Donderdag 01/12/2022

Beste Margot,

Mag ik jou een impertinente vraag stellen? Spreek jij wel eens dialect? Zo van dat echt Limburgs, waar ik niks van begrijp, maar waarbij je het bronsgroen eikenhout gewoon al ruikt als je het hoort? Of verkavelingsvlaams? 'Hebde gij al ne keer een broojken met americain besteld?' Ik vraag het maar even, omdat jij, in mijn herinnering, een van die zeldzame Vlamingen bent die zich altijd en overal louter en alleen in het algemeen Nederlands uitdrukken. Misschien ligt het aan de milieus die ik frequenteer, maar zo ken ik er niet al te veel. Ministers, artiesten, tv-presentatoren, zelfs hoofdredacteurs van kwaliteitskranten hebben in dit land de gewoonte om netjes te praten voor camera en microfoon, maar als die dingen uitfloepen, lossen ze hun das een beetje en schakelen ze vlot over op tussentaal of moeders dialect. Héhé, gedaan met werken, we mogen weer onszelf zijn. Ben jij jezelf in het algemeen Nederlands? Ik denk het wel. Ikzelf ben dat ook. Maar 'keurig praten' schept wel vaak een kloof. (Wat soms wel handig is.) Een Vlaming vertrouwt dat niet, dat algemeen beschaafd Nederlands, dat ruikt te veel naar overheid, administratie, bruine enveloppen zonder postzegel, zo van die dingen die zich nog langs de voordeur aandienen en waar een echte boer simpelweg zijn hond op loslaat. Als een Vlaming zegt: "Amai, gij kunt het nogal uitleggen", is dat niet echt als compliment bedoeld. En kinderen die als een taalkundig correcte spraakwaterval door het leven gaan, krijgen van de buren spottend de raad mee om 'veur avvecaat te gon lieren'. Maar advocaten zijn geen idolen in dit land, die zijn maar goed om in Brussel in het parlement te gaan zitten. Coureurs, dat moeten we hebben, van die jongens die na het harde werken drie woorden mompelen in onze eigen taal en daarna, kop in kas, zwijgen, vooral over hun medische begeleiding.

Ikzelf ben een linguïstische pragmaticus. Ik gebruik de taal die mij het beste uitkomt. When in Rome, do as the Romans do. Tussentaal bij een stand-up in een club, een tikkeltje meer AN in het theater of in De rechtvaardige rechters, louter AN in Polspoel & Desmet of in mijn radioprogramma en puur dialect bij het contact met buren en familie (wat in mijn geval vaak een tautologie is). Hoewel, met mijn broer en zus gaat het in dialect, maar met mijn jongste zus, het kakkenestje, converseert elk van ons dan weer in verkavelingsvlaams. Mijn ouders hebben het ooit zo gewild en de rest van de familie is gevolgd. Zonder nadenken schakelen we over. Nieuwe omstaanders vinden het gek. Wijzelf staan er al lang niet meer bij stil. En mijn vader spreekt met mij dialect, behalve aan de telefoon. Dan hanteert hij een soort plechtig schoolmeestervlaams, dat je nog wel eens hoort op bestuursvergaderingen van het Davidsfonds. Waarom weet ik niet, misschien is het een gewoonte uit de tijd dat bij de RTT nog een telefoniste kon meeluisteren.

Waarom ik op het podium, op radio en televisie al die varianten van het Nederlands gebruik, weet ik perfect. Om contact te hebben met die mensen die voor mij zitten. Verhalen vertellen, mensen aan het lachen brengen in algemeen Nederlands, het is in Vlaanderen niet evident. Ne vent in ne pardessus is grappig, een man in een regenjas is dat niet. En de toehoorders worden snel wantrouwig als je ze niet in hun taal aanspreekt. Je ziet ze denken: 'Die vlotte komt met ons lachen, in plaats van omgekeerd. Wie heeft er hier betaald. Zal 't gaan ja!' Vooral in West-Vlaanderen is het op humorvlak eigen volk eerst en hebben, o ironie, vooral Antwerpse artiesten het niet onder de markt. De derde vraag, die een West-Vlaamse organisator mij altijd stelt (na 'heb je het gemakkelijk gevonden?' en 'een pintje?') is steevast: 'Van waar zijde gie?' Als ik dan zeg Aalst, volgt er meestal een goedkeurend gegrom. Aalst, dat is nog net op de rand van het oude graafschap Vlaanderen, dat kan er dus nog mee door. Aan een Antwerpse collega stellen ze die derde vraag zelfs niet. Ze horen wel waar hij vandaan komt en dat hij eerst maar eens iets bewijst, den dikke nek. Hendrik Conscience waarschuwde zo'n 170 jaar geleden het stadsbestuur van Antwerpen op zijn hoede te zijn voor 'die vreemdelingen'. Hij had het toen over... Gentenaars. Ik vraag me af of er de laatste 170 jaar echt veel veranderd is. Dat algemeen Nederlands is toch nog steeds niet de taal waarin Vlamingen ruzie maken of de liefde bedrijven. Hoe klinkt het als jij ruzie maakt, Margot? Dat zou ik wel eens willen weten.

Bert Kruismans

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234