Dinsdag 25/06/2019

openbaar vervoer

Betere planning kan treinverkeer veel stipter maken

Beeld BELGA

Zeventien procent sneller van Brussel-Noord naar Brussel-Zuid: enkel door een betere planning van treinen en sporen kan het. Plus: minder vertraging op de rest van het net. Onderzoekster Sofie Burggraeve ontwierp een nieuwe dienstregeling voor 'flessenhals' Brussel.

Vertragingen horen bij het openbaar vervoer zoals Nicole bij Hugo. De belangrijkste oorzaken waren in juli overweg- en seinstoringen (20 en 18 procent) en spoorlopers (14,5 procent).

"Dat zijn vertragingen die niet te voorkomen zijn", zegt onderzoekster Sofie Burggraeve van het KU Leuven Mobility Research Centre. Ze ontwierp voor haar doctoraat een nieuwe methode voor het opstellen van de dienstregeling in 'flessenhals' Brussel, wat de grootste oorzaak is van vertragingen op het hele spoorwegennet. "Het zijn vooral de 'doorgeefvertragingen' die voor problemen zorgen. Dat zijn kleine vertragingen die elke dag voorkomen omdat ergens op het net één trein een paar minuten te laat komt, en alle andere treinen die kort daarna moeten passeren opgehouden worden. Dat kan voorkomen worden door een goede planning."

De NMBS telt die kleine vertragingen zelfs niet mee bij de berekening van de stiptheidscijfers: pas wanneer de trein meer dan zes minuten te laat is, geldt dat voor de spoorwegen als een vertraging. Zelfs met die buffer tuimelden de officiële cijfers onder de 90 procent in de periode januari-mei. Met andere woorden: een op de tien treinen is te laat.

Low cost

Net daarom is het onderzoek van Burggraeve zo interessant. In plaats van de kleine vertragingen weg te moffelen in de stiptheidscijfers zorgt zij in haar model voor meer buffertijd tussen twee treinen op hetzelfde knooppunt en beter berekende extra minuten op plekken waar standaardvertragingen ontstaan.

"Zeventig procent van de treinen passeert door Brussel, en net daar is de grootste flessenhals: van 22 sporen in Brussel-Zuid en van twaalf sporen van Brussel-Noord moet alles naar zes sporen in Centraal. Het komt er dus op aan de treinen zo goed mogelijk te spreiden, zodat ze elkaar zo weinig mogelijk hinderen. Er is nu een vijftal punten waar zestien treinen per uur passeren: als daar één trein een beetje vertraging heeft, lopen vijftien andere treinen dus ook vertraging op. De lijn Antwerpen-Charleroi, bijvoorbeeld, komt binnen aan de noordzijde van Brussel-Noord en rijdt weg aan de zuidkant van Brussel-Zuid. Logischer zou dus zijn om de trein op een centraler spoor Brussel in en weer uit te leiden. In ons model kunnen reizigers 17 procent sneller door Brussel."

"Het model dat bij ons ontwikkeld is, is zeer, zeer, zeer low cost. En vooral: het kan op zeer korte termijn getest worden en gebruikt bij het opstellen van toekomstige dienstregelingen", zegt professor Pieter Vansteenwegen van het KU Leuven Mobility Research Centre.

De NMBS en Infrabel werken intussen aan een actieplan om de stiptheid van de treinen te optimaliseren. Minister van Mobiliteit François Bellot (MR) riep de spoorbedrijven daartoe op na de tegenvallende stiptheidscijfers. Zijn kabinet laat weten 'zeer geïnteresseerd' te zijn in de studie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden