Vrijdag 22/01/2021

InterviewMatthias M.R. Declercq

Bidden, vissen en zuipen: het geheime leven in Urk, het meest godvrezende dorp in Nederland

Achter de pittoreske façade van het oerdegelijke vissersdorp Urk verschuilt zich een samenleving die zowel God vreest als alles doet wat de Heere verboden heeft.Beeld Tim Dirven

Urk, dat is toch dat oubollige dorp waar men van de vis leeft en als de dood is voor de toorn van God? ­Journalist Matthias M.R. Declercq vestigde zich een halfjaar in de besloten gemeenschap en trof er naast samenhorigheid ook een schaduw­wereld vol drugs, fraude en alcohol. Hij schreef er een  boek over.

‘Verderf in Gods eigen dorp’ was de titel boven een verhaal dat in 2009 in De Morgen verscheen. Het was van de hand van Matthias Declercq, die als jonge journalist naar Urk was gestuurd om de achtergrond te schetsen bij de opzienbarende moord op een 14-jarige jongen.

Hoewel het stuk destijds in amper 24 uur tot stand kwam, bevatte het een vrij accurate beschrijving van Urk, een 20.000 zielen tellende gemeenschap in de provincie Flevoland, in het noorden van Nederland, waar de Bijbel de leidraad vormt van het dagelijkse doen en laten. School, werk, ontspanning: alles staat er in het teken van het woord Gods. Het dorp kroop zo onder de huid van Declercq dat hij er tien jaar later opnieuw aanspoelde, om af te maken waar hij ooit aan begonnen was.

Urk is een exponent van de Nederlandse Bijbelgordel, die loopt van Zeeland in het zuidwesten naar het noordoosten van het land. Het telt 25 kerken, variërend van licht tot zwaar protestants. Elke kerk heeft op zondag twee diensten, met in de namiddag vaak dezelfde, in het zwart gehulde zeloten op de banken als ’s ochtends. Bepaalde banken zijn voorbehouden voor bepaalde families – niet zelden wethouders (schepenen) van de gemeente en CEO’s van grote, visverwerkende bedrijven.

Journalist Matthias M.R. Declercq woonde maandenlang in Urk om de inwoners te doorgronden.Beeld Tim Dirven

Urk topt nog meer lijstjes: het is de gulste gemeente van Nederland, ze heeft het hoogste geboortecijfer en de jongste bevolking en herbergt de grootse visafslag van het land. De omvang van de visindustrie wordt duidelijk wanneer Matthias M.R. Declercq ons op sleeptouw neemt door het bedrijventerrein bezuiden het dorp, even groot als Urk zelf. Het is een wirwar van hangars, kantoren en toeterende vrachtwagens. Wat onmiddellijk opvalt, zijn de gigantische witte blokkendozen met namen als Dayseaday, Visco en Van der Lee Seafish. Het zijn koelcellen waarin honderdduizenden kilo’s diepgevroren vis ligt opgeslagen, weet de auteur.

“Ik wist niet wat ik zag toen ik hier de eerste keer op mijn plooifiets kwam. Lachen met Urkers is een nationale sport in Nederland – de buiten­wereld blijft het dorp verengen tot een soort ­Bokrijk. Maar ondertussen is de visindustrie er uitgegroeid tot de grootste ter wereld. Van Namibië en Kazachstan tot Argentinië: overal kennen ze Urk.”

Declercq wijst rond zich. “Dit hebben de Urkers helemaal zelf gebouwd, met hun bijbel in de hand.”

Nadat hij tijdelijk naar Urk was verhuisd om het dorp te leren begrijpen, ontdekte Declercq dat achter de poorten van de bedrijfshangars meer schuilgaat dan vis alleen. Tijdens het weekend, wanneer het werkvolk thuiszit, zuipen hun kinderen er zich laveloos in illegale, geïmproviseerde bars en wordt er op industriële schaal ecstacy en cocaïne gedeald en vuurwerk verhandeld. In een van de bedrijven trof de politie ooit een bitcoinfabriek aan.

Het staat allemaal in De ontdekking van Urk, het verhalende non-fictieboek dat Declercq schreef over zijn wedervaren op Urk en dat wordt uitgebracht door twee uitgeverijen, Manteau in België en Podium in Nederland. Maar eerst moeten we terug naar 2009, toen Declercq als beginnend journalist op Urk een hotel zocht dat er niet was. Urkers werken niet op zondag – het is voor de meesten van hen volstrekt ondenkbaar dat ze op de dag des Heeren voor toeristen een eitje staan te bakken.

Hoe vreemd het dorp ook op hem overkwam, het liet Declercq niet los. “Urk is een voormalig eiland – die twee woorden vormen op zich al een verhaal. Je zegt niet in Urk, maar op Urk. Het is een bult in de vroegere Zuiderzee, die Nederland vanaf de jaren 1930 gedeeltelijk heeft ingepolderd om er een nieuwe provincie op te bouwen. Flevoland moest een supersamenleving worden, maar er lag een dorp in de weg. Het plan was dat het dorp zou verdwijnen, maar de bewoners kwamen in opstand – net zoals Asterix die zich verzette tegen de komst van de Romeinen.

“Urk maakt deel uit van de Bijbelgordel in Nederland, waarvan ik denk dat veel Vlamingen niet eens weten wat dat is. Bovendien is het een vissersdorp, wat je in Vlaanderen niet meer hebt. Het is een ruwe samenleving, een totaal andere wereld en dat op amper tweeënhalf uur rijden van Antwerpen. Ik wist dat ik die wereld niet zomaar kon vatten. De enige oplossing was te verhuizen, mij in het hart van het dorp te nestelen en alles te doen wat zij deden.”

Declercq was nieuwsgierig naar de relatie van de buitenwereld met dat dorp. “Nederland doet erg tongue in cheek over Urk. Het wordt afgedaan als een curiosum, maar er is niemand die de moeite doet om het dorp écht te leren kennen. ‘Urk, dat is toch het dorp van kerken, vis en drugs?’ Ja, maar hoe zit dat nu echt? En hoe houdt een dorp met een vastgebeitelde identiteit zich staande in een geglobaliseerde wereld waarin iedereen met elkaar verbonden is?”

Urk heeft het hoogste geboortecijfer en de jongste bevolking van Nederland.Beeld Tim Dirven

Van in het begin legde Declercq zijn kaarten op tafel. Als iemand hem vroeg naar welke kerk hij ging: geen enkele. Of hij voor de kerk getrouwd is? Neen. Of hij kinderen heeft? Ook niet. Maar hij werkt toch in de visserij? Neen, als journalist. Wat kwam hij daar dan in godsnaam doen? “De argwaan was groot, maar perfect verklaarbaar. Urk was eeuwenlang een eiland. Als er vroeger een boot aankwam, dan kon dat slecht nieuws betekenen, maar evengoed stak het ruim vol graan en was het leven op het eiland weer voor een paar maanden verzekerd. Die mentaliteit is er nu nog. Toen ik vertrok, zei ik tegen mijn lief: het kan goed zijn dat ik hier over twee weken terug sta. Maar de nieuwsgierigheid van de Urkers won het van hun argwaan.”

Al liep dat niet zonder slag of stoot. Declercq had het gevoel dat er constant een drone boven zijn hoofd hing. Vroeger woonde er amper driehonderd man op Urk, vandaag telt het dorp 21.000 inwoners. Maar doordat alle families op religieus, sociaal en economisch vlak met elkaar verbonden zijn, kent iedereen elkaar nog. “Er loopt een ondergronds netwerk door het dorp waarlangs informatie wordt verdeeld. Als ik bij mensen op bezoek ging, wisten ze dat ik de dag voordien bij Kees was geweest en volgende week was uitgenodigd op het huwelijk van Alice.

“Ik werd er voortdurend aan herinnerd dat iedereen mijn doen en laten in de gaten hield. Op een bepaald moment dacht ik zelfs dat ik in The Truman Show zat (film waarin het hoofdpersonage gaandeweg ontdekt dat zijn leven volledig letterlijk en figuurlijk in scène is gezet, red.).”

Je ging bij een gezin wonen, waar je je intrek nam in de aanbouw van hun huis. Waren zij jouw ankerpunt op Urk? In het boek geef je daar weinig over prijs.

“Dat is bewust: die mensen hebben zes kinderen, ze kiezen er niet voor om plots een boekpersonage te worden. Ik woonde bij hen thuis, had wel enige zelfstandigheid maar at vaak mee met hen. Op zondag hoorde ik ze aan de andere kant van de muur psalmen zingen. Als ik iemand wilde spreken, brachten ze mij met die persoon in contact. Toen ik aankwam op Urk, kende ik amper mensen. Ik moest een netwerk opbouwen en dus heb ik een e-mailadres aangemaakt. Dat heeft mij het meeste vooruitgeholpen.”

Je omschrijft de Urkers als een onwrikbaar volk. Hoe ben je door die barrière geraakt?

“Ik kreeg op mijn e-mailadres regelmatig het verzoek om af te spreken op een anonieme plek buiten het dorp, in het bos. Het gebeurde te vaak om te negeren. Toen ik in het dorp aankwam, dacht ik te weten hoe het in elkaar zat – ik had me ingelezen en was er al verschillende keren op bezoek geweest. Maar pas toen ik hier kwam wonen, leerde ik het echt kennen. Ik vergelijk het met baboesjka’s: je denkt dat je de waarheid kent, maar onder het volgende popje zit de echte betekenis. Tot je op het laatste poppetje stoot, waaronder zich nog een andere werkelijkheid schuilhoudt.

Hollandse kneuterigheid met een knipoog naar het Beloofde Land.Beeld Tim Dirven

“Blijkbaar voelde de Urker de nood om een aantal dingen aan de kaak te stellen. Als mensen het mij niet verteld hadden, zou ik de schaduwkant van het dorp nooit gezien hebben. Je krijgt dat niet in een week voor elkaar, het heeft een aantal maanden geduurd voor ik genoeg mensen kende om door te dringen tot de essentie van het dorp. Ik heb hier gewoond van het voorjaar in 2019 tot diep in het najaar. Al die tijd ging ik om de drie weken een dag naar huis in Gent om mijn lief vast te pakken en de was te doen, maar op zondagavond stond ik hier terug.”

Wat stoort je aan de Urkers?

“Ze leven vanuit het antwoord en stellen de dingen niet in vraag: het is zo en niet anders. Dat vertrekt vaak vanuit de Bijbel, de gids waaruit alle regels voortvloeien. Er is weinig ruimte voor andersdenkenden. Een eigenaar van een visverwerkend bedrijf die als lid van een bepaalde kerk plots zijn geloof in vraag stelt? Dan kan het zomaar gebeuren dat je een dag later de helft van je klanten kwijt bent.

“Maar er is een fantastische samenhorigheid. Toen ik hier woonde, zonk er een schip. De weduwe heeft meer dan duizend kaartjes gekregen, vond dagelijks liters soep en biefstukken aan haar deur, mensen zamelden geld in. Ze wist niet van wie het kwam, maar iedereen zorgde voor haar. Urkers zijn ook geweldig vriendelijk, iedereen groet elkaar op straat. Er zit veel humor in Urkers, ze lachen met het verschil tussen het Woord en de daad. Maar de dubbele moraal is overal aanwezig. Ik zeg dat niet zomaar: ik ben in alle kerken geweest, heb een week op zee verbleven, heb met jeugdwerkers gepraat, met dominees, heb met mensen op anonieme plekken afgesproken. Ik weet waarover ik het heb.”

Urk staat gekend als de gemeente met de meeste kerkgangers in Nederland: 98 procent bekent zich tot deze of gene protestantse kerk. Declercq wil er ons graag een laten zien – keuze te over met 25 stuks op elf vierkante kilometer. Maar op een druilerige maandagmiddag blijken we overal bot te vangen. “Protestanten, hè”, zucht de auteur. “Als er geen dienst is, blijft de kerk gesloten. Je hebt er als gelovige dan niets te zoeken. Terwijl katholieke kerken meestal open zijn.”

De regent gutst intussen met bakken uit de lucht. Binnensmonds vloekend baant Declercq zich een weg door het oude gedeelte van Urk. Hier hebben de straten geen namen, het dorp is opgedeeld in wijken die geheel fantasieloos ook zo genoemd zijn: wijk 1, wijk 2 – tot wijk 8. Op de voorgevel hangt boven het huisnummer het nummer van de wijk, wat vreemd aandoende constructies oplevert als ‘1-32' of ‘4-114'. Pas later, toen het dorp werd uitgebreid, kregen straten heuse namen.

In het oude dorp zijn de straten zonder uitzondering op hun smalst, met aan de achterkant van de huizen vaak nog een veel smallere steeg. Zo kunnen de inwoners ongezien bij elkaar op bezoek gaan. Elke avond zijn deze straten en stegen het decor van een vaste choreografie op Urk: de avondwandeling, het moment waarop de Urkers naar buiten komen om hun nieuwtjes met elkaar te delen. Ze zwermen van groep naar groep, draaien om, keren terug. Op zondag voltrekt zich een gelijkaardig tafereel, wanneer de in het zwart geklede gelovigen op weg zijn naar hun kerk.

“De mensen hier zijn gereformeerd, wat betekent dat alles staat of valt met de Bijbel”, zegt Declercq. “Je kunt de kerken plaatsen op een schaal van licht tot zwaar. Hoe zwaarder de kerk, hoe meer ze leunt op de oude Statenvertaling van 1637. Zware kerken beschouwen de herziene Statenvertaling van de Bijbel als een kinderboek, een stripverhaal. Het verschil zit in de woorden; zware kerken gebruiken termen als ‘hoereerders Gods’. Ze zijn van mening dat de Bijbel maar op één manier is opgeschreven en zingen de psalmen zoals vroeger, heel aritmisch en luid.”

Omdat het geloof heel erg het maatschappelijke leven bepaalt op Urk, zijn fenomenen als creationisme en antivaxers hier geen uitzondering. Dat is eng, geeft Declercq toe. “Velen hangen inderdaad een trumpiaans wereldbeeld aan. Urk is een ultrarechts, oerconservatief hol. Wat er op de kansel wordt gepredikt, komt recht uit de Bijbel. Veel mensen stemmen ook voor de SGP, de Staatkundig Gereformeerde Partij (bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 was het aantal stemmen voor de SGP het hoogste in Urk: 56,1 procent, SS). Maar het is de buitenwereld die dat als akelig ­bestempelt, hier wordt dat niet zo ervaren.”

In hoeverre is dat nog echt? Ze hebben tenslotte een reputatie hoog te houden.

“Wat wil je dat ik daarop zeg? Ieder geloof is individueel. Nogal wat Urkers stellen hun geloof in vraag en zitten tijdens de kerkdienst met hun gedachten bij de voetbalwedstrijd Ajax-Feyenoord. De kerk is traditie, maar als je opgroeit in een zwaar gezin en je gaat naar een gereformeerde school, waar je voor de aanvang van de lessen psalmen zingt, bij het eten moet bidden en ’s middags als je naar huis gaat de Heer moet prijzen, als je op zondag twee keer naar de kerk gaat en je als kind altijd naar de catechismus bent geweest, als je in het koor zit maar dat is christelijk, net als de gymvereniging en de duivensportvereniging, dan wordt dat een deel van je. Als je hele leven op de Bijbel is geënt, wordt het moeilijk om een eigen moreel kompas te ontwikkelen.

Regen of geen regen: ‘s maandags is het wasdag op Urk.Beeld Tim Dirven

“Bovendien: de lat ligt zo hoog dat je er, zelfs als je alle regels volgt, altijd onderdoor moet gaan. Het is gemakkelijk om als buitenstaander te zeggen dat Urkers zich niet altijd gedragen zoals ze zich voordoen. Vroeger moet het nog verstikkender zijn geweest. Er was geen radio, geen tv, alleen het Reformatorisch Dagblad. Waar zou je andere denkbeelden vandaan halen? Vandaag is het anders: via een kabeltje komt in elk Urker gezin de buitenwereld binnen. Terwijl hun ouders beneden psalmen aan het zingen zijn, kijken de kinderen boven naar Netflix.”

Gek toch: sommige kerken verbieden radio en tv, maar internet mag dan weer wel.

“Omdat je het nodig hebt voor je werk. Als je als visser partijen wilt verkopen, kun je niet zonder internet. Dat is een strijd, want je wilt het alleen voor je werk gebruiken, maar je haalt de hele wereld binnen. Veel mensen hebben thuis internetfilters, waardoor je niet naar porno, geweld, gok­sites of andere godslasterlijke inhoud kunt surfen. Maar er zijn codes om dat te ontwijken.”

Uit de vele gesprekken die Declercq had met Urkers, distilleerde hij de essentie van het Urker zijn. Hij noemt het ‘het Urker paspoort’, een soort mal waarin elke bewoner wordt geduwd. “Aan het Urker paspoort zijn er drie essentiële componenten: het geloof, de visserij en de eilandmentaliteit. Vissers zijn supergelovig – het was honderden jaren geleden al zo dat je zondag pas om middernacht uitvoer met je vissersboot en niet vroeger, om de zondagsrust niet te verstoren. En als op de Zuiderzee een storm opstak, kon je alleen naar de hemel kijken en hopen op hulp van bovenaf. Dat de visserij en het geloof zo met elkaar verweven zijn, is uiteraard geen toeval: je kunt de Bijbel bijna lezen als een handboek voor de visserij.

“Urkers waren als eilanders altijd al op zichzelf. Toen Nederland de boel inpolderde, hebben ze zich verzet. Bovendien hebben ze nooit de kans gekregen om zich thuis te voelen in de Noordoostpolder.

Voeg daar de Bijbel bij die alle antwoorden heeft en je krijgt een zeer masculiene, hardwerkende, a-culturele, gelovige vissersgemeenschap die al honderden jaren hetzelfde is: je vertrekt zondag om middernacht naar de zee en riskeert de hele week je leven. Op zaterdag drink je al dat gevaar weg, op zondag tussen de twee kerkdiensten begin je met je vrouw aan een gezin en ’s avonds ben je weer weg. Dat is het perpetuum mobile dat hier in honderden jaren is ingesleten.”

Het Urker paspoort vertaalt zich ook in een vastomlijnd voorkomen: als man moet je stoer zijn, opgepompte spieren hebben, een gouden oorbel laten schieten en jeans en Nike-sneakers dragen. “Het is heel macho. Je moet hier niet afkomen met cultuur, een blouse dragen of boeken lezen. Hard werken, veel drinken en niet zagen: dat zijn de ongeschreven regels die de identiteit op Urk uitmaken. Ik ben een week met vijf van die gasten op zee geweest, stuk voor stuk stoere kerels behangen met gouden kettingen. Een van hen had zelfs de Noordzee op zijn arm getatoeëerd. Maar voor het vertrek wel kop naar beneden en bidden voor een goede afvaart. En dan kwam ik, een frêle figuur met papieren handen die amper een emmer water kan tillen. Ik besefte: ik moet hier slagen, ik mag niet opgeven. Dat is gelukt: na een week op zee is mijn status veranderd.

Nergens ligt de toekomst van kinderen zo vast als op Urk. Met de visserij zult gij uw gezin onderhouden.Beeld Tim Dirven

“Toen ik van dat schip afkwam, was ik gaar. Ik had tien uur geslapen in zes dagen. Dat moet je eens doen: je weet niet meer wie, wat of waar. Je zit op een boot, alles rond je is blauw. Anderhalf uur werken en anderhalf uur naar binnen, ook ’s nachts. Dan zit je in het holst van de nacht een halve kilo rijst met suiker te eten en giet je een liter koffie op om wakker te blijven. De bel gaat en de netten vol vis komen uit de zee. Ik moest de vangst verwerken: vis vastpakken, opensnijden, darmen eruit en weggooien. Op den duur stond ik zelfgerolde sigaretten te roken en liederen te zingen met die gasten. Je wordt een visverwerkende machine, en dat zes dagen lang. Had je me na die week varen wijsgemaakt dat we in Zanzibar waren aangekomen, ik zou het geloofd hebben.”

Achter die façade van een hardwerkend, gelovig volkje schuilt een sinistere schaduwwereld. Urk heeft een prominente drugs- en alcoholproblematiek. Ook de handel in verdovende middelen scheert er hoge toppen. Afgelopen zomer werd de zoon van een Urker wethouder, tevens eigenaar van een transportbedrijf, in Groot-Brittannië betrapt op het smokkelen van 400 kilo coke en speed – straatwaarde: 15,7 miljoen euro. De drugs zaten verstopt in de dubbele bodem van containers vol met bloemen in zijn vrachtwagen. Voorts herbergt Urk nogal wat illegale bars en ook visfraude is er schering en inslag.

“Allemaal problemen die je ook in andere dorpen ziet, zeggen ze op Urk. Dat zal wel, maar op Urk kijken ze ervan weg”, weet Declercq. “Het geglobaliseerde industrieterrein, waar ze overdag vis van over de hele wereld binnenbrengen, verwerken en weer verkopen, is het epicentrum van die schaduwwereld. Op vrijdag en zaterdag stikt het er van de illegale discotheken waar jongens en meisjes van dertien jaar zich laveloos drinken en ‘Dance with the Devil’ zingen.

“Ik ben daarvan geschrokken. ‘Wij zijn ook jong geweest’, zeggen de Urkers. Dat klopt, maar toen zij jong waren, was het industrieterrein nog lokaal en lagen de kotters niet in Noordzeehavens, maar hier voor de deur. In de kombuis werd bier gedronken en al eens hasj gebruikt, maar het was zichtbaar. Nu hebben de uitspattingen zich verplaatst naar het industrieterrein, waar alles achter elektrische poorten zit.

“Hoe losbandig het daar aan toegaat, had ik nog nooit gezien. De Urkers zullen kwaad zijn dat ik erover schrijf – zij noemen die bars nog goedkeurend jeugdhonken – maar plekken waar pubers twintig pinten zuipen en van hun fiets vallen, terwijl de drugs er gemakkelijk te krijgen zijn, dat zijn geen honken waar je ‘Vier op een rij’ speelt. Hoe kun je daar als samenleving zo van wegkijken? En het gaat niet over een, twee of tien bars. De ouders hebben er geen controle over.”

Alles wordt vergoelijkt met het geloof: de Heere zal onze kinderen wel op het juiste pad houden. Declercq vergelijkt het met de Rumspringa bij de Amish, die hun jongelingen een bepaalde periode toestaan waarin ze van het gewone leven mogen proeven. Ze mogen jeans dragen en naar de bioscoop gaan, maar daarna gaan ze terug naar de gemeenschap. “Het lijkt alsof je hier een paar jaar alles mag doen wat God verbiedt, als je daarna maar een gezin start, gaat werken en normaal doet.

“Ik heb eens een keer meegedaan en ben de dag nadien om tien uur naar de kerk gegaan, waar op de kansel wordt gepreekt hoe zondig je wel niet bent. Toen ik rond me keek, telde ik een paar jongeren van de avond voordien.”

Op een pleintje dreigt deze prediker met hel en verdoemenis. Hij heeft er ook een foldertje over.Beeld Tim Dirven

Wanneer Declercq door het Urker paspoort prikte, kwam hij alleen maar leegte en angst tegen. Alsof de Urker na het personage niets meer is dan een lege schaal. “Identiteit is een constructie, een verhaal dat je jezelf vertelt. Maar bij Urkers zit er niets achter: hun identiteit wordt hun aangereikt. Je kunt alleen maar een Urker zijn – je kunt het niet worden, ook al doe je nog zo je best. Urkers doen wat hun is aangeleerd, klaar. De jaren 1960 hebben hier nooit plaatsgevonden. Toen Nederland seculariseerde, de provo’s opkwamen en er plots bloot op televisie was te zien, is dit dorp nog meer in zichzelf gekeerd. De revolutie is hier nooit gepasseerd – in de hele Bijbelgordel trouwens niet. De kloof met de buitenwereld wordt met de dag groter.

“Het culturele behoud staat in schril contrast met de economische groei. Terwijl in het dorp alles dichtgaat, gaat op het bedrijventerrein de wereld open. Na de inpoldering dacht men dat de Urkers wel zouden verdwijnen. De Zuiderzee werd afgesloten, zout water werd zoet – het zou rap gedaan zijn. Integendeel: de Urkers zijn naar de Noordzee getrokken en zijn altijd datzelfde vissersdorp gebleven.

“Maar het vangen van vis is ondergeschikt geworden aan wat er op het industrieterrein is gebeurd. Daar is een viseconomie uitgebouwd die ongezien is en waar de rest van Nederland niets van afweet. Er komt vis binnen uit Namibië, Argentinië, Japan, Alaska. We associëren Nederland met traditionele Noordzeevis: platvis, schol, tong. Maar de nummer één op het Urker industrieterrein is zalm. Die wordt geïmporteerd uit Noorwegen, hier verwerkt en verkocht aan de rest van de wereld. Hetzelfde met tilapia uit de aquacultuur in Vietnam en baars uit het Victoriameer. Urk heeft steeds minder vissers, veel mensen zijn visverwerker geworden. Jaarlijks vertrekken hier twintigduizend vrachtwagens vol diepgevroren vis. Dit orthodoxe dorp heeft op economisch vlak de wereld veroverd en dat is een wonder.”

De bouw van een eigen visafslag hielp de Urkers die omslag te maken. Ze vangen vis op de Noordzee, maar hun boten blijven daar in havens liggen want het IJsselmeer is niet diep genoeg om naar Urk te varen. Met vrachtwagens brengen ze de vis naar huis, waar ze ze zelf zijn beginnen te versnijden tot filets. Terwijl de visverwerkingsindustrie groeide, werd de te bevissen Noordzee steeds kleiner. Maar het industrieterrein had die Noordzeevis niet meer nodig: ­online kun je op veilingen vis uit de hele wereld kopen.

De regen heeft intussen alle leven uit de straten geranseld. De weinige was die buiten hing te wapperen, is binnengehaald. Jazeker: maandag is wasdag op Urk. Op een pleintje staat een prediker het woord Gods te verkondigen. Hij heeft het over hel en verdoemenis en duwt ons een folder in de handen met onheilspellende psalmen. Vreemd, wel: voor een gemeente waar liefst 98 procent van de bewoners zich kerkelijk noemt, moet je over een bijzondere motivatie beschikken om precies die overige twee procent te willen bekeren.

Het geloof raakte ook Declercqs leven – dat kon niet anders. “Overal waar je woont, is een kerk dichtbij. Ook bij het huis waar ik woonde. Wanneer ik op zondag naar muziek luisterde, kreeg ik neerbuigende blikken van voorbijgangers die op weg waren naar de dienst. Dus deed ik na een discussie met mezelf de ramen dicht: ik wilde mijn verblijf hier niet compromitteren.

Beeld Tim Dirven

“Als ik ‘s zondags naar Gent was geweest en ik kwam ‘s avonds terug met de auto, dan hoefde ik maar een pleintje over te steken om aan mijn huis te komen. Maar de mand met verse kledij en boeken liet ik in de koffer staan tot maandagochtend. Er zijn mensen die hun hele leven niet van Urk af gaan – ze gaan zelfs op vakantie op de camping in hun eigen dorp. Dat vinden ze handig, want dan weten ze meteen wie hun buren zijn. Een bioscoop is hier niet, wel een beperkte boekenwinkel. Een handvol jongeren gaat studeren, maar de meesten blijven. Het is belangrijker om een gezin te hebben dan een diploma.”

Declercq stapt Het Haventje van Urk binnen, een van de weinige etablissementen waar hij na een dag op Urk in alle rust zijn interviewbandjes kon uittikken en zijn informatie ordende. Hij informeert er naar een van de vaste diensters, die vandaag elders haar eerste werkdag blijkt te hebben. Plots steekt hij zijn vinger in de lucht, doelend op de muziek van Johnny Cash die door het café klinkt. “Deze man is hier een held. Johnny Cash heeft het verboden leven geleid, maar hij heeft het licht gezien en is bekeerd. Hij is goedgekeurd, zijn muziek wordt hier massaal gedraaid.”

Matthias M.R. Declercq, De ontdekking van Urk, Manteau/Podium, 328 p., 21,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234