Maandag 30/11/2020

Belmondo, il s'en fout, al tachtig jaar

Vanavond krijgt de Franse acteur Jean-Paul Belmondo, die volgend jaar 80 wordt, in Bozar de Medaille van de Leopoldsorde overhandigd als bekroning van zijn lange loopbaan als film- en theateracteur. Nadien volgt de vertoning van 'Itinéraire d'un enfant gâté'. Een passende titel voor de carrière van een zondagskind.

Het was natuurlijk niet allemaal rozengeur en maneschijn in het leven en de loopbaan van Jean-Paul Belmondo, die op 9 april 1933 geboren werd in Neuilly-sur-Seine, als zoon van een bekende beeldhouwer en een schilderes. Maar hij heeft wel altijd zelf dat imago van nonchalante zelfverzekerdheid en charmant je-m'en-foutisme gecultiveerd. Helemaal anders dan de broeierige, bijna getormenteerde uitstraling van iemand als Alain Delon, die samen met Belmondo - Bébel voor de vrienden en de talrijke fans - gedurende ruim dertig jaar een der populairste en succesrijkste sterren van de Franse film is geweest.

Ondanks hun frappante verschillen qua achtergrond en carrière hebben beide monstres sacrés van de Franse cinema verschillende keren samengespeeld. Een eerste keer in de politiekomedie Sois belle et tais-toi uit 1958, daarna in de oorlogsfilm Paris brûle-t-il? uit 1966, in het gangsterdrama Borsalino uit 1970 en een laatste keer in de actiekomedie Une chance sur deux uit 1998, waarin Vanessa Paradis probeerde uit te vissen wie van beiden nu eigenlijk haar biologische vader was. Twee zestigers dus, die als nog niet vergane maar toch al wegdeemsterende glories nog een laatste keer hun ding mochten doen. Klinkt een beetje genant, maar regisseur Patrice Leconte wist wel een element van zelfspot in de film te smokkelen. "C'est son grand truc", merkt Delon sarcastisch op als Belmondo nog maar eens aan een touwladder onder een helikopter hangt te bengelen, waarbij Vanessa Paradis met de wrede maar heldere scherpzinnigheid van haar jeugd constateert: "Il est un peu lent. Ce n'est plus ce que c'était." Als Belmondo op zijn beurt zijn rivaal neerbuigend omschrijft als "un dragueur de plage", merkt Delon fijntjes op: "Je suis plutôt piscine", een verwijzing naar de cultfilm La piscine (uit 1968, met Romy Schneider) waarin hij zijn imago van jonge, sensuele halfgod mocht confirmeren.

Als kind wilde Belmondo clown worden, want met zijn moeder ging hij vaak naar het circus. Zijn vader nam hem dan weer mee naar het Louvre of naar de Comédie Française. En dus wilde de tiener Jean-Paul acteur worden. Maar ook wel bokser, want hij was een grote fan van Marcel Cerdan, die in 1948 wereldkampioen was geworden. Voetballen deed de jonge Bebel ook graag, als doelman, want de Franse keeper René Vignal, bijgenaamd le fou volant, was niet toevallig zijn grote voorbeeld.

Schandaal

Zijn auditie bij de Comédie Française werd een regelrechte ramp en zijn studies aan het Conservatoire liepen ook niet helemaal zoals gepland. Bij een examen in 1956 schandaliseerde hij de jury - Vraag: "Vous êtes passé par le Conservatoire?" Antwoord: "Oui, je suis passé devant." - maar zijn studiegenoten droegen hem in triomf de straat op. In die periode probeerde hij wel in zijn levensonderhoud te voorzien met alle mogelijke bijrolletjes en desnoods als figurant in allerlei toneelproducties en theatertournees, ook al gebeurde het soms dat er meer acteurs op scène stonden dan er toeschouwers in de zaal zaten.

Vanaf 1956 speelde Belmondo ook kleine rolletjes in allerlei films. In 1958 was er de ontmoeting met Jean-Luc Godard, met wie hij de kortfilm Charlotte et son Jules draaide. Een jaar later besloot Godard hem de hoofdrol te geven (naast de Amerikaanse actrice Jean Seberg) in het romantische misdaaddrama A bout de souffle, op basis van een (onafgewerkt) scenario van François Truffaut, die datzelfde jaar zelf ook Les 400 coups regisseerde. De Nouvelle Vague is een feit. En Jean-Paul Belmondo, die oorspronkelijk dacht dat A bout de souffle wel nooit in de bioscopen te zien zou zijn, is in één klap beroemd. Ook de Amerikaanse filmcritici zijn onder de indruk van de film en ontdekken in Belmondo "a new French hero. Sexy, crazy and cool". In eigen land is men ook enthousiast omdat ze nu blijkbaar ook over un James Dean français beschikken. De iets oudere bioscoopbezoekers zien in hem le nouveau Jean Gabin.

Belmondo zou nog enkele keren met Godard in zee gaan, voor Une femme est une femme en Pierrot le fou, maar inmiddels was zijn filmcarrière al in overdrive geraakt. Zijn toneelcarrière werd noodgedwongen on hold gezet en dat zou zo'n dertig jaar duren, tot Belmondo eind jaren 80 opnieuw de theaterplanken van Parijs opstapte voor hoofdrollen in Kean van Jean-Paul Sartre en Cyrano de Bergerac van Edmond Rostand.

Halsbrekende stunts

Na A bout de souffle wilden zowat alle Franse filmregisseurs (en zeker de producenten) met hem werken. Belmondo draaide vanaf de jaren 60 drie à vier films per jaar: met Henri Verneuil (Un singe en hiver), met Jean-Pierre Melville (Léon Morin, prêtre en Le Doulos), met Francois Truffaut (La sirène du Mississippi), met Philippe de Broca (Cartouche en ook Les tribulations d'un Chinois en Chine, waar hij een jarenlange verhouding met Ursula Andress aan overhield), met Jacques Deary (Borsalino), met Claude Lelouch (Un homme qui me plaît), met Alain Resnais (Stavisky), met Claude Chabrol (Docteur Popaul) en nog vele, vele anderen. Hij maakte zowel films die door het grote publiek zeer gesmaakt werden, of door de critici. En soms allebei tegelijk.

Vanaf het midden van de jaren 70 begint Bébel zijn films ook zelf te produceren en dat leidt tot een soort verschraling, waarbij hij genoegen neemt met de vertolking van gelijkaardige personages: avonturier, flik of boef, maar altijd met zijn karakteristieke glim- of grijnslach. En als bonus de opwinding, voor hem en voor het publiek, van zelf de soms halsbrekende stunts uit te voeren.

Samengevat: Belmondo speelt voortaan alleen nog maar Belmondo. Dat de critici het meestal maar niets vinden, kan hem geen zier schelen. "Voor mij als acteur is de massale trouw van het publiek de mooiste beloning", is zijn credo. In 1982 komt het even tot een open conflict, wanneer een deel van de filmpers het in een manifest betreurt dat Une chambre en ville van Jacques Demy nauwelijks volk trekt en daarbij de schuld zoekt bij het enorme succes van L'as des as, de nieuwe avontuurlijke oorlogskomedie van Belmondo. Die reageert gepikeerd met een open brief, waarin hij zijn critici om de oren slaat met een citaat van cultuurpaus Jean Cocteau, namelijk: 'La France a toujours cru que l'égalité consistait à trancher ce qui dépasse'. Later zou hij in een interview nog opmerken: "De critici zeggen dat mijn films geen blijvers zijn. Wat kan mij dat schelen? Ik leef nu."

Alles voor het publiek dus, maar het feit dat Jean-Paul Belmondo vanavond in Brussel de medaille van de Leopoldsorde krijgt, zal hem toch wel plezier doen. Want helemaal ongevoelig voor officiële plichtplegingen en complimenten blijkt hij toch ook niet te zijn. In 1997 liet hij, samen met Alain Delon, in een interview weten dat zij nooit meer naar het Festival van Cannes zouden gaan omdat men daar had nagelaten hen uit te nodigen voor de vijftigste verjaardagseditie. Inmiddels zijn zowel Delon als Belmondo toch opnieuw op de Croisette gesignaleerd. Ongetwijfeld met een officiële invitatie op zak.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234