaling van het aantal koers- of verblijfsdagen waarin ze van een voordeliger buitenlands belastingregime zouden kunnen genieten. De belastingambtenaren vinden dat ze mogen uitgaan van een paar honderd werkdagen per jaar, en dat een coureur die langs Belgische wegen aan het trainen is, of zelfs gewoon thuis in zijn zetel ligt, eigenlijk aan het werken is. De renners vinden dat de dagen waarop ze koersen of ploegstages rijden de basis moet zijn voor hun belastingaanslag. In dat geval ontsnapt een beetje internationale coureur voor de helft van zijn jaarloon aan de Belgische fiscale druk.

Twee rechters hebben zich al over de zaak uitgesproken. In 2007 kreeg Rabobankrenner Marc Wauters gelijk van de fiscale rechtbank in Hasselt. Maar even later werd tweevoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen Peter Van Petegem dan weer gedeeltelijk in het ongelijk gesteld door de rechter in Gent: op minstens een deel van het salaris dat hij destijds bij de Lottoploeg verdiende, dreigt hij 50 in plaats van 20 procent belastingen te moeten betalen, geeft zijn advocaat Kristof De Saedeleer toe. Ten vroegste eind dit jaar spreekt het Hof van Beroep van Gent zich opnieuw over de zaak uit. “We hopen dat het Hof de koersdagen als enige maatstaf voor de belastingaanslag weerhoudt”, zegt De Saedeleer. Tenzij de fiscus straks de whereabouts opvraagt, natuurlijk, die in principe haarfijn weergeven waar de renner zich op welk moment van de dag bevindt. Maar dat zal allicht met een hele resem privacyregels vloeken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234