Woensdag 30/09/2020

Belgische triomf in de Blue Note

Een week lang spelen in de Blue Note in New York: voor elke jazzmusicus is het een jongensdroom. Het Brussels Jazz Orchestra beleefde die droom de afgelopen week. En het werd een triomf, in banen geleid door hun Amerikaanse vriend Kenny Werner.

Aankomen in New York: het doet een mens altijd wat en dat geldt nog meer voor jazzliefhebbers en -muzikanten. De stad ademt jazzgeschiedenis, ze is al sinds de jaren dertig het mekka van de Afro-Amerikaanse muziekcultuur. Honderden jazzclubs gonzen van de bedrijvigheid. De door Frank Sinatra beroemd geworden woorden zeggen het helemaal: "If I can make it there, I'll make it anywhere." Een jazzmuzikant telt pas echt mee als hij het in New York gemaakt heeft.

Voor het Brussels Jazz Orchestra, kortweg BJO, is het al de vijfde keer dat ze in New York staan. Telkens op sleeptouw genomen door Kenny Werner, de Amerikaanse pianist die ook geregeld met Toots Thielemans werkt. Deze vijfde keer was misschien wel de speciaalste, want ze speelden zes avonden lang in de Blue Note, één van de beroemdste clubs in Greenwich Village, al sinds de jaren zestig het hart van de New Yorkse jazzscène. De week kwam er ook op een speciaal moment. Het BJO stond zopas nog in de spotlights omdat ze een deel van de oscarwinnende soundtrack voor de filmThe Artist inspeelden.

Zelf relativeren ze die oscarprestatie sterk, maar Kenny Werner maakte elke avond dankbaar gebruik van de hype rond de film. "Yes, you heard me: these are the guys that played this music." Gul applaus aan alle tafeltjes in de propvolle Blue Note. Maar de gebrachte muziek is andere koek dan de soundtrack van The Artist. Op het programma stond vooral werk uit Institute of Higher Learning, de cd die BJO onlangs met Kenny Werner opnam voor het Half Note label, het huislabel van de club.

Het zijn tamelijk doorwrochte composities, wel slim gearrangeerd en door het BJO met een uiterste precisie en toewijding uitgevoerd. Net daardoor swingt de muziek sierlijk en elegant. De eerste avond ging nog wat gebukt onder de gevolgen van de jetlag, maar vanaf avond twee was het helemaal raak, met onder andere een schitterende uitvoering van Werners arrangement van de rockklassieker 'House of the Rising Sun', een muzikale reis vol breedlachend plezier. Goeie vibes? "Natuurlijk," zegt een glunderende trombonist Lode Mertens. "Als de vibes hier niet goed zitten, waar dan wel?"

Na de eerste set komen enkele studenten van Boston upstairs hun bewondering uiten. Ze zijn vooral onder de indruk van de driedelige suite 'Cantabile'. "Impressionant hoe jullie dat spelen." De suite werd ook extra gekruid door speciale gast Chris Potter, door Werner terecht aangekondigd als "one of the best saxophone players on the planet". Potter voegt dynamiek toe aan het orkest, geeft meer body aan de klank en drijft met zijn subtiele frasering de spanning op. Hij kan via een solo ogenschijnlijk de pas van de muziek vertragen en mysterie toevoegen aan het geheel. Een juweel van een muzikant en een fijne mens. "Hij is absolute topklasse", zegt saxofonist Bart Defoort. "En hij heeft geen kapsones, een droom om met hem te werken."

Bescheidenheid siert ook het BJO zelf. Ze vinden het wel fantastisch om in de Blue Note te spelen, maar ze weten de waarde daarvan ook wel correct in te schatten. Bijvoorbeeld: de Blue Note mag dan een van de beroemdste clubs zijn, het is niet echt de meest glorieuze of prestigieuze. Er kleeft minder legende aan dan algemeen wordt aangenomen. Weinigen beseffen dat de club pas werd opgericht in 1981 en dat ze niets te maken heeft met het legendarische platenlabel met dezelfde naam. Hier hebben wel degelijk grote namen gespeeld, zoals Dizzy Gillespie, Chick Corea, Sarah Vaughan, Chet Baker en Keith Jarrett. Maar niet - zoals Greet De Keyser op tv vertelde - Miles Davis en zeker niet John Coltrane, want die stierf in 1967.

Belangrijk is ook dat de Blue Note een drukbezochte pleisterplaats is voor toeristen, maar minder voor jazzmensen. Vergelijk het met de Village Vanguard, enkele straten verderop: daar zijn legendarische plaatopnamen gemaakt en foto's van die club sieren boeken over New York. Ook vandaag nog weegt de Vanguard zwaarder door dan de Blue Note. Zo zal de New York Times haar beste verslaggevers elke week naar de Vanguard uitsturen, maar niet naar de Blue Note.

Doet dat iets af aan de prestatie van het BJO? Natuurlijk niet. De club stroomde een hele week lang vol met toeristen, maar daartussen zaten ook nieuwsgierige kenners en enthousiaste vrienden van de band. Trompettist Randy Brecker is komen kijken en luisteren. Producer en arrangeur Gil Goldstein kwam donderdag, samen met saxofonist Joe Lovano. Zij zullen volgend jaar trouwens een speciaal programma maken naar aanleiding van de twintigste verjaardag van het BJO.

Ook donderdag in het publiek: een heel aandachtig luisterende Maria Schneider, leerlinge van de beroemde componist en arrangeur Gil Evans en een van de grootste componisten en bandleiders van haar generatie. Haar eigen orkest is onbetwist nummer één in de States. Maar zij heeft verschillende keren met het BJO samengewerkt en is er nog altijd in de wolken over. Wat zijn volgens haar de belangrijkste kwaliteiten van het BJO? Ze moet niet twijfelen: "Ze zijn allemaal zo begaan met de groep als geheel. Het zijn geen individualisten. Dat sterke samenhorigheidsgevoel heb ik bij nog geen enkel ander orkest kunnen ervaren. Dat hoor je in elk detail. Omdat ze zo weinig individualistisch zijn, kunnen ze als geen ander orkest prachtig zacht spelen, dan zijn ze voor mij op hun best. En daarom vind ik het zowat de beste Europese band waar ik al mee mocht werken."

Schneider slaat spijkers met koppen. Onrechtstreeks onthult ze daarmee nog meer: er zit een ingebouwde generositeit in het BJO. Hun grootste kwaliteit is dat ze andermans dromen kunnen waarmaken. De band wordt geleid door Frank Vaganée maar het is zeker niet het Frank Vaganée Orchestra. Het BJO werkt projectmatig en is onvoorstelbaar flexibel. Ze klinken helemaal anders onder de vleugels van Kenny Werner dan onder die van Gianluigi Trovesi, Dave Liebman of Bert Joris. Op dat vlak is het BJO is zowat de tegenpool van orkesten zoals de Dave Holland Big Band of de Mingus Big Band, orkesten met een heel sterke eigen signatuur.

"Weet je, we zijn een grote familie", beaamt saxofonist Kurt Van Herck. "Niemand is in de band om zijn eigen ego te strelen. Virtuoze schittering is niet aan ons besteed. We willen allemaal schoonheid toevoegen aan de partituren die we krijgen aangereikt. En dat schenkt onszelf ook veel voldoening."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234