Vrijdag 24/05/2019

NV België doorgelicht

Besparen in de sociale zekerheid? Dat is nog niet zo simpel

Bewoners van een woon-zorgcentrum. De grootste uitgavenpost in de sociale zekerheid is de pensioenkost. Beeld Damon De Backer

De Belgische staat moet smaller en goedkoper worden, klinkt het vaak. Maar waaraan geeft België meer geld uit dan de buurlanden, en kan het anders? Samen met econoom Andreas Tirez zoeken we in de reeks ‘De nv België doorgelicht’ een antwoord op de cruciale vraag die in deze kiescampagne angstvallig vermeden wordt: besparen, hoe dan? Vandaag: de sociale zekerheid.

Een bijzonder grote brok uit het publieke budget gaat naar de sociale bescherming – denk aan de pensioenen, werkloosheids-, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, en de kinderbijslag. Het is een domein waaraan België, met zijn uitgebreide sociale zekerheid, flink geld besteedt. Meer dan 21 procent van het bbp, rekent econoom Andreas Tirez voor. Hij licht voor De Morgen de uitgaven van de Belgische staat door. 

Voor onder meer N-VA is het dan ook logisch om hier te zoeken naar besparingen. “De grote kostenpost in de begroting is de sociale zekerheid, maar daarop inbinden betekent weinig populaire beslissingen nemen”, zei voorzitter Bart De Wever bijvoorbeeld begin 2017. “Ik kan aannemen dat het niet voor iedereen evident is om dat te doen, maar er is geen andere keuze.” 

Wat evenwel zelden verteld wordt: in internationaal perspectief vallen die hoge uitgaven niet eens zo hoog uit. In een vergelijking met zeven andere vergelijkbare welvaartsstaten – Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden – zit België netjes in de middenmoot. 

Uiteraard zijn er opvallende verschillen: zo geeft België relatief veel meer uit aan arbeidsmarktbeleid en werkloosheidsuitkeringen. “Dat betekent niet dat het bedrag van de uitkeringen hoger ligt dan in andere landen, maar wel dat er veel meer mensen gebruik van maken, en ook langer. België heeft veel langdurig werklozen”, zegt arbeidsmarktexpert Stijn Baert (UGent). “Brussel en Wallonië doen het overigens veel slechter dan Vlaanderen, waar de werkloosheid eigenlijk vrij laag is. In sommige Waalse provincies is meer dan 7 procent van de mensen op actieve leeftijd langer dan een jaar werkloos.”

Beeld rv

Professor Baert is daarom al lang een vurig pleitbezorger van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering. Het bedrag moet in de eerste periode van werkloosheid omhoog, maar moet daarna sneller zakken dan nu het geval is. Anders gezegd: de middelen moeten niet omlaag, maar wel anders ingezet. “Op die manier zorg je voor financiële prikkels die mensen moeten aanzetten weer aan het werk te gaan. Ons land heeft een grote werkloosheidsval: voor veel mensen is het financieel niet veel interessanter om aan het werk te gaan dan om een uitkering te ontvangen. Dat zadelt de staat met hoge kosten op.”

Die degressiviteit heeft anderzijds ook felle tegenstanders: zij argumenteren dat een snelle verlaging van de uitkering mensen niet richting een job duwt maar richting armoede. 

Nederland gidsland?

De grootste uitgavenpost in de sociale bescherming is de pensioenkost. Zoals de meeste andere landen in de vergelijking besteedt België hieraan meer dan 10 procent van zijn bbp, omgerekend zowat 47 miljard.

Opvallend is het grote verschil met onze noorderburen. Nederland betaalt 6 procentpunt van het bbp minder aan sociale bescherming, en het overgrote deel daarvan schuilt in minderuitgaven voor de pensioenen. “Het verschil is in grote mate te verklaren door een grondig andere organisatie van het systeem, waarbij de privésector een veel belangrijkere rol inneemt”, legt Andreas Tirez uit. “De Nederlandse werknemer moet verplicht een bedrag betalen aan privé-pensioenverzekeraars, bovenop de verplichte bijdragen aan de overheid.”

Tel die private uitgaven op bij de publieke, en het verschil smelt weg. “De kloof tussen België en Nederland daalt zo van 6 naar 0,7 procent van het bbp,” rekent Tirez voor. Uiteindelijk is de financiering door de belastingbetaler dus erg vergelijkbaar.  Dat levert een prikkelende denkoefening op. Het Nederlandse model drukt de kosten voor de staat, maar is het ook beter voor de burger? Daar bestaat geen pasklaar antwoord op.

“De sterkte van het Nederlandse systeem is dat er enorme fondsen met miljardenbedragen verzameld zijn. Dat brengt veel geld op, maar het is ook gevoelig voor schommelingen in de rente”, legt pensioenspecialist Frank Vandenbroucke (Universiteit Amsterdam) uit.

Nederland deed het traditioneel veel beter dan ons land inzake pensioenen, maar “in dat beeld komen nu barsten. Nederland rekende zich rijk met die fondsen, maar moet nu systematisch toegeven dat dit minder oplevert dan verwacht. De kranten staan er vol van.” Bovendien is de armoedegraad bij 60-plussers er de laatste vijftien jaar gevoelig gestegen, al doen onze noorderburen het nog steeds beter dan wij. “De Nederlandse pensioenen zijn genereuzer, maar ze hebben een volatiliteit die ons pensioensysteem niet heeft”, vat Vandenbroucke samen.

Beeld rv

De hamvraag wordt dan niet zozeer een van besparen, maar van effectiviteit. België heeft een gul welvaartsmodel, maar duidelijk is ook dat er grote gaten in het vangnet zitten.  Tirez neemt daarvoor de armoedegraad als indicator: een degelijke sociale zekerheid zorgt er in theorie voor dat armoede tot een minimum beperkt wordt. Dat valt tegen. Terwijl de armoedegraad bij 65-plussers sinds 2004 in dalende lijn ging, steeg ze voor zowel kinderen en jongeren als voor mensen op actieve leeftijd.

Terwijl veel politieke partijen nu vooral de laagste pensioenen willen versterken, zouden ze beter focussen op de kinderarmoede, concludeert Tirez. “Dat hoeft niet noodzakelijk veel te kosten: een meer op kinderarmoede gerichte besteding van de kinderbijslag, die in totaal ruim 9 miljard euro per jaar kost, zou al heel wat kunnen doen om deze onrechtvaardige situatie te verbeteren.”

Beeld rv

Socioloog Wim Van Lancker (KU Leuven) sluit zich daarbij aan. De kinderbijslag wordt in België weinig efficiënt besteed, klinkt het, terwijl onderzoek wel aantoont dat het een bijzonder effectief middel kan zijn in de strijd tegen kinderarmoede. “Maar nu is het systeem niet herverdelend genoeg. We geven een gelijk bedrag aan iedereen, onafhankelijk van de sociale positie of afkomst. Maar kinderen komen niet samen aan de meet, ze krijgen niet dezelfde kansen. Door meer te geven aan wie meer nodig heeft, zouden we een heel grote stap vooruit kunnen zetten in de strijd tegen de kinderarmoede.”

Dezelfde bemerking maakt Van Lancker bij de krapte in de kinderopvang. Dat heeft grote gevolgen voor ouders die willen werken maar een oplossing zoeken voor hun kinderen. “De meeste plaatsen worden ingenomen door de middenklasse, de lagere klassen vallen uit de boot.” Het is illustratief voor de Belgische sociale bescherming, die wel veel uitgeeft maar in resultaat nog veel te wensen laat. “We slagen er niet goed in om met de sociale uitgaven de onderkant van de samenleving goed te bereiken en te beschermen – zeker in vergelijking met andere landen. Dat is een probleem.”

Donderdag deel 3: gezondheidszorg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.