Zondag 04/12/2022

bier hier Diesters Gildenbier

Men zou het weleens durven vergeten, maar om bier te brouwen, is in de eerste plaats veel proper water nodig. De in het water opgeloste stoffen hebben wel degelijk invloed op het bier. Vandaag geen probleem meer, brouwingenieurs kunnen water perfect analyseren en indien nodig aanpassen.

Vroeger verliep het anders: zo kon in de kuststeden wegens het brakke grondwater gewoon niet gebrouwen worden. Antwerpen werd pas halfweg de 16de eeuw een belangrijke brouwersstad als zoet water eerst met binnenschepen en later via een leiding ingevoerd kon worden. Anderzijds beschikten de Brabantse steden gelegen aan de bovenloop van rivieren als de Demer en de Dijle wel over zuiver water dat bovendien door zijn hardheid uitstekend geschikt was om te gaan brouwen.

Zo begint met dit Demer-water de brouwgeschiedenis in het plaatsje Diest. Al in de 16de eeuw is het Diesterse bier tot ver buiten de stadsgrenzen gewild. In die tijden droegen bieren nog geen namen mee maar werden ze aangeduid naar hun geboortestad. Diest staat daarom op gelijke hoogte met enkele andere oude vermaarde Brabantse brouwsteden als Leuven en Hoegaarden (witbier), Lier (Caves) alsook de vele plaatjes in de Zennevallei (lambiek en afgeleiden).

Van de ooit vele Diesterse brouwerijen restte tot precies twintig jaar geleden maar eentje meer, brouwerij De Cerckel. Naar verluidt gaat de geschiedenis van dit pand terug tot 1271, datum waarop er zeker al een soort jenever gestookt werd onder toezicht van de abdij van Averbode. Rond 1500 komt in de plaats een heuse brouwerij als onderdeel van een refugiehuis van de abdij. In 1727 acht de abt het wijzer de brouwerij van de hand te doen wegens de al te liederlijke taferelen die zich in de bijbehorende herberg afspelen. In die tijden moet ook de benaming Gildenbier ontstaan zijn, ruim voorlopend op de 19de-eeuwse gewoonte om pas vanaf dan bier specifiek te gaan benamen.

De brouwerij komt uiteindelijk in handen van de familie De Cerckel. Ze blijft in familiebezit tot de overname in 1981 door brouwerij Haacht. Sinds WOII heeft Haacht heel wat kleinere brouwerijen overgenomen waarbij men interessante bieren in productie hield. Zo brouwt Haacht nog steeds het echte Diesters bier of 'Very-Diest'. Dit donkerbruine tafelbier heeft dezelfde originele dichtheid als een pils maar de gisting wordt gestopt als het alcoholgehalte 1% bereikt. Suikers en andere ingrediënten welke normaal zouden vergisten, blijven zo in het bier steken wat het zoet maar ook voedzaam maakt. Daarom kreeg deze Very-Diest in de jaren zestig van het ministerie van Economische Zaken al een beschermde benaming mee, toen heel uitzonderlijk voor een bier. Ook blijft Haacht het Gildenbier brouwen. De laatste jaren valt het wel op dat Haacht koste wat het kost zijn Keizer Karel - een soortgelijk bruin zoetig bier - wil promoten en zo het Gildenbier laat wegkwijnen.

Het Gildenbier kleurt mooi robijnrood, het schuim oogt zowel in kleur als consistentie crèmeachtig. Het geurt zacht naar vooral karamel met op de achtergrond een beetje alcohol waarvan het bier er 7 vol. % bevat. De smaak zet zacht zoet aan met weer toetsen van karamel. In de afdronk duikt een smakelijke bitterheid op, waarschijnlijk een combinatie van bitter uit gebrande mouten en hop. Zowel het zoete als het bitter blijven heel lang in de mond hangen vergezeld van een verwarmende gevoel van alcohol, alles samen goed voor een zeer aangename sensatie die perfect past bij een zoet dessert of na een herfstwandeling.

Het bier smaakt in elk geval niet mierzoet. Zoet is een smaak als alle andere en is van oudsher in bepaalde bieren aanwezig. Er is verder een groot verschil tussen enerzijds de zucht naar zoet die men vandaag in de gemiddelde commerciële brouwsels aantreft en anderzijds het aanwenden van zoet als één smaakcomponent naast alle andere aroma's en smaken. Objectief proeven leert dat dit Gildenbier, maar ook andere traditionele bieren als een Gouden Carolus of de Cuvée de l'Ermitage heel wat meer te bieden hebben dan eenzijdig zoet. De verzoeting op zich is te bestrijden, maar dat mag niet ten koste gaan van de genoemde en andere zware, zoetige bruine bieren die hun sporen al sinds heel lang verdiend hebben.

Vraag is en blijft wat het Gildenbier vroeger geweest moet zijn. Marc Beirens van de piepjonge Diesterse brouwerij Duysters meent dat het traditionele Gildenbier nog meer van alles was, meer zoet en zeker meer alcohol. Getuige daarvan een recente beslissing van het lokale comité om de Westmalle Dubbel van 't vat mét daaraan toegevoegd een druppel te bestempelen als feestbier tijdens de recente Gildenfeesten. Forse jongens daar in Diest. Misschien valt het daarom ook te begrijpen dat brouwerij Duysters vandaag experimenteert met bruine bieren maar nooit een Diesters bier op de markt wil brengen: het zal toch nooit goed genoeg zijn voor de Diestenaars.

Bob Magerman

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234