Dinsdag 27/10/2020

Interview

Ben Segers: "Ik heb honger naar rollen met vlees"

Beeld Jelle Vermeersch

Hij won mee een International Emmy voor 'Wat als?', zit in 'Safety First', het toneelstuk 'Augustus, ergens op de vlakte', en over enkele weken in 'De Biker Boys' op Eén. Komedie mag dan wel de rode draad zijn in zijn werk, Ben Segers (40) wil de stempel 'komiek' niet op zijn voorhoofd hebben. "Ik zou het ook wel eens zonder lach willen doen."

Hij is een wroeter.In zijn haar, terwijl hij nadenkt over een vraag. In zijn hoofd, bijna altijd. Tegelijk is Ben Segers er de man niet naar om direct zijn ziel op tafel te leggen. Of grootse theorieën te verkondigen over dit leven. Segers hoeft geen ster te zijn. Hij komt dan ook uit de Kempen, en daar is 'gewoon' al gek genoeg.

"Ik kon niet mee naar New York voor de uitreiking van de Emmy's, omdat we aan het toeren zijn met het stuk Augustus, ergens op de vlakte. Zoals iedereen las ik dus dinsdagmorgen op internet dat we er een gewonnen hadden voor Wat als? Schitterend, natuurlijk."

Waarom hebben reeksen als Wat als? en Safety First zoveel succes, denk je?
Ben Segers: "Omdat de personages meestal losers zijn. Wel willen, maar niet kunnen: is dat niet herkenbaar voor de meesten onder ons?"

Er is een rode draad in de rollen die Ben Segers speelt, en die heet komedie. Er is Safety First en Wat als?, uiteraard, maar over drie weken is hij ook te zien in De Biker Boys, een soort van fictieve roadmovie, gemaakt door Bart De Pauw, en aangekondigd als een komische reeks. "Toen ik in Quiz me Quick de sidekick van Bart speelde, vroeg hij of ik het zag zitten om mee te doen aan een nieuw project van hem. Als Bart De Pauw je zoiets vraagt, dan zeg je ja."

Ondertussen zit Segers ook in Augustus, ergens op de vlakte, een tragisch toneelstuk van de Amerikaan Tracy Letts over verschroeiende familierelaties. Daarin speelt hij Charley, een man van veertig die nog bij zijn moeder woont. Charley is een beetje een sukkelaar die nog niet van het leven heeft geproefd, en wel wil ontsnappen, maar niet goed weet hoe.

Beeld uit 'Wat als?'Beeld rv

Toen ik enkele weken geleden in de Bourla zat voor Augustus, hoorde ik een man achter mij zeggen: 'Ha, het is met Ben Segers; dat wordt hier dus plezant.' Stoort je dat niet?
"Ik vind niet dat ik een komische rol heb in Augustus, maar humor is in dit soort stukken wel noodzakelijk. Drie uur pure tragiek, dat hou je niet vol. Het ligt ook in de schriftuur van het stuk: een gast van veertig die nog bij zijn moeder woont, te laat komt op een familiefeest en zich daar 600 keer stuntelig voor excuseert; dat zijn nu eenmaal scènes waarbij de mensen beginnen te lachen.

"En toch heb ik altijd tegen Tom en Stijn (Dewispelaere en Van Opstal, die de regie doen van Augustus, SMU) gezegd dat ik er geen komische toestanden van wil maken. Deze week nog speelden we in Heist, en vlak voor we op scène gingen, gaf Tom mij nog een tip: 'Als je die scène zo speelt, krijg je een lach.' Terwijl ik het ook wel eens zonder lach wil doen."

Heb je de scène dan gespeeld zoals hij zei?
"Ik heb het niet gedaan. Ik probeer vaak tegen dat komische in te gaan, maar als ik zoals in 'Safety Firs't een Jean-Marie Pfaffkapsel en een mottig kostuum draag, dan is die lach er automatisch. Soms vind ik dat wel moeilijk. Alsof er 'Ben Humor' op mijn voorhoofd staat geplakt.

"Ik vind het ook vreselijk als een programma wordt aangekondigd als: 'met komiek Ben Segers'. Ik ben geen komiek. Ik doe geen stand-up, ik maak geen theatershow met komische sketches. Dat is mijn ambitie niet. André van Duin is een komiek, Urbanus is een komiek, maar ik speel gewoon in verschillende komische programma's.

"Natuurlijk, ik heb altijd ja gezegd als ik zo'n rol kreeg aangeboden. Ik heb er dus duidelijk voor gekozen. Maar ze blijven mij voor dat soort specifieke rollen vragen, terwijl ik geen acteur geworden ben om alleen in komedies te spelen. Meer en meer wil ik ook andere dingen doen. Er zijn toch genoeg acteurs die komische én serieuze rollen spelen, en al die facetten van zichzelf kunnen laten zien?

"Nu ja, dit klinkt misschien wat gefrustreerd, maar dat ben ik niet. Ieder moet zijn eigen parcours volgen. Het zal zich ooit wel aandienen."

Bijna in elk interview zeg je dat je meer wilt dan alleen komische rollen. En toch is er geen regisseur die dat leest en jou een grote, tragische rol aanbiedt in een stuk?
"Soms durven regisseurs of makers niet verder te kijken dan wat ze meestal aangereikt krijgen. Ik heb daar onlangs nog een lang gesprek over gehad met Bart De Pauw, en hij zei me dat ik het misschien zelf in gang moet zetten.

"Soms denk ik er wel over om zelf eens iets op poten te zetten. Een monoloog, bijvoorbeeld, waarin je in anderhalf uur toch verschillende dingen van jezelf kunt laten zien. Maar concreet ben ik daar nog niet mee bezig. Ik blijf hopen dat regisseurs slim genoeg zijn om het zelf te zien."

Beeld Jelle Vermeersch

Maar je zit toch in de ideale positie om het zelf aan te pakken? Met Olympique Dramatique heb je een eigen gezelschap. Je zou jezelf toch een zware, dragende rol kunnen geven in een stuk van jullie?
"Hm, daar ben ik dan weer niet strijdvaardig genoeg voor, denk ik. Ik ben altijd iemand geweest die zich eerder aan de zijlijn zet in plaats van mezelf in de schijnwerpers of in de arena te gooien. En ik ben tenslotte geen maker, ik ben een speler."

In welk stuk zou je dan graag spelen?
"In een hoofdrol, waarbij je als personage een boog maakt. Een Hamlet, een King Lear, zoiets. Iets waar wat gevaar aan hangt. En vlees. Ik heb vaak honger naar vlees. Ik voel me dikwijls een dienend acteur, wat heel nobel is, maar ik zou toch eens graag laten zien wat ik daarnaast nog kan.

"Maar dat begint hier stilaan wat dramatisch te klinken, dus laat me duidelijk zeggen dat ik best tevreden ben. Professioneel en privé loopt het goed. Ik ben content."

Momenteel zit je werkelijk overal: Wat als?, Safety First, Augustus, De Biker Boys.
"Samen met Nele Bauwens ga ik ook nog zingen in een bluesprogramma. En in maart komt de eerste langspeelfilm van mijn lief uit ('Café Derby' van Lenny Van Wesemael, SMU). Daar heb ik een belangrijke bijrol in. Een serieuze rol ook. 'Jij kunt dat', zei ze."

Je bent dan wel omnipresent, van sterallures lijk je weinig last te hebben.
"Oei, daar hou ik me inderdaad niet mee bezig. Ik probeer gewoon mijn job graag en goed te doen. Ik wil daar van genieten, maar tegelijk wil ik ook met mijn voeten op de grond blijven."

Heeft dat te maken met je Kempense roots?
"(lacht) Misschien eerder met mijn afkomst en opvoeding. Mijn ouders zijn heel minzame, intelligente mensen. Geen tafelspringers. Rustige mensen, waar veel stiltes vallen."

Er zit precies toch iets in die grond van de Kempen, als je ziet welk talent er vandaan komt: jij, Lucas Van den Eynde, Tom Van Dijck, Stijn Van Opstal, Tom Dewispelaere, om er maar een paar te noemen.
"Nu je het zegt. Toeval waarschijnlijk, maar misschien is er toch iets typisch komisch dat ons bindt. De Kempen is een klein werelddeeltje op zich, met een eigen taaltje, een eigen woordenschat, een eigen manier om de zinnen te construeren.

"Er heerst ook een soort van nuchterheid. 'Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg', die boutade. De mensen gaan er door het leven met een goedbedoelde, gezonde achterdocht."

Je hebt een paar keer getuigd over je bipolariteit. Onlangs heb je daar zelfs een prijs voor gekregen.
"Begin oktober kreeg ik de 'Ups & Downs-prijs', van de gelijknamige vereniging voor mensen met een bipolaire stoornis en chronische depressie. Ik heb niets gedaan voor die prijs, maar voor de vereniging was het blijkbaar belangrijk dat iemand met een bekende kop zich met hen vereenzelvigt. Dat vind ik wel ontroerend.

"Maar verder wil ik daar niet te veel meer over vertellen. Een paar jaar geleden heb ik daar in jullie krant voor het eerst over getuigd, en ik heb daar geen spijt van, maar hier en daar wordt dat dan toch groter gemaakt dan het is."

Rust er nog een taboe op mentale problemen?
"Er wordt gelukkig steeds meer over gepraat, maar ik denk wel dat er nog veel werk is. Het aantal zelfmoorden in Vlaanderen is bijvoorbeeld nog altijd vreselijk hoog. Ik kom zelf ook uit een familie waar zelfmoorden zijn voorgekomen, en ik denk dat het veel te maken heeft met het achterste van je tong niet durven laten zien, en je frustraties en muizenissen opkroppen. Dat is een bom die je dan aanmaakt in je lijf. En omdat we daarnet over de Kempen bezig waren: de mensen daar zijn zwijgers en koppigaards. 'Ik hou het voor mezelf, dan ben ik sterk', die gedachte. Terwijl het zo belangrijk is om erover te praten."

Dat heb jij ook gedaan?
"Zeker. Met psychiaters en psychologen, maar ook met mijn vrienden. Geert, Tom, Stijn en ik zijn elkaars psychiaters soms. Gelukkig hebben we ook een job waar praten nodig is. Onze stem is ons instrument, en als we in een rol kruipen, moeten we dat personage in onszelf gaan zoeken."

Je bent dit jaar veertig geworden. Vind je dat een fijne leeftijd?
"Ik ben er niet rouwig om. Vooral omdat er professioneel nog van alles kan gebeuren. (glimlacht) Ik kan bijvoorbeeld stilaan een vader met volwassen kinderen beginnen spelen.

"Soms zou ik zelfs al een tiental jaar ouder willen zijn, omdat je dan toch nog wat meer maturiteit hebt. Dat is belangrijk voor mij. Het heeft te maken met die serieuze rollen waar we het daarstraks over hadden.

"(lacht) Het rare is dat wel je ineens 'terugkijkvragen' krijgt in interviews als je veertig bent. 'Zou je het anders gedaan hebben?', 'Waar heb je spijt van?' enzovoort. Zulke vragen werd mij vijftien jaar geleden nooit gesteld.

"Onlangs hoorde ik een interview met Jan Hoet op de radio, van zo'n vijf jaar geleden. Hij zei: 'Ik ben nu midden zeventig. En nu pas heb ik genoeg tijd achter mij om terug te kijken.' Dat maakte mij rustig. Ik besefte dat ik nog een heel parcours te gaan heb."

Beeld Jelle Vermeersch

Je moet nog veel evolueren, zeg je. Zou een vlakker leven niet wat makkelijker en rustiger zijn?
"Zoeken is niet altijd even veilig, dat klopt. Maar de knop afzetten, en beslissen om niet meer verder te zoeken dan wat er op dit moment is, lijkt me toch niets voor mij. Er moet altijd wel iets aan de hand zijn. Anders wordt het saai. Wordt het zelfs dood.

(denkt na) "Ik zie het wel vaak gebeuren. Sommige van mijn jeugdvrienden zijn altijd in de Kempen blijven wonen, in een proper huis dat ze zelf gebouwd hebben, met een proper gazon, en een grasmachine in het tuinhuis. Prachtig, vind ik, maar ik word er bang van."

Nochtans is dat toch ook hoe jij bent opgegroeid?
"Net daarom heb ik zo'n haat-liefdeverhouding met mijn heimat. Ik kom er graag, maar ik ga er ook graag weg. Er wordt daar zo weinig gezegd. Als ik iemand opzoek van vroeger, dan zijn de gesprekken nog steeds dezelfde als twintig jaar geleden. Dezelfde onderwerpen, dezelfde moppen.

"Nee, ik ben blij dat ik daar vertrokken ben. Nochtans was het heel moeilijk in het begin. Het heeft veel tijd en energie gekost om mij los te maken van de vlakte, en mij thuis te voelen in die warboel van een stad. In die zin komt het stuk Augustus voor veel acteurs uit onze groep heel dichtbij. Wat wij spelen, komt bijna rechtstreeks uit ons eigen leven."

Is je losrukken van je wortels niet een van de moeilijkste dingen die je kunt doen?
"Mij heeft het in elk geval bloed, zweet en tranen gekost. Het was alsof ik een navelstreng doorknipte. En toen kwam ik in die stad terecht, en dacht ik dat de wereld zou opengaan. Maar ik werd heel bang. Ik had heimwee. Als je onder de kerktoren bent opgegroeid, en je komt dan in een stad en in een opleiding terecht waar alles mag, waar wél plaats is voor anarchie, dan voel je je ineens als een jong veulen in een donker bos. Dat is een serieuze inhaalbeweging die je dan moet maken. Die je blijft maken, eigenlijk.

"Ook mijn scheiding hangt daarmee samen. Mijn ex-vrouw is een fantastische vrouw en moeder, en hoe pijnlijk het ook was, het voelde als een enorme bevrijding toen ik de beslissing nam om weg te gaan. Alsof er een soort van fierheid over me kwam, nu ik eindelijk zelf eens iets beslist had - zonder de hijgende adem van de Kempen of van vader of moeder in mijn nek: 'Niet doen, niet doen."

"Net zoals toen ik naar de Studio trok, is er na mijn scheiding ook een stuk van mijn leven opnieuw begonnen. Het is de tweede inhaalbeweging die ik heb gemaakt. Ineens moest ik zelf op zoek gaan naar een appartement, naar een zetel en een stapelbed voor mijn twee dochters. Dat had ik nog nooit gedaan. 'Maar Ben, wij zullen dat wel doen'', zei iedereen altijd."

Vandaar jouw drang naar evolutie.
"Precies. Als kind ben ik erg beschermd geweest, in een mooi en warm nest, met onvoorwaardelijke liefde van mijn ouders voor hun kinderen. Maar het was té veilig. Op mijn zeventiende smeerde mijn moeder mijn boterhammen nog. Ik heb nooit geleerd om verantwoordelijkheid te nemen over mijn eigen leven. Dat ben ik nog altijd aan het leren. En het blijft een gevecht."

Is dat iets wat je je eigen kinderen dan ook wilt meegeven?
"Absoluut. Ik zie mijn dochters weinig. Hun moeder heeft ze meestal bij haar omdat mijn leven te onregelmatig is. Maar we zijn daar allebei erg mee bezig. Uiteraard beschermen we onze dochters zoveel we kunnen, maar je moet hen ook zelf laten ademen. Hen ruimte geven om te zoeken. Omdat ik weet hoe moeilijk het geweest is om te leren opkomen voor mezelf, en om mezelf te verzorgen. Ik vind dat trouwens nog altijd moeilijk. Jezelf graag zien, het is niet simpel. Maar het is wel nodig."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234