Donderdag 08/12/2022

Bertolt Brecht

Brecht schaamde er zich niet voor om te nemen wat hij literair kon gebruiken. En hij had een feilloos instinct voor wat hij nodig had

(1898-1956)

Een geniale schelm

Last van bescheidenheid had Bertolt Brecht blijkbaar nooit. Als scholier verkondigde hij al met branie dat hij een groot dichter zou worden: "Na Goethe en Schiller zal ooit Brecht komen."

Hij werd op 10 februari 1898 geboren in het Beierse Augsburg, als zoon van een papierfabrikant. Als kind was hij ziekelijk, maar tijdens zijn schooltijd kreeg hij al de faam van een onverbeterlijke schelm. Hij las graag en veel. Zowel poëzie als de Bijbel, die hij later als een van zijn voorbeelden noemde, maar ook verslond hij gedurende heel zijn leven gretig eroticaboekjes en politieromannetjes. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bekritiseerde hij in een schooltoneel de oorlogspropaganda. Hersenloos kanonnenvlees, zo noemde hij de soldaten die volgens hem misleid werden door het Duitse patriottisme.

Na de middelbare school ging hij literatuur en medicijnen studeren in München. Die studie werd na één jaar onderbroken, omdat hij naar het leger moest, waar hij terechtkwam bij de medische dienst. Na de oorlog hervatte hij zijn studie, maar hij maakte ze nooit af. Hij koos voor het theater.

Sluw en bazig was hij al als achttienjarige. Hij verbood bijvoorbeeld zijn vrienden om te gaan met het meisje dat hij op het oog had, en die vrienden gehoorzaamden. Hij verleidde het mooiste meisje van de buurt, Paula Banholzer. Ze werd in 1919 de moeder van zijn eerste kind. Later verklaarde ze: "Ik kende Brecht toen nog niet, anders had ik moeten weten dat niets hem van zijn doel kon laten afwijken."

Als fanatieke rokkenjager hield hij van mooie én sterke vrouwen. En, hoe intelligent die vrouwen ook waren, ze vielen voor hem. Zijn charme was overrompelend. Hij kon, aldus een getuige, "de vogels uit de bomen charmeren".

In 1922 trouwde hij met de toneelspeelster Marianne Zoff, die hem een dochter schonk. De moeder van zijn derde kind, een jaar later, was echter zijn minnares, de actrice Helene Weigel. Vanaf 1929 werd Weigel ook zijn wettige echtgenote, wat ze bleef tot aan zijn dood. Maar ze moest er wel zijn minnaressen bij nemen. Van zijn sterfbed moest ze enige bijvrouwen verjagen om nog even met hem alleen te kunnen zijn voor hij stierf.

Met bijna al die vrouwen had hij een soort schrijfbedrijf. Ze hielpen met het bedenken, componeren en uitschrijven van zijn werk, maar toen het gedrukt werd, stond alleen zijn naam eronder. Verder schaamde hij er zich ook niet voor om te nemen wat hij literair kon gebruiken, van welke bron het ook kwam. En hij had een feilloos instinct voor wat hij nodig had.

Vanaf 1926 ontwikkelde hij zijn 'episch theater', uit onvrede met het traditionele toneel, dat volgens hem niet in staat was de maatschappelijke processen te verhalen. Essentieel in Brechts theatertheorie is het vervreemdingseffect, hoewel een medewerker zich later niet eens kon herinneren dat het woord Verfremdung tijdens de repetities ook maar één keer zou zijn gevallen. Even opmerkelijk is dat in Brechts 'didactisch' theater de amusementswaarde bijzonder hoog was.

In 1928 verscheen zijn Driestuiversopera, waarmee hij het Duitse toneel definitief veranderde. Overigens had hij de titel van een vriend opgepikt, terwijl het stuk zelf een bewerking was van een oud Engels stuk, Beggar's Opera, waarop hij attent was gemaakt door Elisabeth Hauptmann, die het ook vertaalde.

Brecht was al bekend als toneelschrijver toen in 1927 zijn eerste gedichtenbundel verscheen. Zijn poëzie maakte meteen grote indruk. Kurt Tucholsky, bijvoorbeeld, schreef: "Hier spreekt een meester" en verklaarde dat Brecht met Gottfried Benn de grootste nog levende Duitse dichter was.

Hoewel Brecht zelf nooit lid was van de Communistische Partij - dat waren zijn vriendinnen in zijn plaats - werd hij begeesterd door dezelfde idealen. De nazi's had hij al van bij hun eerste optreden bestreden en al heel vroeg stond hij op hun zwarte lijst. Op 28 februari 1933, daags na de Rijksdagbrand, besloot hij met vrouwen en kinderen onverwijld uit Duitsland weg te vluchten. Hij was 35 jaar, zijn ballingschap zou veertien jaar duren. Door te vluchtten, redde hij zijn leven, en dat van zijn naasten. Nauwelijks twee maanden later werden zijn boeken in het openbaar verbrand.

Als politieke ballingen verbleven Brecht en compagnie eerst in Parijs, dan in Denemarken, Zweden en Finland, om te eindigen in de Verenigde Staten. Zelfs in de periode van het almaar op de vlucht zijn, bleef hij steeds werken. Hij schreef toen, onder meer, de gedichten waarin hij haast profetisch de gruwelen voorspelde die zouden plaatsgrijpen in zijn geliefde Duitsland.

Brechts exil in Santa Monica duurde tot 1947. Nadat hij op een dag gedagvaard was door een onderzoekscommissie, die hem verhoorde over 'on-Amerikaanse activiteiten' en communistische sympathieën, besloot hij de volgende dag meteen naar Europa terug te keren. Hij verwierf de Oostenrijkse nationaliteit maar vestigde zich opnieuw in Berlijn. Daar kreeg hij, samen met zijn vrouw Helene Weigel, de leiding over het van staatswege opgerichte Berliner Ensemble, dat in de volgende jaren het invloedrijkste theatergezelschap van Europa zou worden.

Op het einde van zijn leven leefde Brecht heel comfortabel in Oost-Berlijn. Vaak wordt hij omschreven als een propagandist van het communistische regime, maar dat was niet zo. Hij verdedigde wel zijn ideologie - titels van gedichten uit de jaren dertig zoals 'Lof van het communisme' en 'Lof van de partij' zeggen voldoende - maar liep zeker niet in de pas van het regime. Door de DDR-regering werd hij gekoesterd als cultureel boegbeeld en icoon van het antifascisme, maar tegelijkertijd ook gewantrouwd. Brecht behield altijd zijn Oostenrijks paspoort, zijn Zwitserse bankrekening en zijn West-Duitse uitgever. Pas na zijn dood durfde de DDR hem volmondig uit te roepen tot nationale dichter.

Op 14 augustus 1956, 58 jaar oud, stierf Brecht aan een hartinfarct. Zoals hij het zelf wilde, ligt hij begraven op het kerkhof naast zijn woning, in een stalen kist, met op zijn graf alleen maar een steen met zijn naam.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234