Zondag 27/09/2020

Beroep: fautograaf

Was Man Ray een knoeier die achteloos de opwindendste foto's maakte die het surrealisme heeft voortgebracht? Vergeet het maar. Een massief retrospectief in het Parijse Grand Palais laat ons binnenkijken in de keuken van de man die graag verhaaltjes vertelde. Allemaal gelogen natuurlijk.

Eric Min

Het lijkt wel alsof de Amerikaans-Russisch-joodse kunstenaar Emmanuel Radnitsky (1890-1976), die als Man Ray door het leven ging, zich een beetje schaamde voor zijn fotografisch werk. Het was niet meer dan een broodwinning, en de surrealistische meesterwerken die hij in het rond strooide, waren toevalstreffers. Dat is tenminste de officiële versie die Ray enthousiast uitsmeerde over de vierhonderd pagina's van Self portrait, zijn autobiografie uit 1963 die twee jaar geleden onder de titel Belicht geheugen in de reeks Privé Domein bij de Arbeiderspers verscheen. Alain Sayag en Emmanuelle de l'Ecotais, de samenstellers van de tentoonstelling Man Ray, la photographie à l'envers in het Grand Palais en van het gelijknamige boek, hebben overtuigend aangetoond dat de kunstenaar zowat iedereen bij de neus heeft genomen. Om hun stelling kracht bij te zetten, zochten ze ongeveer vijfhonderd foto's uit - het is een fractie van de 13.500 negatieven en vijfduizend contactafdrukken die in het Centre Georges Pompidou worden bewaard.

De man met een hoofd als een toverlantaarn - een compliment van Rays vriend en collega-surrealist André Breton - heeft duizenden portretten gemaakt. In het Europa van de vroege jaren twintig was hij ingehaald als hoffotograaf van de avant-garde. Le Tout-Paris wilde door hem geportretteerd worden, en het staat vast dat hij er comfortabel kon van leven. Zijn studio draaide op volle toeren. Ray droeg Londense pakken, reed met een Voisin en kocht een landhuis in Saint-Germain-en-Laye. Hij zou foto's leveren voor magazines als Vanity Fair, Vogue, Harpers Bazaar, Vu of voor het kruim van de alternatieve scène: Minotaure en La révolution surréaliste.

Van het mondaine appartement naar de morsige kunstenaarsmansarde was maar een kleine stap. De beroemde couturier Paul Poiret heeft andere modefoto's nodig, en Ray is zijn man. Niet gehinderd door de conventies van het medium gaat hij zijn onderwerp te lijf. Het loopt goed af, want de foto's barsten van sex-appeal. Kunst en erotiek waren mode. Vanity Fair wijdde een hele pagina aan de rayografie, het procédé dat in 1922 als bij toeval ontstaan zou zijn toen Ray de modefoto's voor Poiret ontwikkelde: "Een vel fotopapier kwam in de ontwikkelbak terecht (...) en toen ik tevergeefs een paar minuten afwachtte of er een beeld zou opdoemen, vol spijt over de verkwisting van het papier, zette ik gedachteloos een kleine glazen trechter, de maatbeker en de thermometer in de bak op het natte papier. Ik deed het licht aan; voor mijn ogen begon zich een beeld te vormen."

Die nacht experimenteert hij met elk voorwerp dat hem onder ogen komt: de sleutel van zijn hotelkamer, een zakdoek, potloden, een borstel... "'s Ochtends bekeek ik de resultaten en prikte een paar rayografieën - zo besloot ik ze te noemen - aan de muur. Ze zagen er verrassend modern en geheimzinnig uit." Toeval? Nauwelijks. Man Ray kende de experimenten van de vroege dadaïst Christian Schad, die gepubliceerd waren in Dadaphone. De ontdekking was een schot in de roos. Rijmde de rayografie niet met de surrealistische cultus van het toeval en met een spelletje als de écriture automatique? Het is Rays eerste zorgvuldig gecultiveerde mythe, en de zoveelste leugen om bestwil.

Eigenlijk was het wel een toeval dat Emmanuel Radnitsky fotograaf is geworden. In 1915 had de jonge schilder afbeeldingen van zijn eigen werk nodig voor de catalogus van een tentoonstelling in New York. Later mocht hij de beroemde kunstcollectie van Katherine Dreier registreren, en toen hij in Parijs belandde werd hij er de fotograaf van de artistieke belhamels in Montparnasse. Man Ray was geen burgerlijke portrettentrekker maar één van hen. Was de fotografie geen geknipte bezigheid voor immigranten zonder veel intellectuele ambities die de surrealistische taalspelletjes maar al te graag overlieten aan inboorlingen als Breton, Eluard of Aragon? In die dagen zijn het vooral buitenlanders die de camera hanteren: André Kertész, Ilse Bing, Germaine Krull, László Moholy-Nagy. De lens is hun schrijfmachine. Ze volgen hun instinct, ze maken fouten, experimenteren met schotse en scheve cadrages, onscherpe en bewogen clichés. Hun werk moest en zou modern zijn, spontaan, niet-academisch. Alle macht behoorde aan het toeval.

Het is geen wonder dat Man Ray zich uitsloofde om te bewijzen dat hij niet echt goed nadacht vooraleer hij afdrukte. Nogal wat foto's die vandaag in de ruime, sobere zalen van het Grand Palais werden opgehangen, laten zien dat zijn verhaal niet meer is dan een pose. Maar is niet alle kunst fake, ironie, spel? "Man Ray, n.m. synon. de Joie jouer jouir", schreef Marcel Duchamp: hij wilde spelletjes spelen, genieten, klaarkomen. En liegen alsof het gedrukt staat. "De boot meerde op 14 juli, de Franse nationale feestdag, in Le Havre af. Na een treinreis van ongeveer drie uur door het Normandische landschap met zijn groene weiden, waar hier en daar een paar boeren werkten, reden we het station Saint-Lazare in Parijs binnen (...) Duchamp kwam me afhalen." In werkelijkheid kwam Ray op 22 juli 1921 aan, maar hij kon het niet laten om de waarheid enig romanesk geweld aan te doen. Maar het Normandische landschap klopt, en ook Marcel Duchamp duikt echt wel in het stuk op. De mannen ontmoetten elkaar in 1915; ze speelden schaak en hadden geen kinderen. Ray zou in 1920 een stoffig fragment van Duchamps grote glasraam La mariée mise à nue par ses célibataires, même fotograferen. Hij presenteerde het als de vanuit een vliegtuig gemaakte opname Elevage de poussière ('Stofkwekerij'), of als een foto van het domein van Rrose Sélavy, Duchamps vrouwelijke alter ego.

Tot het einde van de jaren dertig fotografeerde Ray zijn eigen werk en dat van collega's als Braque, Dalí, Ernst of Picasso met hetzelfde gemak waarmee hij reclamefoto's voor kauwgom of schoonheidscrèmes afleverde, of taferelen met kerstcadeaus voor hem en voor haar in Vogue, of portretten van hele en halve beroemdheden - hij incasseerde 1000 francs per sessie. Onmiddellijk na zijn aankomst in Parijs had hij ook de uitgeefster Adrienne Monnier leren kennen; ze troonde schrijvers als Joyce, Pound, Hemingway of Eliot mee naar Rays hotelkamer. "Etre fait par Man Ray (...) signifiait que vous 'étiéz' quelqu'un", getuigt Sylvia Beach. Gretig publiceren Vanity Fair en Vogue Rays Parijse Hall of Fame. In een halfronde zaal van het Grand Palais hangen de eminente leden van de kunstenaarsbende die de wereld zou veranderen broederlijk naast de vertegenwoordigers van de beau monde.

In 1935 trakteert de fotograaf zichzelf op een advertentie voor zijn atelier in het tijdschrift Minotaure. De klanten stromen toe, en Ray moppert dat hij belegerd wordt door lieden die in hem niets meer zien dan een dokter die hen van hun complexen moet verlossen, of door mensen die een foto nodig hebben zoals ze bij de bakker een brood gaan kopen. Dat komt ervan wanneer iemand l'art discutable de la photographie gaat bedrijven omdat hij zijn schilderijen niet aan de straatstenen kwijtraakt.

Man Ray heeft niet veel tijd nodig om een poseersessie af te werken. In nauwelijks tien minuten maakt hij een handvol foto's. Hij heeft een jagersblik, cet oeil de grand chasseur (Breton). Het model mag niet lachen; hij wil het betrappen op een onbewust en natuurlijk moment, desnoods met de ogen dicht. Enkele accessoires, bijvoorbeeld de hand van een etalagepop, moeten volstaan. Achteraf zal hij cadreren: in het Grand Palais zien we talloze afdrukken waarop de fotograaf met de hand een kadertje heeft geschetst. In een interview uit 1951 beweert hij ook boudweg dat hij zelden of nooit retoucheerde. Het is een schaamteloze leugen. In zijn autobiografie maakt hij het nog bonter: "Ik had mijn eerste probeersels meegenomen (...) vergrotingen van kleinere negatieven zonder ze te retoucheren, een nogal gedurfde techniek voor die tijd, waar iedere zichzelf respecterende beroepsfotograaf op neerkeek, maar wat overeenkwam met mijn ideeën over realisme." Realisme? Ray retoucheerde wél. Had het model Kiki de Montparnasse, met wie de fotograaf zes jaar lang een gepassioneerde relatie had, geen complex wegens te weinig schaamhaar? Geen probleem: Ray tekende het er wel even bij. Retoucheren was not done in de artistieke cenakels die hem op handen droegen. Het getuigde van slechte smaak; de filosoof Walter Benjamin schreef dat het de revanche van mislukte schilders op de fotografie was. Man Ray vervalste en verduisterde als de eerste de beste buurtfotograaf, maar hij hield het zorgvuldig verborgen.

Na het speurwerk voor het Parijse retrospectief viel ook deze mythe aan scherven. Af en toe is het zelfs gênant om door het zotte geweld van voorstudies en bekraste afdrukken heen de definitieve versie waar te nemen. Moeten we al deze keukengeheimen wel onder ogen krijgen? Laten schrijvers het klad van hun roman publiceren? Ach, zelfs de boodschappenlijstjes van de dichter Charles Baudelaire werden opgenomen in de Notices, notes et variantes van de onvolprezen Pléiade-editie van zijn verzameld werk. Wie een publieke figuur wil wezen, moet maar af en toe door de mand kunnen vallen. Ik vermoed dat Radnitsky de polemiek over de authenticiteit van zijn werk best leuk gevonden zou hebben, en ook het recente vervalsingsschandaal zou op zijn instemmende gemonkel kunnen rekenen. Tussen 1994 en 1996 kocht een Duitse verzamelaar een tachtigtal originele foto's van Ray voor ongeveer zeventig miljoen frank. De verkoper was een zekere Benjamin Walter - met een naam als deze moeten we echt wel gaan geloven in de ironie van de geschiedenis. Achteraf bleek dat het geen vintages waren (door de fotograaf of onder zijn toezicht gerealiseerde afdrukken) maar ordinair werk uit de jaren zeventig of later, bijvoorbeeld op Nostalgia-fotopapier dat Agfa van 1991 tot 1994 in de handel bracht. Ook Elton John kocht in 1993 een twijfelachtige (want fout gecadreerde) versie van Les Larmes voor een kleine zes miljoen frank. De samenstellers van de Parijse tentoonstelling hebben nieuwe platina-afdrukken van de oorspronkelijke negatieven zorgvuldig en o zo voorzichtig op afzonderlijke lessenaartjes geplaatst. Niet aan de muren, want daar hangen de authentieke foto's. Of toch niet?

Het sterkste verhaal is meteen Rays beroemdste wapenfeit. Markiezin Casati, muze en beschermengel van de futuristen en andere tafelspringers, wil een portret. Rays lampen doen de stoppen doorslaan en hij besluit met het beschikbare licht te werken. De markiezin kan niet stilzitten; de foto is onscherp - Casati krijgt drie paar ogen. Ray durft zijn afdrukken nauwelijks te tonen maar de dame is verrukt: hij heeft haar ziel geportretteerd. Ze bestelt een heleboel exemplaren; één ervan belandt in Vanity Fair.

Vervolg op de volgende paginaVervolg van de vorige pagina

Tot zover de legende. Emmanuelle de l'Ecotais en Alain Sayag hebben de originele afdruk naast het beroemde portret opgehangen. De foto is zonder meer scherp. Ray heeft het negatief geretoucheerd en bewust enkele keren na elkaar belicht. Exit mythe.

De fotograaf heeft de goocheldoos van het dadaïsme en het surrealisme tot op de bodem leeggeschud. Zijn vrienden dweepten met de gelijktijdigheid van gedachten en dromen; in een bevlogen bui wilden ze de tijd afschaffen. Ray leverde de fotografische equivalenten van hun schilderijen en theorieën. Voor het portret van Tristan Tzara uit 1921 gebruikt hij twee negatieven: een halfnaakte vrouw die als een reusachtige schim opduikt naast de dichter, poserend onder een bijl en een wekker als een zwaard van Damokles boven zijn hoofd. Op het prachtige Erotique voilée (1933) leunt de kunstenares Meret Oppenheim tegen de drukpers in het atelier van de etser Marcoussis - het tafereel oogt losjes uit de pols maar de tentoonstelling toont aan dat Ray er een tiental opnamen heeft van gemaakt, een min of meer sadomasochistische fotoroman. De tranen op de wangen van Lydia, french-cancandanseres en model van Les Larmes (1932) zijn van glas; de foto verschijnt in een tijdschrift als reclame voor cosmetica. Soms zit het speelse element in de titel. Vroege foto's van een eierklopper en een knutselwerkje met wasknijpers en lampen heten in 1918 nog Man en Woman; drie jaar later verwisselt Ray de titels.

En waren de surrealisten niet bezeten van de aura, de uitstraling van mensen en dingen? Hun fotograaf zal haar vasthouden. Lee Miller, de aanvallige Amerikaanse fotografe die van 1929 tot 1932 Rays assistente was, vertelde ooit een indianenverhaal over de ontdekking van de solarisatie. In de donkere kamer liep er een muis over haar been; ze schrok en knipte de lamp aan. De negatieven kregen te veel licht zodat de contouren zwaar werden aangezet en de waarden gedeeltelijk omgekeerd. Het is een mooi verhaal, maar Man Ray kende het Sabatier-effect uit zijn Amerikaanse jaren. Alfred Stieglitz had er boeiende dingen mee gedaan. Als volleerde fautografen hebben Ray en Miller het procédé vooral gebruikt om kunstenaarsportretten en naakten een aparte toets te geven. Het charisma van geniale artiesten en blote lijven werd zo ongeveer tastbaar.

Het grote kind Ray heeft echt wel alle trucs uit Jongens en Wetenschap nagespeeld. Dubbele afdrukken, flou artistique, vervormende spiegels, grapjes met het model (Duchamp die poseert met zijn haar vol shampoo). Zijn leven lang waakte hij erover dat alles wat hij ondernam door het publiek werd ervaren als een programmapunt uit zijn pursuit of liberty and pleasure. Hij wilde een dilettant blijven en alleen maar leuke dingen doen, lui zijn en niet te veel nadenken. Zijn kamerbrede bed in de rue Frou was uitgerust met beweegbare dienbladen zodat hij liggend aan de slag kon, als een vadsige koning. Wie de honderden foto's bekijkt, stelt vast dat hij veel harder heeft gewerkt dan hij wilde toegeven. In de Parijse stamkroegen kon je natuurlijk niet aankomen met straffe verhalen over het noeste nachtelijke zwoegen van een ambitieuze burgerman. Je hoorde de absolute vrijheid van de artiest te proclameren en de glazen nog een keer vol te gieten.

Van ten minste één karaktertrek hebben noch de autobiografie noch zijn werk ooit een geheim gemaakt: de fotograaf was een zinnelijk wezen, un homme à femmes. De tentoonstelling en het boek laten een stoet van begeerlijke vrouwen voorbijtrekken. Bijna allen hebben ze Rays grote bed gedeeld. Kiki, schildersmodel en Violon d'Ingres van de fotograaf. Meret Oppenheim, kunstenares en de vrouw met wie Ray in 1933 de sensueelste zelfportretten uit zijn carrière heeft gemaakt. Jacqueline Goddard. De slangenbezweerster mademoiselle Dorita. Lee Miller, de fotografe met het hemelse lichaam die de surrealisten tijdens hun uitstapjes naar het zonnige zuiden tot naaktlopen en vrije liefde bekeerde - een gekwetste Man Ray mocht de foto's maken. Op alle denkbare manieren heeft hij zijn vrouwen in beeld gebracht. Er zijn rayografieën van een kus of van schaamhaar. Stukken van mensen: de borsten en de hals van Lee, billen die op handen gedragen worden (het beroemde La Prière uit 1930, ook al een fragment uit een fotoroman). In Rays korte film Le Retour à la Raison zien we Kiki's lichaam voor een gestreept gordijn waar de zon vrolijk doorheen schijnt. Tzara zette de film nog voor hij gerealiseerd was op het programma van de Parijse Dada-manifestatie van 6 juli 1923. Ray kreeg precies één dag om iets te bedenken. Hij strooide zout, peper, spelden en punaises op stroken film, belichtte en ontwikkelde; daarna monteerde hij er oude beelden van Kiki, papieren spiralen en aan touwen bengelende eierdozen door. Tijdens de projectie brak de film. Het publiek ging op de vuist en een peloton agenten ontruimde het theater. Het was een geslaagde avond. Terwijl de bezoekers van het Grand Palais langs Rays naakten schuifelen en de film als een perpetuum mobile door de zaal trilt, galoppeert de Garde Républicaine in groot ornaat over de Champs-Elysées, achter glas. We bekijken de expositie op de zoveelste verjaardag van de Bevrijding. Het surrealisme leeft. Rays geest kan tevreden terugkeren naar het kerkhof van Montparnasse.

Het retrospectief biedt een indrukwekkend overzicht van de populaire meesterwerken en de hartstochtelijk gekoesterde misluksels. Toch komt het subversieve karakter van le maître des lumières, de meester van het licht (en de list?) onvoldoende uit de verf. Zelfs hier vinden we geen spoor van het clandestien in Brussel uitgegeven boekje 1929, een bundel schunnige litanieën van Louis Aragon en Benjamin Péret met onbeschaamd pornografische foto's van Man Ray. We herkennen het kokette mondje van een pijpende Kiki de Montparnasse, we zien anonieme lichaamsdelen in elkaar verdwijnen. De 215 exemplaren van 1929 werden aan de Franse grens in beslag genomen. Ook vandaag verdraagt het officiële surrealisme uit de geschiedenisboeken hooguit wat braaf bloot. Het hitsige geweld van de kring rond Breton zou nochtans een passende illustratie zijn van de opvattingen die heel wat Europese avant-gardekunstenaars er in de jaren twintig en dertig op na hielden. Man Ray verwoordde hun credo, waar hij zelf af en toe met overtuiging tegen zondigde, als volgt: "Toeschouwer zijn heeft zijn aardige kanten: geen risico's of desillusies. Zijn, alles welbeschouwd, kunstenaars en filosofen niet alleen maar toeschouwers? De wereld zit vol bezige bijen, maar er zijn ook luilakkende hommels over wie kan worden gezegd dat ze het minste kwaad doen, de minste fouten maken. De minste fauten maken, mijnheer Ray?

Eric Min

De tentoonstelling Man Ray - La photographie à l'envers loopt tot 29 juni in het Grand Palais, Avenue du Général Eisenhower in Parijs (metro Champs-Elysées Clémenceau; tel. 0033/1/44.13.17.17). Geopend elke dag behalve dinsdag van 13 uur tot 20 uur, woensdag tot 22 uur. Toegangsprijs: 45 Franse frank. Bezoek volgens afspraak elke dag behalve dinsdag van 10 uur tot 13 uur (51 frank; tel. 0033/1/49.87.54.54 en bij Fnac). Het gelijknamige boek kost tot 29 juni 390 Franse frank, later 450 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234