Woensdag 13/11/2019

'Bespaar me belijdenisliteratuur'

Lydia Davis is de ongekroonde koningin van het Amerikaanse experimentele korte verhaal. 'Op je twintigste wil je goed zijn in wat anderen je voorgedaan hebben', zegt ze. 'Nu doe ik gewoon mijn eigen zin.'

Een typisch verhaal van Lydia Davis gaat zo: een zelfverzekerde, bazige vrouw wil per se de twee volwassen dochters van haar overleden zus adopteren en maakt daarom plannen voor de reorganisatie van haar huishouden. Alles en iedereen moet wijken, haar man, haar zoon en uiteindelijk ook haar twee nichten. Alleen wordt haar monoloog, die slechts driekwart pagina lang is, onderbroken door een vervelende hik die de ernst van haar betoog ondergraaft. "Het verhaal is bij toeval ontstaan", legt Davis uit. "Meestal vertrek ik bij het schrijven vanuit iets wat werkelijk gebeurd is en hier was dat de dood van mijn zus en het alleen achterblijven van haar twee volwassen dochters. Ik was bezig aan het verhaal toen mijn computer opeens willekeurige spaties begon in te voegen. Eerst wist ik niet goed wat ermee aan te vangen, maar toen ik erover nadacht bleken die spaties wonderwel te passen bij het karakter van mijn personage. Haar een hik geven leek me een toepasselijke relativerende noot op te leveren, dus heb ik die spaties uiteindelijk laten staan, al heb ik er wel een paar verplaatst om extra effect te sorteren. Wat ik daardoor kreeg was een humoristisch verhaal met een bittere bijsmaak, en daar hou ik van. Ik ga altijd op zoek naar het contrast tussen gemoedsgesteldheden, want die prikken de zwaarwichtige ernst van sommige mensen door."

Ziet u uw verhalen in een literaire traditie passen?

"Niet meteen. Ik noem mijn verhalen trouwens geen korte verhalen omdat dat een specifiek genre is. Katherine Mansfield en Anton Tsjechov schreven korte verhalen: klassiek van opbouw en breed uitgezet. Ik schrijf gewoon verhalen, ook al zijn die contradictorisch genoeg nog korter dan korte verhalen. Dat is voor mij een hele brede categorie waarin ook sprookjes thuishoren of gewoon verhalen die je tijdens het eten aan tafel vertelt. Mijn verhalen horen daarbij omdat ze gegroeid zijn uit het verlangen om iets te vertellen. Alleen vertel ik soms zulke korte dingen dat sommigen het niet eens meer verhalen zouden noemen. Maar dat maakt me niet uit. Ik laat me bij het schrijven volledig leiden door het verhaal en sta soms versteld van waar het me naartoe brengt. Het is zelfs al gebeurd dat mijn verhaal een gedicht werd. Ik denk trouwens dat ik klaar ben met fictie. Dat doe ik niet meer. Ik schrijf alleen nog over zaken die ik zelf heb meegemaakt."

Maar niet op autobiografische wijze.

"Ik neem een bepaald aspect van mezelf en vergroot dat dan uit."

Wat tot afstand leidt tussen u als schrijver en u als personage?

"Bespaar me belijdenisliteratuur, die vind ik veel te emotioneel. Daarvoor besteed ik trouwens te veel aandacht aan de vorm en de precieze taal van mijn verhalen. Urenlang kan ik over een paar zinnen zitten tobben, tot ze perfect zijn. Emotionele uitbarstingen getuigen volgens mij alleen maar van slordig, snel en oppervlakkig schrijven. Het is trouwens juist die afstandelijkheid die mijn verhalen een extra betekenislaag geeft, vind ik. Neem nu het verhaal 'Samuel Johnson is verontwaardigd', waarvan de tekst uit slechts één zin bestaat: 'dat Schotland maar zo weinig bomen heeft.'"

Op welk moment verandert een goed idee in een goed verhaal?

"Op het moment dat ik het boeiend of grappig vind en het daardoor weer opduikt in mijn gedachten. Niet ieder idee is immers sterk genoeg. Onlangs zag ik in de bus twee mannen met elkaar in gesprek. De ene was heel benig en kaal en de andere rond en met een warrige bos haar om zijn hoofd. Dat beeld vond ik interessant, maar op zich was het niet voldoende om iets mee te doen natuurlijk. Dus verdween het weer, maar de kans bestaat dat het in de toekomst in een heel andere context weer opduikt en in een nieuw verhaal belandt. Een gebeurtenis die het wel tot een verhaal schopte maakte ik onlangs mee, toen mijn man en ik een groepje vrouwen van ons weg zagen wandelen die van op de rug gezien vrij jong waren. Later wandelden ze onze kant op en toen merkten we dat ze er vooraan veel ouder uitzagen. Dat was grappig. Het zette me aan het denken en ik begon te verzinnen wat hen in zo'n korte tijd zo oud had kunnen maken."

Als schrijver ligt u altijd op de loer, te wachten tot het juiste verhaal passeert?

"Dat is wat overdreven. Ik zie mezelf eerder als een computer die stand-by staat, en wanneer iets me raakt, word ik wakker."

Bestaat er zoiets als een ideaal verhaal?

"Wellicht niet. Er zijn zo veel verschillende soorten verhalen. Neem nu iemand als Russell Edson. Hij schrijft gedichten die in feite verhalen zijn over huishoudelijke conflicten waarbij ook de potten en de pannen menselijke trekken krijgen. Heel fantasierijk, maar de emoties die Edson oproept zijn goudeerlijk.

"In zijn verhalen hou ik van de voldoening die de verrassing en de absurditeit me schenken, maar die heeft dan weer niets te maken met de voldoening die een verhaal van Isaak Babel oplevert. Wat deze twee verenigt is wellicht de spitsvondige manier waarop de juiste taal met veel verbeelding personages en ideeën levendig maakt. Maar veel zegt zo'n beschrijving natuurlijk ook weer niet, ik weet het."

Welke invloed heeft uw vertaalwerk op uw schrijven?

"Vooral dat ik het moet stilleggen. Zeker toen ik bezig was Proust te vertalen en daarna opnieuw met Madame Bovary, merkte ik dat het na verloop van tijd begon te wringen. Vandaar dat ik beslist heb om nog alleen kortere teksten te vertalen. Momenteel ben ik bezig met de zeer korte verhalen van A.L. Snijders."

De Nederlander? Vertaalt u vanuit het Nederlands naar het Amerikaans?

"Sinds vorig jaar. Ik was toen in Nederland en omdat ik al Duits kende aangezien ik met mijn ouders in Oostenrijk heb gewoond, leek het me interessant om die taal te leren. Ik vroeg mijn Nederlandse uitgever of hij iemand kende die korte fictie schreef die ik zou kunnen vertalen en hij suggereerde Snijders. Ik ben zijn verhalen beginnen lezen en dat lukte meteen vrij goed omdat hij over heel concrete zaken schrijft, zoals zijn tuin en de dieren die erin voorkomen. Ik ben ze daarom met behulp van een onlinewoordenboek ook beginnen te vertalen. Ik snap nu vrij goed geschreven Nederlands, maar met gesproken Nederlands heb ik grote moeite omdat ik het in de VS natuurlijk nooit hoor."

Proust en Snijders, hoeveel verder kunnen twee schrijvers uit elkaar liggen?

"Dat zou je denken, maar in feite maakt mij dat allemaal niet zo veel uit. Ik hou er gewoon van om voor een tijdje in de taal van iemand anders te kunnen schrijven."

En heeft dat invloed op uw eigen fictie? Schreef u op een bepaald moment proustiaanse verhalen?

"Nee, maar wel proustiaanse e-mails, kreeg ik vaak te horen. Die werden steeds langer en associatiever."

Lydia Davis, Varianten van ongemak en andere verhalen, Atlas Contact, 368 p. 24,95 euro. Vertaling: Peter Bergsma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234