Zondag 31/05/2020

bezoek aan Harvard University

'Waarom we sommige mensen toelaten en andere niet? Ik kan alleen zeggen dat we talent zoeken. Ongewoon talent, of dat nu muzikaal, atletisch of journalistiek is. Of academisch: een scholier die een wiskundige stelling kan bewijzen die nooit eerder bewezen werd, zal zeker extra aandacht krijgen' Harvard �s echt rijk. De universiteit beschikt over een fonds op basis van giften, ter waarde van 22,6 miljard dollar. Dat bedrag overschrijdt het bruto nationaal product van meer dan een dozijn ontwikkelingslanden

'Het is lastiger om hier binnen te raken dan om hier af te studeren'

In Annenberg Hall schuiven Harvards eerstejaarsstudenten aan voor het middagmaal. Paleisachtige kroonluchters hullen het notelaren interieur van de refter in een warme gloed. Boven de ingang van de hall is het motto van de universiteit uitgehouwen: 'veritas'. Je hoeft niet lang rond te dwalen op deze campus om te ontdekken welke waarheid er achter de bakstenen muren schuilt. Harvard is niet enkel de beste universiteit ter wereld, het is vooral ook de rijkste.

Evy Ballegeer

Harvard Yard, de historische kern van de universiteit, is in deze tijd van het jaar op zijn mooist. De weelderige eiken kleuren stilaan rood en in de zachte zon van de Indian summer liggen dauwdruppeltjes als parels op het gras. Een groepje druk fotograferende toeristen verzamelt zich rond het beeld van John Harvard. 'Founder, 1638' vermeldt het opschrift. "Dit is het beeld van de drie leugens", weet een grijzende man. Uit zijn gids leest hij voor dat John Harvard niet de stichter is, maar enkel een stuk land schonk; dat de universiteit werd opgericht in 1636 en dat de beeldhouwer helemaal niet wist hoe John Harvard eruitzag en dus iemand anders als model gebruikte. "Zijn linkerschoen aanraken brengt geluk", geeft de man nog mee en lachend blinkt hij de schoen nog een beetje verder op. Dat de studenten elkaar uitdagen om het beeld als pispaal te gebruiken, is zijn gids blijkbaar vergeten te vermelden.

Voor een universiteit waar het inschrijvingsgeld 40.000 dollar (ongeveer 32.000 euro) per jaar bedraagt, ogen de studenten nog geruststellend studentikoos. Hier en daar duikt wel een netjes geknipt baasje op in pak en das, maar pluizige baarden, met henna gekleurd haar en losse, soms zelfs slordige kledij halen de bovenhand. Wat ook onmiddellijk opvalt aan deze studentengroep is de diversiteit. Het lijkt wel alsof elke nationaliteit vertegenwoordigd is. Maar welke diverse groep deze jongeren ook mogen vormen, een ding hebben ze alvast gemeen: Harvard vond elk van hen bijzonder genoeg om ze er te laten studeren. Van de duizenden scholieren die jaarlijks een aanvraag indienen, behoren zij tot de elite die werd toegelaten tot Harvard College, een vier jaar durende undergraduate-opleiding.

Het admissions office, waar alle aanvragen geëvalueerd worden, ligt in Garden Street, op wandelafstand van Harvard Yard. De wachtruimte is huiselijk ingericht met erg comfortabele zetels. Greg, een jongeman met krullend blond haar, wil blijkbaar toch liever niet gaan zitten. Hij ijsbeert de kamer rond, frutselt aan zijn jas. Geërgerd volgt zijn moeder hem vanuit de zetel. De twee zijn samen naar hier gereisd vanuit Connecticut. De jongen moet nog zijn laatste twee jaar aan de middelbare school afmaken, maar zijn moeder vond het een goed idee om hem "de sfeer van Harvard al eens te laten opsnuiven". Greg lijkt zijn moeders enthousiasme voor deze instelling niet meteen te delen, maar hij volgt haar gedwee op de rondleiding voor toekomstige studenten.

Nadat Greg en de andere bezoekers vertrokken zijn, is het zo goed als muisstil in het gebouw. "De meeste van mijn medewerkers zijn op reis", verklaart de director of admissions, dr. Marlyn McGrath Louis, even later. "Zo'n twee keer per jaar proberen we zoveel mogelijk scholen te bezoeken. Een aantal collega's reist rond in de VS, maar ook in Europa en Azië hebben we momenteel mensen die op zoek gaan naar opmerkelijk talent. Niet dat we jongeren zelf een plaatsje aan Harvard aanbieden. Maar we proberen goede studenten en hun begeleiders wel zoveel mogelijk informatie te geven over onze universiteit, in de hoop dat ze een aanvraag zullen indienen. Of ze dan ook toegelaten worden, is helemaal niet zeker. Het voorbije jaar bijvoorbeeld ontvingen we 19.752 aanvragen, waarvan we er slechts 1.650 konden aanvaarden. Nochtans zou een kleine 90 procent van hen de opleiding aan Harvard aankunnen. We krijgen nauwelijks aanvragen van onrealistische kandidaten. Op een paar uitzonderingen na dienen alleen mensen die een kans maken een dossier in."

Dr. McGrath Louis en haar team lezen elke aanvraag minstens één keer. Meestal komt een dossier in handen van drie tot vijf verschillende mensen. De jongeren worden ook zoveel mogelijk geïnterviewd door een alumnus (afgestudeerd oud-student), die een aanvullend rapport opstelt. Of de student de opleiding zal kunnen betalen of niet, speelt geen rol. Pas na de toelating wordt gekeken wie financiële hulp van Harvard moet krijgen. "Het is niet eenvoudig om uit te leggen waarom we sommige mensen toelaten en andere niet. Ik kan alleen zeggen dat we talent zoeken. Ongewoon talent, of dat nu muzikaal, atletisch of journalistiek is. Of academisch: een scholier die een wiskundige stelling kan bewijzen die nooit eerder bewezen werd, zal zeker extra aandacht krijgen. Zoals een collega van mij het graag zegt: we zoeken de beste studenten van de beste scholen en de beste studenten van de slechtste scholen. We willen mensen die het meeste gemaakt hebben van hun kansen. Dit selectieproces wordt niet uitgevoerd volgens bepaalde formules. Ik krijg vaak telefoontjes van mensen die mij vragen waarom hun zoon of dochter het niet gehaald heeft. Helaas kan ik die mensen geen statistieken voorleggen. Meestal kan ik enkel dit zeggen: uw zoon of dochter is niet gekozen omdat iemand anders wel gekozen is. Het is nu eenmaal volledig een kwestie van vergelijking." Als je de formulieren bekijkt die de kandidaten moeten invullen, valt onmiddellijk een verschil op met onze universiteiten. In België betekent verder studeren een nieuw begin. Aan Amerikaanse topuniversiteiten daarentegen is het een eindpunt. Jongeren die een kans willen maken aan een goede universiteit moeten hun hele middelbareschooltijd punten sprokkelen. Ze moeten niet alleen de beste zijn van de klas, ook hun buitenschools curriculum moet indruk maken. Het liefst zijn ze hoofdredacteur van de schoolkrant en voorzitter van de klassenraad geweest. Ze moeten aan topsport doen, uitblinken in muziek, wedstrijden winnen of sociaal werk verrichten. "Ik heb de indruk dat het moeilijker was om hier binnen te raken dan om hier af te studeren", zegt Dan Wolkowitz, een eerstejaars wiskundebrein. Het slagingspercentage onderbouwt zijn stelling: maar liefst 98 procent van alle undergraduate studenten behaalt de titel van bachelor in science of bachelor in arts. "Veel van mijn medestudenten behandelen Harvard alsof het een of ander Mekka is. Zelf heb ik niet de indruk dat ik een slechter mens zou zijn geworden mocht ik toch voor Vassar College gekozen hebben. Niet dat het hier niet interessant is. Maar het einde? Neen, dat niet. Vandaag betrapte ik in de les mijn wiskundeleraar zelfs op twee fouten."

Omkoping

Het is geen geheim waarom Harvard de beste en de slimste kandidaten uit de hele wereld kan aantrekken. Studenten geloven dat hun link met Harvards reputatie hen tijdens hun verdere beroepsleven voordelen zal opleveren. Een rondvraag in 2002 bij drieduizend undergraduates leerde dat bijna de helft Harvard koos vanwege de herkenning en het prestige van de naam. "Hoe verder weg van Boston, hoe prestigieuzer de naam van Harvard", zeggen oud-studenten wel eens.

Het is ook dat prestige dat ervoor zorgt dat ouders erg ver gaan om hun zoon of dochter Harvard binnen te loodsen. "Af en toe onderneemt iemand een poging om mij of mijn medewerkers om te kopen", bekent dr. McGrath Louis lachend. "Ik ken alleen de verhalen waarbij dat omkopen mislukte, natuurlijk. Mocht iemand eraan toegegeven hebben, dan zouden ze mij daar uiteraard niet van op de hoogte brengen. Maar goed, ik herinner me bijvoorbeeld dat ik ooit in de gang stond te praten met een collega, toen die van een vader een bruine omslag toegestoken kreeg. 'Hier is een boek dat je eens moet lezen', zei de vader. Uiteindelijk bleek dat er een grote smak geld in de omslag stak. Vanzelfsprekend hebben we het terugbezorgd."

Veelal gaat het omkopen er subtieler toe. Trouwe geldschieters laten verstaan dat ze hun steun wel eens stop zouden kunnen zetten als hun kind niet toegelaten wordt. "Mensen proberen het wel, maar uiteindelijk weet iedereen dat zelfs miljoenen dollars je niet kunnen helpen als je geen sterke kandidaat blijkt te zijn. Onze reputatie laat niet toe dat we aan dat soort druk toegeven. We hoeven er ook niet aan toe te geven, om de eenvoudige reden dat we voldoende andere mensen hebben die ons financieel steunen. Er is jaarlijks een tiental kandidaten wier familie al meer dan tien miljoen dollar geschonken heeft en die we toch weigeren. Hetzelfde geldt voor de kinderen van faculteitsleden of alumni. Maar als we moeten kiezen tussen twee studenten die even zwaar wegen en een is de zoon of dochter van een geldschieter, een professor of een alumnus, dan zal de wijzer wel eens naar hen kunnen doorslaan."

In de rekken van een souvenirwinkel tegenover de campus hangt een Harvard-T-shirt met het opschrift: 'Dit shirt kostte mij en mijn ouders 170.000 dollar'. Een jaartje aan Harvard College kost een undergraduate minstens 40.000 dollar. In die prijs is behalve het inschrijvingsgeld (27.000 dollar), een ziekteverzekering (3.000 dollar) en boeken (2.500 dollar) ook een kamer inbegrepen. De eerstejaarsstudenten, de zogenaamde freshmen, verblijven allemaal op de campus in de slaapzalen met uitzicht op Harvard Yard. De echte gelukzakken mogen in de Apley Court-dorm logeren, waar ligbaden, prachtige eiken vloeren en indrukwekkende marmeren trappen voor een luxe zorgen waar studenten elders in de wereld alleen maar van kunnen dromen. De verblijfplaatsen van de upperclassmen, studenten van het tweede tot het vierde jaar, lokken zowaar nog meer jaloezie uit. De historische bakstenen huizen langs de Charles River met hun verzorgde binnentuintjes zetten het elitaire karakter van deze instelling misschien nog het meest in de verf.

Perfecte staat

Maar waar je ook komt op de campus, alles ademt rijkdom uit. De moderne laboratoria, uitgerust met de allernieuwste apparatuur, de mooi ingerichte leslokalen, de piekfijn verzorgde pleintjes, de historische gebouwen in perfecte staat. En Harvard ís ook echt rijk. De universiteit beschikt over een endowment, een fonds op basis van giften, ter waarde van 22,6 miljard dollar. Dat bedrag overschrijdt het bruto nationaal product van meer dan een dozijn ontwikkelingslanden. Het is bijna dubbel zo groot als het tweede universiteitsfonds, dat van Yale. En van alle vzw's wereldwijd doen enkel de katholieke kerk en het Bill en Melinda Gates-fonds beter. De endowment bestaat uit 10.700 individuele fondsen die beheerd worden door de Harvard Management Company. De beleggingswinst financiert onder andere studentenbeurzen, professorenlonen en het onderhoud van de gebouwen.

De belangrijkste geldschieters van de universiteit zijn de oud-studenten. "De alumni vormen zonder twijfel de levenslijn van deze universiteit", stelt Donella Rapier, vice-president voor alumni-aangelegenheden en -projecten (lees: geldinzameling). "Hun inbreng varieert wel van faculteit tot faculteit. De Kennedy School of Government bijvoorbeeld is nog jong en krijgt vooral giften van niet-alumni. Maar Harvard College, de Law School en de Business School worden zwaar ondersteund door oud-studenten."

Over de hele universiteit houden maar liefst 625 mensen zich voltijds bezig met alumni-aangelegenheden en geldinzameling. "Het voorbije jaar leverden onze inspanningen 541 miljoen dollar op. Dat lijkt veel, maar dit is ook een grote instelling. Wij hebben ongeveer 19.000 studenten, terwijl Yale er maar 11.000 heeft. Het is dus allemaal relatief.

"Ik moet ook benadrukken dat de rol van de alumni zich niet enkel tot sponsoring beperkt. Harvard zou Harvard niet zijn zonder hun geëngageerde inzet. Zij bevelen studenten aan, interviewen nieuwe kandidaten, stellen hun bedrijven open voor onderzoek en geven ons op allerlei vlakken advies. Waarom ze daar hun tijd in steken? Deze instelling heeft een belangrijke invloed gehad op hun leven en ik denk dat ze Harvard willen helpen om andere mensen op dezelfde manier te beïnvloeden. Ze krijgen er ook veel voor terug: relaties, aanzien en erkenning. Een groot deel van hun betrokkenheid is gewoon ook te danken aan nostalgie."

En op dat gevoel speelt het fundraising department maar al te graag in. Want hét moment om in de portemonnee van de alumni te tasten, zijn de reünies. Begin juni van elk jaar keren duizenden oud-studenten terug naar hun alma mater. Gedurende drie tot vier dagen worden ze uitgenodigd op symposia met prominente klasgenoten en professoren, op boottochtjes langs de Charles River, cocktailfeestjes en banketten. Ze krijgen de kans om de banden aan te halen met hun jeugdvrienden, maar eigenlijk wil de universiteit de oud-studenten vooral gunstig stemmen opdat ze hun chequeboek zouden bovenhalen. Ook onderling jutten de alumni elkaar op om het meeste te geven. Iedereen wil bovenaan de jaarlijks gepubliceerde lijst van grootste donoren staan.

"De vraag die onze alumni ons tegenwoordig het meeste stellen, is waarom we nog meer geld willen ophalen wanneer onze endowment al zo groot is", vervolgt Rapier. "Dan leg ik uit dat de meeste fondsen enkel voor bepaalde doelen mogen worden gebruikt. Een fonds dat studenten uit ontwikkelingslanden wil helpen, kunnen we dus niet inschakelen om een nieuw gebouw te financieren. Bovendien kun je je endowment ook niet opsouperen. Het is een langetermijnfonds waarvan we enkel de opbrengst mogen spenderen."

Rapier en haar team kregen nog meer kritische vragen over zich heen, toen begin dit jaar bleek dat twee beheerders van de Harvard Management Company een jaarloon opstreken van respectievelijk 34 en 35 miljoen dollar. De alumni reageerden furieus. Enerzijds werd het inschrijvingsgeld verhoogd, maar anderzijds werden de centen zomaar het raam uit gegooid, opperden ze. "We hebben hen toen een brief gestuurd waarin we uitlegden dat deze mensen in dezelfde job buiten de universiteit nog meer zouden verdienen en dat het dankzij hen is dat we zo'n grote winst kunnen boeken", aldus Rapier.

keihard werken

De gigantische budgetten waarover Harvard beschikt, vormen een enorme aantrekkingskracht voor wetenschappers van over de hele wereld. Meer geld betekent immers een betere infrastructuur, en daarmee kun je topmensen aantrekken die voor hun onderzoek de grootste overheidssubsidies binnen weten te halen. Dat je als onderzoeker aan Harvard ongebreidelde mogelijkheden hebt, daar is iedereen het over eens. Maar er is duidelijk ook een keerzijde. "Harvard is een privé-bedrijf. Het moet draaien. Wie zich niet uit de naad werkt, vliegt eruit", zegt Frank Goris, een Vlaming die hier een job als labverantwoordelijke heeft. Zijn Amerikaanse collega dr. Amy Prieto bevestigt dat: "Iedereen werkt ontzettend hard. Je moet eens letten op de vrouwen die hier aan de slag zijn. Door de band genomen hebben ze geen kinderen en als ze die wel hebben, kregen ze die pas op behoorlijk late leeftijd. Als je het hier wilt maken, kun je eigenlijk geen actief sociaal leven leiden. De concurrentie is nu eenmaal ontzettend hard." Dat laatste kan postdoc Karine Van Doninck alleen maar bevestigen. In het laboratorium waar zij aan de slag is, probeert een Russische onderzoeker zijn collega's op allerlei manieren de loef af te steken. 's Nachts experimenten van anderen pikken, daar draait hij zijn hand niet voor om.

Naast de werkplek van Frank Goris is net een nieuw laboratorium opgericht. Ook voor niet-wetenschappelijke ogen ziet het er bepaald indrukwekkend uit. "Voor een professor die ze van Yale hebben kunnen halen", verklaart hij. Wie weet welke voordelen er nog allemaal aan zijn aanwerving vasthingen. Zijn sollicitatiegesprek vond vast plaats in de Faculty Club, een exclusief huis op de campus waar Henry James en zijn familie ooit leefden. Wie geen lid is van de faculteit komt er niet in, maar het intellectualistische sfeertje dat er hangt, kun je zelfs door de ramen heen waarnemen. De sofa's op de benedenverdieping zien er erg uitnodigend uit, maar er valt niemand te bespeuren. Verwonderlijk is dat niet: Nobelprijzen worden nu eenmaal niet vanuit een luie zetel verdiend.

De concurrentie is ontzettend hard. In het lab waar postdoc Karine Van Doninck aan de slag is, probeert een Russische onderzoeker zijn collega's op allerlei manieren de loef af te steken. 's Nachts experimenten van anderen pikken, daar draait hij zijn hand niet voor om

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234