Zondag 15/09/2019

De wending

'Beloftevolle Europese innovator' Damya Laoui: "Ik zou het niet fijn vinden om oneindig te kunnen leven"

Damya Laoui. Beeld Diego Franssens

Evident was het niet voor Damya Laoui om zich omhoog te knokken. Ze kwam uit een sociaal moeilijker milieu en had haar naam tegen. Vorige zomer werd de VUB-wetenschapster (32) gebombardeerd tot beloftevolle Europese innovator. "Ik ben goed terechtgekomen, maar het had anders kunnen uitdraaien."

Wie haar heeft genomineerd weet ze nog altijd niet. Jammer, want ze wil die man of vrouw bedanken. Haar collega’s aan de universiteit hebben gezegd van niets te weten. Ze vroeg het aan het MIT, maar die informatie is vertrouwelijk, antwoordde het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology, een van de meest prestigieuze technische universiteiten ter wereld.

Damya Laoui (32) is wetenschapster aan de VUB en werd dit jaar samen met drie andere Belgen door het MIT naar voren geschoven als een van de 35 innoverende Europese wetenschappers jonger dan 35 jaar. Door een nobele onbekende, dus, want zichzelf nomineren heeft ze niet gedaan.

Nee, de BV van de VUB is ze niet geworden, lacht ze, maar de media-aandacht was wel groot. Wat handig is, want Laoui heeft geld nodig. Niet voor haarzelf, wel voor haar onderzoek naar kanker.

Dat onderzoek wordt deels gefinancierd door de Vrije Universiteit Brussel en VIB (Vlaams Instituut Biotechnologie). Ook Kom op tegen Kanker, de Stichting tegen Kanker en het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek) voorzien werkingsmiddelen voor de onderzoekers. “Maar hoe sneller we willen vooruitgaan met onze bevindingen, hoe meer onderzoekers we nodig hebben, en hoe beter de technieken moeten zijn.” Privéfondsen van personen of instituten zouden ideaal zijn, zegt ze. “Zo’n groot interview in de krant kan alleen maar helpen.”

U doet onderzoek naar kankerbestrijding. Over welke innovatie gaat het precies?

“De meeste mensen die kanker krijgen, overlijden niet aan een eerste tumor omdat die meestal met een therapie behandeld kan worden, zoals chemotherapie. Het zijn eerder de metastasen, uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam, waaraan mensen overlijden, omdat er geen goede therapieën voor bestaan.

“In een tumor zitten naast kankercellen ook cellen van ons eigen immuunsysteem. Omdat die goede cellen echter gemanipuleerd worden, gaan ze de kankercellen nog extra helpen in plaats van ze te bestrijden. Lange tijd werd aangenomen dat we niets kunnen doen met die immuuncellen of dendritische cellen, maar wij hebben ontdekt dat er verschillende soorten dendritische cellen bestaan en dat twee ervan toch nog een antikankerpotentieel hebben.

“De kwestie was dus om die goede cellen te onderscheiden van de slechte cellen en ze daarna te isoleren uit de tumor om ze te gebruiken als antikankervaccin. Bij een vrouw die borstkanker heeft, bijvoorbeeld, zal eerst de tumor verwijderd worden en daarna halen wij er de dendritische cellen uit. Die spuiten we dan weer in als vaccin, zodat die vrouw tien jaar later geen uitzaaiingen of opnieuw borstkanker krijgt.”

Maar in de fase om het bij mensen toe te passen zitten jullie nog niet?

“Nee, we testen het nu bij muizen en daar zien we dat het werkt. Voor we het bij mensen gaan kunnen toepassen moeten we eerst nog fundamentele gegevens verzamelen. Dat zal nog een jaar of twee duren, schat ik, en dan kunnen we naar klinische testen gaan. Die zullen ook veel tijd in beslag nemen, want je kunt maar op lange termijn onderzoeken of mensen daadwerkelijk minder metastasen krijgen.”

Hoe hebt u dit eigenlijk ontdekt?

(lacht) "Zoals het vaak gebeurt in de wetenschap: omdat we aan het zoeken waren naar iets anders en ineens die cellen tegenkwamen. Er bestaan overigens al dendritische vaccins, maar degene die op dit moment gebruikt worden, komen niet uit de tumor maar uit het bloed van de patiënt. Omdat die nog nooit kanker hebben gezien, weten ze ook niet waartegen ze moeten vechten, en hebben ze dus niet die specifieke antikankereigenschap. De cellen die wij nu uit de tumor halen, kennen hun vijand. Dat is het grote verschil.

“Ik zou wel willen benadrukken dat ik dit niet alleen heb gerealiseerd, maar samen met doctoraalstudent Jiri Keirsse, mijn baas en professor Jo Van Ginderachter, en onze collega uit Gent, Martin Guilliams.”

Uw onderzoek situeert zich in de immuuntherapie en daarin gebeurt veel de laatste tijd. In welk opzicht is dat van u veelbelovender?

“Er zijn veel verschillende ontdekkingen in de immuuntherapie die veelbelovend zijn. Men heeft veel hoop in de combinatietherapie, waarbij je bijvoorbeeld onze methode combineert met een andere, en zo tot een krachtiger resultaat komt.”

Mensen zoals u gaan kanker misschien verslaan. Dat is wel wat.

“Wij gaan ons steentje bijdragen. Tenminste, dat is mijn droom. Ik hoop dat ik op mijn zestigste kan zeggen dat ik patiënten heb gered.

“Maar kanker is niet één ziekte. Elk type kanker is anders. Bepaalde types zullen in de toekomst nog beter behandeld kunnen worden, zoals borstkanker, maar er zijn ook genetische kankers, of kankers die ontstaan door onze manier van leven.

“Het is moeilijk om te voorspellen hoe onze wereld zal evolueren, of en hoe de vervuiling een impact zal hebben, en of er andere mutaties van cellen zullen ontstaan dan die we nu kennen. Ik denk dus wel dat de behandelingen over enkele decennia veel beter zullen zijn, maar wellicht zullen er altijd nieuwe kankers ontstaan.”

Vecht u als wetenschapper dan niet tegen de bierkaai? En is dat niet ontmoedigend?

“We begrijpen steeds beter hoe ons lichaam in elkaar zit en zijn dus sneller voorbereid op nieuwe ziektes. Dat is waarom wij dit doen. In het eeuwige leven geloof ik overigens niet. Doodgaan zullen we altijd doen. Ik zou het ook niet fijn vinden om oneindig te kunnen leven. Als je alles kunt uitstellen, ga je je best toch niet meer doen om er nu iets van te maken?”

Wegens uw MIT-nominatie werd u ook speciaal vermeld door de Straffe Madammen Club, opgericht door onderneemster Elke Jeurissen. Kunt u zich vinden in zulke initiatieven?

“Zeker. Ik ben nu ook genomineerd voor de WATS (Women Award in Technology and Science, die de plaats van vrouwen in wetenschappelijk onderzoek en innovatie in Brussel wil versterken, SMU). Het is niet gemakkelijk om een vrouw te zijn in de wetenschappelijke wereld. Ten eerste omdat al de rolmodellen mannen zijn. Ten tweede omdat men vaak denkt dat vrouwen minder goede wetenschappers zijn dan mannen. En ook omdat de combinatie met het gezinsleven een punt is waarop de meeste vrouwen afhaken.”

Beeld Diego Franssens

Wat bedoelt u met dat tweede punt?

“Er zijn nog altijd oudere professoren die veel sneller een man gaan aannemen in plaats van een vrouw. Omdat ze zelf altijd louter met mannen werkten, hebben ze van vrouwen een beeld dat zij vooral moeders moeten zijn die niet te veel afwezig kunnen zijn van huis en kinderen.

“Ik krijg op lezingen heel vaak de vraag hoe ik mijn werk en mijn gezin combineer. Simpel: omdat mijn man evenveel huishoudelijk werk op zich neemt en evenveel thuisblijft bij de kinderen als ze ziek zijn. Goed, ik slaap iets minder de laatste jaren. (lacht) Maar dat geldt ook voor mijn man.”

Ik zag hier op de afdeling toch heel wat vrouwen rondlopen.

“Klopt, er stromen evenveel vrouwelijke als mannelijke studenten in, en ook bij de doctoraatstudenten is het evenwicht nog aanwezig. Maar bij de postdocs (wetenschappers die na hun doctoraat nog onderzoek verrichten aan de universiteit, SMU) ben ik de enige vrouw in onze onderzoeksgroep. En van de vijf professoren in ons labo is er geen enkele vrouw bij.

“Ik ben ervan overtuigd dat alles mogelijk is als je flexibel en goed georganiseerd bent. Zelf probeer ik tussen halfzeven en halfnegen thuis te zijn, en die tijd gaat dan uitsluitend naar de kinderen. Daarna werk ik voort. Goede qualitytime met je kinderen is belangrijk. Ik ken mensen die om vijf uur thuis zijn van hun werk, maar van wie de kinderen toch de hele avond voor tv zitten.”

Een grote wending voor veel vrouwen dit jaar was #metoo. Hebt u dat gevolgd?

“Uiteraard. Ik denk dat het nu echt een cruciaal moment is om als vrouw te vechten tegen onrecht. Om het even welk onrecht. Het mag nu tenminste gezegd worden. Vroeger moesten vrouwen zwijgen.

“Of er hier in ons labo over gepraat is? Weinig. Ooit is er een probleem geweest waarbij een studente gestalkt werd door een mannelijke postdoc, maar dat is toen onmiddellijk aangepakt. Zelf heb ik in mijn academische carrière nooit last gehad van seksuele intimidatie. Wel toen ik studentenjobs deed.”

U hebt een dochter die nu 1,5 jaar oud is. Zullen seksuele intimidatie en de combinatie van kinderen en carrière minder problematisch zijn als zij 18 is, denkt u?

"Ik hoop van wel. Zoals het voor mij al heel anders was dan voor mijn moeder. Ik hoop dat vrouwen dan volledig gelijkwaardig zullen zijn aan mannen. In België tenminste, want op andere plekken in de wereld zal het misschien nog niet gebeuren.

“Toen ik op mijn achttiende tegen mijn moeder vertelde dat ik voor bio-ingenieur wilde studeren, zei ze: ‘Als je lerares wordt, ben je thuis als je kinderen thuis zijn.’ Dat zou ik nooit zeggen tegen mijn dochter.”

Hoe komt het dat u de gedachtegang van uw moeder niet gevolgd bent?

“Niemand in mijn familie heeft universitaire studies gedaan. Mijn moeder is kleuteronderwijzeres, en ik heb enorm veel respect voor haar werk – ik zou het zelf nooit kunnen – maar ik dacht: ik kan beter en ik moet beter.

“In mijn tienerjaren wilde ik eigenlijk reporter worden voor de BBC. (lacht) Ik keek altijd naar reportages over dieren in Afrika, en ik wilde de persoon achter die camera worden. Maar dan moest ik zoölogie studeren en dat bestond enkel in Gent. Onmogelijk, want ik kon mij geen kot veroorloven toen. Toen vrienden uit het middelbaar vertelden dat ze bio-ingenieur gingen studeren en dat het een brede opleiding is die veel mogelijkheden biedt, ben ik met hen meegegaan.

“Ik had trouwens nog een ander doel voor ogen: rijk worden. Rijk betekende voor mij niet miljonair zijn, maar er gewoon voor zorgen dat mijn kinderen cadeautjes krijgen met Sinterklaas.”

In wat voor gezin bent u opgegroeid?

“In een gezin waar ik als tiener moest werken om geld te verdienen. Mijn vader is Kabylisch (een Berbervolk in Algerije, SMU), mijn moeder Belgisch. Zij voedde mij in het Nederlands op, hij in het Frans, dat hadden ze zo afgesproken. Ik heb er mijn tweetaligheid aan te danken. Iets wat ik mijn eigen kinderen overigens ook wil meegeven. Ik spreek Nederlands met hen en mijn partner Frans.

“Mijn moeder heeft altijd gewerkt, mijn vader niet, en ze waren gescheiden. Ik kom dus uit een gezin met één verdienende ouder. Ik ging naar school in het atheneum van Etterbeek, waar de meeste van mijn vrienden het economisch toch makkelijker hadden.

“Ik heb heel veel gewerkt als jobstudent. Als ik mijn cv doorstuurde, kreeg ik vaak geen antwoord wegens mijn naam, maar als ik ter plaatse ging werd ik meestal direct aangenomen.”

U was ambitieus en wilde iets bereiken. Voor hetzelfde geld had u een ander parcours gevolgd. Hangt het af van toeval?

“Veel hangt af van je omgeving. Ik zat op een goede school en ik had goede vrienden die allemaal gaan studeren zijn. Maar het anders kunnen lopen, ja. Het is niet dat je als puber in een getto wordt gepusht, maar automatisch zoek je mensen die dezelfde eigenschappen hebben als jij, want die begrijpen jou en je problemen. Ook ik heb dat een tijd gedaan. En toch heb je zelf veel in de hand. Je kunt zelf bepalen wie je vrienden worden en met welke ideeën je omringd wilt worden.”

Bij Laoui kwam het goed toen ze in een voornamelijk blanke klas terechtkwam, ook al heeft ze het wat moeilijk met dat woord. “Omdat ik mezelf niet noodzakelijk als niet-blank beschouw. Ik weet niet wat ik ben. Als u me vraagt of ik Frans- of Nederlandstalig ben, zou ik Franstalig zeggen, als een Franstalige het mij vraagt, zou ik het omgekeerde zeggen. Begrijpt u? Het is niet gemakkelijk. Door de Belgische Arabieren word ik niet zo goed aanvaard omdat ik te Belgisch ben, en door de Belgen ben ik al ‘sale Arabe’ genoemd. Terwijl ik niet Arabisch ben, ik ben Kabylisch.

“Nu goed, die roots zijn er, en ik ben er trots op, maar ik heb er liever geen extra aandacht voor. Ik wil niet in the picture komen wegens mijn achtergrond, wel om wat ik heb bereikt.”

Roots

De stad waar ze studeerde en nu werkt kwam dit jaar in het nieuws wegens rellen met jongeren. Jongeren die vaak worden omschreven met deze woorden: ‘van een bepaalde achtergrond’. Gaat dat voor de kinderen van Laoui ook nog het geval zijn? “Mijn kinderen hebben een westers klinkende naam. Mijn vriend is Belgisch, dus hun achternaam is dat ook, en ook hun voornaam is niet Arabisch. Daar heb ik bewust voor gekozen, omdat ik er zelf zoveel van heb afgezien. Eigenlijk is dat erg, ja. Maar ik vind het mooie namen en er zit toch nog een subtiele verwijzing in naar mijn Algerijnse roots. Ik wil wel dat ze de cultuur kennen. We eten vaak oriëntaals en ze horen Kabylische muziek thuis. Ik hoop dat ze hun achtergrond met fierheid dragen.”

Toen ze zelf op de universiteit terechtkwam, gebeurde voor haar de grote switch, vertelt ze. “Ineens was ik zoals alle anderen. Hier is mijn achtergrond zelfs al voordelig geweest. Toen ik voor mijn postdoctoraal onderzoek kandideerde, zei de prof: ‘Ik neem graag mensen aan met een vreemde origine omdat die zich vaak extra hard hebben moeten bewijzen en ik dus weet dat ze hard werken.’ Klopt ook, want als je studeert en tegelijk ook werkt om die studies te betalen, moet je harder knokken dan iemand die enkel hoeft te studeren.”

Beeld Diego Franssens

U hebt stevig moeten knokken om er te raken, en zulke succesverhalen horen we graag. Maar er zijn ook mensen die niet de intelligentie hebben om te doen wat u deed.

“Ik denk dat je vooral karakter moet hebben. Zelf ben ik niet superintelligent. Echt niet. Wij selecteren onze studenten trouwens op drive, niet op intelligentie. Iemand die briljant is maar minder drive heeft, zal er niet komen.”

Uw kinderen hebben een rijkere jeugd dan u had. Ze zullen niet moeten gaan werken om hun studies te betalen en van hun naam zullen ze ook geen last hebben. Bent u dan bang dat zij misschien minder drive gaan hebben?

“Ik stel me die vraag, ja. Ze zullen inderdaad niet moeten bijklussen op hun twaalfde. Wat ook goed is, want ik had het liever niet gedaan. En ik kan natuurlijk geen problemen voor hen gaan creëren. Maar ik probeer wel heel open met hen te zijn over mijn eigen achtergrond en met welke problemen veel mensen te kampen hebben.”

Hoe blij bent u met het parcours dat u tot nu toe hebt gereden?

“Toen ik jong was, had ik nooit gedacht dat ik hier zou staan. Ik was niet de topstudent, ik was gewoon oké. Deels omdat ik door die studentenjobs niet al mijn tijd aan mijn studies kon spenderen. Voor mij was het dus al een verrassing dat ik hier aan de VUB mijn master mocht doen. En elke stap erna is nog een grotere verrassing geweest.

“Sinds die MIT-nominatie word ik vaak gevraagd om een lezing te geven. Onlangs nog voor Mahara (de islamitisch geïnspireerde studentenvereniging van de Universiteit Antwerpen, SMU). Ze wilden weten hoe ik als iemand die uit een sociaal moeilijker milieu komt er toch in geslaagd ben om dit te bereiken. Ik doe die lezingen heel graag. Of ik ervoor kies om een rolmodel te zijn? Ik weet niet of ik de keuze heb. Ik zou het laf vinden van mezelf als ik mijn best niet deed om anderen aan te moedigen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234