Vrijdag 07/05/2021

ReportageTerreur

Belgische organisatie terreurslachtoffers opent kantoor in Syrië: ‘We delen dezelfde pijn’

Philippe Vansteenkiste in Syrië in gesprek met Ibrahim Egid, onder toeziend oog van een van de special forces. Beeld Bruno Struys
Philippe Vansteenkiste in Syrië in gesprek met Ibrahim Egid, onder toeziend oog van een van de special forces.Beeld Bruno Struys

V-Europe, de organisatie voor slachtoffers van terreur, opent een bureau in Syrië en in Irak. De Morgen kon mee op verkenning met oprichter Philippe Vansteenkiste, die zijn zus verloor bij de aanslagen van 22 maart. ‘We delen dezelfde pijn.’

De rook van hete chai cirkelt omhoog uit plastic bekertjes in een kelder in Rojava, officieel de Autonome Administratie van Noordoost-Syrië (AANES). Mannen en vrouwen zitten tegen elkaar gepakt in valslederen zetels. Hier komt de lokale vereniging samen van ouders die een zoon of dochter verloren in de oorlog. Burgerslachtoffers, maar vooral veel soldaten van YPG, de Koerdische eenheden die legendarisch strijd leverden tegen IS, hier bekend als Daesh.

De terreurgroep heeft geen territorium meer, maar probeert zich te hergroeperen aan de grens met Irak, in de buurt van Palmyra en in Deir Ezzor. Dagelijks zijn er nog aanvallen van slapende cellen. Aan de andere kant vechten de Koerden dan weer tegen Turkije, dat met jihadisten in huurdienst hele stukken Syrië heeft geannexeerd.

“Er is vermoeidheid, stress en tristesse”, zucht een van de ouders in de slachtoffervereniging. “We volgen de berichten over aanslagen in Europa op de voet, zoals onlangs nog in Frankrijk, en willen ons medeleven betuigen. De vijand is dezelfde.”

“Hetzelfde geldt omgekeerd ook”, antwoordt Philippe Vansteenkiste. “Bij elke aanslag voelen wij ook de pijn. We delen dezelfde pijn.”

Op een kerkhof even verderop weerkaatsen witte grafstenen het winterzonnetje. Minstens 900 graven, bekleed met heroïsche foto’s van de gesneuvelden. In totaal zouden naar schatting 12.000 soldaten van de Koerdische troepen het leven hebben gelaten in de strijd tegen IS. De jaartallen op de meeste graven spreken voor zich – dit zijn hoofdzakelijk de mannen én vrouwen die het zogenaamde kalifaat klein kregen.

(Lees verder onder de foto)

Hevin naast het graf van haar zoon Beeld Bruno Struys
Hevin naast het graf van haar zoonBeeld Bruno Struys

“Mijn zoon kwam om bij een van de eerste aanvallen van Daesh”, zegt Hevin naast het graf van haar zoon, wiens leven op 22 jaar stopte. Vansteenkiste krijgt het zichtbaar moeilijk als de vrouw knielt bij het graf en de foto van haar zoon streelt. Hij is een bedaarde man, die de emotionele impact van 22 maart dagelijks met zich meedraagt.

22 maart

Vansteenkiste verloor zijn zus Fabienne op de luchthaven van Zaventem. Ze werkte bij bagageafhandelaar Aviapartner. Net toen haar vroege shift ten einde liep, gingen de bommen af. Het was haar laatste vroege shift. Ze wilde er geen meer doen, net omdat ze een slecht voorgevoel had over een aanslag in de ochtend.

Daarna zette haar broer zijn verdriet, woede en frustratie zo goed als het kon om in positieve energie. Hij richtte V-Europe op, een organisatie voor slachtoffers van terreur. In niet-covidtijden komen ze elke maand samen om te praten en elkaar te ondersteunen. De organisatie probeert ook onderwerpen op de agenda te zetten, zoals de problemen met verzekeringen en de terugbetaling van ziekenhuiskosten, of onlangs nog met de discussie rond de afschaffing van assisen.

V-Europe werkt ook aan projecten rond deradicalisering en probeert slachtoffers bij te staan met raad en daad bij terreurprocessen. De rechtszaak rond de aanslag op de Ramblas wordt op dit moment op de voet gevolgd door enkele slachtoffers in ons land via een liveverbinding bij het federaal parket. Op haar beurt krijgt V-Europe opvallend weinig ondersteuning: 50.000 euro per jaar van de Waals-Brusselse federatie.

Het voortbestaan van de organisatie is daardoor altijd in gevaar, maar toch wil Vansteenkiste de volgende stap zetten en lokale antennes creëren in Syrië en Irak. “De slachtoffers in Syrië en Irak en bij ons zijn aan elkaar gelinkt door wat hen is aangedaan”, zegt Vansteenkiste. “Twee jaar geleden reisde ik voor het eerst naar Syrië, naar Raqqah en daar heb ik zware getuigenissen gehoord over Belgische jihadisten. Hier gaat het om schade over een langere periode. We willen een brug zijn en expertise uitwisselen. Op de slachtoffers van terreur staat geen nationaliteit. We willen hen ondersteunen waar ook ter wereld.”

V-Europe-kantoren

Het is zeker geen eenvoudige opdracht, in dit oorlogsgebied, maar Vansteenkiste heeft wel wat ervaring. Voor de oprichting van V-Europe deed hij 25 jaar lang business development: het creëren van opportuniteiten voor westerse bedrijven op andere plekken in de wereld. Een Koerdische consultant, goed geconnecteerd met de Autonome Administratie, staat hem bij.

Zo hebben ze een partner gevonden in de stad Qamishli. Het Rights Defense Initiative is anderhalf jaar geleden opgericht door de 35-jarige Ibrahim Egid, die tot dan aan de leiding stond van de Koerdische Rode Halve Maan. Zijn broer kwam in 2014 om in gevechten tegen IS. Het hoeft geen betoog dat Vansteenkiste en Egid elkaar daarin vinden.

Er komen ook V-Europe-kantoren in Irak, maar het zwaartepunt zal hier, in Noordoost-Syrië liggen. De komende weken stelt Vansteenkiste een protocolakkoord op, dat onder meer een passage zal bevatten dat het om niet-politiek werk gaat. V-Europe verdedigt bijvoorbeeld ook Turkse slachtoffers van terreur.

“Deze terroristische organisatie (Daesh, BST) beïnvloedt het leven van mensen in Europa en hier”, zegt Ibrahim Egid. “Het is belangrijk om de stem van slachtoffers te laten horen en om de daders te vervolgen. We kunnen zeker helpen bij het verzamelen van bewijzen en getuigen.”

Bekijk ook: ‘Het is belangrijk dat daders hier vervolgd worden’

Berechtiging

Honderden Belgen trokken naar Syrië om te vechten, maar evengoed hebben vele aanslagen bij ons dan weer een lijntje dat in omgekeerde richting uit Syrië komt. Er zijn bijvoorbeeld sterke aanwijzingen dat Mohamed Abrini het geld voor de aanslag op 22 maart ging halen in het Verenigd Koninkrijk, waar het op de rekening stond van een andere Belg, Anouar Haddouchi. Die was toen al in Syrië en zit daar nu vast. Wat weet hij van die geldtransfer en dus de financiering van de aanslagen?

Diezelfde Haddouchi wordt ervan verdacht in Raqqah als beul te hebben gehandeld en de hoofden na de executie op pieken ten toon te stellen in de stad.

“De lokale antenne komt er dus ook met het oog op de berechtiging hier ter plaatse”, zegt Vansteenkiste. “We willen als eerste vernemen wanneer er zaken starten en de stem van Europese slachtoffers dan laten horen.”

Rojava dringt al geruime tijd aan op de berechtiging van buitenlandse jihadisten. Op een plaats die geheim moet blijven, staat een rechtbank in aanbouw. Enkele mannen dragen cement aan, enkele anderen werken een muur af. In primeur krijgen we de rechtszaal te zien waar buitenlandse terroristen berecht moeten worden.

“We bereiden ons voor, maar om te kunnen starten met de berechtiging van Belgen, hebben we een akkoord daarover nodig met België”, zegt Elham Ahmad, hoofd van de uitvoerende macht, zeg maar copresidente van deze regio, als ze Vansteenkiste rondleidt. “De Daesh-leden in de kampen houden, is heel gevaarlijk. Daarom is berechtiging nodig.”

(lees verder onder de foto)

Philippe  Vansteenkiste in de rechtbank in aanbouw in Noordoost-Syrië. Beeld L. Co.
Philippe Vansteenkiste in de rechtbank in aanbouw in Noordoost-Syrië.Beeld L. Co.

Internationaal tribunaal

Enige tijd was er sprake van een internationaal tribunaal, waar België mee voor pleitte, maar dat plan lijkt gestrand. Begin dit jaar stuurden twee hoge rechters uit Rojava een brief naar België, met de vraag om logistieke steun en expertise, zowel voor de berechtiging als de detentie en rehabilitatie. De nieuwe minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bestudeert de elementen van het complexe dossier.

Het grote probleem is dat Rojava geen erkende regio is. Als Europese landen de straf van hun onderdanen daar ter plekke erkennen en er eventueel ook aan bijdragen, dan is dat een doorn in het oog van zowel Damascus als Ankara.

Begin dit jaar dreigde het lokale bestuur ermee om in de maand maart dan maar op eigen houtje over te gaan tot berechtiging. Er circuleerde op een bepaald moment een lijst met namen van jihadisten die berecht waren, waaronder een Belg, maar volgens de Koerden is dat document vervalst. Het geduld van de Koerden wordt danig op de proef gesteld.

“Als uiteindelijk niemand zijn onderdanen terugneemt, maar ook geen werk maakt van een internationaal tribunaal, én ons geen groen licht geeft om hen zelf te berechten, dan zullen we daar toch toe moeten overgaan”, zegt copresidente Elham Ahmad. “Ze hebben hier wel misdaden begaan.”

Een monument voor de martelaren in Noordoost-Syrië Beeld Bruno Struys
Een monument voor de martelaren in Noordoost-SyriëBeeld Bruno Struys
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234