Dinsdag 07/12/2021

Beste jongens. En meisjes!

'Veel Oudenaardisten hebben het moeilijk om het vanzelfsprekende patroon ter discussie te stellen. Een keuze voor het college wordt makkelijk geïnterpreteerd als een keuze tegen het Kloosterke'

Marc Peirs / Foto's Filip Claus/ Oudenaarde in de ban van het gemengd onderwijs

'Welkom! We hopen dat jullie je hier heel snel thuis voelen, beste jongens... en meisjes.' Meer dan anderhalve eeuw lang was het Onze-Lieve-Vrouwecollege dé jongensschool van Oudenaarde en wijde omgeving. Maar vorige dinsdag mocht een ietwat onwennige superior, Stephan Van der Kelen, voor de allereerste keer een lichting meisjes verwelkomen. Oudenaarde verslikt zich van verbazing. Een herverkaveling van het onderwijslandschap lonkt. 'Meisjes zijn anders. Emotioneler, stiller, vroegrijp. Natuurlijk moet je daar in de schoolcultuur rekening mee houden.' Maar hoe? Verslag van een eerste schooldag als nooit tevoren.

Het Onze-Lieve-Vrouwecollege, dinsdag 1 september, acht uur. "Kom je naar de meisjes kijken?" grapt adjunct-directeur Jan Verpoest. De snel pratende en snel denkende veertiger draaft kwikzilverachtig over de speelplaats, richting schoolpoort. Aan een geïmproviseerde ontvangstbalie wachten vier klassenleraren. Voor hen liggen op een stapel 142 naamkaartjes voor evenveel eerstejaars. Sommigen drentelen bedremmeld rond, anderen stallen hun stoere mountainbike zelfverzekerd midden op de speelplaats. De vriendinnetjes Famke, Sofie, Lisa en Barbara vallen elkaar in de armen en zullen een hele dag, vermoedelijk zelfs een heel schooljaar, samenklitten: "We kwamen nog maar aangefietst of al die jongens bekeken ons al van 'amai, wat komen zij hier doen?'" Zeventien zijn het er, de eerste vrouwelijke stoottroepen die het mannenbastion binnendringen. Het knapenheir daarentegen telt niet minder dan 125 eerstejaars, 677 scholieren alle jaren samen. Geen wonder dat de jongens de nieuwbakken vrouwelijke collegaatjes als een rariteit bekijken.

De ontvangst loopt gesmeerd. De zesdejaars wijzen de groentjes de weg naar de sporthal, waar ze per klasgroep worden ingedeeld. Famke, Lisa, Sofie en Barbara zitten samen in Eerste Moderne Talen, groep b, kortweg 1 MT b. Als klassenleraar krijgt 1 MT b leraar Nederlands en geschiedenis Noël Desmet. Een ervaren rot, maar meisjes in de klas? Dat heeft Noël lange tijd niet meegemaakt: "Toen ik pas afgestudeerd was heb ik één jaar in een meisjesschool gestaan. We spreken over '60-'61. Sindsdien heb ik nooit meer lesgegeven aan meisjes. Maar als vader heb ik wel ervaring met dochters," zegt hij, terwijl hij zijn kudde van 19 jonge schaapjes op sleeptouw neemt voor een rondleiding. De refter. De studiezaal. Het bureau van de superior, "de grote baas van de school". Daarnaast dat van provisor Jan Verpoest, "de, euh, kleinere baas". De spreekkamers, waar leerlingen over alles en nog wat kunnen praten met hun zelfgekozen 'vertrouwensleraar' en, vlak ernaast, "de toiletten voor de meisjes. Alleen voor de meisjes!" Het gegiechel botst op een waarschuwing: tussen de lesuren door mag niemand naar de wc, zo wil het reglement. Na de middag betekent dat tweeëneenhalf toiletloze uren. Meester Desmet tot Famke, de meest vroegrijpe van het groepje: "Is dat haalbaar voor meisjes? Ook als ze bepaalde problemen hebben?" Famke knikt van wel. De jongens kijken wezenloos toe.

Oudenaarde is een provinciestadje met 27.000 inwoners, 25 kilometer ten zuiden van Gent. Een rustige plek in het diepe Vlaanderen, een oord van streekbieren, wielertoeristen en stil geluk in brandschone burgerhuizen. De stad staat bekend om haar wandtapijten, marktplein en gevangenis voor zware jongens. De lokale beroemdheden zijn op één hand te tellen: CVP-politicus Jan Verroken speelde een rol in de Leuven Vlaams-saga, Hanske De Krijger deed iets heldhaftigs in de Middeleeuwen en kunstenaar Adriaan Brouwer gaf zijn naam aan de jaarlijkse bierfeesten. Rond de stad glooien de groene heuvels van de Vlaamse Ardennen, met dorpen waar je nog steeds meer cafébazen, boeren en kruideniers aantreft dan websiteontwerpers, mediaconsultants of reisleiders voor Vietnam.

De tsjeven van de CVP en de blauwen van de VLD zijn al decennia lang in een partij armworstelen verwikkeld omtrent de politieke hegemonie in de streek. Maar in Oudenaarde zelf hebben de erfvijanden zich in een monstercoalitie verenigd onder leiding van CVP-burgemeester Lieven Santens, telg van de gelijknamige badtextielfabriek. De centrale Neerstraat, Hoogstraat en Broodstraat werden met alleraardigste klinkers opnieuw aangelegd. De relingen aan de Schelde, die de stad doormidden snijdt, zijn versierd met bakken vol uitbundig bloeiende geraniums. Oudenaarde is welvarend, deftig en bedaard.

In dat Oudenaarde is het college een heus instituut, ook in de figuurlijke betekenis. In 154 jaar tijd wist de school tot ver buiten de stadsgrenzen als leading lady van het katholieke jongensonderwijs erkenning te oogsten. Van Asper of Gavere ten noorden van Oudenaarde, van Kluisbergen tot Avelgem in het zuiden, vanuit de hele regio brengen fietsen, bussen, treinen en ouders de jongens van de Vlaamse Ardennen naar het Onze-Lieve-Vrouwecollege. Zeker na de Eerste Wereldoorlog is het leerlingenaantal gestaag gestegen. Enkele jaren geleden piekte het tot bijna 800, tegenwoordig schommelt het rond de 700. "Ons recept?" Adjunct-directeur Verpoest hoeft niet lang na te denken: "Vroeger was de succesvolle doorstroming van onze scholieren naar het hoger onderwijs onze troef bij uitstek. Tegenwoordig leggen we meer nadruk op het open karakter van de school en op de toegenomen zorg voor de individuele leerling. Enfin, dat is ons streven."

Schrik voor een dalend leerlingenaantal kan niet de reden zijn om gemengd onderwijs aan te bieden. Wel: inspelen op de vraag van ouders die zoon- en dochterlief naar dezelfde school willen zien gaan. En bijblijven bij de maatschappelijke en schoolse realiteit. "Amper twee procent van de scholen is nog niet gemengd. Zo'n school wordt het Bokrijk van het onderwijs," stelt een leraar droogjes. En toch. Dat het college gemengd wordt, was en is niet vanzelfsprekend.

Tijd voor de introductie van een nieuwe pion: het Kloosterke. Zo heet in de volksmond de buurvrouw van het Onze-Lieve-Vrouwecollege, de Humaniora Zusters Bernardinnen. Is het college sinds jaar en dag de jongensschool bij uitstek van Oudenaarde en omgeving, dan vervult het Kloosterke die functie voor de meisjes. Op de speelplaats van het college scheidt een hekken de leerlingen van beide scholen. De arendsblik van de surveillant, een fiks slot en ijzeren punten bovenaan het traliewerk moeten college-Janneke en Kloosterke-Mieke uit elkaar houden.

Voor een geslaagd huwelijk van beide scholen liggen de argumenten nochtans voor het rapen. Ze zijn buren, allebei katholiek, genieten een uitmuntende reputatie en hebben beide tussen zeven- en achthonderd leerlingen. Bovendien bieden alle scholen van het Oudenaardse basisonderwijs, ook de katholieke, al jarenlang gemengd onderwijs aan. Waarom zou je jongens en meisjes in de humaniora plots weer uit elkaar halen? Voor de nuchtere leek ligt een fusie van college en Kloosterke voor de hand.

Niet dus. De voorbije jaren, zo bevestigen verschillende bronnen, hebben de twee een schuchtere paringsdans ingezet. Maar net als bij de twee koningskinderen blijkt het water tussen college en Kloosterke te diep. Hoezo? De meningen zijn verdeeld. Sociale motieven, zegt de ene, een fusie zou onvermijdelijk leiden tot banenverlies. Gehechtheid aan tradities bij de Oudenaardse bourgeoisie, denkt de andere. Al wie in Oudenaarde meetelt, is zelf een product van college of Kloosterke en velen willen de eigenheid van de school behouden, het niet-gemengde karakter inbegrepen. Huiver voor schaalvergroting, stelt adjunct-directeur Verpoest van het college: "Het college heeft zevenhonderd leerlingen en 59 leerkrachten. Zo lukt het nog om iedereen te kennen en in te spelen op persoonlijke wensen en behoeften. Liever dat dan baas te zijn over een mastodont met 1.500 leerlingen en meer dan honderd leerkrachten." En er is nog een emotionele reden, verpakt in een (apocrief?) verhaal van een collegeleraar: "Onze laatstejaars organiseerden een fuif en mochten reclame maken in het Kloosterke. Het toeval wou dat de sponsorende condoomfabrikant aan elke toegangskaart een condoom vasthechtte. Resultaat: paniek en schandekreten bij de Bernardinnen. Een fusie met een school die 'zoiets' toelaat, nee, dat vonden de zusters geen goed idee."

Dus blijven college en Kloosterke elk op eigen houtje gemengd onderwijs aanbieden. Maar ze willen elkaar de duvel niet aandoen. Een gentleman's agreement stelt dat alleen het eerste jaar gemengd wordt. Die fluwelen aanpak blijkt nochtans niet zo geslaagd. Het college mocht 17 meisjes inschrijven, terwijl slechts twee jongens voor het Kloosterke kozen. Toch weigert Jan Verpoest om Tarzan-kreten te slaken: "Ik ben blij dat ons vermoeden dat er behoefte is aan gemengd onderwijs wordt bevestigd. Maar een gevoel van triomf? Neen. Wij hebben meer meisjes dan het Kloosterke jongens, maar in totaal heeft het Kloosterke honderd leerlingen meer dan het college. Ik bekijk het ene noch het andere als een veldslag." In de leraarskamer is de sfeer strijdlustiger. Een 17-2 score, dat lijkt het machtige Brazilië tegen de stoethaspelige Rode Duivels wel. "Ik zie het liever zo dan omgekeerd," zegt leraar Norbert Moerman droogjes. Een collega valt hem bij: "Ik heb gehoord dat één ouderpaar echt tegen het college heeft gekozen. Maar de tweede jongen zou per abuis in het Kloosterke zijn aanbeland. Zijn moeder zou zich van deur hebben vergist toen ze haar zoon wou inschrijven." Glimlachjes alom, die hier en daar iets luider klinken als een leraar opmerkt: "Die twee jongens van 't Kloosterke, zijn dat homo's?"

De afspraken tussen Kloosterke en college leiden in sommige gezinnen tot bizarre situaties. Neem het gezin De Vriendt. Vader Erik is leraar wiskunde aan het college. Dochter Sofie, twaalf en eerstejaars, kan terecht in de school van papa. Maar voor de oudere dochters Mieke, veertien, en Nele, zestien, blijven de collegepoorten dicht. Wie oudere zonen en een twaalfjarig dochtertje heeft, kan dan weer wél alle kinderen naar het college sturen. Dat is het geval bij Luc en Linda Van Hoorde. Zonen Steven en Maarten zitten in de Latijnse afdeling van het college. Dit jaar krijgen ze het gezelschap van zusje Kirsten, het allereerste meisje op de nieuwe leerlingenlijst van het college. Die keuze ging bij collega's, kennissen en buren niet onopgemerkt voorbij. Telkens opnieuw wordt van de Van Hoordes een antwoord verwacht op wat Linda samenvat als "de waaromvraag: waarom stuur je je dochter naar het college? Anders gesteld: waarom stuur je haar niét naar het Kloosterke?" Luc vult aan: "Tot nu toe was het voor de ouders makkelijk. Heb je een dochter, dan stuur je haar naar het Kloosterke. Een zoon komt automatisch in het college terecht. Traditie, gewoonte, noem het zoals je wil. Ik vermoed dat veel Oudenaardisten het moeilijk hebben om dat vanzelfsprekende patroon ter discussie te stellen. Een keuze voor het college wordt makkelijk geïnterpreteerd als een keuze tegen het Kloosterke. Mensen reageren dan verbaasd en zelfs kregelig. Het secundair onderwijs in Oudenaarde zal pas echt gemengd zijn als de ouders vrij hun keuze kunnen maken, zonder dat ze die hoeven te verantwoorden. Ik zweer het. Het duurt nog jaren over voor het zover is." En dan, hartgrondig: "Ik denk en hoop dat het experiment om het eerste jaar gemengd te maken een opstapje is om vanaf volgend jaar gemengd onderwijs in alle leerjaren mogelijk te maken. Ik hoor dezelfde geluiden bij andere ouders."

Voor mevrouw V. is 'denken' en 'hopen' niet voldoende. Mevrouw V. wil haar 15-jarige dochter F. dolgraag in het college inschrijven. Ze stuit op een njet. Het college blijft bij het principe dat alleen het eerste jaar gemengd wordt. Maar wegens persoonlijke problemen en een afkeer van de schoolcultuur is het voor F. uitgesloten om naar het Kloosterke te trekken. Een patstelling van je welste. Vorig schooljaar trok F. noodgedwongen naar Gent. Elke schooldag om 10 voor 7 de trein op. En pas na zessen 's avonds weer thuis, te afgepeigerd om te studeren of om haar geliefde hobby, paardrijden, te beoefenen. "Ik snap het niet," zucht mevrouw V., "mijn zoon gaat naar het college. Ik ben heel tevreden over die school. En als ik mijn dochter wil inschrijven, kan dat niet. Maar als ze twaalf was in plaats van vijftien, dan zou het weer wél kunnen!" Mevrouw V. wil haar gelijk halen bij de rechtbank en het college dwingen F. op te nemen. De voorbije maanden legden moeder en dochter een juridische calvarietocht af. In een kort geding van 20 augustus verklaarde de rechter zich onbevoegd. Op 1 september is de zaak ten gronde behandeld. De uitspraak wordt volgende dinsdag verwacht. "Al die tijd gaat F. niet naar school. Het is zinloos om haar elders in te schrijven als ze dinsdag hoort dat ze naar het college mag."

Mevrouw V. beklemtoont dat ze "alleen een oplossing wil voor mijn eigen dochter. Ik ben geen wereldverbeteraarster die een breekijzer zoekt om het gemengd onderwijs in Oudenaarde in een stroomversnelling te brengen." Toch is V. tegen heug en meug een symbool geworden, zegt ze zelf: "Ik krijg steunbetuigingen en telefoontjes van ouders die hun tienerdochters uit het Kloosterke weg willen. 'Doorzetten', zeggen ze dan, 'we staan achter u'. Maar in het openbaar durft niemand dat te herhalen. Angst. Angst dat hun dochter de dupe wordt. Win ik de zaak, dan komt er vanuit het Kloosterke een kleine volksverhuizing naar het college."

"Strafstudie wordt nog maar heel zelden gegeven," lacht leraar Peter als ondergetekende vertelt over de eigen collegejaren, op het scharnier van de jaren zeventig en tachtig. Betrapt op roken tijdens de pauze? Strafstudie. Tijdens de speeltijd wegsluipen buiten de schoolmuren? Strafstudie. Na het zwemmen de bus "gemist" om een ommetje te maken in de stad? Strafstudie. Wou de leraar Frans de onregelmatige werkwoorden erin rammen, dan nam hij je kaakvlees tussen duim en wijsvinger. Bij elke fout gaf hij er een venijnige draai aan. En wiskundeleraar Maurice Lootens joeg de meest geharde kerels de stuipen op het lijf als hij 'blapapie' blafte, het sein dat we een blad moesten bovenhalen voor een schriftelijke beurt. Maurice was kolonel van roeping en inborst. Hij had ogen als kogels, verfrommelde slecht gemaakte huistaken tot handige wegwerppropjes en noemde de voorbereiding van een schools fietstochtje een 'briefing'. "Zo'n aanpak is al lang verleden tijd," vertelt Erik De Vriendt, "en als een collega al tot gestrengheid zou neigen, dan zal hij zich inhouden nu er meisjes in de klas zitten."

Zo luidt de canon van het lerarenkorps: meisjes zijn zachter en rustiger, bij meisjes moet je uitkijken met wat je zegt, meisjes zijn, kortom, anders. Ja toch? Leraar godsdienst en aardrijkskunde Wim Baert, die maandag in het eerste lesuur van de eerste echte schoolweek voor 1 MT b staat: "Het wordt een unieke ervaring om aan meisjes les te geven. Ik veronderstel dat ik al een heel eind kom als ik me opstel als goede huisvader." Speciale bijscholing, nieuwe richtlijnen of lijstjes met do's en don'ts hebben de leraren niet gekregen. Trouwens: "Moet je blind vertrouwen op de theoretische kennis van een stel pedagoochelaars?" blaast leraar Peter. "Veel collega's hebben dochters. Die doen elke dag ervaring op in de omgang met meisjes." Adjunct-directeur Jan Verpoest voorspelt een pedagogische meerwaarde: "In vakken als expressie en relatievorming kun je veel beter en dieper werken als je jongens én meisjes hebt." Of zoals leraar Engels Patrick De Jaegher het zegt: "Ik gebruik een schitterend handboek. Maar het hoofdstuk waarin de leerlingen een scène uit Romeo and Juliet moeten naspelen, sla ik steevast over. Het is onzin om alleen met jongens een gesprek te voeren over liefde en relaties. Dan krijg je een travestietenklucht."

"Knappe kontjes," gniffelen enkele jongens als vier meisjes voorbijlopen. De jongedames keuren de knapen geen blik waardig. "Onnozelaars," zie je ze denken. Elders plaagt een jongen een nieuwbakken vrouwelijk klasgenootje: "Dat is je lief," zegt hij, al is het niet duidelijk wie hij precies bedoelt. Voor deze twaalfjarigen is het nog een woordenspelletje, maar kleine kinderen worden groot en gaan op zoek naar liefde en erotiek. "Wat een taferelen aan de schoolpoorten van Kloosterke en college voor en na de schooldag!" schuddebolt klassenleraar Noël Desmet van 1 MT b. "Het is alles gezoen en gefriemel wat de klok slaat! Ze blokkeren het voetpad, ze staan te zoenen in de portieken van handelszaken. In een gemengde school zul je dat veel minder zien. Jongens en meisjes gaan daar heel gewoontjes met elkaar om. Alleen al daarom ben ik voorstander van gemengd onderwijs." Wat denkt het college van koppeltjes binnen de schoolmuren? "Daar zeg je zoiets," lacht adjunct-directeur Verpoest. "Daar hebben we nog niet aan gedacht."

Ook over de regels voor het uiterlijk van de leerlingen moet opnieuw nagedacht worden. Het schoolreglement heeft het vaagweg over een verzorgd uiterlijk. Oorbellen? Piercings? Geverfd haar? "De leerlingen moeten hun oorbelletjes uitdoen voor ze in de school naar binnen mogen," zegt Jan Verpoest. "Wat we met die regel aan moeten nu we meisjesleerlingen hebben, weet ik nog niet. Als een meisje zulke oorbellen (hij maakt met beide handen een grote bol onder de oren) draagt, dan moeten die uit. Denk ik." Met piercings is de adjunct-directeur naar eigen zeggen nog nooit geconfronteerd. Met geverfd haar evenmin. "We zien wel als het zover is," luidt het antwoord laconiek. En dan ernstig maar enthousiast: "Met ons gemengd onderwijs zijn we aan een verhaal begonnen waarvan niemand het vervolg kan voorspellen. Gelukkig maar."

Op verzoek van de betrokkenen vermelden we alleen de initialen van de eisers in de rechtszaak waarvan sprake in dit artikel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234