Zaterdag 24/10/2020

Bernard-Henri Lévy en Jean-Paul Sartre,

'Hij placht te zeggen: Ik ben alleen maar filosoof geworden om de vrouwen te behagen, om hun liefde te krijgen. Dat is een van de dingen die ik zo aan Sartre bewonder: zijn appetijt om te leven, zijn dorst om de wereld te begrijpen en te omhelzen''Ik behoor tot diegenen die alleen maar kunnen schrijven te midden van het getoeter van auto's, de sirenes van ambulances, het gedaver van vuilniswagens... Voor mij brengt de schoonheid van de natuur meer ergernis dan geluk. In die zin ben ik een echte sartriaan'

levens tussen liefde en chaos

Martin Coenen

Zoals God is hij altijd en overal aanwezig: de Franse schrijver en filosoof Bernard-Henri Lévy. Drie weken geleden sprak BHL, zoals hij liefkozend genoemd wordt, de massa toe die in de straten van Wenen betoogde tegen de extreem-rechtse partij FPÖ en haar boegbeeld Jörg Haider. Met BHL zijn de Europese intellectuelen opnieuw in het politieke debat zoals dat heel gewoon was toen die andere schrijver-filosoof nog leefde, Jean-Paul Sartre. Over Sartre, die op 15 april twintig jaar dood is, schreef BHL zopas een boek: Le siècle de Sartre. Ze hebben veel gemeen, BHL en Sartre: de politieke strijd, de fascinatie voor hotelkamers, de passie voor vrouwen. Twee levens tussen liefde en chaos, ooit samengebracht door Annie Cohen-Solal, de biografe van Sartre.

'Wie geen angst heeft voor de dood is een monster. Ja, ik ben bang geweest. Veel. Vaak. Voor de kogels, voor de pijn, voor de sluipschutters op elke hoek van de straat, op elk dak... Sarajevo was een hel.'

Bernard-Henri Lévy neemt een hap van zijn Lion-reep. Hij kauwt de chocolade langzaam op, drinkt een slok thee. We zitten in de Thalys-trein die ons van Parijs naar Brussel brengt. Lévy is 52, groot, slank en mooi. Hij is gekleed in een modieuze zwarte broek en een wit hemd, hagelwit, de boord en de manchetten gesteven. Vier knoopjes van zijn hemd staan open. Het is zijn handelsmerk sinds zijn verschijning in 1977 als 'nouveau philosophe' in Bernard Pivots bekende boekenprogramma Apostrophes.

In zijn zopas verschenen boek Le siècle de Sartre gaat hij de dialoog aan met Nietzsche, Merleau-Ponty, Heidegger, Bergson, Althusser en Levinas. Moet men zo iemand als filosoof tegemoet treden? Ik vertel Lévy over mijn twijfel, verwijs naar Bertolt Brechts Me-Ti, het boek der wendingen, genoemd naar de gelijknamige Chinese filosoof: "Me-ti zegt dat je een filosoof maar beter als niet-filosoof benadert. Het leidt tot zouteloosheden wanneer men leeft om te filosoferen, in plaats van filosofeert om te leven."

Lévy haalt zijn hand door zijn gitzwarte haar. "Brecht heeft gelijk. Alleen het leven van het leven is van belang." En hij vertelt over zijn vier jaren van engagement in de oorlog in Joegoslavië. Alles was begonnen met een ontmoeting met president Izetbegovic van Bosnië-Herzegovina.

Lévy: "Hij heeft mij ontvangen in zijn paleis. Ik vertelde hem over de Spaanse Burgeroorlog. Al snel waren we het erover eens dat het conflict in Joegoslavië daar veel gelijkenissen mee had. Ten tijde van die Spaanse Burgeroorlog hebben veel Europese intellectuelen zich daar geëngageerd, sommigen hebben zelf de wapens opgenomen. Dus heb ik aan Izetbegovic gevraagd: 'Meneer de president, lijkt het u opportuun of niet, nuttig of onnodig, om u te helpen?' Zijn repliek: 'Kunt u vechten?' Hij glimlachte, keek mij aan en zei: 'Ik ben er zeker van dat u niet met een wapen overweg kunt.' Ik antwoordde: 'Er zijn andere wapens, meneer de president.' 'Dat is het 'm nu juist', zei Izetbegovic. 'Wij hebben onze eigen soldaten. Goede soldaten. Maar de wereld moet weten wat hier gebeurt. We hebben verstandige mensen nodig die met onze soldaten meegaan naar de frontlinies, die onze aanvallen filmen, het verzet van onze manschappen, de strijd voor het behoud van dit vaderland. Kunt u overweg met een camera?' Hij keek mij recht in de ogen. Een kort moment aarzelde ik, toen wist ik het zeker: 'Ik kan alleen maar een pen vasthouden, meneer de president, maar ik zal léren om te filmen.'

Nauwelijks een maand later was Bernard-Henry Lévy terug in Sarajevo. Een vriend-cameraman had hem een snelcursus filmen gegeven. Tussen september 1993 en februari 1994, in volle oorlog, draaide Lévy de documentaire Bosna!.

Lévy zou Lévy niet zijn als hij het daarbij liet. Hij ging op de politieke barricades staan en eiste, als eerste, een westerse interventie in Bosnië. Lévy: "Men wilde Bosnië opgeven zoals men vroeger Spanje had willen opgeven. Maar dit was erger. Dat er indertijd in Spanje niet werd tussengekomen kwam voort uit een terechte schrik voor Hitler en voor Mussolini. Zij wáren sterk. Dit was een heel ander verhaal: Milosevic en Karadzic zijn niet meer dan marionetten, schimmen, vazallen."

De Navo begon Servië te bombarderen. Van kritiek daarop wil Lévy nog steeds niet weten: "Ik heb nooit de houding begrepen van al diegenen die om vrede schreeuwden zonder zich af te vragen welke prijs de Bosniërs zelf moesten betalen voor die vrede."

Bernard-Henri Lévy werd beloond voor zijn stellingname: hij werd doctor honoris causa van de universiteit van Sarajevo.

"Elke intellectueel moet voor zichzelf uitmaken of hij zich wil engageren of niet. Ik veroordeel niemand die aan de zijlijn is blijven staan. Ik had geen andere keuze dan mij met de toestand te bemoeien. Wat in Joegoslavië gebeurde, had gevolgen voor heel Europa. De waarden van dit continent waren in het geding. Ik, die bezig was met waarden, moest consequent zijn."

Vier jaar lang zou Lévy regelmatig het leven delen van een volk in oorlog. "Vooral de eerste keer was het heel zwaar. De stad was belegerd, er was nog geen luchtbrug en Sarajevo was compleet van de buitenwereld afgesloten. De mensen leefden als ratten onder de bommen. Ik was één van hen. Het leven in extreme situaties is dieper, maar daarom nog niet zinvoller. Meer dan één keer heb ik in Sarajevo moeten terugdenken aan wat ik op mijn twintigste wilde worden: oorlogsreporter. Eh bien, ik wás oorlogsreporter."

De trein rijdt het station van Brussel-Zuid binnen. Beneden aan de roltrap wacht een blonde vrouw hem op. Ze omhelzen elkaar innig. 's Anderendaags geeft hij haar een naam: Martine.

BHL, zoals Bernard-Henry Lévi liefkozend genoemd wordt, is zonder meer het enfant terrible van de Franse intelligentsia en de meest mediagenieke 'nieuwe filosoof' van zijn generatie. Hij heeft zijn uiterlijk mee, en hij kent de kracht van de televisie. Toen hij voor zijn debuut La Barbarie à visage humain werd uitgenodigd bij Pivot werd hij meteen de revelatie van het seizoen. Zijn look was nonchalant maar bestudeerd, zijn oneliners gedoseerd: "De mens is een jager en hij jaagt het liefst op zijn medemens."

Twintig jaar later, in La Pureté dangereuse, is zijn opinie niet wezenlijk veranderd, maar ze is meer uitgediept en gerijpt. Als geen ander analyseert hij in dat boek de demonen van deze tijd - integrisme, fundamentalisme - en hoe die leiden tot rabiate xenofobie en genocide. Met BHL is een generatie van verloren gewaande helden weer opgestaan: de politiek geëngageerde intellectueel.

Het vreemde is dat hij een heel ander leven had kunnen leiden. Als zoon van een rijke houthandelaar had hij zelfs nooit hoeven te werken.

Lévy: "Ik ben toch een kind van mei '68." Een pauze: "Al zat ik toen vooral in de cafés van het Quartier Latin." Een lach.

Maar niet zoveel later schreef hij stukken voor het politieke blad Combat, hij werd verliefd op zijn mederedactrice en -strijdster Isabelle D. en kreeg een kind van haar, Justine-Juliette, nu zelf een succesvolle schrijfster.

BHL is intussen al voor de derde keer getrouwd, met de actrice Arielle Dombasle, met wie hij in een groot herenhuis aan de boulevard Saint-Germain woont. Een trappenhal in marmer, een living zo groot als een tennisveld, half kapel, half bordeel. Er is een beeld van Sjiva en in een antieken dressoir staat een collectie van honderd eieren - in onyx, marmer, koraal, emerald.

Lévy: "Het antiek en de snuisterijen zijn van mijn vrouw. Ik heb alleen maar boeken. Ik ben een nomade, altijd onderweg. Ik ben het volstrekte tegendeel van een geworteld mens. Geen plek is er waar ik aan gehecht ben. Ik ga daar waar mijn verlangen mij voert."

Als hij rust zoekt, gaat hij graag naar Tanger, in Marokko. "Een literaire stad. De stad van Morand, de Genet, Paul Bowles." Niet lang voor Bowles stierf, zocht Lévy hem nog op. Hij herinnert zich hoe mooi de hoogbejaarde Bowles toen de kracht van Tanger verwoordde: "Op een dag zal ik hier sterven. Kom naar mijn begrafenis. Het wordt voor u een hergeboorte."

Lévy schreef er La Comédie. "Meer nog dan Parijs is Tanger een kosmopolitische stad. Weliswaar is de Arabische wereld er overheersend aanwezig, maar het is ook een Europese stad, en er zijn Amerikaanse trekjes. Het gaat mij niet alleen om de geluiden van de stad, maar ook om de taal waarin die geluiden verteld worden. In Tanger wordt Frans gesproken, Engels, Spaans, Italiaans, alles tegelijkertijd. Het is die mengeling van verschillende origines die niet voor een kakofonie zorgt, maar juist voor een symfonie."

Het oeuvre van BHL is indrukwekkend. Duizenden pagina's heeft hij op zijn naam staan, zijn roman Le diable en tête is een van de beste boeken van de vorige eeuw. Begin dit jaar schreef hij Le siècle de Sartre.

"Mijn generatie, in elk geval in Frankrijk, was helemaal niet zo sartriaans. Mijn generatie had andere meesters: Derrida, Lacan, Foucault... Hun kritiek was dat de filosofie van Sartre ingehaald was door de moderne filosofie. Lange tijd ben ik een slachtoffer geweest van die ideeën."

Een slachtoffer? "Omdat ik er spijt van heb dat ik Sartre zo laat ontdekt heb."

Hij verbetert zichzelf: "Het was een her-ontdekking." Het begon met La Nausée. Een vriend in Londen raadde hem Les Chemins de la liberté aan. Regelmatig kwam hij op straat Annie Cohen-Solal tegen, van wie hij haar boek over de dichter Paul Nizan had geredigeerd en die bezig was met een biografie over Sartre. Hij las L'Etre et le Néant en Critique de la raison dialectique. "Sartre is de laatste van de grote filosofen in Europa. Ik wist dat ik ooit over hem een boek zou schrijven."

Een paar jaar voor zijn dood zocht BHL hem op. Hij herinnert zich de halflege bibliotheek, een vuile grijze zetel, een tafel in wit formica, overal asbakken. Lévy: "Sartre was incontinent. Als hij zich weer eens beplast had, zei hij: 'Men zou zeggen dat een kat op mij gepist heeft.' Hij relativeerde alles. Daarin was hij trouw aan zichzelf."

In zijn boek schrijft BHL: 'Sartre is een stedelijke filosoof, een filosoof van de macadam en de cafés.'

"Liever dan de rust van de bibliotheken zocht hij het geroezemoes op van het Café Flore. In stilte kon hij zich niet concentreren, hij werd er maar zenuwachtig van. Als we de Beauvoir mogen geloven bestelde hij in het restaurant altijd conserven uit blik, liever dan natuurlijke producten."

U hebt ooit een soort ode aan het beton geschreven. Bent u ook een stedelijke filosoof?

"Ik behoor tot diegenen die zich alleen maar goed voelen in de stad, die alleen maar kunnen schrijven te midden van het getoeter van auto's, de sirenes van ambulances, kirrende koppels, krijsende kinderen, het gedaver van de vuilniswagens... Voor mij brengt de schoonheid van de natuur meer ergernis dan geluk. In die zin ben ik een echte sartriaan."

La Coupole aan de boulevard Montparnasse. Er is een discotheek waar op vrijdag en zaterdag de vrouwen gratis binnen mogen. Er is een restaurant dat op weekdagen afgeladen vol zit. Specialiteit: oesters en vis. Bijna zijn hele leven lunchte Jean-Paul Sartre hier. Lange tijd had ook Annie Cohen-Solal hier een vaste plek. In 1985 verscheen haar biografie van Sartre. Vier jaar had ze eraan gewerkt. Het werd een megasucces met vertalingen in Europa, Amerika, Brazilië, Algerije, Urugay, Chili...

"Ik heb over de hele wereld over Sartre gesproken. Iedereen werd door hem geïntrigeerd. Hij was niet alleen een denker maar ook een provocateur."

Ze heeft net een lijvig boek af over de Amerikaanse schilderkunst. "Zonder Sartre was ik geen schrijver geworden, zonder Sartre was ik geen diplomaat geworden."

Haar diplomatieke carrière begon met één zinnetje dat ze uitsprak op de Duitse televisie: "Ik denk dat Sartre-Annie een goed koppel is." Cohen-Solal: "Het was een vraaggesprek met een gerenommeerd journalist van de ZDF, Herr van Böhm. Een joodse die Duits spreekt, dat zagen ze wel zitten. Een uur zou het interview duren. Op zeker ogenblik spreek ik dat zinnetje uit. Waarop die journalist vraagt: 'Zou u van Sartre hebben kunnen houden?' Hij bedoelde of ik met Sartre naar bed had willen gaan. Ik vond dat not done. Maar ik verloor mijn koelbloedigheid niet en zei: 'Herr von Böhm, hätten Sie Simone de Beauvoir geliebt?' Daar had hij even niet van terug. Wat wil nu het geval? Helmut Kohl had die uitzending gezien. Hij was er zo pissig over geworden dat hij persoonlijk 's anderendaags die von Böhm opgebeld heeft. En toen Kohl werd uitgenodigd op het Elysée was ik een van de gasten. Aan president Mitterrand zei Kohl toen: 'Deze vrouw kan uw beste ambassadrice worden'. Nog diezelfde avond heeft de president mij gevraagd om cultureel ambassadeur van Frankrijk in Amerika te worden. Ik heb mij geen moment bedacht. Twee maanden later zat ik al in New York. Per Concorde! Ik, die gewend was aan een minuscuul appartementje in Montparnasse, woonde plots in een groot penthouse aan Fifth Avenue. Ik had een chauffeur, 300 werknemers... Ik werd geïntroduceerd in de hoogste beurs- en kunstkringen. Een artikel in The Washington Journal: 'De dagen en nachten van Annie'. In The New York Times: 'De tomeloze energie van Annie'. Ik was een star."

Vier jaar duurde de glamour en glitter. Nu woont ze weer in Parijs, met haar achtjarige zoon. Sartre heeft nooit van kinderen gehouden. Kinderen spelen in zijn boeken geen enkele rol. Cohen-Solal herinnert zich een uitspraak van Aron: "Sartre heeft nooit een kind bekéken. Hij was voor kinderen even onverschillig als Descartes voor beesten." Als ik het daar de volgende dag met Lévy - zelf vader van twee kinderen - over heb, zegt hij: "Sartre zat op dezelfde golflengte als Baudelaire, over wie hij trouwens een boek geschreven heeft. Kinderen horen te zeer bij de natuur. Sartre en Baudelaire waren wars van elk naturalisme."

Cohen-Solal voert mij naar de boulevard Edgar-Quinet, waar Sartre op nummer 29 woonde. Het gebouw, in de schaduw van de Tour Montparnasse, houdt het midden tussen een goedkope huurkazerne en een Oostblok-gebouw. In de beigebruine gevel zit een glazen deur met metalen naambordjes. Een dokter en een neuropsychiater houden er een praktijk. Op de negende verdieping woonde Sartre. Zijn krant kocht hij in een kiosk op het kruispunt met de boulevard Raspail, zijn ontbijt nam hij in een café op de belendende hoek - een kleine wereld. Ook bijna al zijn vrouwen woonden in deze buurt. Annie Cohen-Solal toont mij het huis waar lange tijd Arlette Elkaïm woonde, Sartres adoptiefdochter maar ook zijn maîtresse.

Cohen-Solal: "Ik ben naar het Italiaanse dorp gegaan waar Sartre vaak zijn vakanties doorbracht. De mensen daar spraken er nog schande over. De hotelbaas had immers ontdekt dat Sartre sliep met de vrouw die hij als zijn dochter geregistreerd had."

Een timide vrouw, deze Arlette Elkaïm. Cohen-Solal heeft haar al lange tijd niet meer ontmoet. Wel heeft ze nog altijd contact met Dolorès Vanetti. "Elke keer als ik weer in New York ben, spreken we af. Een echte passionaria."

We gaan naar het kerkhof van Montparnasse. Nog maar net staat de auto voor de ingang aan de boulevard of ze zegt: 'Groet de doden van me.' Plankgas stuift ze weg in de witte Peugeot 206. Een bruusk afscheid, maar ik begrijp het wel. Drie uur eerder, in La Coupole, had ze de zilveren armbanden naast haar bord gelegd, de mouw van haar maillot opgestroopt en mij haar armen getoond: de huid bleek, de beenderen broos, de aderen vol wondjes van injecties en infusen.

Annie Cohen-Solal: "Ik heb een ongelooflijk succes gekend. De wereld lag aan mijn voeten. Maar als je de dood onder de lendenen hebt, stelt het allemaal niets meer voor."

Aan het paadje dat van de ingang van het kerkhof naar de rechtervleugel leidt, bevindt zich de tombe van Sartre. De eenvoudige steen wordt opgefleurd met een potje viooltjes en een bosje witte trosanjers. Op het kaartje staat: 'Niet vergeten'. Sartre is er niet alleen. Zes jaar na zijn dood op 15 april 1980 kreeg ook Simone de Beauvoir hier haar laatste rustplaats. Ze was lang niet Sartres enige vrouw, maar wel de vrouw der vrouwen. Met haar bedreef hij de laatste keer de liefde, zij sliep bij hem in de nacht dat hij heenging. Het was de uitdrukkelijke wens van de Beauvoir om in hetzelfde graf begraven te worden als Sartre. Romeo & Julia revisited.

Al bij leven vormden Sartre en Beauvoir een mythisch koppel. Annie Cohen-Solal: "Het was een LAT-relatie avant la lettre. Een halve eeuw geleden was het zeer ongewoon dat een jong stel besloot om een proefcontract van twee jaar te sluiten om te zien of ze wel echt bij elkaar pasten."

Jaloezie kwam in de woordenschat van het koppel niet voor. 'Lieve Castor', schrijft hij haar op zeker ogenblik - Castor, 'bever', zo noemde Sartre Simone - over de avonturen met Martine Bourdin. 'Met deze vrouw heb ik werkelijk álles gedaan. Een vrouw vol geuren en prachtig behaard en een tong die zich als een mirliton eindeloos ontrolt en je amandelen streelt.'

Aan zijn uitgever Gallimard vroeg hij om twee exemplaren van Critique de la raison dialectique te drukken met een opdracht 'Voor Wanda', alle andere waren 'Voor Castor'. Castor was zijn 'amour nécessaire' zoals hij het noemde, zijn noodzakelijke liefde, en daarnaast waren er de 'amours contingentes', zeg maar zijn tijdelijke vriendinnen.

Zijn eerste liefde was Simone Jollivet, een verre nicht. Aan haar, die hij zijn 'porseleinen meisje' noemde, zou hij zijn eerste roman opdragen. Cohen-Solal: "Het verhaal wil dat ze ervan hield om mannen op te winden door naakt voor de schoorsteenmantel te gaan voorlezen. Toen Sartre aanstalten maakte om tot de daad over te gaan kalmeerde ze hem met een passage uit Nietzsches Also sprach Zarathustra over de beheersing van het lichaam door de wil."

Met bijna alle vrouwen reisde hij naar Italië. Hij weigerde de ene relatie op te geven voor de andere. De liefdesgeschiedenissen eindigden bijna allemaal op dezelfde manier: Sartre stelde voor dat ze niet zouden eindigen. Als hij geen uitweg meer zag, zoals bij Dolorès Vanetti, stelde hij 'een vriendschapscontract' voor. Dolorès weigerde: "Ik wil liefde, geen vriendschap."

Bernard-Henry Lévy haalt in Le siècle de Sartre een herinnering op van Bianca Lamblin, die met Sartre had afgesproken in een rendez-voushotel in de rue Cels. "Hij weigerde om de gordijnen dicht te trekken. Toen hij klaarkwam, vertelde hij Bianca dat hij in hetzelfde hotel, in hetzelfde bed, al eens eerder een meisje ontmaagd had - minder dan 24 uur eerder."

Sartre ontsnapte niet aan wat elke man meemaakt die in zijn leven veel vrouwen begeerd heeft: afgewezen worden door de vrouw die je hartstochtelijk liefhebt. Bij Sartre was dat de Russin Olga Kosakiewicz. Sartre noteert: 'Ik was gespannen en onrustig. Iedere dag wachtte ik op een of andere onmogelijke toenadering.'

Lévy: "Een onmogelijke liefde. Olga gaf niet toe. Meer dan twee jaar was Sartre in verwarring, de waanzin nabij. Olga was een obsessie."

Is het u wel eens overkomen?

"Het is mij nog niet overkomen, nee. Gelukkig maar. Een leven zonder passie is zielloos, maar als een passie je jezelf doet verliezen en de essentie van je eigen leven aantast, ben je in groot gevaar. De passies die ik gekend heb, hebben mij geholpen om het beste uit mijzelf te halen."

De mobiele telefoon gaat over - de vijfde keer in minder dan een uur. "Sartre schreef heel veel brieven. Ik niet, ik haat dat. Ik wil wel praten met de mensen. Ik telefoneer me soms suf."

Hij haalt de wikkel van een Côte d'Or-chocolaatje. We zitten in het chique hotel Amigo aan de Brusselse Grote Markt. "Een vrouw is belangrijker voor mij dan de boeken die ik maak, of de films, of de toneelstukken. Een vrouw is alles. Zonder een vrouw is een man niets."

BHL is niet onbeslagen in de liefde. Samen met Françoise Giroud, biografe van Alma Mahler en ooit nog staatssecretaris voor Vrouwenzaken, schreef hij een boek over mannen en vrouwen. Hij vindt het onbegonnen werk om in een notendop conclusies te trekken. "Op het gebied van de liefde is niets bekend en alles te leren, en vice versa."

Hij gelooft niet zo erg in bevrijde vrouwen. "Veel vrouwen, zeker aan de top, zijn eenzaam. Ik sta er altijd weer versteld van hoe lijdzaam vrouwen teleurstellingen ondergaan, zeker op seksueel gebied."

Waarom?

"De angst om onbemind te zijn, om verlaten te worden. Vrouwen hebben dat veel sterker dan mannen."

Hebt u de indruk dat Sartre zijn vrouwen gebruikt heeft?

"Ja, maar de vrouwen hebben ook hem gebruikt. In het geval van de liefde is het altijd heel moeilijk om uit te maken wie crediteur en wie debiteur is. In de liefde gebruik je en word je gebruikt."

Zo'n relatie als Sartre had met de Beauvoir...

"... is magnifiek, maar ik voel geen afgunst. Ik heb een ander concept van de liefde."

Welk?

"Cher ami, mag ik nog iets voor mij zelf houden? Mijn privé-leven is geen publiek domein."

Het scheelt niet veel. Toen hij lag te zonnen aan de rand van het zwembad van het jetsethotel Eden-Roc verschenen die foto's in de boulevardpers. Toen hij bijna zijn huwelijksceremonie miste in het Zuid-Franse Saint-Paul-de-Vence, omdat hij niet op tijd weg kon uit Sarajevo, stond dat in alle Franse bladen.

"Als de paparazzi mij willen volgen, moeten ze dat maar doen. Ik bemoei mij er niet mee, dat zou te veel eer zijn."

De belangstelling van de pers voor het huwelijk hield ook verband met zijn echtgenote, Arielle Dombasle. Lang blond haar, de allures van Jerry Hall. Zij liet zich ooit ontvallen dat ze bij BHL de ideale relatiecarrière had meegemaakt: het kleine meisje wordt ontdekt, clandestiene maîtresse, verloofd, getrouwd. Voor haar schreef Lévy de speelfilm Le Jour et La Nuit, een Love Story op zijn Frans, met ook Lauren Bacall en Alain Delon in de hoofdrollen. Hij zat zelf achter de camera.

"De camera heeft me toegelaten om uiting te geven aan mijn liefde voor de vrouwen en hun lichaam."

Vrouwen zijn uw muze?

"Zeer zeker. Maar ik ga niet zover als Ernest Hemingway, die voor elk boek een nieuwe vrouw nam."

En Sartre?

"Hij placht te zeggen: Ik ben alleen maar filosoof geworden om de vrouwen te behagen, om hun liefde te krijgen. Dat is een van de dingen die ik zo aan Sartre bewonder: zijn appetijt om te leven, zijn dorst om de wereld te begrijpen en te omhelzen."

Ik loop door de straten van Saint-Germain-dès-Près. Hier waren de clubs en kelders die Sartre graag mocht frequenteren: Bart Vert, de Tabou, Canne à Sucre, Mephisto... In haar biografie noteert Cohen-Solal een lied dat Sartre hier vaak placht te zingen: 'Mannen, vrienden, tors je ballen/Breng je pik in het gareel/En dan gaan we met z'n allen/Fier ten strijde in 't bordeel.' Hier schreef hij teksten voor Juliette Greco, hier werd Sartre een symbool voor een generatie, hier was het geografische centrum van het existentialisme, de filosofie van Sartre.

"De media hebben Sartre en het existentialisme groot gemaakt", zegt Lévy. En hij kan het weten. Paris-Match, het blad dat ook zijn huwelijk versloeg, bracht een kwarteeuw eerder een groot verhaal over het existentialisme met op de cover een foto van een jong stel, geleund tegen de ingang van een van de clubs.

Lévy: "Sartre werd een label, een mode. Maar een mode is niet slecht. Boet een filosofie aan waarde in als ze een mode wordt of is het veeleer een pluspunt? Ik denk dat het nog zo slecht niet is."

Een vreemd lachje. Dan: "Wist u dat het indertijd in Parijs bon ton was om de mooiste meisjes te veroveren met citaten uit Sartre? Literatuur als paswoord voor seks."

Twintig jaar na de dood van Sartre blijft er van de eertijdse plekken van het existentialisme niets meer over. Hoe is het gesteld met zijn ideeëngoed?

Annie Cohen-Solal: "In Japan is Sartre verkozen tot één van de tien mensen die het gelaat van de eeuw bepaald hebben. Daar houden ze van Sartre, ze zijn gefascineerd door zijn filosofie. Ook de Afro-Amerikaanse intellectuelen, toch de meest vernieuwende intellectuelen van Amerika, hebben hem nooit losgelaten."

Voor het Franse weekblad Le Nouvel Observateur staat het vast dat Sartre in het begin van dit nieuwe millennium opnieuw alive and kicking is.

Lévy: "Sartre is een personage waar ik niet van hield en waar ik nu van hou, iemand die ik verafschuwde maar nu aanbid. Een wonderlijke en bewonderenswaardige man, die soms ook zwaar ontgoochelde. Sartre is de spiegel van onze tijd. Hij is een eeuw in zichzelf."

Toen Bernard-Henri Lévy in Sarajevo was, werd hij tot zijn verbazing geconfronteerd met Sartre. "Niet ver van de frontlijn, in de kelders van Dobrinya, kwam op woensdagavond een tiental jonge Bosnische universitairen bijeen om samen de Questions de méthode te lezen en te bespreken. Ze riskeerden hun leven om Sartre te lezen. Geeft dat niet aan hoe belangrijk die kleine man nog steeds is?"

Wat spreekt u zo aan in het existentialisme?

"Het is een filosofie van de absolute vrijheid. De mens die zich losrukt van de aarde, de familie, de natie, de toekomst, zichzelf... Alles wat hem bindt, laat hij achter zich. Ook het idee dat het heden evenzeer bepaald wordt door de toekomst als door het verleden. Het is paradoxaal, bizar, vreemd, maar het is ook van een uitzonderlijke aantrekkelijkheid, want als je zo doordrongen bent van dat ideeëngoed leef je vrijer."

Hoe had Annie Cohen-Solal het gezegd?

"Het existentialisme is een filosofie die voorhoudt dat het de taak van de mens zelf is om zijn essentie te creëren. Daar komt lijden bij kijken, vechten en angst. Het is de confrontatie met de menselijke laagheid, de dark side of life - daarom dat de katholieken ook zo tegen het existentialisme waren. Voor mij kan Sartres denken niet beter worden samengevat dan in: 'Je pense contre moi-même'. Anders gezegd: stel alles, inclusief jezelf, voortdurend ter discussie en in twijfel. Op die manier bekeken is het existentialisme geen gemakkelijk rijtje slogans, maar een opgave."

Lévy gaat nog een stap verder: "Aan het begin van dit millennium, met massale migraties, met oude naties die zich narcistisch bedreigd voelen door nieuwe volkeren, is de filosofie van de vrije mens van heel groot belang. De mens is vrij om een toeschouwer te zijn, de mens is vrij om te participeren."

Meester Sartre heeft er lang over gedaan om zijn eigen ideeën maatschappelijk te vertalen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft hij nooit gestemd, geen petitie getekend, niets. Toen schreef hij een artikel in een weekblad dat met de Duitsers collaboreerde. Sartres eerste vergissing, en lang niet zijn laatste. Hij ging naar Moskou, Peking, Cuba... en blunderde.

Discipel Lévy neemt de verdediging van de meester op zich. "Ik wil ervoor waarschuwen om het prachtige engagement van Sartre als één grote vergissing te zien. Dat artikel was fout. Maar Sartre heeft nooit proberen te verdoezelen dat hij toen over de schreef gegaan is. Sartre heeft de lofzang van Castro bezongen. Maar toen er een kunstenaar onrechtmatig in de gevangenis werd gegooid, organiseerde hij mee het verzet. Sartre heeft veel slechte dingen gedaan, maar nog meer goede. Wat is een vergissing? Soms is de intelligentsia van een epoque verplicht om blunders te begaan om de waarheid te achterhalen. Het is choquerend om dat te zeggen, maar het is wel zo."

Gaat u in uw engagement verder dan Sartre in zijn tijd?

"Ik heb niet het genie van Sartre, ik doe het op mijn manier. Ik hou van het engagement van het terrein."

Ervaring zat: BHL zette zich in voor de armen van Bangladesh, manifesteerde tegen de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in het Argentinië van de kolonels, trok zich het lot aan van de dissidenten van de Sovjet-Unie. En om de Afghanen uit hun isolement te halen drong hij 150 kilometer door in vijandig gebied.

Lévy: "Mij interesseert de andere kant van de medaille. Daarom wil ik ook ver gaan. Toen het in Algerije zwaar uit de hand liep, toen het onmogelijk was om een visum te krijgen, ben ik toch ter plekke op onderzoek uit gegaan. Ik wilde van binnenuit getuigen over de bloedbaden daar. Of neem de oorlog in Tsjetsjenië. Het is goed om op de place de la Concorde te protesteren, maar het is nog beter om onder de neus van de Russische generaals en oog in oog met hun tanks te zeggen waar het op staat. Dat doe ik dan. Of het tot iets dient, moet de geschiedenis maar uitmaken."

U ambieert geen politieke carrière?

"Macht interesseert me niet. Ik zou mij maar vervelen. Dat is misschien een egoïstisch motief, maar het is wel zo. Macht is een valstrik. Ik geloof ook niet dat een politicus daadwerkelijk macht heeft. De echte macht behoort toe aan hen die het kapitaal hebben. Een politicus heeft ook geen morele macht. Ik denk dat een intellectueel meer morele macht heeft dan een eerste minister."

Gaan literatuur en politieke actie wel samen?

"Niet echt. Actie doet een schrijver veel tijd verliezen. Maar er is meer dan alleen maar literatuur. Er zijn de dwingende noden van de tijd. Daarom ben ik vroeger naar Sarajevo gegaan. Daarom ben ik nu naar Oostenrijk gegaan. De barbaarsheid met het menselijke gelaat loert om elke hoek."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234