Zaterdag 10/04/2021

Bestand tegen weer en wind

Aan de kust moeten planten goed bestand zijn tegen de zoute zeewind en ze moeten in zand of zware polderklei kunnen groeien. In 1991 begonnen Peter De Coninck en Els Van Cauteren in Veurne een kleine ambachtelijke kwekerij die daarin gespecialiseerd is. In de hele wereld sporen ze maritieme planten op en testen ze op hun kwaliteiten in ons klimaat.

Paul Geerts

Voor hij met de kwekerij begon was Peter De Coninck, van opleiding bosbouwingenieur, kaderlid bij een fytofarmaceutisch bedrijf (dat producten maakt op basis van planten). Els werkte als zelfstandig kinesitherapeute. Peter hield van zijn werk, maar de vele verplaatsingen en vooral de lange files op de ring rond Brussel en Antwerpen werden er stilaan te veel aan. In een vakblad las hij dat er in Veurne een kwekerij was over te nemen, een buitenkans. Peter en Els besloten de stap te wagen. Met hun hele hebben en houden verhuisden ze van Dilbeek naar Veurne en begonnen er een nieuw leven. Ze besloten zich van meet af aan toe te leggen op kustplanten, die aangepast zijn aan de soms extreme omstandigheden. Een voordeel van de kuststreek is dan weer dat het mildere zeeklimaat zorgt voor zachtere wintertemperaturen en minder grote schommelingen tussen de temperatuur overdag en 's nacht. Daardoor kunnen er vorstgevoelige planten groeien die elders in het land net niet winterhard zijn.

Zoutplanten

De kwekerij telt vandaag zowat tweeduizend soorten, vaste planten, bomen en struiken. Uiteraard niet alleen kustplanten, maar die vormen toch de harde kern van het assortiment.

"Het feit dat de natuurlijke duinenflora de meest soortenrijke van het land is, wijst al op de enorme mogelijkheden die de diverse microklimaten aan de kust bieden", zegt Peter De Coninck. "Op onze zoektocht naar planten die zeewind- en zoutbestendig zijn, ontdekken wij steeds weer nieuwe planten die in de moeilijkste omstandigheden kunnen overleven. Die planten zijn afkomstig uit alle hoeken van de wereld waar een klimaat heerst dat vergelijkbaar is met het onze. Het grootste deel van ons assortiment is afkomstig uit maritieme streken, maar eveneens uit woestijngebieden, waar vergelijkbare extreme omstandigheden heersen. Ook voor het vullen van bloembakken zijn doorlevende kustplanten zeer geschikt omdat ze meestal goed bestand zijn tegen droogte en wind."

Een goed voorbeeld daarvan is de Baccharis halimifolia, een halfwintergroene struik uit de asterfamilie met witte bloemschermen in het najaar. Hij is afkomstig uit zoutmoerassen aan de Oostkust van de Verenigde Staten. De plant is genoemd naar de Griekse god Bacchus omdat de wortels gebruikt werden om de wijn te kruiden. Door de aanwezigheid van vele harskliertjes in de bladeren heeft de Baccharis halimifolia een grijs uiterlijk. Hij bloeit in het najaar met wolken witte pluisvormige bloemetjes. In zachte winters blijft de plant wintergroen. Met ruim 2,5 meter hoogte is het een ideale plant voor een losse windkering of haag. Ook de zoutstruik, Halimodendron halodendron, is een elegante zoutminnende plant, afkomstig uit de zoutsteppen van Kaukasië tot Siberië.

"Zowel de Baccharis als de Halimodendron zijn niet alleen aangepast aan de zoute omstandigheden bij de zee, maar zijn ook zeer geschikt voor aanplanting op plaatsen waar 's winters veel strooizout wordt gebruikt, bijvoorbeeld op de middenberm van snelwegen", zegt Peter. Een van zijn favorieten is de groenblijvende olijfwilg, Elaeagnus ebbingei. Het prachtig glanzend donkergroene blad is met zeer kleine schubbetjes bedekt en heeft een apart karakter. Op de onderzijde van het blad staan witte schubbetjes die het zonlicht nogmaals op de bladgroenkorrels weerkaatsen waardoor de plant zelfs in schaduw kan gedijen. Bovendien zorgen de schubbetjes ervoor dat de plant de ergste stormwinden kan weerstaan. In de herfst verspreiden de kleine crèmewitte bloemetjes die zich in de bladoksels verschuilen een bedwelmende zoete parfumgeur. De Elaeagnus wordt daardoor vlugger door de neus dan door het oog opgemerkt. Na de bloemen verschijnen vitaminerijke rode bessen.

Een andere troef zijn de 'rhizobiumbacteriën' die zich in wortelknobbeltjes op de haarwortels bevinden. De rhizobiumbacteriën oxideren het in de lucht aanwezige stikstofgas tot nitraat. De Elaeagnus gebruikt het nitraat als voedsel. In ruil krijgt de bacterie wat suiker uit de efficiënte fotosynthese. Door deze wisselwerking kan de plant zelfs op de armste zandgrond groeien. Bovendien laat de olijfwilg zich uitstekend scheren, is hij goed gevuld, wordt hij onderaan niet bruin en is hij bovendien ongevoelig voor insecten en spintaantasting (iets wat met coniferen niet altijd het geval is). Daardoor is hij ook een goede haagplant. De olijfwilg is winterharder dan vaak gebruikte haagplanten zoals laurierkers en liguster. De groeisnelheid is matig, zodat niet zo vaak gesnoeid dient te worden.

Nieuw in het assortiment is onder meer goudscherm, Bupleurum fruticosum, een struikvormige wintergroene heester die zo'n 1,5 m hoog wordt. De bladeren zijn glanzend groen. Ook de schermvormige gele bloemen zijn decoratief. In het binnenland is hij niet helemaal vorstbestendig, maar aan de kust is hij wel winterhard.

Ook nieuw is de zoutmelde, Atriplex halimus, een halfwintergroene struik uit de mediterrane kuststroken, met glanzend grijze blaadjes, die tot 1,5 m hoog kan worden. Hij weerstaat de ergste stormen en zoutspray, waardoor hij zelfs op het strand kan worden geplant. Hij kan gebruikt worden als losse of geschoren haag. Het blad is tevens een delicieuze groente (verwant aan de beter bekende Brave Hendrik). De wintergroene steeneik (Quercus ilex) en de smalbladige steenlinde (Phillyrea angustifolia) zijn twee bomen die eveneens afkomstig zijn uit het Middellandse-Zeegebied, maar die hier vrij goed winterhard zijn.

De steenlinde behoort tot de familie van de olijfachtigen (Oleaceae), waartoe naast uiteraard de olijf ook onder meer Forsythia, Abeliophyllum, Ligustrum Osmanthus, Syringa, enz. behoren. Het is een wintergroene struik uit de droge heuvels rond het Middellandse-Zeegebied. De plant lijkt wel wat op een olijf door de smalle lancetvormige tot 6 cm lange bladeren en tuilen. Ze bloeit met kleine, groenachtig witte, geurende voorjaarsbloemen, waarna blauwzwarte eironde vruchten volgen. De struik groeit dicht en bossig tot 3x3 meter. De steeneik wordt hier volgens Peter De Koninck nog veel te weinig aangeplant. Het is een ideale boom voor de kuststreek, zeer goed bestand tegen zeewind, droogte en zout. Bij jonge planten is de stam onderaan bezet, waardoor hij ook kan gebruikt worden voor groenblijvende schermen.

Zo zijn er nog tientallen andere planten - zoals de verschillende Olearia- en Phormium-soorten, Caragana, Colutea, Tamarix, Calistemon, Cytisus en gaspeldoorn, maar ook de gewone vlinderstruik en diverse rozen - die perfect gedijen in het zachte zeeklimaat en zich niet storen aan de zilte zeewind. "Belangrijk is wel dat de planten buiten, in weer en wind, zijn opgekweekt. Serreplanten en planten uit het buitenland houden het aan onze kust meestal nogal vlug voor bekeken."

Grijsbladigen

Het assortiment van de kwekerij telt ook een groot aantal grijsbladige planten uit diverse plantenfamilies. "De meeste van deze planten gedijen van nature in zeer droge omstandigheden. Ze verdragen uitstekend wind en hitte doordat hun huidmondjes omgeven zijn met fijne haartjes. Het is langs die minuscule kleine openingen dat de plant water verdampt en zuurstof en koolzuurgas uitwisselt. De aanwezigheid van de donzige haartjes beschermt de plant tegen te veel vochtverlies."

Veel van die grijsbladigen zijn zeer aromatisch. Een typevoorbeeld is het bekende keukenkruid rozemarijn ('ros marinus', dauw van de zee). Heel veel kustplanten hebben een rozemarijnvormig blad. Zoals bijvoorbeeld de rozemarijnbladige wilg (Salix rosmarinifolia), een struikvormende wilgensoort die ook als hoogstam verkocht wordt. Of de Olearia virgata, een wintergroen heestertje uit Nieuw-Zeeland, en de Chiliotrichum diffusum, een bloeiend struikje uit Zuid-Amerika met bloemen die een beetje op madeliefjes lijken.

Andere droogminnende planten hebben een viltig grijs blad dat helemaal bezet is met fijne haartjes om de verdamping tegen te gaan. Een mooi voorbeeld daarvan is de zeewinde, Convolvulus cneorum, een broertje van de bekendere haagwinde. Of de Amerikaanse coyotewilg, Salix exigua, een sierlijke heester of hoogstam. Omdat hij gemakkelijk uitlopers vormt, is deze struik zeer geschikt om een helling te beplanten waarbij het uitgebreide wortelgestel de bodem vasthoudt.

Een tweede specialiteit van Peter De Coninck zijn vijvers en al wat daarmee samenhangt. Naast vijvervissen - stressvrij zoals hij zelf benadrukt - beschikt hij ook over een groot assortiment waterplanten. "Het is raadzaam minimaal een derde van het wateroppervlak met planten te bedekken", adviseert hij. "Op die manier voorkomt men de vorming van algen, loopt de temperatuur niet te hoog op in de zomer en kunnen de vissen schuilen. Zuurstofplanten zijn eveneens noodzakelijk: hun bladgroenverrichting geeft onder water zuurstof af, noodzakelijk voor de aërobe nitrificerende bacteriën die de vorming van algen verhinderen en zorgen voor helder water. De planten zullen immers de door de bacteriën gevormde nitraten als meststof gebruiken en uit het water verwijderen. Meestal worden die per bundel verkocht, verzwaard met een loodje. Deze kunnen als dusdanig in de vijver worden geplaatst, of gepoot in een mandje met vijvergrond en verzwaard met fijn grind. Op die manier wordt vermeden dat de vijvergrond gaat zweven en dat sommige vissen zoals goudvis en karper, die nogal graag de vijverbodem omwoelen, de zaak gaan verknoeien. Een vijftal bundels zuurstofplanten per kubieke meter water is een richtlijn."

Doorlevende kustplanten zijn ook zeer geschikt voor het vullen van bloembakken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234