Woensdag 08/12/2021

'Beter word ik niet, maar ik wil nog wat jaren stilstaan'

Hoe voelt een wielrenner zich aan het einde van een seizoen waarin zijn team twee grote rittenwedstrijden won, en waarin hijzelf net geen klassieker maar na een epische strijd wel zijn vijfde Ronde van Frankrijk pakte, waardoor hij voor zichzelf een plaatsje reserveerde in de galerij der allergrootsten? Is hij voldaan? Zou hij genieten? Niet Lance Armstrong: 'Forget it. Ik ben woedend. Op mijzelf. Te veel is misgelopen.' De Morgen blikte in Austin bij the boss on the bike thuis terug op zijn annus horribilis 2003 en zijn mooie plannen voor 2004.

Hans Vandeweghe

Chaos. Rommel. Lawaai. Ten huize Lance om negen uur op een mooie late herfstochtend. De betere crèche in de betere buurt lijkt het wel, wanneer ik met de lokale pr-man de oprit aan El Greco Cove oploop. De zenuwpees des huizes kan niet wachten tot de bel gaat en gooit de deur wijd open. "Haast u, get in, en let niet op de rommel. Ik ben een alleenstaande vader." Hij grinnikt om zijn eigen grapje. Ook in huis: chaos, rommel, lawaai, maar in het kwadraat. Een forse nanny van 1,90 meter draaft door de woonkamer, maar kan zelfs met de hulp van de vader de drie kinderen onmogelijk de baas. Luke heeft met zijn appelbeignet de salontafel beschilderd en wil dat zijn pa hem achternazit. Ook de tweeling, schattige meisjes van twee, wil aandacht, maar niet van de nanny en ook niet van de vreemde mannen die de ochtendrust komen verstoren. Daddy is een keertje thuis en dat zal hij geweten hebben. Nadat hij de neus van een van de tweelingmeisjes heeft schoongeveegd - met zijn grijs T-shirt, alstublieft - gaat hij eindelijk zitten.

Waauw.

Lance Armstrong: "Wat bedoelt u? Vindt u kinderen niet leuk?"

Toch wel, ik heb ze ook, maar ze zijn al wat ouder. Het is hier wel druk.

"Daar ben ik aan gewend geraakt. Als ik thuis ben, gaat het er altijd zo aan toe. Straks, als jullie weg zijn, ga ik drie uur trainen en ben ik weer helemaal alleen. Ik kan niet wachten om dan opnieuw thuis te komen bij de kinderen. Maar zullen we het niet over wielrennen hebben, dan? Voor een keer dat ik hier een Europese journalist over de vloer krijg, mag dat wel."

Oké: ik heb uw boek gekocht.

"Goed zo. Dit wordt een duur jaar, dus alle beetjes helpen. Wat vond u ervan?"

Om het een beetje cru te stellen: men kan niet in elk boek bijna doodgaan, dus is het sowieso minder dan het eerste.

"Dat had ik ook al bedacht, maar ik heb toch geprobeerd waar voor het geld te bieden. Ik schrijf dingen die ik nooit eerder heb gezegd."

Het opvallendste voor mij was dat u er in 2000 bij die val op training in de bergen boven Nice wel degelijk erg aan toe was. U had zowaar een nekwervel gebroken, C7. Ik heb dit jaar C6 gebroken.

"Great, een ervaringsdeskundige. U weet dus hoeveel pijn zoiets doet. Het probleem met zo'n val is dat je pas nadien beseft hoeveel geluk je hebt gehad. Ik ben wel even moeten gaan liggen toen die auto ons had aangereden (in een bocht van een beklimming, HV), maar ik heb gewoon mijn vrouw gebeld en gevraagd ons te komen halen. Dat duurde nogal, maar dan zijn we naar onze flat gereden. Pas later is de pijn te erg geworden en zijn we naar verschillende ziekenhuizen gegaan, tot er één een scan nam en de juiste diagnose werd gesteld. Het is heel even in de pers verschenen dat ik mijn nek had gebroken, maar dat hebben we meteen weggelachen en tot mijn grote verbazing is dat er ingegaan als koek. Ik wilde de concurrentie niet op de idee brengen dat ze zouden kunnen winnen."

Ik was hier de hele week voor The Ride For The Roses. Prima organisatie. Verbazingwekkend sereen naar Amerikaanse begrippen.

"Was u ook bij de filmvoorstelling over die kinderen die kanker hebben? Sterke film, niet? Dat zijn de meest intense momenten in mijn bestaan: geconfronteerd worden met die ellende die ik heb overleefd. De chemo, de ruggenmergpuncties, die pijn. Die kinderen zien afzien. Als het kon, ik sprong op en zei: geef die ziekte maar aan mij en gaan jullie maar naar huis, want dat verdienen jullie niet."

Wat doet dit met u? U bent daar de hele tijd mee bezig, kunt u dat er nog wel bij hebben naast uw wielerbestaan?

"Het kost veel energie, vandaar dat we de datum verplaatst hebben naar de herfst. Vroeger was het in de lente en dat overleefde ik nauwelijks, maar anderzijds haal ik uit dat werk ook de kracht om door te gaan als wielrenner. Mijn engagement in de gemeenschap van kankerpatiënten inspireert mij enorm. Ik doe dat werk erg graag."

Ik heb mensen ontmoet die in u een soort genezer zien.

"Dat haat ik. Gelukkig zijn er niet te veel. Minder en minder. De mensen weten onderhand dat ik zelf niet perfect ben, maar een doodnormale man die zijn portie tegenslag heeft gekend en nog steeds kent en die daarmee heeft leren leven. Ik heb ze wel ontmoet, mensen die vragen om ze aan te raken en te genezen, maar dan betaalde ik ze gewoon een biertje en gingen we wat praten."

Hier in Texas bent u de man die kanker overleefde en die elke zomer de Fransen in eigen land een pak slaag geeft, maar in Europa bent u de vijfvoudige Tour-winnaar die kanker heeft gehad maar ook al wereldkampioen was in 1993.

"Dat verschil is duidelijk. Wielrennen is hier een kleine sport en in Europa... Wel, dat weet u beter dan ik, anders zou u niet zover zijn gekomen. Ik heb de indruk dat Europa ook anders omgaat met het fenomeen kanker of elke levensbedreigende ziekte. Niet zoals in de VS, waar je verschillende non-profitorganisaties hebt die de bevolking sensibiliseren. Dat komt ook nog wel bij jullie, maar anderzijds heeft het ook te maken met de belastingen. Jullie betalen nogal wat en daar krijg je verzorging van de staat voor terug. Dat is bij ons minder en daar komt nog eens bij dat geld geven voor de goede zaak in de VS fiscaal heel interessant kan zijn."

Wie kwam het eerst met de idee om een stichting ten voordele van kankeronderzoek op te richten?

"Ik. De week dat ik de diagnose hoorde: teelbalkanker met uitzaaiingen in hersenen, longen en buik. Op dat moment was ik een nobody, een dakloze renner die wereldkampioen was geworden. Ik wist gewoon dat ik dit moest doen, zelfs al had het maar impact op het leven van één andere kankerpatiënt, het moest gebeuren. Nooit gedacht dat ik in één weekend 4,5 miljoen dollar zou kunnen ophalen met de organisatie van een toertocht over een niet bijster interessant parcours. Wat vond u?"

Veel mensen, inderdaad. En geen bijzonder parcours.

"Ik weet het. We moeten ten oosten van Austin blijven, want in het westen, waar ik train, is alles volgebouwd. Bovendien is het een beetje zwaar fietsen daar in die heuvels."

Laten we het over 2003 hebben. Bij de presentatie van de Tour maar ook al eerder hebt u toegegeven dat u dit jaar niet op uw best was. U zweert bij de cijfertjes: de watts, de millimollen, wat zegden die vooraf?

"Fuck, weet u, al de testen die ik in juni deed, waren goed tot perfect. 480 tot 490 watts lang volhouden was geen probleem. De tijden die ik haalde op beklimmingen waren meestal beter dan ooit tevoren. Mijn gewicht was hetzelfde. Ik lieg: ik woog zelfs minder."

Misschien woog u wel te weinig.

"Misschien, want dan mis je kracht. Dat heb ik ook al gedacht. Het is moeilijk een juiste diagnose te stellen, maar ik hou het op dat maagvirus dat ik net voor de Tour heb opgelopen. Drie of vier dagen voor de Tour was ik echt ziek: kotsen, diarree, de hele zooi. Dat zijn precies de dagen dat je stress opbouwt. Je moet naar Parijs, de pers zit op je lip, je wilt elke dag wat losrijden. Drukte, sponsors, nog eens de hele Tour doornemen met iedereen van de ploeg. Die stress ben ik nooit kwijtgeraakt, die drie weken niet. Al die tijd voelde mijn maag niet goed aan, want de ontwikkelingen in die Tour waren natuurlijk ook niet van die aard om mij gerust te stellen.

"Weet u wat mij het meest zorgen baarde? Ik heb mij in die hele drie weken geen moment goed gevoeld op die fiets. Normaal is het zadel de plek waar ik het liefst zit, maar nu niet. Het was alleen maar werken."

Sportartsen zeggen dat de spijsvertering mee het verschil maakt.

"Dat zeg ik ook. Het hele jaar door heb ik al problemen gehad. In augustus ging het voorbij. Als je drie kinderen hebt, dan is het eenvoudig: de ene pikt een virus of een bacterie op in de speeltuin, komt naar huis en voor je het weet hebben de andere twee het ook en even later de ouders. Zie ons hier vandaag nu zitten: bloedheet buiten, maar de familie Armstrong is collectief verkouden. Maar zelfs al liep ik het hele jaar grieperig door die gasten, ik kan ze niet missen."

Is er tijdens die drie zware weken nooit een moment geweest dat u dacht: oké Lance, dit is het omslagpunt, van nu af gaat het steeds bergaf?

"Ja. En het gaat bergaf met mij, dat is een fysiologische wet. Het enige wat ik kan controleren, hoop ik, is de steiltegraad. Het moet niet te snel gaan. Mijn conditie en mijn kracht gaan er niet op vooruit. Ik werk al heel lang aan mijn uithouding. Tussendoor ben ik drie jaar heel zwaar ziek geweest en vervolgens heb ik vijf jaar lang het uiterste gevergd op lichamelijk en mentaal vlak. De rek is eruit, dat besef ik wel. Beter word ik niet, maar ik wil nog wat jaren stilstaan."

Mentaal was dit wellicht ook niet uw beste jaar. U had die huwelijksproblemen.

"Dat was heel zwaar. Ik heb er geen training bij ingeschoten, maar ik was niet altijd met mijn gedachten bij het fietsen. Als je geest niet bij de fysieke arbeid is die je levert, dan heb je daar minder baat bij."

U heeft blijkbaar gemengde gevoelens over 2003?

"Dat mag u wel zeggen. Dit was het zwaarste jaar na mijn terugkeer van kanker."

Tegelijk was dit het beste jaar voor US Postal, dat met Heras ook nog eens de Vuelta won. Maar voor u...

"... een van de slechtste, hoewel ik mijn vijfde Tour heb gewonnen. Ik heb veel geleerd. Kristin en ik hebben zware beslissingen moeten nemen, misschien dat ik mij nu wat beter zal voelen."

Wanneer hebben we de beste Lance Armstrong ooit gezien? De Tour van 2002?

"Nee. Wellicht in 2001 op Alpe d'Huez. 2002 vond ik niet zo speciaal. Ik verloor de tijdrit en ik was niet goed op La Mongie."

Niet goed? Op La Mongie beslist u de Tour. U krijgt in uw oortje mee dat De Galdeano en de rest moeten lossen, u schreeuwt naar Rubiera 'go Chechu go' en de Tour is gedaan.

"Yeah, maar toen Chechu ging, heeft u niet gevoeld wat ik voelde. Dat kan ik goed, doodgaan zonder dat iemand het ziet. Man, ik dacht dat ik zou ontploffen, maar anderzijds wist ik dat dit een beslissend moment was en daarin moet het dan maar wat harder, ook al doet het dan wat meer pijn. De laatste keer dat ik echt heb gevlogen en de pijn niet voelde, dat was 2001 op Alpe d'Huez."

Daar komen we dit jaar terug.

"Holy shit, dat wordt een mooie klimtijdrit. De klim ken ik inmiddels, maar ik zal hem toch nog een paar keer verkennen. We beginnen met een kort stukje vlak en dan die 21 bochten. We eindigen in het dorp. Ik had er niks op tegen gehad om de hele klim tot voorbij het dorp te doen, want die ken ik goed. Vorig jaar hebben we daar getraind en zijn we telkens ook aan de andere kant langs dat geitenpad naar beneden gefietst. Holy shit. Mooi weggetje is dat. Als ze daar die rotsbeddingen niet hadden in het asfalt, dan zou ik die beklimming wel eens in de Tour willen zien. Zo steil."

Zijn er nog onderdelen waarin u dit jaar nog beter kunt worden?

"Het team kan niet beter, de organisatie ook niet. Oké, alles kan beter, maar we zitten dicht bij de top. Ikzelf kan veel beter. De laatste jaren heb ik een aantal randzaken in mijn training verwaarloosd. Ik heb bijvoorbeeld minder gestretcht, minder getraind op buik- en rugspieren. Renners hebben van nature goeie rugspieren, maar minder buikspieren. Spieronevenwicht heet dat. Als je daaraan werkt, ga je vanzelf vooruit. Dat is ook een reden waarom ik minder goed op de fiets zat dit jaar. Die hele gordel die dat bekken en alles daar rond controleert, was gewoon minder getraind. Tot 2001 had ik een man in dienst die mij elke dag een uur verplichtte die oefeningen te doen."

Waar is die man nu?

"(grijns) Hij is terug. Ik heb hem vorige maand opnieuw in dienst genomen."

Was u lui geworden?

"Een beetje lui, dat wel, maar ik weet het tenminste en nu kan ik er wat aan doen. Ik vind fietsen nog steeds even leuk. Hoe harder, hoe beter. Maar al dat gedoe eromheen heb ik wat verwaarloosd."

Uit uw eerste boek meende ik te mogen begrijpen dat u heel wat van de benzine voor uw motor haalt uit verschillende vormen van woede. Klopt dat?

"Helemaal. Woede drijft mij. Woede om wat mij in mijn jeugd is aangedaan door de man die met mijn moeder leefde. Woede omdat men mij niet serieus nam. Woede omdat ik werd ontslagen toen ik doodziek was. En nu ben ik weer woedend: deze keer op mijzelf omdat ik dacht dat het ook zou gaan met minder. Neen dus, want ik ben heel diep moeten gaan en dat wil ik niet meer. Ik had geen respect voor mijn sport en de Tour."

Bent u ook kwaad omdat u, perfectionist die u bent, niet in staat was om uw huwelijk te redden?

"Dat was een behoorlijke nederlaag. Dat was niet gepland maar het is gebeurd."

Profwielrennen en getrouwd zijn...

"... het gaat niet goed samen. Ik weet het."

Tenzij men een vrouw heeft die braaf thuis zit te wachten bij de wasmachine.

"Dat was niet van toepassing op mijn vrouw, maar dat zou ik ook niet willen. Wielrennen is gewoon een heel zwaar beroep. Altijd wedstrijden, altijd training, altijd lang weg, en als je thuis bent, altijd willen rusten, want altijd moe."

Wat was het zwaarste moment tijdens de voorbije Tour?

"Er was niet echt één moment, het was meer een algemeen gevoel die hele Tour. Ik had om te beginnen heel veel problemen met de hitte. Het was voor het eerst dat we echt de vochtigheid en de temperaturen van Texas hadden."

Precies, u woont in Austin. Ik loop hier nu al een week rond, het is midden in de herfst en nog steeds 30 graden. Hoe kunt u problemen hebben met de Franse hitte?

"Vroeger had ik die niet. Ik ben opgegroeid in de buurt van Dallas, daar is het even heet. We zijn dat aan het onderzoeken. Een van de sporen die worden gevolgd, is de behandeling met platinum die ik destijds heb gekregen voor die kanker. Dat schijnt ernstige gevolgen te hebben op de nieren en dat heeft dan weer zijn invloed op de waterhuishouding."

Kunt u dat niet trainen? Als er iets is wat u die sport heeft bijgebracht dan is het wel een systematische trainingsaanpak met een doel voor ogen.

"Ik hou van trainen. Dat is vaak het gemis bij Europese renners. Ze rijden nog liever een kermiskoers dan alleen te trainen. Ik rijd het liefst alleen, en als er iemand mee gaat met mij, dan rij ik op kop en ik train nooit in groep. Wedstrijden mijd ik ook het liefst, want voor je het weet, val je. Het is een misvatting dat je alleen maar goed kunt zijn in wedstrijden door wedstrijden te rijden."

U hebt hier een mooie omgeving om te rijden, maar wel levensgevaarlijk. Die Texanen houden geen rekening met fietsers.

"Het was ooit ideaal. De laatste tien jaar sinds de it-boom is Austin een grote agglomeratie geworden en vind je nauwelijks nog wegen waarop het rustig fietsen is. Sommige chauffeurs denken dat ze je van de weg mogen rijden omdat zij verkeersbelastingen betalen en de fietser niet. Dat is mij echt overkomen. Ik heb tegenwoordig een auto achter mij aan rijden en als het zo doorgaat, zal ik twee begeleiders moeten hebben.

"Het trainen op de wegfiets hou ik toch hoofdzakelijk voor Europa. Hier train ik vaak op kracht. Ik neem meestal de mountainbike of ik ga naar de fitnesszaal. Straks ga ik twee, drie uur trainen: eerst fietsen en dan naar de krachttraining."

Voor 2004 staat Milaan- Sanremo op uw programma. Waarom? Een lange saaie rit met aan het einde één molshoop, de Poggio.

"(imiteert een Italiaan) Ma, Capo Berta, Capo Mele... Het is een mooie wedstrijd, een monument. Maar ik mag niet te veel over mijn programma praten, Johan Bruyneel zal kwaad op mij zijn."

Hoezo? Het staat in detail in de media.

"Dat is een verzinsel. Ik zei dat ik misschien niet de Dauphiné zou doen en daar maken ze dan van: zeker niet in de Dauphiné. Het enige wat vaststaat, is dat ik niet de hele lente in Europa blijf, maar in april en mei terugkom naar de VS naar mijn kinderen. Ik zal dan wellicht niet in Austin blijven, maar ergens heen trekken om te trainen."

Het wordt zwaar Lance, die zesde Tour. Ze lopen niet dik, de alleenstaande vaders die een Tour winnen.

"Ik weet het. (kijkt lang stil voor zich uit en lacht pas als er weer een halve tweeling in pyjama tegen hem opspringt) Het wordt héél zwaar. Ik zal goed moeten organiseren, maar ik heb nog wel wat in mij. Let maar op."

Hebt u nog last van dopinginsinuaties?

"Fuck no. Dit jaar was het voor het eerst rustig en nu begint u weer. Een aantal gasten zal altijd wel iets aan mij verdacht vinden. Le Monde natuurlijk en die Engelsman Walsh van de Sunday Times. Maar, ik weet ook dat ze nu hun handen vol hebben met dat thg. Als dat weer voorbij is, komen ze vanzelf terug bij mij.

"Walsh is de ergste. Bad dude. Ik heb één interview gedaan met hem. In dat gesprek heb ik hem op een leugen betrapt, op een journalistieke beroepsfout. Dat vond hij niet leuk. Mij verkloten, dat is nu zijn missie. Ik zie hem ook niet meer op persconferenties. Vroeger wel en toen stelde hij nog vragen, maar nu doet hij niet eens meer de moeite om te komen."

U leest echt alles wat ze over u schrijven.

"You got to know who's trying to fuck you. Tijdens de Tour let ik daar zeker op. Ik haal ze er wel uit, de slechteriken. En de goeien ken ik ook."

En u bespeelt de media, want l'Equipe mag vragen wat ze willen, u bent altijd beschikbaar.

"Zij zijn mijn link met het Franse volk en die kan ik het best niet tegen hebben. Vandaar dat ik ook wat Frans praat. Daar houden Fransen van."

Wat is uw eerste reactie als u in een krant leest dat u met Sandra Bullock of Sheryl Crow bent?

"Ik wist dat het zou verschijnen, want ze hadden mijn manager gebeld, dus het eerste wat ik heb gedaan, is Kristin bellen. Ik wil niet dat ze die dingen in de krant leest. Gelukkig weet ze dat het niet waar is. Ik ben dat inmiddels gewend. Het niveau waarop ik nu zit, brengt dat met zich mee. Ik zie het als een bui. Vroeg of laat valt de regen toch en het enige wat je kunt doen, is je paraplu openen en wachten tot het voorbij is."

Dat gaat nooit voorbij.

"Come on. In vijf of tien jaar ben ik een oude versleten en vergeten sportman."

Niet bij ons in Europa. Ik denk dat u niet beseft hoe populair u wel bent, en zeker in België. Kijk naar Eddy Merckx, hoe geliefd die nog steeds is.

"Dat hoor ik graag. België is een van mijn favoriete landen. Maar er is een wereld van verschil tussen Eddy Merckx en mij. Eddy zou de koning kunnen zijn in een wielergek land als België."

Gek, maar niet goed. Er lopen meer Belgen achter u aan in de Tour dan dat er op een fiets zitten. Een schande.

"Ach, dat is een momentopname. Alles verloopt in cycli, vroeg of laat zijn er weer renners uit de lage landen die de Tour zullen winnen. Als ik weg ben, mogen ze massaal komen. In Frankrijk heb je hetzelfde: waar is de nieuwe Fignon, waar is de volgende Hinault? Je moet keuzes maken en in wielergekke landen is het niet eenvoudig om zoals ik alles op de Tour te zetten. De ééndagswedstrijden zijn bij jullie even belangrijk."

Als u een zesde Tour wint volgend jaar, dan doet u beter dan Merckx. Daar zal menig wielerliefhebber het moeilijk mee hebben, weet u dat?

"Dat besef ik, maar ik kan iedereen geruststellen: zelfs al win ik de Tour tien keer op een rij, ik zal nooit beter zijn dan Eddy Merckx. Niemand zal ooit een betere wielrenner zijn dan Eddy Merckx ooit was. Die heeft zo vaak gewonnen, dat kan niemand. Maar ondertussen zal ik wel proberen om die zesde te winnen."

Iets anders. Jan Ullrich. In uw boek zegt u dat hij niet inhield toen u viel op Luz Ardiden. Zo stemt u hem niet gunstig. Waarom zegt u dat?

"Omdat ik denk dat het zo is. Omdat ik weet dat het zo is. Mijn bronnen zeggen mij dat hij niet wachtte."

Tyler Hamilton heeft u dat ingefluisterd.

"Och man, ik heb toch ook de tv-beelden gezien. Ik kijk elke avond Eurosport in de Tour. Ullrich hield niet in, hij kon op dat moment niet harder. En wat Tyler betreft, hij zat op de eerste rij en zag perfect wat er gebeurde. Hij heeft ze aangemaand om in te houden."

Hebt u respect voor Jan Ullrich?

"Ja, veel respect. Groot talent, grote motor, maar hij doet er niet veel mee, vind ik. Dit jaar was hij sterker dan ooit tevoren. Hij kon zelfs af en toe versnellen. Maar het kan er bij mij niet in dat hij het traject van een tijdrit niet verkent per fiets, zeker als er regen is voorspeld. Dat is een vorm van luiheid."

U stopt niet na 2004, zie ik dat goed?

"We zien wel."

Als u stopt, is het afgelopen met het team.

"Dat is zeker, want dit is het laatste jaar van US Postal als sponsor. Dus moet er een nieuwe sponsor komen of moet US Postal doorgaan. Ik ben alleen geïnteresseerd als dit team kan behouden blijven. Een andere naam, dat kan, maar ik ga niet meer naar een ander land om bij een totaal ander team en nieuwe jongens te rijden."

U zegt in uw boek dat u pas het gevoel krijgt te leven als u op uw fiets zit.

"Het gaat nog verder. Ik denk dat ik mij pas gezond voel als ik goed kan fietsen. Het ene kwam met het andere. Ik was genezen van kanker en ik kon weer fietsen. To bike is to live."

'Ik kan iedereen geruststellen: zelfs al win ik de Tour tien keer op een rij, ik zal nooit beter zijn dan Eddy Merckx''Ik heb ze wel ontmoet, mensen die vragen om hen aan te raken en te genezen, maar dan betaalde ik ze gewoon een biertje en gingen we wat praten'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234