Woensdag 27/10/2021

Belle Perez

Na Vlaanderen valt nu ook Nederland voor Limburgse latinozangeres

ik zing graag over geluk'

Geboren in Vlaanderen, met Spaanse roots. Met het liedje 'Hello World' werd de zangeres, gespecialiseerd in popflamenco, wereldberoemd. Haar muziek klonk op de Olympische Spelen, Belle Perez belandde in Amerika, en kreeg er te maken met de muziekmaffia. 'Als beginnend artiest zeg je zelden nee. Nu is dat anders.'

door HuGo Camps / Foto's Marco Bakker

Ineens was ze wereldberoemd, maar ze wist het zelf niet. Na haar doorbraak in Vlaanderen in 2000, met het liedje Hello World werd ze door de grote jongens van een Amerikaanse platenmaatschappij opgemerkt en naar Amerika gelokt. Ze ging toeren in vreemde landen, tot in Zuid-Amerika. Begin twintig was ze, Belle Perez uit Limburg. "Mijn hit was wereldwijd bekend, maar er was nog geen gezicht bij. Ik moest dus het huis uit, overzee. Als beginnend artiest zeg je toch niet nee tegen een concertje in Argentinië? Als beginnend artiest zeg je eigenlijk zelden nee. Nu is dat anders."

Na een jaar wist ze: vergeefse moeite. De wereld was te groot voor Belle Perez. Te onbetrouwbaar ook. Ze keerde terug naar haar roots, maakte een repertoiresprong van Engelstalig naar Spaanstalig. Dat sloeg aan. "Nu ben ik blij dat we hebben gekozen voor een min of meer afgebakend publiek: Vlaanderen en Nederland. Volgende maand komt er nog een album in Duitsland uit, maar verder wil ik niet meer gaan. Ik heb genoeg aan de buurlanden."

"Pas later heb ik vernomen dat mijn clip Hello World tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Sydney voorbij is gekomen. Het liedje zit ook in verschillende films. In Rusland wordt het nog steeds gedraaid. Dat hoor je dan achteraf. Een andere hit, Que viva la vida, is de themasong van de tekenfilm Madagascar. Twee jaar geleden was Enamorada de tune van Radio Tour de France in Langs de Lijn. De mensen hoorden het allemaal, maar ze wisten niet hoe ik eruitzag. Dat is veranderd, zeker in Nederland. Daar presenteer ik de muziekfeesten van de TROS. Met Jan Smit. Dit jaar presenteer ik de feesten aan het strand en Jan doet de pleinen. Ik mag zeggen dat Nederland nu ook weet wie Belle Perez is, en daar ben ik heel blij om."

Maria Isabel Perez Cerezo gaat in datzelfde Nederland met voorzichtige schreden Frans Bauer en Marco Borsato achterna. "De afgelopen weken heb ik in negen Frans Bauerconcerten in Ahoy mogen staan. Frans heeft zelfs met mij meegezongen in het Spaans. Met Marco Borsato ging ik in Barcelona een personeelsfeest van een Nederlands metaalverwerkend bedrijf opluisteren. Voor 1.500 man. Ik wil mij niet op de hoogte van Frans en Marco plaatsen, maar het is wel een eer dat ik mag delen in de volksgunst die zij hebben. Frans Bauer is een fenomeen. Of hij nu op het podium staat of door de gangen van Ahoy loopt: Bauer blijft Bauer. Er is geen verschil tussen de artiest en de mens. Ook een volkspsychiater. Bij Marco Borsato ben ik onder de indruk van zijn perfectionisme. Hij geeft nooit een concert zonder alle hoeken van de zaal te hebben uitgetest. Mijn verwantschap met de twee volkszangers? Wij zijn geen concept."

"Vorig jaar heb ik twee keer in de Heineken Music Hall gestaan. Twee keer uitverkocht. Dat geeft vertrouwen. Ik heb het afgelopen seizoen in 31 theaters gespeeld, ook uitverkocht. Nog mooier: op 13 oktober mag ik Ahoy voor mijn rekening nemen. De campagne is nog niet begonnen, maar er zijn al achtduizend kaartjes verkocht. Nee, daarmee ben je nog geen volksbezit in Nederland, maar het geeft wel aan dat er een warme bedding is voor mijn latinoconcerten. En niet alleen in Amsterdam, ook in de provincie."

Heeft ze iets van de Nederlandse kroonprinses Máxima? Ook Spaans bloed, ook heftig, vrolijk en soms een tikje zwoel. "Daar kan ik mij niet over uitspreken. In mijn liedjes roep ik het vakantiegevoel op. Blijheid. Olé, olé! Een enkele keer een diepere tristesse. Ook al verstaan mensen de Spaanse teksten niet, ze gaan altijd mee in de emotie. Ik heb liever dat ze hun emoties loslaten dan dat ze mijn teksten kunnen meebrullen. Misschien zijn Nederlanders 'Latijnser' dan ze denken. Deze maand heb ik twee avonden in het Antwerpse Sportpaleis gestaan. Aan ambiance ontbrak het niet. Maar toch, Belgen zijn gereserveerder dan Nederlanders, meer verlegen, introverter. In Nederland ontvlammen mijn concerten meteen in polonaise, een Oranjegevoel. Ik heb weleens gedacht: stel dat tennisster Kim Clijsters een Nederlandse was. Het land wist dan van gekkigheid van voren niet of het van achteren nog leefde."

"Na twee nummers staat het kot in brand. Mijn stelling is: een artiest kan maar 50 procent van een concert zelf bepalen. De rest is in handen van de zaal. Nou, daar weten Nederlanders wel weg mee. Zij schamen zich er niet voor het podium op te stormen met bloemen en een kus. In België gebeurt dat niet. Tijdens theaterconcerten ga ik ook de zaal in. Nederlanders willen je dan aanraken, voelen, ruiken. Ik krijg ook veel brieven en e-mails uit Nederland: mensen die hun levensverhaal vertellen, vaak een schrijnend verhaal. Laatst kreeg ik de scheidingspapieren van een vrouw toegestuurd. Een meisje schreef me dat ze zelfmoord wilde plegen. Daar kijk ik van op. Het is best confronterend. Blijkbaar zetten mensen hun hart open voor mij."

Moederschap, zeg ik. Alle Spaanse vrouwen zijn moeder, ook als ze het niet zijn. Nu moet ze lachen. "Ik ben nog geen moeder, al hoop ik het ooit wel te worden. Ik heb tijd, ik ben nog maar 31. Ik zie me op een dag wel aan de schoolpoort staan."

"Flamenco is emotie en mijn popflamenco is dat ook. Flamboyantie te koop in de heftige nummers, fragiele levensvragen in de ballads. En ja, ik zing graag over geluk. Al verstop ik in sommige nummers ook de dood, een onderwerp waaraan ik in het leven niet wil denken. Mijn ouders worden namelijk ook een dagje ouder."

Kind uit een gastarbeidersgezin, een stigma is het niet, maar het verleden blijft. Er blijft iets hangen van de voorouders. "Mijn oma's en opa's hadden geen keuze: als ze hun kinderen een toekomst wilden geven, moesten ze weg uit Spanje. Onder Franco moesten de dorpelingen uit de binnenlanden nog werken voor kost en inwoning. Mijn vader was zeventien toen hij in België kwam, mijn moeder acht. De beginjaren waren hard: het is niet niks een nieuw leven op te bouwen in een vreemd land. In de jaren zestig lokte Philips met grote krantenadvertenties honderden Spaanse gastarbeiders naar Eindhoven. Mijn vader ging bij Philips werken. Hij wist niks, sprak de taal niet, begin er maar aan. Gelukkig waren er Spaanse centra in Eindhoven, een Spaanse kolonie. Ik ben er vaak geweest. Doorzetten was de boodschap, alleen al om het huis af te betalen. Mijn oma had drie baantjes en ook nog een gezin. Maar haar deur stond altijd open, 24 uur per dag. De tafel was altijd gedekt. Zo wil ik ooit ook leven: gastvrij, de tafel elk uur van de dag gedekt."

"Discriminatie heb ik niet gekend. Ik zag er natuurlijk anders uit dan de meisjes van mijn klas. Donkerder. Mijn klasgenoten vonden het vreemd dat ik op zaterdag naar de Spaanse les ging en me bij een tante liet inwijden in de flamenco. Ze dachten dat ik thuis een kleed met rare bollen in de garderobe had. In mijn puberteit ben ik mij gaan afzetten tegen alles wat Spaans was. De Spaanse les hoefde niet meer en flamenco kon de pot op. Madonna was mijn idool. Later is dat weer veranderd. Toen ik in het Engels ging zingen, voelde ik dat er iets haperde met mij en de taal. De keuze voor het Spaans was een bevrijding. Ook omdat ik live ging zingen met een band van veertien mensen." Na haar studie secretariaat-moderne talen ging Belle Perez bij Philips werken. Iets met industriële diamanten waar staaldraad, dunner dan een menselijke haar, doorheen moest worden getrokken. "Ik vond het heel leuk, het was sfeervol. Later ben ik als administratieve bediende aan de slag gegaan bij een groot bouwkranenbedrijf in Bergeijk. Ook leuk."

"Ik mag dan in België zijn geboren, ik heb nog steeds de Spaanse nationaliteit. De laatste jaren begin ik wat vaker te denken aan een dubbel paspoort, maar helemaal overtuigd ben ik nog niet. Ik moet dus nog steeds om de drie jaar bij de gemeente een verblijfsvergunning aanvragen. Ik krijg dan zo'n blauw papiertje met mijn foto. Ik voel me in België thuis, zonder meer. Voor mijn gevoel wordt Spanje steeds meer een vakantieland, een kist vol herinneringen. Maar je roots doorknippen, is makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn grootouders zijn teruggekeerd naar Spanje, na een leven vol heimwee. Dat zegt iets. Zolang het kan, wil ik dicht bij het warme nest van mijn ouders blijven: in Neerpelt, aan de grens met Nederland, toch maar als Spaanse."

Ze is getrouwd met haar buurjongen Mario, die in een autofabriek werkt. "Ik ben opgegroeid in een wijk met heel veel jongens en was zelf behoorlijk kwajongensachtig. Opgevoerde brommers, aan een koord slingeren over de rivier, voetballen, kapotte knieën, u kent het wel. Met het ouder worden ben ik iets vrouwelijker geworden, maar niet heel fanatiek. Ik ben niet zo'n rokjesmadam, geen 'poppemietype'. Meestal een stevige leren broek aan en boots. Op het podium draag ik wat jonge meisjes een Belle Perezpakje noemen. Vlindermouwen met meters stof. En natuurlijk grote oorbellen. Ik vind het wel schattig dat kinderen na een optreden aan hun mama vragen waar ze ook zo'n mouwmotiefje kunnen halen. Al waak ik ervoor niet te veel rolmodel te zijn. Ik zing liedjes, en dat is het."

"Het gevoel dat ik artieste zou willen worden, besprong mij op mijn twaalfde. Ik kreeg een wit kleed aan en moest een schoolfeestje presenteren. Ik mocht alles aan elkaar praten. Dat wil zeggen: playbacken, want een oudere vrouw had alle teksten ingesproken. Toch had ik zo hard geoefend dat ik die dag hees was. Als meisje was ik heel verlegen, maar toen ik dat schoolfeestje presenteerde, wist ik: het podium is mijn plek. De eerste jaren van mijn carrière was er drempelvrees, maar die is verdwenen dankzij de liveband. Het podium is nu een wolk geworden. Al heb ik voor een optreden nog altijd last van gezonde zenuwen. Dat moet ook, anders zou ik er zielloos staan." Het schoonheidsvlekje boven de linkermondhoek maakt haar nog fragieler. Belle Perez is zeker geen kenau, en al helemaal geen doortrapte diva. Een begin van loutering heeft ze al meegekregen. De wereld van de showbizz heeft een achterkant: maffia. "Mijn nummer Hello World, dat ik tijdens de preselectie voor het Songfestival had gezongen, kwam in Amerika terecht. Ik moest meteen overkomen voor een kennismaking en een platencontract. De platenfirma was eigenlijk een rap-label. Het was de eerste keer dat ze met een popartiest aan de gang gingen. Je zou kunnen zeggen dat ik het proefkonijn was. In het begin deden ze erg hun best: een etentje met een radiostation mocht een fortuin kosten. Er kwamen flessen wijn van duizenden euro's op tafel. Als ik 100 meter moest lopen, werd er een limousine voorgereden. Ik voelde me daar niet goed bij. Ik heb vaak bij mezelf gedacht: zonde van het geld."

"Erger was dat ik niet meer mocht zijn wie ik ben. Ik was 21 en ze zeiden tegen mij: 'Zeg maar dat je 18 bent, 18 verkoopt beter.' Ik mocht niets aan mijn haar veranderen. Ik werd ingepakt in snoepkleurtjes. Ze wilden me een Britney Spearsimago aansmeren. Dat was een aanslag op mijn vorige leven. Ik heb alles met mijn team gedaan: muziek, tekst, promotie. Ineens werd me voorgeschreven hoe ik moest lopen, denken, zingen en naar de mensen wuiven. Het voelde alsof Belle Perez uit mezelf werd weggerukt. Na deze ervaring hebben we als team ons heilig voorgenomen: vanaf nu doen we alles zelf. Wij bepalen wat we willen zingen en wie we willen zijn. Daar komt geen platenfirma meer tussen."

Nog zo jong en toch al vrouw zonder concessies. "Het is de enige manier om je in dit wereldje zonder schaamte overeind te houden. We gaan het nu in Duitsland proberen. Ik heb er geen bezwaar tegen om lokale radiostations af te gaan, maar ze moeten mij niet zeggen: pas je repertoire aan want die radiozender heeft een andere doelgroep. Ik zing niet voor doelgroepen maar voor mezelf. En voor een publiek dat mij accepteert zoals ik ben. Ik heb fans van 7 tot 77 jaar. Zij zijn mijn doelgroep, ondeelbaar." Kieskeurig is ze ook. "Ik ga mijn gezicht niet lenen aan een exotische lingerielijn. Mijn principe is: wie mij wil, vraagt me om te zingen. Punt. Voor het eerst ga ik nu afwijken van mijn dogma: Douwe Egberts heeft mij gevraagd om in Nederland het gezicht te worden van de actie Burendag. Onder het motto: kaap de koffie bij je buur. Ze willen er een nationaal feest van maken. Douwe Egberts is een instituut, het is zo Nederlands als klompen en kaas. Ik voel me verwant met het thema: samenleven, al is het maar bij een kopje koffie. Je ziet toch dat mensen aan het vervreemden zijn. Ik kies niet voor het geld, ik kies voor de muziek."

De flamenco is natuurlijk blues. "Daarom houd ik het liever bij de lichtere popflamenco. Ik ben te jong voor blues. Ik kan nog niet uit een reservoir van leed en verdriet zingen. Weemoed ken ik wel en op het podium kan ik vrij emotioneel zijn, maar ik kan ook stil worden van een applaus, het ene al indringender dan het andere." Muziek maken met vrienden is het mooist. "Ik werk al jaren met een klein flamencogroepje. We voelen elkaar perfect aan. Als een nummer staat met een stem en een gitaar, weet je dat het goed komt. Wij delen geen beroep, we delen een engagement. Als je het voor het geld doet, ga je geen tachtig keer per jaar de boer op met veertien man. Je houdt het alleen vol omdat muziek maken een engagement is. Vergelijk het met politici, die doen het ook niet voor het geld. Een leven zonder passie, ik kan het me niet voorstellen. Ik zal altijd blijven zingen, al is het in een achterzaaltje voor 15 man. Zingen is mijn navelstreng, ja. De liedjes zingen in mij." n

© Elsevier

Ik ben niet zo'n rokjesmadam, geen poppemietype

In mijn puberteit ben ik mij gaan afzetten tegen alles wat Spaans was. Flamenco kon de pot op

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234