Zaterdag 19/10/2019

De Verzoening

Ben Weyts sprak met de CEO van het slachthuis in Tielt: "De lat voor de kwaliteit moet nóg hoger liggen"

Slachter Thomas De Roover De Brauwer brengt worst mee voor minister Ben Weyts. Beeld Tim Coppens

"Een schrikbewind." Dat is wat bedrijfsleider Thomas De Roover De Brauwer vindt van de sluiting van zijn Tieltse slachthuis door minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA). Op zijn beurt vindt Weyts het nog altijd zeer vreemd dat de CEO uit de lucht viel na de gruwelbeelden van Animal Rights.

Wat voorafging: een maand lang filmde Animal Rights undercover in het slachthuis van Tielt. Op de in maart verspreide beelden was te zien hoe varkens er gruwelijk mishandeld werden. Minister van Die­ren­welzijn Ben Weyts (N-VA) sloot daarop het slachthuis. CEO Thomas De Roover De Brauwer voerde meteen enkele hervormingen door en zette de deuren van zijn bedrijf open voor het grote publiek. 

De één laat 30.000 ­varkens per week slachten, de ander moet dat slachten verhinderen als het niet volgens de regels van het dierenwelzijn gebeurt. Het is wat minister Ben Weyts (N-VA) met het abattoir van Debra-Group in Tielt deed, het bedrijf van De Roover De Brauwer. Toen dierenrechten­activisten van Animal Rights undercoverbeelden uit het slachthuis publiceerden – varkens die uit laadbakken werden gesleurd, gewond raakten en geslagen ­werden, levend in broeibaden terechtkwamen – ging tijdelijk het slot op de deur.

Dat was in maart dit jaar. Vandaag, negen maanden later, heeft de nog jonge CEO van Debra-Group, een dertiger die je op geen enkel moment met de clichépotigheid van zijn sector in verband zou brengen, zijn les geleerd. Zijn bedrijf is weer open, hijzelf speelt open kaart. Zozeer zelfs dat er een onderhoud kwam met de minister die de poort destijds liet verzegelen.

Op verzoek van De Morgen heeft Weyts Thomas De Roover De Brauwer op zijn kabinet uitgenodigd. Die laatste heeft, in typisch roze slagerspapier, een pakje voor de minister meegebracht. Al blijft dat nog even onaangeroerd op diens bureau liggen.

Mijnheer De Roover De Brauwer, in maart publiceerde Animal Rights gruwelijke beelden van uw slachthuis. Hoe is het mogelijk dat u die wantoestanden niet had opgemerkt?

Thomas De Roover De Brauwer: “Dat is uiteraard de meest gestelde vraag. De controle-instanties bij ons zijn tekortgeschoten. Dat is duidelijk. In het verleden waren we al wantoestanden op het spoor gekomen en hebben we daar steeds correct op gereageerd, onder meer door mensen te ontslaan. Maar van de praktijken op de beelden waren we jammer genoeg niet op de hoogte.”

Was u in het verleden al op de ­vingers getikt? 

De Roover De Brauwer: “Er zijn twee pv’s opgesteld, maar die hadden voornamelijk te maken met de infrastructuur. Die was verouderd en nog niet omgebouwd naar de nieuwe omgeving. Je kunt natuurlijk niet zomaar je productie stilleggen, dat gebeurt in fases.

“Maar goed, dierenwelzijn heeft altijd hoog op onze agenda gestaan. Drie jaar geleden zijn we begonnen met een investeringsprogramma van 3,5 miljoen euro, enkel gericht op het welzijn van de dieren. We staken de volledige onreine zone, van het lossen van de dieren tot en met het branden van de geslachte varkens, in een nieuw jasje. Dat was gebaseerd op een studie van Temple Grandin (Ameri­kaanse zoöloge, red.), dé autoriteit voor dierenwelzijn in de VS. Na de feiten zijn we nog een stap verder gegaan met iets wat ongekend is voor de sector. Met de hulp van de Thomas More Hogeschool vertrekken we nu vanuit de emotie van het dier.”

Thomas De Roover De Brauwer : "De controle-instanties bij ons zijn tekortgeschoten. Dat is duidelijk." Beeld Tim Coppens

Mijnheer Weyts, neemt u ­genoegen met die uitleg?

Ben Weyts: “Mij heeft het verbaasd dat het management uit de lucht viel. Vooral omdat daar veel personeel werkt, ook mensen die voor de supervisie zorgen. De beelden waren zo frappant dat ik heb besloten tot onmiddellijke sluiting en meteen een team ter plaatse heb gestuurd. We doen dat niet licht­zinnig, gelet op de juridische consequenties. Ik heb nog wel wat procedures lopen tegen beslissingen die ik heb genomen. Het belangrijkste is dat we aan het eind van de rit tot structurele verbeteringen komen.”

Animal Rights dat uw eigen inspectiedienst rechts voorbijsteekt, mijnheer Weyts, werd u ook niet wat te kijk gezet?

Weyts: “Kijk, vroeger was er een federale minister van Dierenwelzijn, die geen hond kende. De materie werd niet zo ernstig genomen. Sinds 2014 proberen we daar verandering in te brengen. Het gevolg is dat we slachtoffer zijn van ons eigen succes: het aantal meldingen stijgt met 150 procent, het aantal controles met 100 procent, en dat terwijl ik een beperkt team geërfd heb. Hoewel wij in de Vlaamse regering beslist hebben tot een inkrimping van het aantal ambtenaren, ben ik de tegengestelde richting uit gegaan, met een verdubbeling van het aantal inspecteurs.”

Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts: "De focus van het beleid was vroeger reactief: er werd uitgerukt bij klachten. Het ging vooral om hondenfokkerijen en dierenasielen." Beeld Tim Coppens

Hoeveel zijn dat er inmiddels?

Weyts: “Nu 22, vroeger 11. Maar dat is zonder de administratie gerekend. Dit zijn enkel de boots on the ground.”

Het blijft weinig.

Weyts: “Veel te weinig, zeker als je naar de totale sector kijkt, de huisdieren zowel als de landbouw. We tellen 50.000 landbouwbedrijven in Vlaanderen. Het is ook zo dat de focus van het beleid vroeger vooral reactief was: er werd uitgerukt bij klachten. Het ging om hondenfokkerijen en dierenasielen. Dan had je het zowat gehad.”

De Roover De Brauwer: “Maar het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, red.) vinkt tweewekelijks wel checklists af op dierenwelzijn, en daar hebben we telkens goed gescoord.”

Weyts: “Jaja, bij de opstart hebben wij protocollen met het Voedsel­agentschap afgesloten. Dat is op regelmatige basis in de slachthuizen aanwezig en heeft per slachthuis ook toegewezen DMO’s (‘dierenarts met opdracht’, red.) die er permanent aanwezig zijn. Er kan niet geslacht worden zonder dierenarts, al zijn die vooral in het propere deel aanwezig, niet in het vuile.”

De Roover De Brauwer: “Ook in het vuile deel is er altijd iemand, hè. Dat wil ik toch even schetsen: aan ons bedrijf zijn 26 dierenartsen verbonden, van wie het grootste deel zich inderdaad in de post-mortemzone bevindt, aan de slachtband, waar ze de voedselveiligheid keuren. Maar je hebt ook één ante-mortemkeurder die minstens tijdens de slachturen aanwezig is.”

Weyts: “Je begrijpt dat wij liever over de propere en vuile kant spreken... (lacht) Maar dus: het probleem is dat het Voedselagentschap vooral over de sanitaire aspecten gaat, over volksgezondheid dus. Dierenwelzijn is daar met een protocol aan toegevoegd, maar is niet de prioritaire focus van een dierenarts. Ik gooi geen steen naar het FAVV, maar ik stel vast dat het systeem onvoldoende werkt.”

Wat moet er dan gebeuren?

Weyts: “We gaan ervoor zorgen dat er meer inspecties kunnen komen en dat we die zelf kunnen organiseren, samen met de sector. Tot nu toe had ik een budget van 1 miljoen euro, daar komt nu 3 miljoen euro bij. Dat is erg veel.”

Mijnheer De Roover De Brauwer, u zit naast de man die uw zaak ­tijdelijk liet sluiten. U bent naar de Raad van State gestapt. Die ­sluiting zat u hoog.

De Roover De Brauwer: “Laat me duidelijk zijn, die beelden zijn één zaak. Ik ben het ermee eens: ze zijn choquerend en onaanvaardbaar. (met nadruk) Op bepaalde beelden ís ook te zien dat er wetgeving overtreden wordt. Dan moet de minister ingrijpen, akkoord. Alleen vind ik zo’n sluiting disproportioneel. Ze helpt niet om de doelstelling te bereiken. Plots moet je met een bepaald aantal dieren naar een andere locatie die daar niet op voorzien is.

“Wat ik zou aanraden, als ik minister was, is dat tijdens een bepaalde periode een aantal mensen aan de lijn gezet wordt om constant te controleren, uiteraard op kosten van de overtreder, en dat op basis van die vaststellingen maatregelen worden genomen. Maar sluiten? Dat is een schrikbewind, hè. Een bedrijf dat daar niet op voor­bereid is en dat 30.000 varkens per week naar een andere locatie moet overbrengen? Dat heeft ook een effect op het dierenwelzijn, hoor.”

Weyts: “Daar ben ik het dus níét mee eens. Er werden geen dieren meer getransporteerd. Alle dieren die nog ter plaatse waren, werden daar ook geslacht. De kwestie is dat er geen dieren meer aangeleverd werden. Als zo’n schending vastgesteld wordt, dan is de enige mogelijke maatregel sluiting. Want ze moeten het toch voelen? We gaan niet zeggen: ‘U mag gewoon geld blijven verdienen en produceren en we gaan er wel op toezien en we gaan u ook nog een beetje assisteren.’ Dat vind ik de wereld op zijn kop.”

Was het niet zo dat er na de ­onthullingen in Tielt gewoon een hard signaal van u verwacht werd?

Weyts: “Het is niet omdat er filmpjes verschijnen dat ik onmiddellijk beslis om te sluiten.”

Maar er is toch een verband tussen beide?

Weyts: “Natuurlijk is er een verband, maar het is niet one way. Het is niet omdat ik die filmpjes voorgeschoteld krijg, dat ik niet anders kan dan sluiten. Ik heb er ook geen probleem mee om in de wind te staan, of het nu voor het dierenwelzijn is of in de ­verdediging tegen dierenrechten­organisaties. Ik weet ook wel dat de agenda van Animal Rights niet is dat ze meer dierenwelzijn in slachthuizen willen. Hun ambitie is dat alle slachthuizen dichtgaan.

“Al wil dat ook niet zeggen dat, als zij bewijsvoering aanbrengen, ik die als irrelevant opzijschuif. Maar het gaat vaak om collages en montages, en dus is enige nuance op zijn plaats. Zoals toen het over die kippenbedrijven ging: scharrelkippen kunnen volgens de huidige norm 's avonds perfect opgehokt worden, en dat is wat ook bij de fipronilcrisis is gebeurd. Mensen denken dat scharrelkippen vrij rondlopen buiten, quod non.”

Het moet toch frustrerend zijn, beelden die suggereren dat uw inspectie iets gemist heeft?

Weyts: “Je kunt niet overal zijn, ik ben niet te beroerd om dat te erkennen. Vandaar dat we samen met de sector naar een vernieuwd inspectiesysteem moeten streven, zodat we serieuze verbeteringen krijgen inzake dierenwelzijn.

“Tielt (kijkt naar De Roover De Brauwer) laat zien dat dat kan. Op het vlak van dierenwelzijn heeft het betrokken slachthuis een quantumsprong gemaakt, met camerabewaking voor de vergassing of verdoving in het algemeen.

“Cruciaal is ook dat we, nog los van dit ene bedrijf, afspraken gemaakt hebben met de sector. We maken bijvoorbeeld werk van de onafhankelijkheid van de animal welfare officer. Dat is iemand die per slachthuis bevoegd is voor dierenwelzijn maar die een werknemer als alle andere is, terwijl hij wel de klok moet luiden en zo nodig zijn werkgever in opspraak moet brengen. Die persoon krijgt dus een kaderfunctie conform de regeling voor klokkenluiders. Dan kunnen tegen hem geen disciplinaire maatregelen genomen worden.”

Beeld Tim Coppens

Mijnheer De Roover De Brauwer, er zijn meer controleniveaus dan ooit en toch blijven de gruwelbeelden binnenstromen, ook in onze buurlanden. Waarom krijgen we toch zo moeilijk vat op de zaak?

De Roover De Brauwer: “Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar de grote wijziging die nodig is, is dat we vanuit de emotie van het varken ­kijken. Niet alleen vanwege het ethische aspect, wat heel belangrijk is, maar ook vanuit de efficiëntie. Als je meedenkt met het varken, wordt het werk er veel makkelijker op. Daar moeten we onze arbeiders op wijzen. Hét probleem zit in de gewenning. Het is de gewenning van de werknemers die we moeten tegengaan.”

Uw bedrijf bestaat al sinds de jaren 1920. Waarom duurde het zo lang voor u de psyche van het dier begon te peilen?

De Roover De Brauwer: “Die inzichten zijn nieuw. Het is pas door deze crisis dat we ermee in aanraking zijn gekomen. Maar nu zijn we zeer tevreden dat we met de Thomas More Hogeschool kunnen samenwerken en dat zij ons ook echt iets bijbrengen. Ik merk het effect van die opleidingen onmiddellijk.”

Weyts: “Je ziet ook, en daar ben ik blij om, dat we het thema dieren­welzijn op de beleidsagenda hebben gezet. Het is ook niet dat de praktijken die nu aan het licht komen ­vroeger niet bestonden. Of dat er geen filmpjes waren. Nee, maar er was niemand in geïnteresseerd. Dierenwelzijn was geen issue.”

Animal Rights zette na de elf dagen sluiting een petitie op voor de definitieve sluiting van uw bedrijf. Die kreeg uiteindelijk 175.000 handtekeningen. Wat deed dat met u?

De Roover De Brauwer: “Ik ben een ondernemer, de vierde generatie al. Mijn vader leeft nog, mijn groot­vader ook, al besefte hij het niet meer. Ja, het was hard om mee te maken, al sta je er ook niet echt bij stil, want op zo’n moment wórd je vooral geleefd.

“In mijn omgeving merkte ik hoe mensen die feiten inderdaad, en terecht, afkeurden. Ik wilde opkomen voor mijn bedrijf en het heropenen. Maar ik wilde ook duidelijk maken dat die beelden mij als mens heel erg geraakt hebben.”

U hebt open gecommuniceerd, transparant, sportief, zeg maar, met een charmeoffensief.

De Roover De Brauwer: “Die laatste term hoor ik niet graag. In het verleden zijn we ook altijd transparant geweest. Tegenover instellingen, universiteiten, bezoekers. We hebben nooit een bezoek geweigerd en ontvingen twee weken voor de ­sluiting nog een middelbare school uit Nieuwpoort. Nieuwpoort staat ver van de landbouw...”

Weyts: “In Nieuwpoort zijn er toch veel melkkoeien?”

De Roover De Brauwer: “Ja, oké. Maar wij hebben altijd gezegd: ‘Kom maar kijken naar het productie­proces!’ Ik heb altijd gevonden dat mensen te ver af staan van het vlees dat ze eten. Daarom zetten we onze deuren open, en dat zullen we in de toekomst nog meer doen. Sinds de sluiting hebben al meer dan duizend mensen ons bedrijf bezocht.”

Wat vond u van de communicatie van Debra-Group, minister Weyts?

Weyts: “De eerste reactie was wel anders hè, die was met het schild omhoog. Denial! Daarna is de switch gekomen, en ik denk dat jullie daar wel wat assistentie gekregen hebben. (Debra-Group riep de hulp van het communicatiebureau Whyte in, red.) Enfin, ik denk dat het een goede aanpak is geweest, op voorwaarde dat je kunt deliveren, dat je je voornemens hard kunt maken. Het probleem erkennen en vervolgens aanpakken. Dat is hier wel gebeurd.”

Uw bedrijf exporteert veel meer dan dat het voor de binnenlandse markt produceert.

De Roover De Brauwer: “Klopt, zoals alle varkensslachthuizen in ons land.”

De binnenlandse markt krimpt ook.

De Roover De Brauwer: “De vleesconsumptie daalt, ja. Zeventig procent van de Belgische productie gaat naar het buitenland. We zijn in trek. België, en Europa in het algemeen, dat gezien wordt als een voedsel­veilig continent.”

Is diervriendelijkheid ook op die exportmarkten een issue?

De Roover De Brauwer: “Europa is koploper op alle vlakken: dieren­welzijn, het sanitaire aspect, het milieutechnische. In Amerika zeggen ze: '’Jullie lopen 15 jaar voor op ons.’ In China, bijvoorbeeld, zie je ook een paar dingen evolueren. Elders in Azië staat het dierenwelzijn veel minder op de agenda.”

Dierenwelzijn heeft een kost. Voor bedrijven en voor de overheid. Is ook de consument bereid meer te betalen voor zijn lapje vlees?

De Roover De Brauwer: “Het dierenwel­zijn heeft een effect op de prijs, ja, maar het heeft vooral een meerwaarde voor de kwaliteit.”

Weyts: “We staan nu al bekend om de kwaliteit van ons vlees. Vanuit de inspanningen die geleverd worden voor het dierenwelzijn zou ik graag tot een Vlaams keurmerk komen. Het zou fantastisch zijn en de landbouwsector zou er baat bij hebben. Maar dan moeten alle actoren meewillen. Het volstaat dat er een paar naast de pot plassen en ook uw imago (wijst naar De Roover De Brauwer) is naar de vaantjes.”

De Roover De Brauwer: “Kijk naar wat wij in 2014 gedaan hebben: je hebt elektrische verdoving en CO2-verdoving. Welnu, in de categorie CO2-verdoving hebben wij een installatie gebouwd die nergens in België bestond. Met vier liften naast elkaar in plaats van een carrouselsysteem. Dat zorgt ervoor dat het varken zodra het in de gondel terechtkomt en naar beneden gaat in een uiterst korte tijdspanne bedwelmd wordt. Daardoor is er minder paniek en stress, en dat merk je aan de kwaliteit: die hammen zijn beter. Ook onze klanten merken dat. Meer dierenwelzijn, beter vlees.”

Heeft de hele sector dat begrepen? Waar zit de weerstand?

Weyts: “Er zijn natuurlijk de prijsbrekers. We moeten erkennen dat de druk van de retailsector op de leveranciers en landbouwers enorm is.”

De Roover De Brauwer: “Het is de retail niet die schuldig is, het is de consument die druk zet.”

Die wil goedkoop vlees.

De Roover De Brauwer: “We moeten ethisch verantwoord, binnen een strikt wettelijk kader, zo goedkoop mogelijk produceren. Grote volumes op één locatie met uitgebreide slachturen.”

Weyts: “Als de retailers zouden zeggen ‘we leggen de lat hoger inzake dierenwelzijn’, dan zou de rest volgen. Zo simpel is het, ze kunnen het.”

Maar het gebeurt niet. Kan de overheid hen niet verplichten?

Weyts: “Neen, want het zijn vrije­marktspelers. Het zou betekenen dat je minimumprijzen moet opleggen.”

De Roover De Brauwer: “In Nederland is vanuit de dierenbescherming zelf het sterrenvlees ontstaan. Daar werken bijvoorbeeld Albert Heijn en Jumbo mee. Het varken is 10 euro duurder per kop, wat niet onaanzienlijk is, maar de ­consument is ernaar op zoek.”

Weyts: “Daar gaat het om dierenrechtenorganisaties die zelf vlees labelen. Voor sommige organisaties bij ons is dat een stap te ver, omdat het zou betekenen dat ze zich akkoord verklaren met het slachten van dieren voor menselijke consumptie.”

Bestaat dat dan, diervriendelijk vlees?

Weyts: “Ik denk het wel. Maar ik denk dat de lat voor de kwaliteit nog hoger moet. Ikzelf eet vlees, minder dan vroeger misschien, maar ik eet het en ik geniet ervan. Ik wil minder consumeren, maar beter.”

De Roover De Brauwer: “Dier­vriendelijkheid is meetbaar: het dripverlies, de kleur van het vlees, de vastheid, noem maar op.”

Mijnheer De Roover De Brauwer, toen wij contact met u opnamen voor een dubbelgesprek wilde u wel met minister Weyts spreken, niet met Animal Rights. Waarom niet?

Weyts: “Ah, ik ben de tweede keus!”

De Roover De Brauwer: “Wijzelf en Animal Rights staan zo lijnrecht tegenover elkaar dat ik geen gemeenschappelijke grond zie voor een verzoeningsgesprek. Een debat is iets anders, later deze maand ga ik met ze in debat. Maar verzoening lijkt me niet mogelijk. Ik heb respect voor mensen die geen vlees eten, ik heb er ook in de familie. Maar vlees consumeren is tot dusver niet verboden.”

Heren, wat wenst u elkaar op het vlak van dierenwelzijn toe?

De Roover De Brauwer: “Er is nog veel werk aan de winkel. Ik hoop dat we verder stappen kunnen blijven zetten en iedereen meekrijgen, alle schakels in de ketting. Daar zullen we een beter product mee afleveren en ook economisch beter van worden.

Weyts: “Daar sluit ik me bij aan.”

Het onderhoud is alweer afgelopen, hoog tijd om het pakje open te maken dat al ruim een uur op tafel ligt.
– De CEO: “Ik wilde een heel assortiment meebrengen, maar ik dacht: ik houd het bij saucisson, de rest kan de minister bij ons in Tielt komen ophalen.”
– De minister: “Ik dacht al, het zal toch geen quorn zijn?”
– “Quorn? Wat is quorn?”
– “Een vleesvervanger.”
– “Neenee, het is echt vlees.”
– “Ik had niet anders verwacht.”

Minister Weyts, met saucissons: "Ik dacht al, het zal toch geen quorn zijn?" Beeld Tim Coppens

Terwijl uit het glanspapier een fikse sliert worst tevoorschijn komt, verschuift de babbel naar het thema huisdieren. Weyts houdt onder meer twee varkens – Kotelet en Mignonette – en ook zijn gespreksgenoot heeft altijd zeugen in de tuin gehad, eveneens twee.

Kijk eens, heren, u hebt meer met elkaar gemeen dan gedacht. Bent u met elkaar verzoend?

Weyts: “Er is nooit een persoonlijk conflict geweest.”

De Roover De Brauwer: “Je kunt nu eenmaal niet altijd op dezelfde lijn zitten. Maar ik ben tevreden dat ik de minister ontmoet heb. Communiceren via de media is heel moeilijk.”

Weyts: “Prettige feesten straks!”

De Roover De Brauwer: “U ook. Wat staat er op het menu? Een varkenshaasje?”

Weyts: “Nog geen idee.” (lacht)

Beeld Tim Coppens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234