Zaterdag 28/11/2020

Belliraj leidde Belgische jihadcel

Nog vijf medeplichtigen van Belliraj op de vlucht, drie anderen zitten in de cel

Abdelkader Belliraj, de Belgische Marokkaan die volgens het Marokkaans gerecht aan het hoofd stond van een terreurgroep en tegelijk informant was van de Belgische Staatsveiligheid, beschikte in ons land over een jihadistische cel bestaande uit ten minste acht leden.

Door Georges Timmerman

Brussel l Drie leden zitten in de cel in Marokko. Het federaal parket kent de namen van de vijf anderen en laat hen momenteel opsporen.

Belliraj kon de zes politiek geïnspireerde moorden die eind jaren tachtig in ons land werden gepleegd, onder meer op de joodse leider Joseph Wybran en de Saoedische imam van de Grote Moskee in Brussel, niet in zijn eentje uitvoeren. Voor die operaties deed hij een beroep op een clandestiene organisatie, bestaande uit ten minste acht leden die door hemzelf werden gerekruteerd in het Marokkaanse studentenmilieu in Brussel. In zijn verklaringen aan de Marokkaanse politie heeft Belliraj haarfijn uitgelegd hoe hij daarbij tewerkging, wie er deel uitmaakte van zijn toenmalige terreurgroep en wie precies welke rol heeft gespeeld in de verschillende moordaanslagen.

In de loop van 1988 begon Belliraj te werken voor rekening van de Palestijnse terreurgroep van Aboe Nidal, die zich had afgescheurd van de PLO van Yasser Arafat en gesponsord werd door de Libische kolonel Kadhafi. In Algerije kreeg Belliraj zijn opdrachten van Aboe Ali, de toenmalige leider van de moordcommando's van Aboe Nidal.

"Aboe Ali gaf opdracht om hem te informeren over belangrijke personaliteiten van joodse afkomst in België, ten einde hen als target te identificeren en te liquideren", verklaarde Belliraj. "Ik heb hem een rapport bezorgd met een uitvoerige beschrijving van de zionistische aanwezigheid in België, met gegevens over het Coördinatiecomité van de Joodse Organisaties in België (de organisatie waarvan Wybran voorzitter was, GT). Ik kreeg eveneens opdracht om informatie te verzamelen over belangrijke Saoedische personen in België, ten einde hen als target te identificeren en te liquideren, en dit in het kader van een globaal project van de organisatie van Aboe Nidal om druk uit te oefenen op de Saoedische autoriteiten opdat ze financiële steun zouden geven die vergelijkbaar zou zijn aan wat ze aan de PLO gaven."

Terug in België besloot Belliraj naar eigen zeggen "de leden van zijn cel te mobiliseren, om de opdrachten van Aboe Nidal uit te voeren". Daarop volgden vijf moordaanslagen, waarbij zes doden vielen: de moord op Raoul Schouppe (op 23 juli 1988), de moord op Marcel Bille (16 augustus 1988), de moord op Abdullah Al Ahdal en diens secretaris Saleh Ben Bahri (29 maart 1989), de moord op Samir Gahel-Gasoul (20 juni 1989) en de moord op Wybran (3 oktober 1989). Voor elk van de aanslagen gaf Belliraj in zijn verklaringen aan de Marokkaanse politie een gedetailleerde beschrijving en preciseerde hij de rol die hijzelf en de leden van zijn cel hadden gespeeld bij elke aanslag. "We hadden onder elkaar afgesproken dat we om beurten een moordoperatie zouden uitvoeren, zodat alle leden van de cel actief werden betrokken en de zaak op die manier geheim zou blijven."

"Om te vermijden dat we in handen zouden vallen van de Belgische politie hebben we telkens een ander wapen gebruikt", verklaarde hij. "Na elke aanslag gooiden we het wapen in een rioolput, zodat we geen sporen achterlieten waarmee de politie ons zou kunnen identificeren."

Hoewel Belliraj aan de Marokkaanse politie verklaarde dat zijn groep telkens pistolen GP 9 mm gebruikte, ging het om pistolen van kaliber 7.65 mm. Met die pistolen, voorzien van een geluidsdemper, werden de slachtoffers telkens van dichtbij met één schot in het hoofd afgemaakt. De wapens had Belliraj bij "zigeuners in Brussel" gekocht voor ongeveer 400 euro per stuk. Vreemd genoeg kregen de leden van de cel van Belliraj pas na afloop van de reeks moorden, in de loop van 1990, een paramilitaire opleiding in een trainingskamp van Aboe Nidal in Libanon.

De Brusselse jihadistische cel bleef ten minste tot in 2002 bestaan, dit wel zeggen: twee jaar nadat Belliraj officieel was gerekruteerd als informant van de Belgische Staatsveiligheid. In maart 2002 vernam Jamal El Bay, een van de leden van de cel die momenteel in Marokko in de gevangenis zitten, van een ander lid van de cel "dat Belliraj een verrader was en dat hij samenwerkte met de Belgische inlichtingendiensten". "Dat betekende dat we niet meer met hem konden samenwerken en alle relaties met hem moesten verbreken", besloot El Bay.

De Brusselse cel bleef tot in 2002 bestaan, twee jaar nadat Belliraj was gerekruteerd als informant van de Staatsveiligheid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234