Zondag 20/10/2019

'Beste dichter zijn, daar kun je toch geen waarde aan hechten?'

Hij schrijft geen licht verteerbare kost, dat weet Peter Verhelst (53) zelf ook wel. Hij is eerder een juryfavoriet dan een publiekslieveling. Met de Herman de Coninckprijs rijgt Verhelst nu al de 23ste bekroning aan zijn pen. En daarvoor wil de meest gelauwerde, nog levende dichter van Vlaanderen zijn plek in de luwte wel eventjes verlaten.

Mocht u zich nog afvragen waarom u de voorbije dagen om de oren werd geslagen met al dan niet gekruist binnenrijm, sonnetten, haiku's en wat nog meer: het is, nog tot woensdag 4 februari, weer de Week van de Poëzie.

Dat betekent extra drukke tijden voor dichter, schrijver, regisseur en theatermaker Peter Verhelst (53). Tussen het repeteren met NT Gent door mocht hij de belangrijkste poëziepartijtjes van de Lage Landen aflopen voor een bekroning hier (Herman de Coninck) en een nominatie daar (VSB). Over enkele weken gaat zijn theatervoorstelling Hotel Malaria in première - "Over een man van vijftig en een vrouw van dertig die een contract hebben afgesloten. Waarover kan ik niet zeggen, maar het is niet wat je denkt" - en op hetzelfde moment verschijnt ook zijn nieuwe roman De kunst van het crashen.

Nu is zijn laatste dichtbundel Wij totale vlam dus bekroond met de Herman de Coninckprijs, alweer zijn tweede. Verder won hij vier Gouden Uilen, een Boekenwelp, een Gouden Griffel en nog vele andere prijzen met lange namen.

Toch is Peter Verhelst de eerste om heel die goudwinkel te relativeren. "Eerlijk gezegd kijk ik een beetje giechelend tegen heel dat gebeuren aan. Beste dichter zijn, wat betekent dat nu? Het heeft geen enkele zin dat een auteur daar waarde aan hecht."

Doet het u nog iets, al die bekroningen? Kun je nooit genoeg erkenning krijgen?

"Met het gevaar over te komen als een narcistische idioot die beladen wilt worden met bekroningen om het gevoel te hebben dat hij bestaat: ja. Want elk boek begin je weer van nul.

"Een boek schrijven, is een vorm van communicatie. Natuurlijk schrijf je voor een publiek. Als schrijver hou je bij elke zin rekening met de lezer. Elke zin is een strategie om jouw beeld op het netvlies van de lezer te branden.

"Toch is zo'n bekroning erg dubbelzinnig. Vooral in publieksprijzen schuilt een groot gevaar. Je kunt niet zeggen dat zo'n winnaar echt de beste is. Alles heeft te maken met de publieke figuur van de schrijver, hoe geliefd hij is bij het publiek."

U bent eerder de favoriet van de jury dan van het publiek?

"Uiteraard, ik ben geen volksschrijver. Als ik populair zou willen zijn, dan moet ik andere boeken schrijven. Ik schrijf geen simpele dingen. Wat ik schrijf, vergt een meer ingespannen leeshouding.

"Mijn grote geluk is dat ik een niche heb gevonden waarbinnen ik absoluut kan doen wat ik wil. Ik kan financieel overleven dankzij mijn samenwerking met NT Gent: zes maanden per jaar schrijf, regisseer en repeteer ik voor hen en de rest van het jaar schrijf ik wat ik wil.

"Dat mijn boeken kunnen overleven, heet een klein wonder. Op de boekenmarkt heb je vandaag enerzijds de absolute bestsellers en anderzijds de boeken die amper verkopen."

"Elk boek dat door het tv-programma De wereld draait door uitgeroepen wordt tot Boek van de Maand, verkoopt gegarandeerd uit. Iemand als Stefan Hertmans, die vandaag nog 200.000 exemplaren verkoopt (voor 'Oorlog en terpentijn', red), dat is hoogst uitzonderlijk.

"Gelukkig bevind ik me nog ergens in die imaginaire middenklasse van auteurs die niet met hun kop op tv komen."

Uw media-optredens van de voorbije jaren zijn inderdaad op één hand te tellen. Is dat een bewuste keuze, dat verblijf in de luwte?

"Ik word graag met rust gelaten, dat is de enige manier waarop ik kan functioneren. Als ik mijzelf voorstel in zo'n spelletjesprogramma, krijg ik in het beste geval een lachkramp. Ik pas daar absoluut niet. Ik zou het konijn zijn dat naar de lichtbak zit te staren.

"Ik heb blijkbaar de naam moeilijk interviewbaar te zijn. Geen idee hoe dat komt, misschien zit mijn eigen lompheid er wel voor iets tussen. Of Luk Alloo mij mag komen filmen aan het ontbijt, zoals voorgesteld werd na de uitreiking van mijn eerste Gouden Uil? Natuurlijk niet. Met alle respect voor zijn programma's, maar ik kan het niet.

"De luxe is dat ik mij er eigenlijk niets van hoef aan te trekken. Al zeventien jaar lang kan ik gewoon mijn eigen ding doen, zonder toegevingen. Dat tovert nog elke dag een dwaze glimlach op mijn gezicht."

In literaire kringen stelt men weleens dat u op uw best bent wanneer u dicht. Is de poëzie uw grootste liefde?

"Theater, proza of poëzie: eigenlijk komt het allemaal op hetzelfde neer. Het gaat om een manier van kijken die ik in een vorm probeer te vatten. Poëzie is een blik, een manier van leven. Dat is wat ik in mijn leven probeer te doen: de tijd nemen om te kijken en minutieus te zijn. Mijn afwijking bestaat er dan uit dat ik die blik in woorden probeer te gieten. Schrijven naar levend model: dat doe ik in mijn poëzie, proza én theater.

"Waarschijnlijk heeft mijn proza daarom de naam poëtisch te zijn. Ik vraag me nog altijd af wat dat betekent. En of ik dat als een compliment moet opvatten."

De meningen over uw schrijfsels willen al eens flink verschillen. You hate it or you love it; er lijkt geen middenweg te zijn.

"Dat vind ik heel vreemd. Ik begrijp absoluut niet dat iemand mij opbelt om te zeggen dat hij op dat eigenste moment mijn boeken aan het verbranden is. Dan vraag ik me echt af waar al die razernij vandaan komt. Hetzelfde bij mijn theatervoorstellingen: sommige mensen krijgen daar het schuim op hun lippen van. Terwijl ik allesbehalve de controverse opzoek!

"Misschien heeft het te maken met het feit dat ik autoritaire boeken schrijf? In die zin dat ik van mijn lezer verlang dat hij alles wat hij kent achterlaat om zich over te leveren aan de wil van mijn boeken. Er zijn niet noodzakelijk de gangbare logische of causale verbanden, mijn verhalen volgen eerder de logica van de taal of het beeld. Die vraag naar overgave maakt sommige mensen blijkbaar kwaad."

Nochtans bent u in 2000 doorgebroken met Tongkat, nota bene een van de meest onbegrijpelijke boeken die u hebt geschreven.

"Tongkat is helemaal niet onbegrijpelijk, maar het is geen evident boek. Het verhaal klopt langs geen kanten en spreekt zichzelf voortdurend tegen. Ik wou illustreren wat terrorisme betekent, hoe de logica van angst aanvoelt.

"Als je met een normale leesverwachting aan dat boek begint, word je zot. Maar dankzij de Gouden Uil kwam het op tv en plots vertienvoudigde de oplage. Raar."

U bent ondertussen 53 jaar. Blikt u tevreden terug op de voorbije vijftien jaar? Heeft u een groots en meeslepend leven geleid?

(lacht) "Ik heb allesbehalve een groots en meeslepend leven geleid. Maar ik heb met zulke fantastische mensen mogen samenwerken; dat vind ik een ongelooflijk bevoorrechte vorm van leven.

"Ik ken ze natuurlijk wel, die levende clichés van kunstenaars die het rock-'n-roll leven leiden. Maar rock-'n-roll interesseert mij geen bal. Wat je onder invloed schrijft, stelt niet veel voor, dat kan ik je verzekeren. Ik ben zo sober als een monnik.

"Een groots en meeslepend leven leiden betekent: het leven leiden waarvoor je gemaakt bent. (denkt na) Ik klink wel als een scheurkalender. Maar dat is toch de echte rock-'n-roll: iets maken, creëren. Of dat nu een goeie soufflé of een roman is; zolang het maar met passie gedaan is. Al de rest is aanstellerij.

"Aangezien ik ongeveer alles publiceer wat ik schrijf, willen daar al eens dingen tussenzitten die je nu anders zou aanpakken. Maar eigenlijk lees ik heel weinig opnieuw. Om het simpele feit dat ik gewoon nog zo veel andere plannen heb.

"Onlangs nog werd ik lichtjes panisch toen ik constateerde dat ik aanzetten klaar heb voor een tiental romans en nog eens drie dichtbundels. Daarbovenop wil ik ook theater maken, en opera's, en zo zijn er nog duizend-en-een dingen. Dat betekent alleen maar dat ik nog niet volgevreten ben van wat ik doe."

Schrijft u voor de eeuwigheid? Denkt u dat u na uw dood nog gelezen zult worden?

"Daar sta ik nooit bij stil. Dat is onzinnig, je beslist er zelf niet over. Kijk naar een icoon als Hugo Claus. Hoe zelfs de vraag wordt gesteld of hij nog relevant zou zijn. Hoe wreed, zo'n vraag.

"Dat is ook het pathetische aan het hele schrijverschap: je wilt natuurlijk die ultieme gooi doen naar iets 'klassieks'. Je wilt iets onder woorden brengen waarvan je denkt: 'daar kan ik nooit nog een komma aan veranderen'."

Hoe kwetsbaar voelt u zich nog met al die prijzen op zak?

"Het falen ligt altijd op de loer. Wat men ook zegt, de meeste boeken zijn honderd procent autobiografisch. Want schrijven is ontzettend intiem. Wie schrijft, geeft veel prijs over de manier waarop hij denkt en voelt. Wij totale vlam is echt een poging om kwetsbaar te schrijven, op het randje van de sentimentaliteit. Natuurlijk twijfel je dan elke dag.

"Maar bij elk nieuw boek stel je je kwetsbaar op, zeker omdat je weet dat de reacties erop niet min kunnen zijn. Soms krijg je echt stront over je heen: mensen die je uitschelden voor fascist, noem maar op...

"Maar wie iets in de wereld zet, kan reactie verwachten. Enfin, als het goed zit. Veel erger is het wanneer je werk ontvangen wordt op de grote stilte. Geen reactie betekent dat je boek eigenlijk niet bestaat. Dan kun je evengoed schrijven en meteen verbranden. Misschien eindig ik ooit wel zo, wie weet."

Zullen uw gedichten niet op media-aandacht kunnen blijven rekenen zolang er iets als een Week van de Poëzie bestaat?

"Ach, zo'n week is een puur economisch gegeven om de verkoop van dichtbundels te stimuleren. Anderzijds is poëzie nog nooit zo zichtbaar geweest. Vroeger waren gedichten enkel voor de happy few, nu word je ermee om de oren geslagen. Op het internet wemelt het van de poëzie.

"Ik heb eigenlijk geen uitgesproken mening over die Week van de Poëzie en de Gedichtendag. Ze doen maar. Maar die Dichter des Vaderlands vind ik toch een erg complex gegeven. Het is duidelijk een politiek statement. Anderzijds: zowat alles is vandaag een politiek statement."

Generatiegenoten en mededichters Charles Ducal en Dirk van Bastelaere schuwen dat politieke statement inderdaad niet: de eerste is vakbondsman en Dichter des Vaderlands, de tweede woordvoerder van de NV-A. Hoe kijkt u daar tegenaan?

(zucht diep) "De kiem van wat Van Bastelaere nu is, lag altijd al in zijn poëzie vervat. De oorlogsretoriek, dat territorial pissing, niet verwonderlijk dus dat hij net woordvoerder is van de N-VA die altijd in conflictmodellen denkt. Volgens hem zijn zijn dichterschap en politieke bezigheden twee gescheiden werelden, maar dat vind ik erg naïef.

"Toen Groen in 2007 onder de kiesdrempel dreigde te raken, hebben ze mij gevraagd voor hen op te komen. Niet dat ik nu het stemmenkanon bij uitstek ben; het was voor mij eerder een symbolische keuze om toe te zeggen. Maar ik voelde al snel de onverzoenbare frictie tussen politiek en poëzie. Daarom ben ik ermee gestopt.

"Politiek engagement heeft altijd een invloed op hoe je teksten gelezen worden. Het belet mensen te lezen wat er staat. Ik hou mijn schrijven liever intact. En ik wil me best engageren, maar dan niet officieel. Ik geloof in klein, persoonlijk engagement."

Peter Verhelst, Wij totale vlam, Prometheus, 64 p., 15 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234