Zondag 24/01/2021

Beven voor de Ierse dwerg

Ierland stemt via een referendum voor of tegen het Verdrag van Lissabon

Europa houdt vandaag zijn adem in. Ierland stemt namelijk als enige EU-land via een referendum voor of tegen het Verdrag van Lissabon, dat de Europese grondwet weer opdiept. De Ierse regering doet er alles aan de bevolking in het ja-kamp te krijgen; conservatieve zakenlui en Ierse nationalisten kanten zich tegen het verdrag. Peilingen lijken de neen-stemmers voorlopig gelijk te geven. Als ze bewaarheid worden, is Europa na jaren van onderhandelen terug bij af en zit het met een torenhoog probleem.

Door Paul Goossens

Opnieuw zijn de Ieren aan zet en weer houdt Europa de adem in. Vorige vrijdag werden in Brusselse hoge kringen zelfs de eerste symptomen van onvervalste paniek opgemerkt. Toen bleek dat de tegenstanders van het nieuwe Europese verdrag voor het eerst in de campagne de leiding namen. De 'nees' haalden in een opiniepeiling van The Irish Times 35 procent, de 'ja's' slechts 30 procent. Echt verontrustend was echter dat de tegenstanders in enkele weken tijd een spectaculaire remonte realiseerden en de voorstanders systematisch terrein verloren. Het Europese establishment klampt zich nu vast aan de 28 procent onbeslisten. Die kunnen er nog altijd voor zorgen dat de ja's vandaag een klinkende overwinning behalen.

Ierland telt iets meer dan 4 miljoen inwoners en dat is niet eens 1 procent van de hele EU-bevolking, goed voor 495 miljoen. Als de Ieren vandaag het verdrag van Lissabon wegstemmen, zit de hele Unie in zak en as en mag ze zich voor de weinig glorieuze intrede van de moeder van alle Europese crisissen opmaken.

Als België bij momenten een surrealistische en groteske constructie lijkt en is; Europa is dat niet minder. Een lidstaat, ongeacht of hij 80, 4 of een half miljoen inwoners telt, kan een Europees verdrag kelderen. Zelfs als 99 procent van de Europese bevolking het tegendeel beslist. Alsof de carnavalsstad Aalst met haar 77.000 inwoners een Belgische grondwetsherziening die al door Kamer en Senaat is goedgekeurd onder het tapijt kan vegen. In Europa kan het wel, want eerst komt het nationaal vetorecht en dan de rest. Zo staat het in het Verdrag van Rome, zo staat het in Verdrag van Lissabon en zo stond het ook in de Europese grondwet. Het is het taaiste taboe van de Unie. Ook al groeit het besef dat deze "gijzeling door een nationale minderheid" de Unie regelrecht naar een crash voert, daar zal, kan of mag niet aan geraakt worden.

Ondertussen weten de Ierse lobby's en belangengroepen natuurlijk hoe je met de Europese knikkers moet spelen. Al op 7 juni 2001 zeiden de Ieren nee tegen het Verdrag van Nice, als enigen. Verbijstering en ontreddering in de Brusselse cenakels. Uitgerekend het meest gepamperde land van de Unie blies het verdrag op dat de uitbreiding naar het Oosten, de solidariteit met de periferie en de hereniging van Europa mogelijk moest maken. Een jaar later, met enkele verklaringen en toezeggingen van de Ierse regering maar zonder één letter aan het verdrag te wijzigen, werd de Ierse wagon met een nieuw referendum weer op de rails gezet. De Europese meubelen waren gered en de Unie kon verder stomen.

Voor de officiële Europese herdenkingsindustrie is 7 juni 2001 geen aparte vermelding waard. 29 mei 2005 en 1 juni van datzelfde jaar evenmin trouwens. Beide data hebben nochtans een ravage aangericht, drie jaar tijdverlies veroorzaakt en de Europese leiders een trauma bezorgd. Frankrijk en Nederland bliezen toen het grondwettelijk verdrag op en sindsdien waart er een spook door Europa. Voor Europese leiders zijn referenda nu het absolute kwaad, want een dodelijke gifpil voor de verdere Europese integratie.

Een van de eersten die het doorhad, was Nicolas Sarkozy. In zijn verkiezingspakket zat een nieuw Europees verdrag, maar geen volksraadpleging, tenzij over het Turkse lidmaatschap. De Franse kiezer slikte zijn voorstel en sindsdien zegden alle Europese chefs alsook de gestelde Europese lichamen referenda de wacht aan. Alle regeringsleiders plooiden zich dubbel om het nieuwe wachtwoord "ratificatie via het parlement" in eigen land door te voeren. De Nederlandse premier Jan Peter Balkenende maakte er een halszaak van, terwijl ook Spanje en Luxemburg, die er in 2005 nochtans in slaagden om in een volksraadpleging een ja voor de grondwet te forceren, naar de vertrouwde en voorspelbare parlementaire ratificatie terugkeerden. Zelfs Denemarken, dat in deze nochtans een reputatie heeft, doekte op zijn beurt het referendum op. Alleen in Ierland kon dat niet. Elke wijziging van het Europees verdrag, zo wil het de Ierse grondwet, vereist een volksraadpleging. Uitgerekend in dat land dreigt het horrorscenario zich te voltrekken.

Vandaag spreekt de Ierse bevolking zich voor de zevende keer in 36 jaar over Europa uit. Tot dusver was het altijd ja, behalve op die fameuze 7de juni van 2001. De eerste keer, in 1972, ging 83,1 procent akkoord met Europees lidmaatschap en een jaar later stapte Ierland samen met Groot-Brittannië en Denemarken in de Unie. Daarmee werd het knusse Europa van de Zes voor het Europa van de Negen ingeruild en deden de eilanden en het euroscepticisme hun intrede op de Brusselse scène.

Ook de Eurobarometer, een grootschalige opiniepeiling in de Europese lidstaten, ging in 1972 van start. Twee keer per jaar wordt de bevolking gevraagd wat ze van Europa vindt. Bijvoorbeeld van het EU-lidmaatschap. Opmerkelijk is dat Ierland zich al jaren aan de top van de positivo's bevindt. Eind vorig jaar vond 74 procent van de Ieren het lidmaatschap een goede zaak. Goed voor een derde plaats, na Luxemburg en Nederland, en op gelijke hoogte met België. Die score ligt beduidend boven het EU-gemiddelde van 58 procent en spectaculair hoger dan het resultaat van de laatste drie: Groot-Brittannië, Oostenrijk en Finland. Die kloppen op minder dan 29 procent af. Op de vraag of het eigen land voordeel uit het lidmaatschap puurde, staat Ierland met 87 procent al jaren afgetekend aan de kop in de Unie.

Ook in 2001 stond de Ierse Eurobarometer op schitterend mooi weer. En toch werd het Verdrag van Nice met 53,87 procent van de uitgebrachte stemmen weggestemd. Dat zegt iets over de betrouwbaarheid van barometers en referenda en het gemak waarmee ze politiek gekaapt kunnen worden. Het zegt vooral iets over het onvermogen van de Unie en haar leiders om de achterban voor de Europese zaak te mobiliseren. Het wil maar niet lukken, ook niet in Ierland, waar Brussel met miljarden Europees geld - 40 miljard euro tussen 1973 en 2005 - het land uit de misère tilde. In 1973 waren de Ieren de armoedzaaiers van Europa en hadden ze het kleinste inkomen per capita van de Negen. Vandaag staan ze aan de top van de EU-27, alleen Luxemburg doet beter.

In minder dan een kwarteeuw kwam de Celtic Tiger tot leven, werd Ierland een immigratieland en schopten de Ieren het tot de nouveaux riches van de Unie. Dat doet wat met een volk en een mentaliteit. Niet eens 35 procent van de stemgerechtigden kwam bij het Nicereferendum van 2001 opdagen. Een jaar later, na een campagne waar het grote geld en de grove middelen boven werden gehaald, verscheen er wel meer volk in het stemhokje. Toch gaf niet eens de helft van de stemgerechtigden present, waarvan er wel een meerderheid van 62 procent het licht op groen zette. Zowel de regeringspartijen, de grootste oppositiepartijen, werkgevers, vakbonden als boerenorganisaties hadden hun leden nochtans opgeroepen om voor Europa te stemmen. Daarbovenop waren er de vele Europese prominenten die een ommetje langs Dublin maakten om de Ierse bevolking op haar plichten, zo niet dankbaarheid, te wijzen. Het hielp, maar een opkomst van nauwelijks 49 procent is niet echt overtuigend. "Als het aantal stemmers op 12 juni", zo schrijft de Bertelsmann Stiftung in een recent nummer van Spotlight Europe, "beduidend onder de 50 procent zakt, dreigt het opnieuw fout te lopen."

In tegenstelling tot 2001 zijn ze er zich in Dublin en Brussel nu wel van bewust dat een referendum nooit bij voorbaat gewonnen is. Zelfs niet in Ierland, zeker niet als het om een verdragswijziging gaat. Bertie Ahern heeft het geweten en mocht alvast zijn hoofd op het kapblok leggen. Hij won drie verkiezingen op rij, was elf jaar premier, leidde het land door een nooit geziene periode van economische groei, was medearchitect van de vrede in Noord-Ierland en toch moest hij vorige maand opstappen. Omdat hij met zijn vriendin in een warrige sjoemelzaak van geleend en niet-terugbetaald geld was betrokken, werd hij afgevoerd, wegens een te groot gevaar dat hij de hele ratificatie zou doen ontsporen. Hoewel zijn naam een paar weken voordien werd genoemd als mogelijke president van de Europese Raad werd hij op 6 mei zonder veel complimenten door zijn partij, de centrumrechtse Fianna Fail, bij het huisvuil gezet.

In zijn plaats kwam een gehaaid politicus met een fijne neus, de door de wol geverfde Brian Cowen. Hij is 48 jaar, beheerde zowat alle belangrijke departementen, onder meer Buitenlandse Zaken en Financiën, en geeft altijd de indruk dat hij zich stierlijk verveelt en intens naar de volgende Guinness verlangt. Tot vandaag is Cowen met voorsprong de meest geknuffelde regeringsleider in Europa. Niemand zal hem ook maar iets in de weg durven te leggen, een verklaring afleggen of een initiatief nemen dat een Iers ja nog meer kan hypothekeren.

Niet toevallig schortten de ministers van Justitie vrijdag in Luxemburg hun beraad over de versoepeling van de echtscheidingsprocedure op. Tot 1995 liet de Ierse wet niet toe dat een huwelijk ontbonden werd en ook vandaag voedt het nog verhitte politieke polemieken. Sindsdien hebben de katholieke ultra's en de alliantie van het ethisch reveil zich definitief in het nee-kamp gevestigd. Of het nu over het Verdrag van Amsterdam, Nice, de grondwet of Lissabon gaat en er ook in de kleinste voetnoten niets over echtscheidingen, homohuwelijken en het ongeboren leven wordt verteld, hun nee ligt bij voorbaat vast. Telkens opnieuw ontdekken ze dat Europa de Ierse morele identiteit bedreigt en de deur voor losbandigheid en zedenverwildering opent. "Het Verdrag van Lissabon", aldus een advertentie van een groep verontruste katholieken, "effent de weg voor een Europese identiteit die op atheïstische principes stoelt." In een gesprek met het agentschap Reuters roept Eamonn Murphy de gelovigen op om de volgende dagen gebedswaken te houden. "Immers", aldus de priester uit Dublin, "het gebed kan de loop van de geschiedenis veranderen."

In het nee-kamp zitten niet alleen ethische fossielen, nostalgici van het eilandgevoel en overjaarse pacifisten. Een opgemerkte nieuwkomer is multimiljonair Declan Ganley. Hij is ondernemer en staat aan het hoofd van de Rivadagroup, die vooral voor Amerikaanse veiligheids- en politiediensten werkt. Hij bezorgde het nee-kamp geld, een ander imago, veel media-aandacht en één idee: "Don't let Europe set our tax rates". Zijn stichting Libertas trad op als gulle sponsor van het nee en bedolf het land onder de posters en de gadgets. Ganley praat niet over de bedreigde Ierse zeden en normen. Hij is tegen Europa omdat hij, net zoals destijds Margaret Thatcher en de neocons, baalt van Europese regelgeving, het sluipende socialisme vreest en gruwt van belastingen. Volgens Ganley was het niet Europa maar wel de lage Ierse vennootschapsbelasting van 11,5 procent die de groei aanvuurde. Precies die 11,5 procent zou, aldus Ganley, door het Verdrag van Lissabon geviseerd worden. Met die originele lectuur van het verdrag kwam Ganley veel in de nieuws, zorgde hij voor verwarring bij de ondernemers en lokte hij de regering uit haar kot. Premier Cowen moesten dure eden zweren dat Europa niet aan de Ierse vennootschapsbelasting zal raken. "Bovendien", zo verduidelijkte Europees staatssecretaris Dick Roche, "heeft de Unie geen affaire met onze belastingen, want ze worden door een Iers veto beschermd."

Als premier moet Cowen nog alles bewijzen, want nauwelijks een maand in functie. Beloven kan hij echter als de beste. Om de boeren uit het nee-kamp te houden, moest de Taoiseach zich dubbel plooien. De Ierse Boerenbond wantrouwt de plannen om de Europese landbouw te hervormen, bovendien lust hij de nieuwe voorstellen voor de Wereldhandelsorganisatie (WHO) van EU-Handelscommissaris Peter Mandelson niet. Vooral de vlottere import van Argentijns en Braziliaans rundvlees op de Europees markt ligt hen zwaar op de maag en is een reden om een nee tegen Lissabon te overwegen. In ruil voor hun ja-stem beloofde Cowen om desgevallend met een Iers veto Mandelson en de Commissie te counteren.

Met de vakbonden is de premier nog niet klaar. Die eisen dat de regering de privésector verplicht om de bonden, die in Ierland hooguit 30 procent van het personeel vertegenwoordigen, systematisch in het collectief overleg te betrekken. Voor het Ierse patronaat, onder meer Michael O'Leary van Ryanair, is dat een ondraaglijke gedachte en een aanslag op zijn vrijheid en cashflow. Ze voorspellen een sociale ramp als Cowen op die chantage ingaat. Die waarschuwing doet pijn, want de Keltische tijger is een paar tanden en klauwen kwijt. De Ierse vastgoedmarkt is doodziek en zou de groei dit jaar onder de 2 procent kunnen duwen. In vergelijking met een gemiddelde score van ruim 5 procent de vorige tien jaar - met uitschieters van 10,4 in 1999 en 9,4 procent in 2000 - is het een spectaculair verval. De Europese Commissie verwacht dan ook dat Ierland in 2008 en 2009 voor het eerst sinds jaren opnieuw tegen een begrotingstekort aankijkt. Voor Cowen & co. is het een tegenvaller. Veel snoepjes vallen er niet uit te delen.

Na het debacle van 2005 over de grondwet leek het erop dat de Europese Commissie haar les geleerd had. Onmiddellijk na het Franse en het Nederlandse referendum pakte voorzitter José Manuel Barroso met een 'Actieplan voor een betere communicatie over Europa' uit, vervolgens kwam Margot Wallström, het lieverdje van de Commissie, met een ambitieus Plan D - democratie, dialoog en debat - aandraven. Nog een paar maanden later verscheen een Witboek over communicatiestrategie en democratie en werden miljoenen euro's vrijgemaakt om "het vertrouwen van de burger in de Europese Unie herstellen".

Het Ierse referendum wordt de eerste, echte test voor al dat gestroomlijnde communicatiegeweld. En toch, ondanks de hoge inzet wordt er weer intens geblunderd en krijgen de tegenstanders gratis munitie aangereikt. Uitgerekend de Ierse Commissaris Charles McCreevy presteerde het een paar dagen terug om te bekennen dat hij het nieuwe verdrag niet eens gelezen heeft. "Ik verwacht ook niet", zo vervolgde McCreevy, die weleens meer de indruk geeft dat hij zich van 'speaking note' vergist, "dat een gezond en normaal mens zijn weekend zal opofferen om zich door te tekst te werken."

Als de voorstanders van Lissabon het vandaag halen, zal het ondanks de Ierse Commissaris zijn. Als de tegenstanders het halen, is er alvast één die weet waarom het fout liep: McCreevy. "Lissabon", zo zuchtte hij in volle campagne, "is sowieso moeilijk te verkopen, het heeft geen blikvanger of project waar je een campagne aan kunt ophangen."

Het Europese mandaat van McCreevy loopt eind volgend jaar af. Hij zal dan tijd zat hebben om bestuursmandaten op te nemen, Europese verdragen door te worstelen en teksten van grote Ierse schrijvers te lezen. In 1916 was er één die volgende bedenking op papier zette: "Ierland is de oude zeug die haar worp opvreet."

Multimiljonair Ganley bezorgde het nee-kamp geld, een ander imago en veel media-aandachtOndanks de hoge inzet voor Europa wordt er weer intens geblunderd en krijgen de tegenstanders gratis munitie aangereikt

Iers Commissaris Charles McCreevy:

Lissabon heeft geen blikvanger waaraan je een campagne kunt ophangen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234