Donderdag 16/09/2021

InterviewDe Vragen van Proust

Bert Ostyn: ‘Je kunt alles kwijtspelen als je niet oppast, en daar was ik toen dichtbij’

Bert Ostyn: ‘Ik heb geen plan B. Mijn leven is nog ­altijd muziek, maar het is minder chaotisch.’ Beeld ©Stefaan Temmerman
Bert Ostyn: ‘Ik heb geen plan B. Mijn leven is nog ­altijd muziek, maar het is minder chaotisch.’Beeld ©Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vierentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: Absynthe Minded-frontman Bert Ostyn (40). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me meestal mijn leeftijd, maar soms ook 25, het moment dat ik bevestigd werd in wat ik deed en wie ik was. Eigenlijk voel ik me goed. Ik vind het niet erg om ouder te worden.

“Mijn leven is wel veel rustiger geworden. De ­eerste tien jaar van het bestaan van de groep, die levensstijl van optreden naar optreden, alles week daarvoor. Nu is dat niet meer zo, en dat is maar goed ook. Het was een andere ingesteldheid. Het kunstenaarschap was de focus. Het mocht hard gaan. In 2004-2005, na Humo’s Rock Rally, ­hebben we in een hoog tempo twee platen ­uitgebracht. Die drive is er nog altijd, maar het is gewoon anders.

BIO • zanger en gitarist, frontman van de Gentse band Absynthe Minded, opgericht in 1999 • geboren in Kortrijk op 27 juli 1981 • debuutalbum Acquired Taste kwam uit in 2004 • daarna volgden nog zeven albums, de recentste is Saved Along the Way - The best of (verzamelalbum, 2021) • bekend van o.m. de singles ‘My Heroics, Part One’, ‘Envoi’, ‘Moodswing Baby’, ‘Papillon’ en ‘Saved Along the Way’ • won in 2010 vier MIA’s • bracht in 2015 de soloplaat OSTYN uit • componeerde de muziek voor de film Turquaze (2010) en voor de tv-serie Bevergem (2015)

“Ik heb ook nog geen plan B. Mijn leven is nog ­altijd muziek, maar het is minder chaotisch. Ik heb gaandeweg meer verantwoordelijkheid genomen. Vroeger had ik iets van: ik speel en zing in die band, ik zorg dat ik op tijd ben voor optredens en repetities en voor de rest trok ik me er niet veel van aan. Terwijl ik nu het overzicht probeer te houden van wat we aan het doen zijn. Nu komt het er vooral op aan alles te combineren met mijn gezin en met alle andere projecten waar de ­bandleden mee bezig zijn.”

2. Wat is uw passie?

“Het is altijd mijn droom geweest om in een groep te spelen en verhalen te vertellen, liedjes te ­schrijven, op die manier de wereld te zien. Rond mijn vijftiende had ik mijn eerste optreden in een jeugdhuis in Anzegem. Ik vond dat super. Mijn grote plan was om naar Gent te trekken en daar goede muzikanten te vinden om een échte band te beginnen. Dat heb ik uiteindelijk gedaan. Even dacht ik als kind striptekenaar te worden, dat vond ik ook een interessante optie, maar het is toch muziek geworden. Dat was echt mijn ding.

“Mijn ouders hebben me daarin gesteund. Ik had wel het geluk dat ik aan het conservatorium een volledig nieuwe opleiding kon volgen, muziek­productie, waar de instroom nog niet zo groot was. Dat was een perfect alibi om met muziek bezig te zijn, en intussen waren mijn ouders gerust dat ik een opleiding van lange duur deed. (lacht)

“In de zomer voor het conservatorium heb ik ook even een masterclass klassieke gitaar gevolgd, maar de leraar zei achteraf aan mijn ouders dat ik niet de discipline had om klassiek muzikant te worden. Goed dus dat ik die opleiding gevonden heb, anders was ik misschien een mislukte student geweest. Dat was pijnlijk geweest. Het voordeel van op te groeien en volwassen te worden in een conservatoriumomgeving is dat je een heel ­netwerk ontwikkelt. Isolde (Lasoen, drumster van de band, red.) ken ik van daar, bijvoorbeeld. En ook drie van de vijf oorspronkelijke bandleden heb ik daar ontmoet.”

3. Hoe was uw kindertijd?

“Best wel naïef. Ik had het er onlangs met een vriend over die een moeilijke kindertijd gehad heeft. Mijn ouders zijn nog altijd samen en wonen nog altijd in Vichte. Als ik zie hoe zelfbewust mijn zoon op zijn 10de is, dan merk ik toch echt een verschil qua tijdgeest. Ik speelde en stak van alles uit, maar ik was een echt kind, helemaal niet bezig met mezelf.

“Ik heb het gevoel dat kinderen vandaag de dag veel meer een eigen identiteit creëren en ervaren. Ook via allerlei kanalen. Internet, YouTube, gsm. Er is meer input. Meer prikkels. Niet dat ik me daar zorgen om maak, het is gewoon een vaststelling, maar ik sta er soms wel van te kijken. Ik had pas een gsm op mijn twintigste. Ik heb dat heel lang niet gewild. Constant gebeld worden. Het gevoel beperkt te zijn in je vrijheid. Nee.”

4. Wat vond u de moeilijkste ­periode in uw leven?

“Mieke en ik zijn nu zeventien jaar samen. In augustus 2019 zijn we getrouwd met een fantastisch groot feest, er was nog geen sprake van corona. Maar jaren geleden hebben we een periode gehad waarin we zodanig kwaad op elkaar waren dat we niet meer konden communiceren. Een heel harde periode waarin we aan kinderen wilden beginnen, en alles plots mislukt leek.

“Het was voor het vijfde album. De periode 2010-2012. Een intense tijd. De laatste jaren van de eerste bezetting, de ambitie om heel veel te investeren in het buitenland. Een zwaar leven. Zo zwaar dat je begint te geloven: dit is het leven. We hadden net een paar shows gespeeld in Oostenrijk. Je bent een paar dagen thuis en dan vertrek je weer, zonder dat je het gevoel hebt dat je even moet landen. Terwijl het net dát is wat je moet doen. Je gaat jezelf voorbijlopen. Je raakt los van alles en iedereen. Ik kreeg geen steun van vrienden meer. Met één vriend ben ik dan wel naar Praag geweest, maar dat was echt geen goed idee. Ik zat in een grijze zone. Nogal nihilistisch ook. Waarom zou ik rekening houden met iets of iemand?

“Op een bepaald moment is Mieke verhuisd ­omdat ze het gewoon niet meer aankon om niet te weten in welke staat ik ging thuiskomen. Ook professioneel begon ik afspraken te missen. Een producer die speciaal van Parijs was gekomen en ik die niet kwam opdagen. Zulke dingen. Ik begon de pedalen te verliezen.

“Je kunt je echt verliezen in drank en drugs. Je kunt alles kwijtspelen als je niet oppast, en daar was ik toen dichtbij. Ik prijs me gelukkig dat we dat overleefd hebben. Op het moment dat we een notaris hadden gecontacteerd om het huis te ­verkopen hebben we in elkaars ogen gekeken en beseften we: wat zijn we eigenlijk aan het doen? We zijn hier nog niet klaar mee. Door met feitelijke zaken bezig te zijn hebben we elkaar weer gevonden. Dat was een heel zware periode, maar ik denk wel dat het tussen ons iets bestendigd heeft dat heel sterk is. Daaruit heb ik ook geleerd dat ik niet te mild mag zijn voor mezelf en dat ik moet proberen een balans te vinden.

'Op een bepaald moment is Mieke verhuisd ­omdat ze het gewoon niet meer aankon om niet te weten in welke staat ik ging thuiskomen.' Beeld ©Stefaan Temmerman
'Op een bepaald moment is Mieke verhuisd ­omdat ze het gewoon niet meer aankon om niet te weten in welke staat ik ging thuiskomen.'Beeld ©Stefaan Temmerman

“Ik heb geen professionele hulp nodig gehad, ik heb vooral Mieke nodig gehad. Beloftes gemaakt, aan mezelf ook, om te proberen evenwichtig te leven. Van sterke drank bijvoorbeeld blijf ik af. Dat zijn van die kleine regels waar ik me aan hou. Nu vind ik het ook evident om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik vind het tof om nog eens door te zakken, maar ik heb twee kinderen. Het weegt niet op tegen het gezinsgeluk dat ik nu heb.”

5. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Dadendrang, noem ik het. Ik wil dingen doen in de wijde wereld. Ik ben een actieve mens. Ik hou niet van blijven hangen. Soms is dat problematisch. Ik heb periodes gehad waarin ik geen moment tot rust kwam. Daaraan heb ik moeten werken. Ik kan moeilijk mijn gedachten stopzetten.”

6. Welke kleine alledaagse ­gebeurtenis kan u blij maken?

“Gitaar spelen. Even een instrument vastpakken. Naar buiten kijken. Mijn jongste zoon, die een spontane kerel is met veel fantasie, in zijn eigen wereldje zien vertrekken. Ik heb heel graag ­kinderen. Het dagelijkse leven thuis, zeker als het een mooie dag is. Deel uitmaken van dat gezin, en daar soms met een beetje afstand naar kijken. Al die kleine ritueeltjes kunnen mijn dag goed ­maken.

“Ik probeer iedere dag iets te maken, al is het een akkoordenprogressie op piano of gitaar, of een paar interessante woorden op te schrijven. Ik vind het ook tof om een boek te lezen en de kinderen gade te slaan terwijl ze aan het spelen zijn of naar tv kijken. Dat is ook mijn opdracht als songwriter, om met die indrukken iets te doen. Soms gaat dat goed, soms gaat dat niet goed. Ik weet ondertussen dat je dat niet kunt forceren. Ik probeer er wel iedere dag mee bezig te zijn, dan voel ik me ook beter en nuttiger. Niets is moeilijker dan af en toe dat gevoel te hebben van: wat ik doe, hoe relevant is dit eigenlijk? Wat is de zin? Is het dit maar?”

7. Hoe definieert u liefde?

“Als het opbouwen van herinneringen waar je samen op kunt ­terugkijken. Ik zing dat ook in het liedje ‘Saved Along the Way’: ‘Now we’re living in a place / And it’s filled with memories.’ Gezinsgeluk is onbetaalbaar, vind ik. Het zorgt ervoor dat je bezig bent met de dingen die ertoe doen, iedere dag. Dat is niet alleen zorgen voor, ook luisteren naar en je ­verwonderen over die levens die door elkaar lopen. Als ik nu liefde moet definiëren, is het dat wat het onderweg geworden is.”

8. Wat biedt u troost?

“Gitaar spelen.”

9. Vindt u het leven een cadeau?

“Een opdracht. Het leven is een opdracht die je moet proberen goed uit te voeren. Kinderen ­opvoeden. Een relatie. Ik vind opdracht een ­beter woord dan cadeau, want dat is te ­vrijblijvend. Wat doe je met een cadeau?

“De ervaring dat je wijzer wordt met de tijd vind ik echt wel waardevol. Onlangs zat ik met een goede vriend op een terras en een paar tafels verder zat een viertal filosofiestudenten te ­discussiëren. Wij keken naar elkaar: dat opgaan in het debat en uitpakken met je mening en willen overtuigen, zo herkenbaar, maar toch ook lang geleden. Ik vind dat ergens wel aangenaam en mooi aan ouder worden dat je beseft dat het leven een voortdurende oefening is.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb nergens spijt van. Ik ken mensen die zo vaak teruggrijpen naar verhalen en frustraties uit het verleden, dat ik denk: laat het los. Je raakt er toch niet uit, laat het achter je. Ik denk dat spijt je niet verder brengt. Ik kan me ook geen parallel leven voorstellen. Voor mij is het dít leven.”

11. Wat is uw zwakte?

“Ongeduld. Goesting om erin te vliegen maar niet iedereen kan zijn agenda vrijmaken. Dit vind ik het moeilijkste aspect aan wat ik doe: plannen met anderen.

“Maar er moeten nog andere slechte eigenschappen zijn. (lacht) Mijn zelfdestructieve kantje. Ik ben verslavingsgevoelig. Ik ben ook wat te mild voor mezelf. Als ik op een avond een glas te veel drink, ga ik de volgende ochtend ­lopen, en in mijn hoofd is alles dan weer in orde. Dat is misschien niet zo eerlijk tegenover ­mezelf.”

12. Wat is uw grootste angst?

“Dat mijn kinderen iets zou overkomen. Dat zou ik niet aankunnen. Dat is ontegensprekelijk de grootste angst die iedereen die kinderen heeft ooit voelt.

“Als je kinderen iets overkomt, wil je dan nog verder leven? Dat is de vraag.

'Het moeilijkste aspect aan wat ik doe, is plannen met anderen.' Beeld ©Stefaan Temmerman
'Het moeilijkste aspect aan wat ik doe, is plannen met anderen.'Beeld ©Stefaan Temmerman

“Neem nu de dood van Sanda Dia. Voor de ­weinige keren dat ik dat doe heb ik nu ook ­getweet dat ik die rechtszaak steun. Het is zo verschrikkelijk wat die familie moet doorstaan. Die gerechtelijke procedureslag zal ook veel te lang duren. Een nachtmerrie.”

13. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Niet echt gehuild, maar een traantje weg­gepinkt. Tijdens het kijken naar een film samen met de kinderen. Karate Kid uit 2010, met de zoon van Will Smith. Over een jongen die ­opgeleid wordt door een kungfu-meester maar voortdurend fysiek gepest wordt. Tijdens een toernooi wordt hij door zijn tegenstander geveld met een illegale beweging, waardoor hij ­geblesseerd raakt aan zijn been.

“In de finale lijkt hij kansloos. Hij wordt weer ­tegen zijn been getrapt, valt op de grond van de pijn. Je denkt dat het voorbij is, maar hij richt zich op en maakt met zijn goede been een ­achterwaartse sprong waarmee hij de ander ­tegen de grond knalt. Totaal onverwacht wordt hij de Karate Kid. Een zodanige climax dat ik er emotioneel van werd.”

14. Bent u ooit door het lint gegaan?

“In die moeilijke periode met mijn lief ben ik vaak door het lint ­gegaan. Verbaal dan. Gigantische ruzies, waardoor iedere communicatie gewoon onmogelijk was.

“En ook professioneel. Als een optreden niet goed georganiseerd was of er was geen goede installatie, kon ik zo kwaad worden dat ik zei: ‘Fuck off! Dit doe ik niet.’ En ik was weg. Dat zal me nu niet meer overkomen want ik heb veel meer zelf het overzicht. Dit is wat er vroeger soms gebeurde: het overkwam mij. Eigenlijk heb ik ­geleerd: zorg dat het je niet ­overkomt en dat je het in de hand hebt.”

15. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik zit thuis op de vloer te spelen met de radio op de achtergrond. Ik had als kind veel fantasie. Ik zat snel in mijn ­eigen wereld.”

16. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Posters van rockbands uit de Joepie. Nirvana en Guns N’ Roses. De zanger Axl Rose met een net hemdje en kort shortje aan en een riem met foto’s van zijn vriendinnen in hun blootje. (lacht) Daar keek ik naar op, ja. Toen ik 11, 12 jaar was, waren dat de grootste bands ter wereld. Hun videoclips deden mij wegdromen. Die waren zo megalomaan als iets, met helikopters en dolfijnen.”

17. Welk boek heeft voor u een bijzondere betekenis?

“Als puber heb ik veel gehad aan Narziss en Goldmund van Herman Hesse. Dat vond ik bijzonder meeslepend. Ik heb heel erg genoten van het mysterie dat rond de grote schrijvers hangt. Hesse, Henry Miller, Bukowski, heb ik allemaal ­verslonden.

“En nu onlangs heb ik Het drielichamenprobleem van Cixin Liu ontdekt. Sciencefiction, maar ­wetenschappelijk onderbouwd en heel filosofisch. Fantastisch. Het begint in communistisch China, waar iemand een boodschap uitstuurt via audiowaves met de coördinaten van de planeet Aarde. Er komt een bericht terug van een buitenaardse beschaving. De boodschap is: wij hebben lebensraum nodig en komen jullie vernietigen. Obama zei over dat boek dat hij de wereldproblemen daardoor relativeert. Mochten we met zo’n ­dreiging geconfronteerd worden…

“Ik weet nog niet hoe het afloopt, maar ik vrees het ergste.”

18. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Verschillende keren. Ik zie mezelf niet als iemand die strikt gelovig is, maar ik kom wel uit die traditie. Door te reizen heb ik gemerkt dat het katholicisme toch een stuk van mijn identiteit is. Door in India met een boeddhist te praten, bijvoorbeeld. Dat ik een katholieke opvoeding heb gehad, wil ik niet negeren. Dat ik als jong gastje in mijn bedje aan het bidden was, en dus even mee was met dat christelijke verhaal, ik kijk daar niet op neer. Het lijkt me moeilijk om geloof zo categoriek af te ­wijzen. Ik denk dat ik indertijd toch iets gehad heb aan de boodschap van Jezus.

“Als ik naar een lentefeest ga, vraag ik mij af: waar gaat dit over? Ik vind het soms een beetje armoedig. Ik heb weinig met het instituut, maar de leer is wel interessant. We hadden het daarnet over Herman Hesse: Siddhartha, het verhaal van Boeddha, het verhaal van Jezus, het heeft allemaal dezelfde grond. Barmhartigheid gaat over goed leven. Ik ben niet iemand die het een deugd vindt om te zeggen: ik ben atheïst.”

19. Hoe zou u willen sterven?

“Omringd door mijn naasten. Pijnloos. Snel. Ik sta er niet echt bij stil. Misschien zal de gedachte ­vaker bij me opkomen als ik ouder word.”

‘Ik denk dat ik indertijd toch iets gehad heb aan de boodschap van Jezus.’ Beeld ©Stefaan Temmerman
‘Ik denk dat ik indertijd toch iets gehad heb aan de boodschap van Jezus.’Beeld ©Stefaan Temmerman

20. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Ik voel me best goed in mijn lichaam. Met ouder te worden heb ik geleerd om op mijn voeding te letten. Ik sport ook. Mentaal is dat goed voor mij. Ik loop nu al een paar jaar en ik voel me daar echt gelukkiger door.”

21. Wat vindt u erotisch?

“Aanrakingen.”

22. Wat is de spannendste plek waar u ooit de liefde bedreven heeft?

“Gewoon op straat. Op klaarlichte dag. Een mooie herinnering. (gniffelt)

“Of ik dat nu nog zou doen? Ik denk het wel, ja, als het moet. (lacht) Waarom niet? Heel dat gedoe over Ilse Uyttersprot destijds (van wie een filmpje de ronde deed terwijl ze seks had op een toren, red.), hoe hypocriet was dat! We leven in een oversekste maatschappij, en aan zoiets neemt ­iedereen aanstoot. Ik vrees dat we van die dubbele standaard nog lang niet af zijn.”

23. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Tijdens de coronacrisis heb ik me vaak geërgerd aan hoe eenzijdig een debat als dit gevoerd wordt. Zelf werd ik soms heen en weer geslingerd tussen verschillende standpunten, waardoor ik beseft heb dat je echt wel moet proberen om een complex probleem vanuit allerlei invalshoeken te bekijken voor je het echt kunt begrijpen.

“Ik ben een grote fan van Adam Curtis, een Britse documentairemaker die terugblikt op bepaalde grote maatschappelijke problemen van jaren ­terug. Hij maakt collages van gebeurtenissen, legt verbanden bloot, waardoor je er een narratief in ontdekt. Op die manier kun je veel snappen van de wereld. Over de wapenwedloop, bijvoorbeeld. Curtis brengt dingen aan het licht die niet in de mainstream komen. Ik denk dat we met covid ook pas achteraf het grotere plaatje gaan zien.

“Ik heb beseft dat het toch heel moeilijk is om een stem te zijn in het debat. Je kunt heel snel voor je beurt spreken. Het is goed om terughoudend te zijn. Pas veel later met genoeg afstand zal er een analyse mogelijk zijn.”

24. Welke droom hebt u nog?

“Het is misschien een beetje melig, maar het ­belangrijkste is dat mijn zonen verstandige en zelfstandige mensen worden die geluk vinden. En welke droom ikzelf nog zou willen realiseren? Ik wil gewoon gepassioneerd blijven doen wat ik doe. Dat zal me naar allerlei interessante ­momenten en plekken leiden. Ik heb heel lang weigerachtig gestaan tegenover het programma Liefde voor muziek, maar toen ik dan toch ­toegezegd heb, gaf het me zoveel energie.

“Ik zou het ook fantastisch vinden om een soundtrack te maken voor een goede film van een getalenteerde regisseur. Ik hoop dat ik relevant kan blijven en mensen en mezelf kan blijven prikkelen. Ik hoop bij wijze van spreken dat ik zo oud kan worden. Dat ik een publiek blijf vinden. Wat ik het meest gemist heb is concerten geven. Ik wil een impact hebben. Ik geniet daar echt van en haal daar voor een deel mijn zelfwaarde uit.

“Dát dus, in combinatie met een goede papa zijn.”

Absynthe Minded treedt op: 8/7, Leuven Air, 16/7, Gent Jazz 20/7, Muziekfabriek, Knokke, 21/7, Parktheater, Peer, 22/7, Adventure Valley, Durbuy, 1/8, Cristal Open Air, Aarschot, 12/9, Ubuntu Festival, Boom

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234