Maandag 16/09/2019

'Bestaat de arbeidersklasse wel?'

Een cohabitation van democratie en religie is een linke zaak, beweert filosoof Jacques Rancière, want wie gelooft dat de uiteindelijke macht bij God berust, is geen democraat. Een interview met de man die door Ségolène Royal haar favoriete filosoof wordt genoemd, over sensibiliteit, Franse rap en het einde van de schrijverij.

Door Marnix Verplancke

Jacques Rancière lijkt niets liever te doen dan vanzelfsprekendheden op hun kop zetten. Toen filosofisch Europa nog met Das Kapital onder het hoofdkussen sliep en menige universiteitsbibliotheek volstroomde met achteraf gezien compleet onzinnige boekwerken over de klassenstrijd, stelde hij de nuchtere vraag wie dat proletariaat waar iedereen de mond vol van had, in feite wel was. Welke rol speelden de armen in het intellectuele leven van al die warmpjes in de watten gelegde professoren, wou hij ook weten, en echt populair maakte hij er zich niet mee.

Hetzelfde deed hij met de al net zo grote en verdachte liefde van menige Franse filosoof voor de psychoanalyse. "Ik heb een paar colleges gevolgd bij Lacan als student", herinnert Rancière zich wanneer we hem ontmoeten naar aanleiding van twee boeken van en over hem die onlangs zijn verschenen, "en wat me meteen tegenstak aan de psychoanalyse is de manier waarop ze zich binnenwurmt in het culturele, filosofische en politieke en daar aanleiding geeft tot een discours over verlies en verwording dat niet zou misstaan voor een Amerikaanse tv-predikant."

In Het esthetische denken worden twee van Rancières bekendste essays voor het eerst in het Nederlands vertaald, eentje over Freud en eentje over de manier waarop het esthetische in de negentiende eeuw politiek werd. Centraal in beide, en in feite in de hele filosofie van Rancière, staat de term emancipatie, en zoals hij zelf zegt, is dat echt geen toeval: "Die term is inderdaad sterk verbonden met mijn eigen traject door de filosofie. Na de experimenten van de 68'ers en de marxisten heb ik me verdiept in de geschiedenis van de sociale bewegingen en zo begon ik het belang van het concept emancipatie in te zien. Een klassiek marxistisch idee is dat de arbeidersklasse onderdrukt wordt omdat ze onwetend is. Ze moet dus bewust gemaakt worden om zo de vrijheid te verkrijgen. Uit de archieven die ik raadpleegde, bleek echter iets heel anders. Van onwetendheid was geen sprake, maar wel van een dwingende, circulaire sociale logica waarin de arbeidersklasse opgesloten zat. Men diende dus te ontsnappen aan zichzelf en aan de klasse waartoe men behoorde, want die werkte als een systeembevestigende gevangenis. Wat we nodig hadden was dus geen klassenstrijd, maar wel de creatie van een zelf, zo merkte ik. Het marxistische idee van emancipatie ging uit van een meester die van bovenaf uitlegt wat goed is voor de arbeidersklasse, terwijl ik emancipatie veel meer zie als mensen de mogelijkheid geven om zichzelf op te werken. Wij moeten zelf onze toekomst kunnen ontdekken en deze niet opgelegd krijgen van buitenaf."

En geldt dat ook voor de 'arbeidersklasse' van vandaag, die vooral uit migranten bestaat?

"Je kunt de historische periode van de emancipatie van de arbeidersklasse natuurlijk niet transponeren naar het heden. Vandaag kan praktisch iedereen lezen en schrijven, wat een immense streep voor betekent bij de emancipatie. Migranten wonen in Frankrijk nogal eens geconcentreerd in de banlieus, die te vergelijken zijn met eilanden in onze maatschappij. Op zich is dat al verkeerd, want zo geven we de indruk dat we hun cultuur sterk afscheiden van de onze en dat er geen overgang mogelijk is van de ene naar de andere. Ware gelijkheid betekent immers dat iedereen kan kiezen tot welke cultuur hij behoort. Kijk bijvoorbeeld naar de manier waarop wij omgaan met rap. Dat is een muziekrichting die tot een bepaalde cultuur behoort, zeggen wij en daarom moeten wij die respecteren, en daarmee is de kous af. Ik vind dat we mensen de mogelijkheid moeten geven om zich in die rap te vervolmaken, waardoor die echt in het midden van ons leven komt te staan en het niet langer een getolereerd randverschijnsel blijft."

Kan rap tot emancipatie leiden?

"Dat is een dubbele zaak. Uitdrukkingswijzen zoals rap kunnen een affirmatieve kracht krijgen in het sociale weefsel. Tegelijk kun je je ook bedenkingen maken bij een affirmatie die berust op agressie en geweld. Ik vind het belangrijk het creatieve aspect van de rap te benadrukken want dat leidt immers tot emancipatie. Rap is immers niet alleen een bevestiging van een cultuur, het is er ook een breuk mee. Rappers willen immers het getto van de migrantencultuur doorbreken door op artistieke wijze bezig te zijn."

Het respect voor andere culturen wordt nogal eens afgeremd door de religieuze inhoud ervan. In hoeverre kunnen democratie en religie naast elkaar bestaan?

"Democratie is voor mij meer dan de optelsom van de democratische instellingen. Het is een geheel van principes en wetten, en dus van een politieke ruimte. In een echte democratie kan dus geen plaats zijn voor wie gelooft dat de uiteindelijke macht bij een God berust, net zomin als voor degenen die ervan uitgaan dat de gemeenschap geleid moet worden door een uitgelezen gezelschap wijzen. Democratie veronderstelt de absolute gelijkheid van iedereen en het recht van niemand om te definiëren hoe onze gemeenschap er moet uitzien. Vandaar dat democratie en geloof niet samen kunnen gaan en dat ik het idee van een moslimdemocratie problematisch vind. We moeten hierbij oppassen dat we islam en islamisme niet gelijk schakelen. Dat laatste is niet meer dan een extreme reactie tegen de 'decadentie' van de democratie, die ieder archaïsch onderscheid op basis van hiërarchie, rijkdom of expertise bant. Maar de islam is anders. Wanneer we ervan uitgaan dat de islam een godsdienst is als het judaïsme of het christendom, is er geen reden tot wanhoop. Onze democratie is immers uit deze godsdiensten gegroeid en het is dus niet ondenkbaar dat ook de gelovige moslim zich - net zoals de gelovige christen - kan opsplitsen in een privaat en een publiek deel, waarbij hij dus persoonlijk gelovig kan zijn zonder publiek antidemocratisch te worden."

U zei net dat artistiek bezig zijn een emancipatorische werking kan hebben. Hoe ziet u dit?

"Het is niet zo dat schilderkunst of beeldhouwkunst op zich emancipatorisch zouden zijn, het gaat meer om de sociale ruimte die gecreëerd wordt door artistiek bezig te zijn. Laten we eens naar het verleden kijken. Tussen het einde van de achttiende en het begin van de twintigste eeuw klapte het systeem dat aan de kunst vooral een sociale rol toedichtte, in elkaar. Kunst diende tot dan om - en ik zeg het nu een beetje karikaturaal - kerken en paleizen te verluchten en aan de smaak van de 'gecultiveerden' te voldoen. Het was de tijd van de schone kunsten die regels volgden conform de burgerlijke wereldvisie. Begin negentiende eeuw zien we dat die schone kunsten ter discussie gesteld worden. In de literatuur probeert men de regels te overtreden. Men gebruikt verschillende genres door elkaar en haalt daarmee de aloude hiërarchie die stipuleerde dat bepaalde genres bij bepaalde vormen hoorden, totaal overhoop. Men begon bijvoorbeeld op een verheven manier te spreken over de kleine man. Het museum begon opgang te maken en mensen trokken naar een gebouw dat vol hangt met schilderijen die uit hun religieuze of burgerlijke context zijn gehaald. De functie van die schilderijen was irrelevant geworden. Er ontstond een esthetisch universum dat niet langer in verbinding stond met de sociale wereld. Schiller wou een algemene esthetische opvoeding invoeren en op die manier een emancipatie bewerkstelligen die politiek onhaalbaar leek. Sensibiliteit werd gezien als een middel om een nieuwe wereld te scheppen. Men ging zelfs het idee koesteren dat de artistieke praktijk en de artistieke gemeenschap voor liepen op de politiek, wat aanleiding gaf tot de modernistische belofte dat kunst nieuwe vormen van samenleven mogelijk zou maken."

De vraag is of de hedendaagse schilderkunst en literatuur nog steeds diezelfde functie hebben?

"Onze literatuur zoals we die vandaag kennen is ontstaan uit een breuk met het traditionele achttiende-eeuwse idee dat je alleen kon schrijven over verheven onderwerpen en hogere klassen. Een aantal mensen stelde dat alle onderwerpen evenwaardig waren en dat je dus met hetzelfde recht over alles kon schrijven. Wat volgde was het gouden tijdperk van de literatuur, en ik vrees dat dit inmiddels al lang afgelopen is. Figuren als Proust, Musil of Joyce zal de literatuur niet meer voortbrengen omdat die leefden en werkten tijdens een specifiek historisch moment, toen wat zij deden relevant was.

"Vandaag behoort de literatuur niet langer tot de avant-garde. Haar plaats is overgenomen door andere expressievormen, zoals de film, die veel beter aansluit bij onze alledaagse leefwereld. En dat roept wrevel op. In Frankrijk kun je geen krantenpagina omslaan of je wordt om de oren geslagen met de neergang van de cultuur van de sensibiliteit. Er zijn alleen nog computers en schermen, is de klacht, en mensen zitten de hele dag naar hun gsm te staren. Er zijn echter regisseurs - en om een of andere reden lijken ze bijna allemaal uit Azië te komen - die onze tijd perfect weten te vatten, zoals Eric Khoo dat doen in Be With Me. In die film komt er een scène voor die op ironische wijze toont dat warme liefde en een koude gsm elkaar niet per se hoeven te bijten: de een stuurt de ander een sms met 'I love you', waarop de ander die bikkelhard deletet.

"Vandaag speelt de film dezelfde rol die de roman had ten tijde van Balzac. Maar dat is geen reden om te treuren. Ook de schilderkunst heeft haar glorieperiode gehad, en ook zij staat al lang niet meer op de barricaden. Kunst wordt altijd in reactie op een tijd gemaakt, en als de tijd verandert, verandert ook de kunst. Wie meent iets te melden te hebben mag dat van mij rustig opschrijven natuurlijk, zelf doe ik niets anders, maar dat zij met hun boeken de wereld zullen veranderen mogen ze niet langer verhopen. Daarvoor hebben we nu andere kanalen."

Jacques Rancière

Het esthetische denken

Oorspronkelijke titel: Le partage du sensible, esthétique et politique en L'Inconscient esthétique

Vertaald door Walter van der Star

Valiz, Amsterdam, 195 p., 12,50 euro.

Solange de Boer (ed.)

Grensganger tussen disciplines, over Jacques Rancière

Valiz Amsterdam, 123 p., 12,50 euro.

Beide boeken zijn ook samen te verkrijgen voor 20 euro.

> Studeerde in de jaren zestig bij Louis Althusser en schreef een opgemerkte bijdrage in het door zijn leermeester geredigeerde Lire le Capital. Omdat Althusser zich in mei '68 niet achter de studenten schaarde, brak Rancière met hem.

> Legde zich toe op de studie van de sociale geschiedenis en kwam met een paar pertinente en tegen de haren van de marxisten in strijkende vragen op de proppen zoals: wat bedoelt men met proletariaat, bestaat de arbeidersklasse wel, en - fijn en vilein - welke rol spelen de armen, in het intellectuele leven van filosofen?

> Gooide zich op de link tussen politiek en esthetiek en meer recent op de vraag in hoeverre een internationale macht mag ingrijpen in de nationale politiek van een land bij schending van de mensenrechten en of een oorlog wel gerechtvaardigd is wanneer genocide dreigt.

> Doceerde tot zijn emeritaat filosofie aan de Université de Paris VIII (Saint-Denis).

> Kwam tijdens de recente Franse presidentsverkiezingen in het nieuws doordat Ségolène Royal hem haar favoriete filosoof noemde. Vooral het idee dat het er in een echte democratie niet toe doet wie de macht heeft en dat er dus beter een loterij georganiseerd zou worden in plaats van verkiezingen, lag haar na aan het hart.

Kunst wordt altijd in reactie op een tijd gemaakt en als de tijd verandert, verandert ook de kunst. Wie meent iets te melden te hebben mag dat van mij rustig opschrijven natuurlijk, zelf doe ik niets anders, maar dat zij met hun boeken de wereld zullen veranderen mogen ze niet langer verhopen

Filosoferen in en over de stad

April is traditioneel Maand van de Filosofie in Nederland. Het thema dit jaar is de stad. In 2008 woont voor het eerst in de geschiedenis immers meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad en de vraag is dan ook pertinent wat de toekomst brengen zal, en of dit een goede of een slechte evolutie is. De Verenigde Naties zijn alvast dolenthousiast. Steden staan immers bekend als economische groeipolen en nergens maakt een mens zoveel kans om er sociaal op vooruit te gaan. Met dit optimisme sluiten de VN aan bij de Oude Grieken die enkel in de polis het goede leven zagen openbloeien.

Tegenover dit optimistische verhaal is wel een en ander in te brengen, denken we maar aan onze eigen grootstedenproblematiek. Het aantal burgers dat op het openbaar vervoer door migrantenjongeren geïntimideerd of zelfs fysiek aangevallen wordt, zal in Lotenhulle ongetwijfeld lager liggen dan in Antwerpen. Een stad is dus zeker niet de hemel op aarde en generaties filosofen hebben al gewezen op de vervreemdende, ontwortelende of zelfs dehumaniserende rol van deze samenlevingsvorm. Stof tot denken genoeg dus en dat is wat er deze maand op honderden plaatsen verspreid over Nederland gedaan zal worden.

Aanstaande vrijdag 11 april heeft in Amsterdam - ook al naar jaarlijkse gewoonte - de Nacht van de Filosofie plaats. In vijf zalen tegelijk lopen voordrachten, discussies en interviews. Er is een fototentoonstelling, een filmvoorstelling, een filosofisch café, workshops en nog veel meer van dat leuks. Tot de mensen die daar in levenden lijve aan het werk te zien zullen zijn, behoren Paul Scheffer, Bas Heijne, Ramsey Nasr en Joke Hermsen. Vlaanderen is nog nooit zo sterk aanwezig geweest op deze Nacht, met Lieven De Cauter, Ann Meskens, Erik Oger, Rik Pinxten, Peter Venmans en Rudi Visker.

Diezelfde avond wordt ook de Socrates Wisselbeker 2008 uitgereikt voor het beste filosofieboek van het voorbije jaar. De genomineerden zijn: Frank Ankersmit (De sublieme historische ervaring), Paul Moyaert (Iconen en beeldverering), Erik Oger (Nachtoog), Awee Prins (Uit verveling) en Maarten van Buuren (De innerlijke ervaring). Het woord komt in twee van de titels voor en ervaring blijkt zowat de rode draad door deze shortlist te zijn. Alle vijf deze boeken gaan immers over manieren om de wereld te ervaren en ermee om te gaan, zij het op historische, artistieke, religieuze, private of politieke wijze.

Meer info: maandvandefilosofie.nl

Filosofische leestips

Geen Maand van de Filosofie zonder een verse lading doorwrochte boeken. We selecteerden voor u het kruim van het aanbod.

Een van de meest fundamentele en de moeilijkst op te lossen filosofische vragen zal wel die naar de zin van het leven zijn. Vroeger was het antwoord nochtans makkelijk. Het werd je immers als een hostie op de tong gelegd door mijnheer pastoor. Maar die tijden zijn voorbij en daarmee ook onze zielenrust. Terry Eagleton gaat in zijn toepasselijk getitelde De zin van het leven op zoek naar een reden om er geen einde aan te maken. Na een hoofdstukje taalfilosofie - wat is 'zin'? - en een rondje vrijzinnige atheïsten bashen - zij doen een beetje ironisch over zin - komt hij tot het besluit dat het bezig zijn met de vraag zelf, het filosoferen dus en niet als een stom schaap naar de voorbijtrekkende wereld staan staren, tegenwoordig al veel is.

Zoals Amy Winehouse zei net voor ze van het concertpodium kukelde: "Zin is in", al bedoelde ze wellicht "gin" natuurlijk. Over de zin van nut is de titel van Peter Venmans' boek waarin hij onze steeds groter wordende nutsobsessie onder de loep neemt. Iets wat geen nut heeft, lijkt zo stilaan ook geen waarde meer te hebben, waarmee we sommige van de mooiste en inspirerendste zaken ter wereld meteen onder de tafel vegen. Venmans gaat na hoe dit utilitaire idee ontstond in het brein van Jeremy Bentham en nadien werd opgepikt en uitgewerkt door John Stuart Mill, John Dewey en Richard Rorty, om te eindigen met een pleidooi voor een ruim pragmatisme dat oog heeft voor geluk, gezond verstand en een democratische praktijk.

Jan-Hendrik Bakkers Welkom in Megapolis sluit naadloos aan bij het thema van de maand van de filosofie. Het is een analyse van het stadsleven, onze veranderende stijl van wonen en het stempel dat de stad op ons bewustzijn drukt. De man legt verbanden tussen filosofie, literatuur, architectuur en populaire cultuur en beschrijft hoe de stad tegenwoordig het podium is waarop de grote vragen van het bestaan zich aandienen: hoe om te gaan met een sociaal leven dat steeds gefragmenteerder en gewelddadiger lijkt te worden? Wat met de verloedering van onze woonomgeving? En in hoeverre zijn we van de steeds schaarser wordende leefruimte een consumptieartikel aan het maken? Ook Bakker pleit uiteindelijk voor gematigdheid en diversiteit.

Jacques Derrida ging ooit helemaal in zijn blootje tegenover zijn kat zitten. Mooi, denkt u nu misschien, we vermoedden altijd al dat die Franse filosofie iets kinky had, maar de aandrang voor zijn exhibitionisme was wel degelijk filosofisch. Ze leidde tot een meditatie over de reden waarom dieren nooit naakt zijn, en mensen wel. René ten Bos rakelt deze anekdote op in Het geniale dier, een zoektocht naar een nieuwe antropologie waarin hij duidelijk maakt wat dier en mens zo van elkaar doet verschillen. Een dier kan moeiteloos in de achtergrond verdwijnen terwijl wij altijd vooraan op de scène willen staan. En het is daar dat we, als genialiteit onze ambitie is, volgens ten Bos nog iets kunnen leren van die stomme beesten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234