Zondag 04/12/2022

Benny Claessens en Tom Waes, alias DE broers De Pauw

Tom: 'Wat ik lichtjes verontrustend vind, is dat de dames op het type 'slechte man' lijken te vallen. Echt, je kunt niet geloven hoeveel reacties ik van vrouwen krijg in de zin van: 'Djeeezes wat een klootzak ben jij in die reeks, maar ik heb dat graag'. Hoe komt dat, denken jullie?'Benny: 'Ik baal van dat gekakel � la 'het leven is mooi, bon, het is wel oorlog, maar we geven veel voor het goede doel'. En intussen maar de Chanels vergelijken en zich samen absolutely fabulous voelen'

'Wij zijn barts verlengstukken'

Cathérine Ongenae en Marijke Libert / Foto Stephan VanfleterenUiterlijk verschillend, maar innerlijk brandt eenzelfde vuurtje. Tom en Benny van Het geslacht De Pauw balen van fake mensen en valse beleefheid. Benny Claessens: 'In het echte leven ben ik meer zoals Tom uit de serie. Ik ben luid. Ik roep, ik tier, ik stel me aan.' En Tom Waes? 'Rustig, rustig. Het spijt me voor de dames die vallen voor de schurk, maar zo ben ik niet.'

Het is niet omdat Toms privé-auto de 4x4 uit de tv-serie is en Benny's Michelin-banden rond de heupen even echt zijn als op tv; het is niet omdat Tom die macho manier van lurken heeft aan zijn Marlboro en Benny even geaffecteerd spreekt als op tv; het is kortom niet omdat deze acteurs van Het geslacht De Pauw qua handeling dicht bij hun groteske uitvergroting zitten dat we mens en rol mogen verwarren. En toch... toch zijn we geneigd tussen de gespeelde en echte Tom en Benny af en toe dat dunne grensje waar te nemen. Tussen Wahrheit en Dichtung, het eeuwige gegeven waarmee acteurs en schrijvers worstelen. We vroegen hoe dat zo kwam, dat we dat vaststelden. Zelden zo'n lange pauze gehoord tijdens een interview.

Benny: "Dat ménen jullie niet. Het is wel zo dat we, omdat we ons moeten smijten en moeten improviseren, durven te putten uit iets wat dicht bij onszelf blijkt te liggen. Onze maniertjes en tics zijn dan vergelijkbaar, maar puur menselijk zitten we heel anders in elkaar. Reken maar. Toch zit er iets heel boeiends in het feit dat we ons zo maximaal van onszelf bedienen. Het is wat ik bij Luc Perceval heb geleerd. Vertrekken bij jezelf is de gezondste manier om theater te maken. Het is ook de eerlijkste."

Tom: "Je kunt niet én improviseren én een spraakgebrek fingeren én de een of andere persoon gaan bedenken, dat lukt gewoon niet. Kortom, het kan niet anders dan dat je in een rol vervalt die ergens in de buurt ligt van hoe je uiterlijk overkomt. Dat toont zich dan in de manier van praten, lopen, roken, autorijden, noem maar op, maar absoluut niet op het gebied van ons karakter. Spaar me daarvan!"

Toch kunnen jullie zich vrij makkelijk inleven in die bijwijlen extreme types. Of is het minder simpel?

Tom: "Bart reikt ons die groteske situaties aan. Daardoor worden we meteen ver gedreven. In de eerste nieuwe aflevering zondag zit een scène waarin ik met mijn tv-vrouw Tine naar de gynaecoloog moet. Je weet op voorhand dat die ziekelijk jaloerse macho Tom op zijn achterste poten gaat staan zodra de dokter er ook maar aan denkt tussen Tines benen te gaan kijken hoeveel opening er is. Hij moet met zijn poten van 'mijn vrouw' blijven, weet je wel. Nu, ik verzeker u dat ik daarin gedreven ben door het absurde van dat gegeven. In het echte leven is zoiets uitgesloten. Ik heb twee kinderen, ben elke keer mee geweest naar de gynaecoloog, heel braaf. (stilletjes) Ik heb misschien wel gedacht: 'Moet dat nu echt dat hij met zijn poten'... (Benny lacht luid)"

Is dat kicken, doen wat in het echte leven niet mag?

Benny: "In mijn geval is het spijtig genoeg een beetje omgekeerd. Ik mag op tv veel minder doen dan in het dagelijks leven. Enfin bekijk die Benny De Pauw! Dat blijft toch echt wel een seut. Hoe hij ook zijn best mag doen in de tweede reeks om eens flink van zich af te bijten, de Benny uit Het geslacht blijft een kamerplant. Van een dergelijke houding mag je mij privé absoluut niet verdenken. Ik zou in het echt meer reageren op de manier waarop Tom het in de tv-reeks doet. Ik roep, ik tier, ik stel me aan."

Tom: "Ik zou het iets onderkoelder doen, maar ook privé ben ik steeds de rebel gebleven. Voor zover ik me kan herinneren, was het altijd prijs. Eerst thuis, daarna op school en dan, tja, gewoon overal. (haalt schouders op) Bart De Pauw wist dat, hij heeft me daarop gecast. Wat voor Bart vooral leuk is, is dat hij via types zoals Benny en mij zichzelf kan laten spreken. Hij speelt in Het geslacht de lul, een laag-bij-de-grondse BV, maar zijn agressie, zijn kritische commentaar, zijn nuchterheid en hang naar absurditeit moet hij ook kunnen ventileren. Dat gebeurt via Maaike en ons."

Benny: "Wij zijn Barts verlengstukken, zijn ledematen."

Tom: "Het is wel zo dat we af en toe enorme schroom moeten overwinnen. Maaike zegt dat dikwijls. Herinner u die aflevering waarin ze tijdens een receptie aan Van Himst vraagt of hij ook een politicus is. Ze mocht er niet bij zeggen dat het om te lachen was. Dat is om dood te gaan van schaamte. Ik voelde het ook toen ik in die elektrozaak Krëfel binnen moest gaan om daar te onderhandelen over een meet and greet met Bart. Daarvoor moet je toch een paar grenzen tegelijk over."

Intussen kent men jullie overal. Het zal voor de tweede reeks niet makkelijk zijn geweest om fratsen uit te halen. De verrassing is weg.

Tom: "Het lukt ons nog altijd om hetzelfde soort grappen uit te halen."

Benny: "In putje Limburg blijken ze Het geslacht nog niet echt te kennen. We waren gisteren voor opnames op de Zwarte Markt van Tessenderlo en konden daar gewoon ons ding doen. Ik vond het vreemd, alsof ik heel even in de hel binnen kwam."

Zeggen jullie soms: oei, hier gaan we er ferm over. Met het verhaal, het personage, de sketch?

Tom: "Ik had het toen we dat onnozele filmpje aan het maken waren bij de Pfaffs, recentelijk, voor die Tsunami-show. Ik had even het idee om als Tom De Pauw bij het telefoonpanel te gaan zitten en vanuit die rol tegen de bellers te zeggen: 'Dat rekeningnummer dat ze op tv doorgeven, klopt niet, ik zal u een ander geven waarop u probleemloos kunt storten'.... tot je inziet: dit kan niet in de gegeven omstandigheden.

"Lastig heb ik het ook als ik met Barts kinderen Amélie en Quinten moet spelen. In de nieuwe reeks sta ik op een bepaald moment tegen de jongste, het meisje, te roepen (schreeuwt) 'Awel, wat is 't? Hedde in uw broek gekakt of wat?' Je ziet dan dat verschrikte gezichtje en na die scène ga je dat kind meteen vastpakken en knuffelen en zeggen: 'Je weet toch dat het om te spelen is'."

Snappen die kinderen altijd dat het fictie is? Ze zien ook veel echte stukken. Hun echte oma (de moeder van Barts echte vrouw) speelt oma, hun echte papa is papa en dan is er een valse mama die hun moeder speelt. Kan verwarrend zijn.

Benny: "Ze begrijpen het grootste deel, alleen dat Maaike hun moeder speelt, was even moeilijk. Voor hen zijn het: papa, oma, Maaike, Benny, Tine en Tom die met en voor die camera iets onnozels doen. En ze mogen mee onnozel doen."

Wat is er voor jou persoonlijk soms over, Benny?

Benny: "Ik ga er zelf regelmatig over, vind ik, vooral in woorden. Bart moet me ook af en toe bijtrekken. Als ik, dierenfreak zijnde, over een hond zeg dat hij 'het innerlijk van de dalai lama' heeft, dan kan dat niet. Dan ironiseer ik te veel en het blijft zaak om dicht bij het echte te blijven. Dat leer je snel zodra je volop bezig bent."

Tom: "We hebben bij de start van de tweede reeks ook weer aan de situatie en elkaar moeten wennen. Het was moeilijk omdat we meteen op locatie begonnen. Het was pas toen we later met z'n allen aan tafel zaten in het huis dat alles weer in de plooi viel."

Bestaat het omgekeerde: dat je thuiskomt en nog even Tom De Pauw blijft spelen?

Tom: "(lacht) Vergeet het. Ik zou niet lang thuis zijn. Mijn vrouw zou er mij meteen uit zetten. Ik moet zelfs niet probéren."

Jullie zijn beiden rebellen in Het geslacht. Wat betekent de term rebellie voor jullie persoonlijk?

Tom: "Het is niet: veertien jaar oud zijn, een zwakke leraar voor je hebben staan en dan maar dwars zijn. Ik deed die dingen, maar of dat rebels is? De omstandigheden brengen je tot zo'n houding maar rebellie is veel meer dan dat."

Benny: "Het is meer een levenshouding van verzet voeren binnen een aangenomen systeem. Ik heb de laatste tijd verschrikkelijk veel last van wat ik de gruwelijke beleefdheid en de valse vrolijkheid noem. Ik verzet mij, reageer, toon het dat ik dat onecht vind. Bijvoorbeeld als mensen sympathiek tegen mij beginnen te doen omdat ik in een stuk van het Toneelhuis meespeel. Je wéét dat ze jou niet mogen en daar staan ze dan vals te zijn. Ik kan niet nalaten om dan te zeggen: 'Hoezo, jij kunt mij toch eigenlijk niet uitstaan?' Als ze dan nog ontkennen, is voor mij het gesprek afgelopen. (zucht) Ik heb het ook moeilijk met de sfeer die heerst rond Studio Herman Teirlinck, dat vrolijke van 'we zijn allemaal in de wereld, we gaan het allemaal maken'. Fake. De dag dat je afstudeert bij Studio merk je al dat het niet klopt. Je moet van die wolk af. Meteen."

Tom: "Ik vind rebellie niet het juiste woord. Ik heb het liever over argwaan. Dat zit heel sterk in mij. Ik zeg ook wat ik meen en verlang dat van anderen. Bart De Pauw is om die reden een goede vriend van mij. Hij doet dat meteen, vaststellen wat goed of fout is. Ergens hebben alle acteurs bij Het geslacht diezelfde houding van direct zijn en recht door zee gaan. Hoewel we elkaar tevoren van haar noch pluim kenden, blijken we in dat opzicht wonderwel bij elkaar te passen."

Benny: "Het is niet een opgefokt gedoe van 'we moeten elkaar graag hebben'. Wij hebben het voordeel dat we 's avonds niet met een hese stem thuiskomen omdat we de hele dag geforceerd stonden te roepen hoe geweldig we elkaar vonden."

Het blijkt nochtans vrij vaak voor te komen, acteurs die in series, soaps, seizoenen en jaren lang met elkaar moeten spelen en elke dag bijna uitgebeend van de set strompelen omdat ze niet meer op elkaars gezicht kunnen kijken en toch blijven lachen!

Benny: "Dat is ook zoiets vies hé, dat 'blijven lachen'. Je hoort het overal. Die coach van Idool zei het telkens opnieuw voor de Idolen op het podium stapten. Ook als ze zo net daarna een donker lied over de hongersnood moesten zingen. Blijven lachen, riep ze. Absurd. Ik heb de voorbije jaren geleerd om nog kieskeuriger te zijn met wat ik doe. Ik zou nog liever zware uren kloppen in een nachtcafé dan in een voorstelling te zitten van een soort theater dat ik zelf niet volg. De Tijd, om een voorbeeld te noemen, daar zou ik nooit bij willen spelen. Ik kijk ernaar, dat is goed gedaan, maar niet mijn ding. Dus ik pas."

Waarop selecteren jullie: op namen, theaters, plaatsen, sferen, concepten?

Benny: "Bij mij heeft het alles met mijn mening over theater te maken. Ik weet wat het niet moet zijn en dan schiet er in Vlaanderen nog weinig over. Er zijn in totaal maar vier regisseurs, mensen zoals een Luc Perceval bijvoorbeeld, die werken op een manier die dicht bij mijn denkwereld ligt."

Tom: "Ik moet vooral vertrouwen hebben in mensen. Ik heb ooit 'ja' gezegd tegen Bart De Pauw puur door het concept en omdat ik in hem geloofde. Anderzijds, je moet soms ook stappen durven te zetten die minder evident lijken. Ik heb vijf jaar voor Woestijnvis gewerkt, voor Rob Van Oudenhove en consorten. Later werkte ik voor Luc Alloo en nog later deed ik voor VTM de regie van De Planckaerts. Ik heb zelfs drie afleveringen geregisseerd van Sos Piet, omdat een bevriend regisseur gevraagd had even in te springen. Nu, ik vond dat geweldig. Piet Huysentruyt is als kok een vakman en zijn programma heeft een goed concept. Had men mij echter op voorhand gevraagd iets met Huysentruyt te doen, dan had ik misschien neen gezegd en dan dit gevoel gemist. Soms moet je ook eens in het halfduister durven te springen."

Jullie hekelen de BV's in Het geslacht, maar intussen werken jullie met de BV's en zijn jullie het zelf. Hoe verkennen jullie dat wereldje?

Benny: "Mijn houding is niet veranderd: ik voel er niets voor. Ik mijd dus de recepties, de TV 1-gala's en feestjes van Exclusief. Als ik zou gaan, zou het om te lachen zijn. Maar ik ken mezelf, dat soort lachen duurt amper een half uur en dan word ik heel slechtgezind. Ik baal van dat gekakel à la 'het leven is mooi, bon, het is wel oorlog, maar we geven veel voor het goede doel'. En intussen maar de Chanels vergelijken en zich samen absolutely fabulous voelen."

Tom: "Ik vind het niet onprettig als mensen me aanspreken en spontaan over Het geslacht beginnen. Ik vind het evenmin lastig af en toe een handtekening te zetten. Nu, eerlijkheidshalve, een horde fans rekruteer ik niet. Dat zal met die rol van Tom te maken hebben. Misschien zijn de mensen bang op hun bakkes te krijgen als ze mij aanspreken. Net als Benny mijd ik dat defilé der bekenden. Ik ken ze intussen, de mensen die bij de première van een film waar buiten de camera van De rode loper staat braaf aanschuiven om toch maar hun reactie te mogen geven en in beeld te zijn. Ik duik dan weg."

Hoe reageren bekende Vlamingen op het feit dat ze in Het geslacht gehekeld worden? Reageren ze überhaupt?

Tom: "Ik kreeg veel reacties uit die hoek. Het leukste vind ik dat elke bekende mens die ik tegenkom en die spontaan over Het geslacht begint het super vindt, maar dat niemand zich zelf voelt aangesproken. Grappig, toch."

Benny: "Wat wil je, die moeten blijven lachen. Het is die houding van 'vooral niet nadenken over het feit dat je er op een dag niet meer bent'. Laten we ons lekker onsterfelijk voelen."

Eigenlijk is elke creatieve mens toch met onsterfelijkheid bezig? Gaat de acteur niet op zoek naar de ultieme rol die hem heel even eeuwig maakt?

Benny: "Ikzelf doe dat zeker niet. Ik werk van project tot project en telkens opnieuw is de inzet 'genialiteit'. Acteren is meer een steun in mijn eigen rug, dan dat ik er voor de buitenwereld een stukje onsterfelijkheid mee wil vergaren. Ik vertrek altijd vanuit de gedachte dat je ooit doodgaat. Dat vind ik ook zo mooi aan toneelspelen of aan Barts programma maken: je plaatst mensen steeds in een nietige positie. Uiteraard ben ik ook bezig met de opvulling of zingeving van mijn leven maar ik doe dat door bezig te zijn. Hoe goed ik mijn job ook doe, alles is eindig. In de nacht na een fantastische voorstelling kan ik gewoon overreden worden."

Tom, wij verdenken er jou van dat je op een andere manier denkt.

Tom: "Klopt. Ik wil me amuseren, genieten, me goed voelen met alles wat ik doe en met de mensen met wie ik werk en leef. Dat tijdelijke, eeuwige, het voortduren, eindige, I don't care. Je merkt het ook in wat ik doe. Ik werk nu aan het programma Trigger Happy voor Kanaal Twee, iets speciaals over verborgen camera's, en ik doe dat graag omdat het heel eigenzinnig is."

Zou je niet graag in het theater spelen?

Tom: "Ik zou dat echt graag doen, ik heb dat al eens gezegd tegen Benny. Ik ben nochtans een absolute leek, heb geen toneelopleiding gevolgd."

Benny: "Ik heb je ook al gezegd, Tom, dat ik liever werk met iemand die geen theaterstudies heeft gedaan dan met iemand die slechte theaterstudies deed. Een school kan je echt misvormen."

Spreekt hier andermaal de oud-Teirlinck-student?

Benny: "(gespeeld) Hoe moet ik me hier uit redden? Nu, mijn inzet voor dit interview was: minstens drie lezersbrieven. Wat ik wil zeggen is: je moet achteraf leren omgaan met de school waar je ooit les kreeg. Tijdens je opleiding leer je zoveel bij, wordt er zoveel toegevoegd dat je een stuk van je spontaniteit en je wezen aflegt. Ik ben er pas na mijn studies achter gekomen dat het niet gaat om wat je kunt, maar om wat je te vertellen hebt. Heel soms is het zelfs beter om wat je te vertellen hebt slecht te spelen dan een banaal, inhoudsloos verhaal puik te vertolken. Ik was heel arrogant toen ik die school verliet, Studio maakt acteurs ijdel. IJdelheid heb je niet nodig als je speelt, dat gooi je het best zo ver mogelijk weg. Daarom ook vind ik het fijn met mensen te werken die absoluut geen toneelopleiding kregen, maar die er gewoon zijn. Mensen met een dosis realisme."

Tom, voel jij je anders als je met 'echte' acteurs samenwerkt?

Tom: "Ik heb me nog nooit buitengesloten gevoeld. Schroom om iets uit te voeren, heb ik wel. Zoals laatst toen ik een rol speelde in een aflevering van Rupel. Ik moest me laten arresteren door Johan Terryn, daarbij de bange wezel spelen die het in zijn broek deed van de schrik. Ik moest in mijn cel zitten huilen en uiteindelijk een einde maken aan mijn leven. De eerste scène die we deden, was dat ik zat te snikken in die cel. Brr. Ik heb me nog nooit zo naakt gevoeld. Toen dacht ik: hoe doen professionele acteurs dit?"

Benny: "Voor huilen zijn er trucs. Je kunt iets fysieks doen met je lichaam maar je hebt uiteraard ook altijd Vicks."

Tom: "Bon, het werd dus Vicks. Ik heb blijkbaar heel overtuigend gehuild want het werd behoorlijk stil op de set. Ik ben naar huis gegaan met het gevoel 'tiens, dit kan ik dus ook, het hoeft niet steeds die macho te zijn'."

Wat ook overlappend is tussen beide personages in het Het geslacht is de manier waarop jullie de mensheid bedotten.

Benny: "Klopt, en het wordt in de tweede reeks bepaald grof, wat mijn personage betreft. Benny belazert de boel iets geraffineerder dan Tom, minder direct, maar het blijft één grote schertsvertoning."

Tom: "Ook in mijn rol wordt dat aspect ten top gedreven. Ik merk dat het publiek precies dat niet los kan koppelen van mijn persoon. Ze denken dat ik in het echt ook iedereen zit te bedriegen. Ik sta privé heel ver af van het gegeven bedrog, maar het is wel super om het te vertolken. Peter Van den Begin zei het deze week ook in Humo, over zijn rol in Matroesjka's, dat het heerlijk is om eens zo'n klootzak te kunnen spelen. Wat ik wel lichtjes verontrustend vind, is dat de dames op dit soort types lijken te vallen. Echt, je kunt niet geloven hoeveel reacties ik van vrouwen krijg in de zin van: 'Djeeezes wat een klootzak ben jij in die reeks, maar ik heb dat graag'. Hoe komt dat, denken jullie?"

Dat veel vrouwen zich aangetrokken voelen tot een slechte man? Misschien denken ze: ik zal hem beter maken, door mij verandert hij zeker.

Benny: "Iedereen heeft hoe dan ook zin om de boel af en toe te belazeren. De drang is bij mij soms heel groot. Ik heb dat vooral als ik weet dat de mensen die tegenover mij zitten veel geld hebben. Dan zal ik ook meer geld vragen dan ik gewoonlijk doe, maar op een zeer zakelijke toon, gespeeld, alsof ik in mijn eigen The Bold and the Beautiful terecht ben gekomen."

Tom: "Ik zal nooit zelf de boel belazeren, maar ik zal mensen wel laten voelen dat ik het door heb als zij het doen. Kwestie van ze te tonen dat niet ik de stomme ezel ben, maar dat zij dat zelf zijn."

Worden jullie zelf soms in het zak gezet, zoals dat heet?

Benny: "Een keer heel erg door een theatergezelschap waar ik stage bij liep en voor twee maanden werk slechts 16.000 frank kreeg."

Tom: "Onderhandelingen over contracten betekent inderdaad altijd: rood licht, oppassen. Het begint steeds volgens een vast stramien. Ze vertellen u hoe goed ze u vinden, hoe blij ze zijn met u te kunnen werken, dan volgt en passant dat ze weinig geld hebben en ten slotte komt de vraag 'wat wil jij?'. Mijn schoonvader zei altijd: dat is het moment, Tom, dat je moet zwijgen."

Benny: "Hé, maar de Hubert Damen, die nu Witse speelt, heeft ook een goede truc. Als ze naar hem bellen voor een reclamespotje, voor Belgische kaas of zo, dan laat hij ze eerst uitspreken, stelt hij uitvoerig vragen naar bedoeling en zo. Wanneer ze hem dan vragen 'wat is uw prijs?' antwoordt hij meteen 'één miljoen'. Telefoontje meteen gedaan."

Stel dat ze ja zeggen op dat miljoen... Misschien was het dat wat Hugo Claus jaren geleden overkwam.

Benny: "(lacht luid) Dat is dan toch helemaal gewéldig."

Terug naar Het geslacht. Hoe lang houden jullie en houdt de reeks het nog vol na dit seizoen?

Benny: "Ik denk dat we na deze reeks moeten stoppen. In de eerste reeks zaten we veel samen te improviseren, dat werd verknipt en tot een geheel gebracht. Nu werken we meer naar een soort mop. De volgende evolutie zou kunnen zijn dat je daarin nog een stap verder gaat, richting sketch, en dan krijg je Het peulengaleis. Wat we dus niet willen. Kortom, het beste is om na deze reeks te stoppen, want nu is het nog verrassend. Nu hebben we nog iets te vertellen. Vertelling is voor mij primair. Als je verhaal weg is, mag je de zaak opdoeken."

Het komt inderdaad almaar terug, die drang om te vertellen. Wat is jouw concrete verhaal, Benny?

Benny: "Vooral het uitwisbare van mensen interesseert me. Dat wil ik tonen. Het gaat 'm over het feit dat je het leven en dus de leegte en de dood speelt. Het is een spel, een soort dans. Ik hou enorm van dansvoorstellingen, omdat daar alles zo tastbaar wordt: wat je moeilijk met woorden kunt zeggen of in concrete situaties kunt uitbeelden, kan daar wel met vormen, met lichaam. De basis van mijn hele denken blijft voor mij dat de mensen meer bezig zouden moeten zijn met de dood. Als men dat zou doen, zou het allemaal veel simpeler zijn. We zouden dan ook veel opener met elkaar kunnen spreken."

Tom: "Omdat je altijd weer beseft dat het de laatste keer kan zijn?"

Benny: "Já. Dood wordt dan geen angstig iets, maar schept een extra band tussen stervelingen. Pas op, ikzelf heb een grote doodsangst, maar wat ik doe, zeg en speel, is meteen een reactie tegen die angst. Voor de rest zouden mensen het best beseffen dat wat ze doen niet belangrijk is. Het heeft geen zin om slechtgezind te zijn omdat je moet aanschuiven aan de kassa van de Delhaize. Ach, ik word daar ook heel slechtgezind van, maar ik ben nog aan het leren. Ik zit midden in mijn leerproces."

Je bent daar op een totaal andere manier mee bezig, Tom?

Tom: "Helemaal anders. Ik leef echt in het hier en het nu, ik ben totaal niet bezig met dood, met wanneer of erna. Nul de botten."

Benny: "Maar dat bedoel ik ook hé Tom. Het is door meer bezig te zijn met dood dat je meer in het hier en nu kunt leven."

Tom: "Ik heb die stap misschien al overgeslagen of heb die al gehad."

Je bent al twee keer bijna dood geweest, tijdens de uitvoering van je vroegere beroep van duiker.

Tom: "Dat zou de reden kunnen zijn. Ik heb als duiker inderdaad een paar keren dicht bij mijn eigen dood gestaan. Ik heb vooral gemerkt welke levensdrang ik voelde, toen ik zonder luchtfles via een zeer glibberige sluiswand naar boven klom, of toen ik vast zat ergens diep in het donker beneden. Dat gevoel bijna te stikken. Ik filosofeer er niet te veel over, maar het is een verschrikking en dan weet je: ik moet leven. Dat wordt een enorme drang. Ik zie die energie ook in andere mensen die al het een en ander meemaakten. Neem de Planckaerts na hun debacle en de Zonnekinderen die met hun beperkingen het leven werden ingesmeten. Twee totaal verschillende werelden maar intrinsiek even schoon."

Het resultaat was toch: twee docusoaps die ver uit elkaar liggen.

Tom: "En ook weer niet. Ik heb De Planckaerts gedaan en mee de Zonnekinderen opgestart. Ik had twee keer eenzelfde gevoel: we vertrekken vanuit de realiteit, filteren banaliteiten eruit en laten de mensen zelf hun verhaal vertellen. Weet je, toen we de Planckaerts de eerste aflevering lieten zien, hoorden we hen zeggen: 'Godverdomme, wij leven hier toch goed'. Bij de Zonnekinderen zegden de begeleiders: 'Tiens, zo doen wij dat dus'. In beide gevallen werden ze geconfronteerd met hun eigen realiteit. Dat vind ik mooi overlappend. Ik ben ook blij dat ik een keuze kon maken voor dingen die waarachtig zijn, echt."

Wat niet van alle docusoaps kan worden gezegd, omdat het element soap het soms van het element documentaire haalt.

Tom: "Er is een overaanbod aan docudrama's en bepaalde series vertonen inderdaad een onevenwicht. Neem die reeks over de moeders die men in een ander gezin zetten, dat had niets met de realiteit te maken. Geconfronteerd met de beelden waren de deelnemers zelfs gechoqueerd."

Een docusoap zou in principe geen ingrijpende gevolgen mogen hebben voor wie eraan meewerkt?

Tom: "Die gevolgen zijn er uiteraard altijd. De bekendheid, om te beginnen, is er zodra je op tv zit. Maar ik begrijp wat je wilt zeggen: het mag geen nefaste gevolgen hebben. Bij de Planckaerts noch bij de Zonnekinderen was dat het geval."

Benny: "Maar er zijn wel degelijk gasten die in video's of voorstellingen die uiterste grenzen gaan bewandelen. Neem de regisseur Cyrus Frisch, die in Nederland ooit een voorstelling maakte met junks, een beetje als statement om die grens van het entertainment te tonen. Hij zette die junks te kijk, letterlijk op een rij, de voorstelling begon met een gast die zich ging afrukken; de zogenaamde acteurs kregen alcohol en drugs en het publiek keek ernaar en lachte ermee. De recensies waren lovend: 'Fantastisch wat deze zeven mensen die op de rand van de maatschappij leven hier brengen'. Conclusie: een van die zeven deelnemers heeft zelfmoord gepleegd. Ik kan me dus inbeelden dat er aan dit soort toon-tv of toonvoorstellingen een grens zit. Dat is mijn constante vrees als ik die afleveringen op tv zie."

Welke docusoap moet er nog gemaakt worden?

Benny: "Oh, ik zou graag eens een docusoap over een theaterschool zien. Heel graag. (lacht luid) Tja, waarom niet van Studio Herman Teirlinck. Je zou versteld staan van de actie, de body language. Met veel acteurs, bekenden en heel veel juryleden. Tom, voel je maar aangesproken."

Tom: "Het is altijd leuk om achter de schermen te gaan kijken, maar het moet vooral ook een goed en authentiek verhaal blijven. In dat opzicht vind ik wat Dimitri Van Zeebroeck doet zeer goed. Hij toont een situatie en laat het aan de kijker over wat ervan te denken. Hij heeft ook zelf nagedacht alvorens dat te maken. Misschien is dat ook de ultieme tip voor tv-makers: nadenken over iets voor je oordelen gaat vellen. Veel makers trappen in die val en gaan vooraf oordelen."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234