Donderdag 22/04/2021

Bestrijd het onrecht in de wereld

undefined

‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Zolang de homo sapiens de aarde bevolkt, vormt deze ‘gulden regel’ een belangrijk ethisch uitgangspunt bij de zoektocht naar een betere wereld. In alle mogelijke culturen en religies, in het christendom, de islam, het hindoeïsme, bij de oude Grieken en de Egyptenaren en bij Confucius vind je deze oproep en leidraad terug. Maar hoe oud dat streven ook is, de mensheid heeft nog altijd grote moeite met het omzetten van die woorden in daden. Want dat onrecht, in alle denkbare vormen, ook in deze 21ste eeuw welig blijft tieren, hoeft geen betoog. In de westerse wereld kreeg die zoektocht naar een rechtvaardige(r) wereld nieuwe impulsen tijdens de verlichting, toen Immanuel Kant herinnerde aan die gulden regel met de woorden: “Men moet altijd handelen volgens een regel waarvan men zou willen dat het een algemene wet is.” Waaraan hij de waarschuwing koppelde dat “als rechtvaardigheid verloren gaat, het geen zin meer heeft dat mensen op de aarde leven”. Pas tegen het einde van de door onmenselijkheid gebrandmerkte 20ste eeuw kwam er een nieuwe, belangrijke poging om een model te vinden voor die ongrijpbare rechtvaardigheid. Want toen publiceerde politiek filosoof John Rawls zijn Theory of Justice, een ethische handleiding voor een maatschappij waarin wantoestanden en onrechtvaardigheid zouden worden uitgebannen. In de traditie van Hobbes, Locke en Kant, bood Rawls een blauwdruk waarin rechtvaardige instellingen de sociale relaties moeten regelen en waarin zo’n sociaal contract, dat overal en consequent wordt toegepast, de menselijke neiging om het eigenbelang na te streven moet doen verdwijnen.

Theorie vs. idee

Econoom en filosoof Amartya Sen draagt zijn nieuwe boek op aan de nagedachtenis van Rawls, met wie hij in Harvard samenwerkte en die hij prijst als mentor én als vriend. Maar dat neemt niet weg dat hij de stelling van de man die hij de “grootste politieke filosoof van onze tijd” noemt, frontaal bekampt. Dat zie je eigenlijk al als je de titels vergelijkt. Rawls noemde zijn boek A Theory of Justice. Sen heeft het over TheIdea of Justice. Waarmee hij meteen afstand neemt van de absolutistische, universele benadering van Rawls. Sen gelooft namelijk helemaal niet dat het realistisch is om te streven naar een perfect, waterdicht en universeel rechtvaardigheidsmodel. Ook verwerpt hij Rawls’ idee van een ‘original position’, met waarden die objectief geldig zijn, gewoon omdat alle redelijk denkende mensen ze redelijk vinden. Want lang niet elk redelijk mens denkt gelijk, schrijft Sen, ook niet over begrippen als vrijheid of rechtvaardigheid. En hij illustreert dat met een van de anekdotische voorbeelden die dit niet bepaald vederlichte boek hier en daar verluchtigen: het verhaal van de drie kinderen en de fluit, waar ze alle drie recht op denken te hebben. Anne omdat alleen zij weet hoe je daarop moet spelen, Bob omdat hij zo arm is en geen ander speelgoed heeft en Carla omdat zij de fluit heeft gemaakt. En eigenlijk, aldus de auteur, hebben ze alle drie een verdedigbaar argument, afhankelijk van welk filosofisch standpunt je inneemt. Zo moeilijk is het dus, zelfs op een simpel niveau, om af te wegen wat rechtvaardig is.In plaats van te streven naar een perfecte en perfect gestructureerde maatschappij zoals die vóór Rawls werd bepleit door verlichtingsdenkers als Hobbes, Rousseau of Kant, grijpt Sen terug naar een andere stroming die hij de ‘alternatieve traditie’ noemt en waarbij de nadruk ligt op wat verwezenlijkt kán worden. Mensen als Nicolas de Condorcet, die in plaats van een sociaal contract een sociale keuze voorstelde, waarbij welzijn en welvaart van een samenleving worden gemeten op basis van welzijn en welvaart van de leden ervan. Of vrouwenactiviste Mary Wollstonecraft. Of John Stuart Mill en Adam Smith - die laatste niet wegens zijn geloof in de vrije markt en de ‘onzichtbare hand’ die ons in de ernstigste economische crisis sinds 75 jaar heeft gestort, maar omdat hij in The Theory of Moral Sentiments stelt dat mensen juist sociale wezens zijn en dat ze, ondanks tegengestelde belangen, kunnen samenleven zonder met elkaar in conflict te raken.

Droom vs. realiteit

Net als deze denkers, die hij met instemming citeert, is ook Sen ervan overtuigd dat het belang van recht en rechten moet worden getoetst aan de praktijk. In plaats van te dromen van een ideaalbeeld, zoals Rawls volgens hem doet, is het vooral belangrijk om na te gaan hoe je zichtbare onrechtvaardigheden, waarover wel een consensus kan worden bereikt, weg kunt werken. Thema’s als de afschaffing van slavernij en kinderarbeid of de invoering van het stemrecht van vrouwen. John Stuart Mill bijvoorbeeld “geloofde geen moment dat de afschaffing van de slavernij of het aanpakken van de onderdrukking van de vrouw tot een perfecte samenleving zouden leiden waarover de mensen het toch nooit eens zouden worden, maar hij vond het de moeite waard om te zien welke redelijke discussie daarover kon worden gevoerd”. De slavernij is intussen uitgebannen, de vrouwen maken vorderingen - zij het hier te lande nog te weinig - maar desondanks kampen we volgens Sen nog altijd met vergelijkbare problemen. Ondervoeding bij kinderen bijvoorbeeld, of mensen die sterven aan ziektes waarvoor medicatie voorhanden is die goedkoop geproduceerd zou kunnen worden. Dit sluit aan bij de sociale thema’s die het werk van Sen al jaren beheersen, zoals honger en armoede, en waarmee hij als kind in Bengalen weliswaar niet persoonlijk maar toch van nabij werd geconfronteerd. Op basis van diezelfde ervaringen herhaalt de auteur in dit boek dat tegen armoede de democratie een beter wapen is dan economische theorieën omdat de kiezers falende politici via de stembus kunnen afstraffen.Voor een globale democratie zoals die volgens ‘institutionisten’ als Rawls tot stand zou moeten komen, is het volgens Sen echter nog veel te vroeg. Hij onderstreept wel dat in deze geglobaliseerde wereld de daden van één land, zoals de Amerikaanse reactie op 9/11, “de levens van miljoenen in andere landen raken”. De inval van Irak, die daar een gevolg van vormde, bewijst volgens de auteur dat je vanuit verschillende invalshoeken en argumenten dezelfde conclusie kunt bereiken: namelijk dat die oorlog een vergissing was. Ook de democratie is in zijn optiek veel meer dan een aantal regels en instellingen. Het functioneren van democratische instellingen hangt volgens Sen mede af van zaken als een open debat over waarden, een vrije pers, vrijheid van meningsuiting en vooral “van activiteiten van mensen”. Mensen die weliswaar dienen uit te gaan van de ratio (waarover hij boeiende dingen te zeggen heeft) maar bij wie Sen de “verregaande rol van instinctieve psychologie en spontane reacties” onderkent. Democratie moet hoe dan ook organisch groeien en de auteur hekelt daarom de missie van de vorige Amerikaanse president om ‘zijn’ westerse ideeën en beschaving op te leggen in het Midden-Oosten en elders. Dat Amartya Sen zelf van ‘elders’ afkomstig is, zorgt in dit boek voor ongewone en boeiende invalshoeken. Want hoewel het westerse verlichtingsdenken centraal staat, verwerpt de auteur de stelling dat de universele waarden een louter westerse intellectuele erfenis zijn. Integendeel, schrijft hij, ze worden gedeeld door heel uiteenlopende culturen - en die waren ons vaak voor. Kijk maar naar voorbeelden uit zijn geboorteregio. Het debat bijvoorbeeld dat de Indiase keizer Ashoka in de 4de eeuw voerde met filosoof/staatsman Kautilya. Waarbij de twee mannen standpunten vertolken die gelijkenissen vertonen met respectievelijk Sens focus op wat verwezenlijkt kán worden en de ‘institutionele’ ideeën van Rawls. Alleen voerden zij dat debat 15 eeuwen vroeger. En Alexander de Grote bleek na een veldtocht in India zwaar onder de indruk van het egalitaire gedachtegoed dat hij daar aantrof.

Economie & ethiek

The Idea of Justice is het magnum opus van een intellectuele reus die zijn twee specialiteiten, economie en ethiek, moeiteloos vermengt. Met als uitgangspunt: “Wat ons beweegt, is niet het besef dat de wereld tekortschiet om volledig rechtvaardig te zijn, maar wel dat er duidelijk herstelbare vormen van onrecht rond ons bestaan die we wel willen aanpakken.” Die stelling zal hem, aan weerskanten van het ideologische spectrum, niet door iedereen in dank worden afgenomen. Maar Sens pragmatisme heeft in elk geval een boek opgeleverd dat van de lezer wel een inspanning vraagt, maar hem daarvoor beloont met inspirerende inzichten. Nu maar hopen dat de Nederlandse vertaling niet zo lang op zich zal laten wachten als bij de klassieker van John Rawls, waarop The Idea of Justice zo’n aansprekend antwoord vormt.Amartya Sen The Idea of JusticeAllen Lane, 468 p., 30,99 euro.

Het leven van Amartya senDe wetenschapper

Amartya Kumar Sen werd op 3 november 1933 geboren in Dhaka, de hoofdstad van wat nu Bangladesh is, als zoon van een professor aan de plaatselijke universiteit. Na economie te hebben gestudeerd in Calcutta en in Cambridge, doceerde hij aan die twee universiteiten en vervolgens aan die van Delhi, Oxford, Harvard en aan de London School of Economics. Daarnaast werkte hij als gastprofessor aan het MIT en de universiteiten van Stanford en Berkeley. Hoewel hij zijn academische loopbaan begon als econoom, legde Sen zich ook en in toenemende mate toe op de filosofie. Hij zag duidelijke verbanden tussen de wijsbegeerte en de ‘dismal science’ en werkte van meet af aan rond thema’s die deze link blootlegden, zoals armoede, honger en menselijke ontwikkeling. De Nobelprijs die hij in 1998 kreeg voor zijn bijdrage aan de ‘welvaartseconomie’ vormde daarvan de erkenning. Die veelzijdigheid leverde Sen tussen 1989 en 1998 in Harvard trouwens leerstoelen op in economie en filosofie. Tijdens zijn lange loopbaan kreeg Amartya Sen wereldwijd meer dan 80 eredoctoraten.

De activist

Hij mag dan naar eigen zeggen zijn hele leven hebben doorgebracht op een of andere campus, zijn sociale engagement heeft van Sen meer gemaakt dan een studeerkamer-intellectueel. De manier waarop hij economie en sociale bewogenheid combineerde, maakte van hem een drijvende kracht achter het Human Development Report van de VN en van de jaarlijkse index (HDI) die daarvan het bekendste resultaat vormt - en waarin België een 17de plaats inneemt. Het gaat daarbij om een zeer Seniaanse poging om de traditionele welvaartsgraadmeter, het bbp, te verbreden en naast puur economische gegevens zoals het per capita inkomen ook rekening te houden met zaken als levensverwachting en opleidingsniveau.In het verlengde daarvan ondernam hij, samen met een andere Nobelprijswinnaar, Joseph Stiglitz, in opdracht van president Sarkozy een nog verfijndere poging om bij het meten van welvaart ook sociaal welzijn en het duurzame karakter van economische ontwikkeling in aanmerking te nemen. Die commissie publiceerde dit najaar een rapport waarin ervoor wordt gepleit ook rekening te houden met niet-economische factoren zoals vrije tijd, sport en cultuur alsmede met ‘buitenmarktactiviteiten’ als huishoudelijk werk, om op die manier naast welvaart ook welzijn en geluk te meten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234